Posts tonen met het label america. Alle posts tonen
Posts tonen met het label america. Alle posts tonen
zaterdag 11 februari 2017
Today's Review: Paterson
"Ik maak liever een film over een man die zijn hond uitlaat dan over de keizer van China", sprak indie-regisseur Jim Jarmusch ooit. Met Paterson heeft hij nu woord gehouden. De nieuwste film van de minimalistische regisseur moet het inderdaad niet van markante, kleurrijke personen hebben, maar juist van de alledaagse realiteit die de meesten van ons ondergaan. De herkenbare werkelijkheid van normale mensen die een dagelijkse routine leven en daar voldoening in vinden. Jarmusch zou Jarmusch niet zijn als hij daar geen poëzie in zag. Paterson is het eerbetoon aan de doorsneemens, een welkome afwisseling van al die films over bijzondere individuen die we gewend zijn.
Die man die in Paterson elke avond de hond uitlaat, draagt dezelfde naam als de film en woont bovendien in de gelijknamige stad in New Jersey. Jarmusch volgt hem gedurende één week van zijn leven. De week begint op maandag, als hij 's ochtends opstaat, ontbijt en naar zijn werk gaat. Als buschauffeur vervoert hij normale mensen die over ordinaire dingen praten. Tussendoor wijdt hij zich aan zijn hobby, de dichtkunst. 's Avonds keert Paterson huiswaarts richting zijn ondernemende vriendin, die in tegenstelling tot hem diverse toekomstplannen koestert. Na het avondmaal gaat hij op stap met de hond en bezoekt hij de plaatselijke bar waar hij zich laaft aan één biertje, alvorens weer vroeg naar bed te gaan. Zie daar een dag uit Patersons leven, die Jarmusch aan aantal keer herhaalt, met slechts minieme variaties op de sleur van alledag. Saai? Feitelijk wel, maar om die saaiheid terug te zien op het witte doek is verfrissend, zeker als het ook nog weet te boeien.
Die fascinatie is hoofdzakelijk de verdienste van de hoofdrolspelers. Adam Driver mag dan recentelijk nog de rol van een grote schurk in de laatste Star Wars hebben vertolkt, hier is hij een doodgewoon mens met alledaagse beslommeringen, net als zijn publiek. Driver weet ons prima mee te sleuren in Patersons doen en laten door hem van een puike balans tussen burgerfatsoen, brave speelsheid en sympathie te voorzien. Er gebeurt weinig in zijn leven, maar daar zit hij ook helemaal niet op te wachten. Hij is gelukkig met zijn simpele bestaan. Daar tegenover plaatst Jarmusch zijn energieke vriendin Laura, die elke dag wel een nieuw plan bedenkt om haar stempel op de wereld te drukken. De ene dag wil ze een beroemde gitariste worden, de andere een gevierd kunstenares. Tegelijkertijd tracht ze Paterson, tegen diens zin in, te stimuleren zijn gedichten te publiceren, ook al schrijft hij ze puur voor zijn eigen vermaak. De Iraanse Golshifteh Farahani geeft Driver effectief tegengas in de rol van zijn kwieke wederhelft en de chemie tussen beiden zindert van de herkenbaarheid.
Van veel vaart of spanning moet Paterson het dus niet hebben. En daar is het Jarmusch nou precies om te doen. Er zijn immers al talloze films waarin zoveel gebeurt dat het mensen nodeloos opjaagt. Met Paterson bewerkstelligt hij juist het tegenovergestelde: fascinatie voor de dagelijks terugkerende nietszeggendheid die het leven van de meeste mensen typeert. En daardoor erkennen we dat de routine die Paterson zo dierbaar is (alsmede die van onszelf) eigenlijk voortdurend onder vuur ligt. Als Laura zijn sleur poogt te doorbreken door een experimenteel gerecht op te dienen, is hij zichtbaar onthutst. Een herkenbare situatie, maar vergelijkbaar met een plottwist in een thriller. En zo gaat het door. Dinsdag wordt Paterson op straat aangesproken door ongure sujetten. Woensdag wordt hij in de bar geconfronteerd door een verward persoon met een neppistool. Op vrijdag begeeft zijn bus het. En het dieptepunt van de week vormt uiteraard de emotionele climax van de film. Al heeft het hier geen grootscheepse consequenties, het dagelijkse leven is allerminst saai, maar doorspekt van kleine afwijkingen en toevalligheden die in de handen van Jarmusch tot een beklijvend geheel worden gedicht.
Want dichten, dat is wat Jarmusch voor ogen heeft met Paterson. Zoals de hoofdpersoon poëzie schrijft over alledaagse dingen als lucifers of regen, zo rijmt Jarmusch die dagelijkse gang van zaken aaneen tot een cinematische lofzang op de banaliteit van het bestaan. Daarbij bedient hij zich van de voor hem gebruikelijke minimalistische toon, met een rustige camera, zonder aandachttrekkerige of opzwepende stijlmiddelen. Samen met de gevatte dialogen, de dromerige montage en de schilderachtige weergave van de stad uit de titel - oud en vervallen, maar toch bruisend en vol karakter - levert dat een gedicht in beeldvorm op, een hommage aan al die mensen die simpelweg hun leven leven, maar zo zelden in films worden geportretteerd omdat er niets over ze te vertellen zou zijn. Met Paterson bewijst Jarmusch dat ook normale levens interessante films kunnen opleveren. Die Chinese keizers en vergelijkbare grootse figuren krijgen immers al genoeg aandacht op het witte doek.
Labels:
adam driver,
america,
art,
arthouse,
boring,
dog,
drama,
everyday life,
golshifteh farahani,
jim jarmusch,
paterson,
poem,
poetry
zondag 4 december 2016
Today's Review: A Quiet Passion
Dat de Britse regisseur Terence Davies het leven van de Amerikaanse dichteres Emily Dickinson naar het witte doek vertaalde, zal geen toeval zijn. Dickinson is buiten Amerika vrij onbekend, ondanks haar nalatenschap van bijna tweeduizend gedichten. De poëte genoot tijdens haar eigen leven in de negentiende eeuw weinig erkenning voor haar werk. Van Davies kan hetzelfde gezegd worden, want hoewel zijn films altijd goed ontvangen zijn door de critici, is de omvang van zijn oeuvre bescheiden en is ook hij niet erg bekend bij het publiek. Davies geeft Dickinson alsnog een stem in het bescheiden kostuumdrama A Quiet Passion, en daarmee ook zichzelf.
Dat Dickinson (1830-1886) amper aandacht kreeg, is niet verwonderlijk, aangezien ze het grootste deel van haar leven in haar ouderlijk huis doorbracht en niet vaak onder de mensen kwam. Die beperkingen vloeiden voort uit het patriarchale, diepgelovige milieu dat haar voortbracht. Het was een verstikkende omgeving voor een rebelse, onafhankelijke dame als zijzelf, die vooral haar eigen meester wou zijn, en niet haar hele leven de wil van haar vader of echtgenoot wou volgen. Ze trouwde dan ook nooit. Ze gaf veel om haar familie en wilde niet riskeren weggetroond te worden door een man. Dit in tegenstelling tot haar vriendinnen, die ze langzaamaan uit het oog verloor vanwege zulke huwelijkse verplichtingen. Haar gedichten waren voor haar een vorm van ontsnapping uit deze mannenwereld, waarin de wens van de vrouw simpelweg nooit ter sprake kwam. Dat haar werk doorspekt was met aanklachten tegen religie en de gangbare rollenpatronen, moge duidelijk zijn.
Davies zal in Dickinson een zielsverwant herkend hebben. Zoals de dichteres slechts met de grootste moeite enkele stukken gepubliceerd kreeg - en dan ook nog in aangepaste vorm, tot haar grote woede - zo ziet ook de regisseur zich te vaak geconfronteerd met problemen rond de financiering van zijn films. Bovendien zag hij zijn moeder wegkwijnen in een huwelijk met een gewelddadige echtgenoot, een lot dat Dickinson wist te voorkomen, ook al leverde haar dat juist een leven vol eenzaamheid op. Het was een harde keuze, die veel van haar seksegenoten echter nooit kregen. Als haar schoonzus haar zegt te benijden vanwege haar schijnbare vrijheid, is dat gevoel van Dickinsons kant geheel wederzijds, want die vrijheid gaat ten koste van een gewoon leven. Toch schrijft Dickinson onverdroten voort, want het is letterlijk de enige passie die ze ooit zal kennen.
Het is ironisch dat juist Cynthia Nixon gecast werd in de rol van de alleenstaande schrijfster. Nixon is vooral bekend vanwege haar rol in Sex and the City, waarin haar personage zo'n beetje alles was wat Dickinson niet was. Davies waarschuwde Nixon vooraf dat hij een hekel had aan alles waar haar doorbraakrol voor stond, maar desondanks bleek haar casting een schot in de roos. Nixon speelt Dickinson gepast introvert, als een stille vrouw wier opstand tegen het systeem slechts tot uiting komt in haar werk. De enige stem die ze heeft en die er uiteindelijk toe doet, zit verscholen in haar poëzie. Dat weerhoudt haar er niet van om haar naasten toch stevig van repliek te dienen als de discussie over haar plaats in het leven weer oplaait. Want ze cijfert zichzelf niet weg, in tegenstelling tot haar moeder die slaafs haar man volgt. Dickinsons weigering om te trouwen en haar overgave aan haar dichtkunst vormen een persoonlijke overwinning, het doorbreken van het haar opgelegde leven. Om nog maar te zwijgen van haar weigering deel te nemen aan het heersende streng religieuze leven, in die tijd een flink schandaal. Nixon vat de persoon Dickinson en haar stille daden van feministisch verzet uitstekend en laat zo het stigma dat Sex and the City bij haar achterliet geslaagd vallen.
Het neemt niet weg dat A Quiet Passion toch de indruk van een wat stoffig kostuumdrama achterlaat. Gezien het leven dat Dickinson leidde is het niet vreemd dat de film zich hoofdzakelijk binnenshuis in donkere kamertjes afspeelt. Muziek is grotendeels afwezig, de cameravoering blijft verstild. Deze beperkte, theatrale opzet doet weliswaar recht aan Dickinsons leven, maar maakt de beleving toch wat flets. Op den duur kabbelt de film teveel voort richting melodrama, als Dickinsons moeder in een snikfestijn overlijdt, haar broer overspel pleegt met een jongere vrouw en zijzelf langzaamaan bezwijkt aan een pijnlijke nierziekte. De gevatte dialogen tussen de jongere Dickinson en haar scherp van de tongriem gesneden vriendinnen die de eerste helft van de film kenmerken, worden tegen die tijd node gemist. Die scherpzinnigheid blijft echter levend in haar gedichten die tussen de aktes door voorgedragen worden. Want ook al kabbelt Dickinsons tegendraadse leven langzaam voort naar een schijnbaar roemloos einde in dit rustige cinematische toneelstuk, onder het oppervlak van zowel de vrouw als de film bruist het van de rebelse, levenslustige energie.
vrijdag 11 april 2014
Today's Review: Captain America: The Winter Soldier
Captain
America: The Winter Soldier: ****/*****, or 8/10
For
those of you who were wondering when Marvel would finally more aptly
acknowledge its roots in our contemporary world politics, a hallmark
that sets it apart from the likes of its rival DC (which instead has
its adventures take place in an uncomfortable alternate Earth that is
suspiciously similar to our own, but sticks to utilizing fictional
cities and such), this second Captain America finally does
just that, offering a fairly serious social commentary about the
status of that wonderful thing called 'freedom' in modern (American)
society. Without sacrificing the quality mix of catchy humour and
solid action that characterizes all of the Marvel Studios movies thus
far, Captain America: The Winter Soldier proves there is room
for contextual exploration of the modern zeitgeist on the big
screen as much as there is on the pages of its comic books. Forget
Iron Man battling terrorists in Afghanistan, there's much deeper
threats to be found on the homefront, as Cap is about to discover.
Of
course the first thing this second Cap movie needs to do is
re-establish the Star Spangled Avenger as a man out of time,
providing much needed character exposition that was lacking in his
second appearance in The Avengers, since that film's alien
invasion plot and abundance of characters didn't allow much time for
such additional subplots. His beloved homeland has changed much since
he went missing in the Fourties and poor Steve Rogers (Chris Evans)
ponders if he still fits in these more cynical times. Everyone he
knew is dead or dying, as illustrated by a heartbreaking scene where
he visits his former love Peggy, who has become a bedridden, frail
old woman suffering from degenerative diseases. Equally deteriorating
seem to be his cherished notions on freedom. Civil liberties have
been sacrificed for the greater good to ensure national security and
his employer, the supposedly worldwide peacekeeping organisation
known as S.H.I.E.L.D., is keeping far too close an eye on everybody's
private affairs to his taste. Comparisons to the N.S.A.'s shenanigans
are easily drawn, but in the tradition of the great spy thrillers of
the Seventies (from which this movie takes its fair share of notes
thematically and stylistically), Captain America: The Winter
Soldier suggests the people have slowly but surely traded in
their freedom, conditioned by growing fear the government was sowing
in their minds of losing it altogether. Naturally it's not wholly the
fault of the executive power either – if you think Marvel joins the
bandwagon of calling Obama a Great Satan, think again – as the
movie identifies the good Captain's principal enemy to be at the
heart of this shady matter. It turns out the former Nazi science
department HYDRA has made the transition to the 21st
Century much more smoothly than the Sentinel of Liberty himself,
embedding itself firmly in S.H.I.E.L.D.'s upper echelons. And so
Steve must find a way to root out America's hidden adversaries and
end their collective mindcontrol dominating his country, all whilst
on the run, as they have successfully accused him of treason.
Enter
his sidekicks and assorted allies. His gruff chief, Nick Fury (Samuel
L. Jackson), reluctantly starts asking questions when he tells Steve
of a black ops project that involves launching three new
Helicarriers, designed to patrol the world neutralizing threats in
their infancy, which Cap finds a revolting concept. It quickly makes
Fury a target for an apparently successful assassination, after which
Cap teams up with the lethal agent Black Widow (Scarlett Johansson)
to find out who killed his guardian. Evans and Johansson make quite
an enjoyable pair with great rapport between them, both having served
as agents of the same secret organization, but carrying different
views of their job and its methods; a relic of a more innocent time,
Cap dislikes Widow's end-justify-the-means approach to things that
the Cold War, which he never experienced, has taught her, causing the
necessary verbal fireworks between the two that both provide
character development and witty dialogue galore thanks to their fine
chemistry. Less compelling proves Cap's relationship with the new
persona of Sam Wilson, an army veteran who, as a fellow former
soldier, is more in line with his more black and white line of
dutiful thinking. Since an ordinary human being, military background
notwithstanding, would be too dull at his side in Cap's current
endeavours, Wilson soon dons a pair of mechanical wings, convenient
leftovers of a secret military project. Comic connoisseurs will
remember Wilson's alter ego the Falcon well before the appearance of
this apparatus, which only feels a forced addition to the movie's
progression.
Equally
contrived an inclusion to the plot could be called the movie's
subtitular character, the Winter Soldier himself. Serving as the
ultimate assassin, a cyborg killer whose mind is wiped after every
assignment so as to keep his human tendencies from compromising his
ruthless efficiency, this man with his metal arm harbours a dark past
and personal connection with his new target. Considering his limited
screen time, this relationship, which turns out to be crucial at the
film's conclusion, is not given its due to ensure the desired
emotional impact, and considering the number of loose ends left,
feels largely as a set-up for a third movie. Considering how sparingly the character is seen on screen, you can't help but wonder why this movie actually carries the subtitle 'The Winter Soldier'. Nevertheless, the Winter
Soldier proves quite a match for Cap in terms of kicking ass and
makes for a formidable foe to behold. The same can be said for Robert
Redford's Alexander Pierce, who fulfills a similar role except on a
less physical level, serving as the movie's delightfully scheming
evil mastermind: an apt choice, considering the various classic
Seventies' political thrillers on his resumé.
In
terms of visual spectacle and explosive action, The Winter Soldier
effortlessly surpasses The First Avenger, trading in the predecessor's
delightfully retro WW II style for a more intimidating modern look,
with advanced technology to match. Drones and missiles are all part
of the package to give this movie a contemporary, actual feel, but in
typical Marvel fashion the movie tops this with even bigger guns and
gadgets, the most exciting aspect the three giant gunships hovering
above the American capitol as they threaten to hold the nation
hostage, at its own behest via security over freedom. Spectacular
aerial battles are the result, while the movie also contains its fair
share of impressive hand-to-hand combat scenes, car chases and gun
fights. Not to mention an ample dose of links to the larger Marvel
Universe, evoking previously seen characters and surreptitiously
introducing new ones. Rest assured, a Dr. Strange movie is a
given now, while those who are eagerly looking forward to Avengers:
Age of Ultron will get a vigorous nerdgasm out of the film's
mid-credits scene. You have to give kudos to Marvel's continuous
method of seemlessly creating a larger whole out of separate pieces,
without harming the content proper in said standalone stories.
Captain
America: The Winter Soldier is a sequel superior to its
predecessor in every respect. It couples valid, well-timed social
anxieties to a good political thriller plot, while never ignoring the
fun that is to be expected from a Marvel flick. Granted, not all
characters come across as intriguing or convincing as ought to have
been the case, which is not exactly a new flaw to Marvel's movies
either. This second Cap movie successfully introduces its
protagonist to the new world he inhabits and the change in concept of
the virtues he has always extolled, making this overly patriotic
character much easier to digest and to identify with for non American
audiences, while giving domestic spectators an added value in having
their nation's superhero redefine their mores for them.
donderdag 3 april 2014
Today's Review: La Jaula de Oro
Here's another review I wrote for MS this week:
http://www.moviescene.nl/p/154754/la_jaula_de_oro_-_recensie
Quite a harrowing movie. And it began in a rather optimistic fashion, with positive teenagers hoping for a better life in the USA and following their dreams, leaving behind their extreme poverty and hopping on a train off into the great unknown through the beautiful jungle. An unknown that keeps being unraveled by revealing nothing but misery which keeps spiralling into ever more degenerative depths of despicable human behavior the closer the protagonists get to the border. What began as a roadmovie ends in a social horror picture. Director Diego Quemada-Díez has made a chilling drama movie that needs to be seen to fully understand the plight of Latin-American illegal immigrants. But he doesn't make it easy on his audience, nor should he if he is to respect his source material, the suffering immigrants themselves.
donderdag 24 oktober 2013
Today's Double News: Cap 2 coming soon
Posted two bits of news relating to the same movie on MovieScene yesterday and today:
http://www.moviescene.nl/p/151112/eerste_poster_captain_america_the_winter_soldier
http://www.moviescene.nl/p/151154/eerste_trailer_captain_america_the_winter_soldier_online
Looks pretty good, both poster and trailer. It clearly shows the writers understand the contemporary concept of 'defending freedom' isn't so simplistically black and white as most people (both now and in the Fourties) often consider it to be, especially in America where protecting liberty comes at the expense of liberty. Poor Cap is finally coming to terms with this revelation, something he didn't exactly have time for in The Avengers as he was too busy saving the planet from an alien invasion with his super buddies. But now he gets that much needed and anticipated reality check, which also forces him to find a new place for himself in American politics as the paragon of American virtue he has been shaped in. It's this aspect of Captain America, the analysis by American writers of what America stands for today relayed through this comic book character, that has always made him more interesting that most people would at first expect from a superhero who's dressed in a single nation's colours but is often shown to save the entire world, as if other nations couldn't do likewise. And hey, if you still don't like the Star-Spangled Avenger, there's still Black Widow (Scar-Jo!) to enjoy, as well as newcomer the Falcon (Anthony Mackie), who can still fly as in the comics, but apparently no longer communicates with birds (indeed, his real falcon sidekick seems to have been ixnayed, thus also saving some money on visual FX so more can be spend on crashing helicarriers). It seems he has upgraded to telepathic connections with humans instead (though this has not been overtly confirmed by the trailer). And last but not least, there's Samuel L. Jackson playing Nick Fury again, but apparently he's not as cheerful as before, and is turning a darker page of the character's history, keeping in line with his Ultimate Universe counterpart on whose likeness Mr. L. Jackson was based. Or was it the other way around? The villainous Crossbones also seems like a worthwhile addition to Marvel's current cinematic rogue gallery, but just what the deal is with that 'Winter Soldier' remains to be seen. Unless you're aware of his history from the comics, as I happen to be.
Cap 2 seems an intriguing step away from the more lightheartedly toned predecessor in favour of adding some much needed depth, both emotional and political, to the character. At the same time there appears to be a plethora of action scenes and ample room for a good joke here and there. If the film is as good as the trailer, 'winter soldier is coming' doesn't seem like that sinister a mantra. But hey, if Iron Man 3 is any indication, it may still turn out that the Winter Soldier isn't actually a scary bad guy at all, but just a silly actor hired by a much less appealing and narratively convoluted evil character we couldn't care less about who messes up our respect of the heroic protagonist, after which his girl friend needs to save the day in her underwear. Let's hope IM3 was just a one-shot screw-up for now.
vrijdag 29 maart 2013
Today's Missed Movie: The Master
I still
have a short list of missed movies, which increasingly grows unless I
soon finish it. Since I don't have the time to tackle all the
remaining movies at once (there's like ten of them left at this
moment), I might as well attempt to at least post one a day. Kinda
like what I intended to do (in alphabetical order) with all the
movies I have in my collection last year, something that didn't come
to fruition. That idea is still just below the surface though, and I
might pick it up again some day soon. For now, let's try and get rid
of these dang 'missed movies'!
The
Master: ****/*****, or 7/10.
Paul
Thomas Anderson's latest exploration of American life and craziness.
Using Scientology as a template (but careful enough never to make the
link between that cult and the one portrayed in this film too
explicit), PTA tells the story of a messed up WW III veteran named
Freddie Quell (Joaquin Phoenix, with all the mannerisms of a madman) who cannot get a break in life,
continuously getting into trouble (mostly booze related) with the law
and basically everybody else around him. One day, while having
crashed a boat party, he meets an enigmatic man, Lancaster Dodd
(Philip Seymour Hoffman), a writer and philosopher who has started
his own spiritual movement. Though the two men are fascinated by each
other and Quell soon signs up with Dodd's 'Cause', he still has a
hard time fitting in, despite Dodd's attempts to make a true disciple
out of him. The second half of the film can best be described as an
'acting duel' between the two completely compelling and convincing
main actors, both of which got Oscar nominated (but sadly lost) for
their formidable acting extravaganza. Their remarkably strong
performances carry the movie, which is also the problem since there's
not that much else that grips your attention so firmly, the plot
being somewhat jarring and convoluted at times, while the movie tends
to drag on a bit longer than proves desirable. A masterpiece this is
not (PTA already made his and it's called There Will Be Blood
(2007)), despite impeccable cinematography and a fine job by Amy
Adams as Dodd's militant wife (also nominated for an Academy Award,
and again no win). Some people just cannot be saved since they are
too far gone, PTA states: a truth that both goes for the totally
crazed Quell as much as for Dodd's overly ardent, unquestioning
followers that just refuse to see through the charisma and confidence
of their leader who dupes them all with utterly ridiculous
metaphysical theories and creepy mind games. This movie might very
well explain parts of Tom Cruise's confusing behavior.
woensdag 9 mei 2012
It Came From Cold War America, Chapter 5: Alien invasion movies
Been busy a lot the last few days (partially thanks to Game of Thrones, which is somewhat addictive) , and I didn't get to see any movies to critique. There's also little interesting movie news worthy of commenting on, plus I'm still working on the archives. Therefore, I thought I might as well take the time to post another chapter of my paper It Came From Cold War America, for it's been a while since I last posted a piece of this work, and I do like to finish what I started. It's still in Dutch. Sorry. But hey, there's neat pictures of old movie monsters to make up for it!
Chapter 5: Alien invasion movies
Paragraaf 5.1: Definitie subgenre
Het alien
invasion subgenre lijkt eenvoudig te definiëren. In een eerste
genredefinitie draait het om een buitenaardse macht die naar de Aarde
komt om haar te veroveren en haar inwoners te onderwerpen dan wel te
vernietigen. In veel gevallen is dit correct, maar er zijn
uitzonderingen die wel degelijk onder dit subgenre geschaard moeten
worden. Niet alle aliens hebben boze bedoelingen. Integendeel, er
zijn er bij die het beste met ons voor hebben, en ons willen
waarschuwen voor onszelf en onze vernietigingsdrang. Naar deze aliens
wordt zelden geluisterd: de mensen – of beter gezegd Amerika,
aangezien de aliens altijd hier belanden – reageren met dezelfde
argwaan en haat waarmee zij elkaar (andersdenkenden,
non-conformisten) bezien, waarop de consequenties hun eigen schuld
zijn. Wat dat betreft is dit subgenre reflexief: het stelt zowel
vragen over de manier waarop met outsiders wordt omgegaan als over
ons eigen gedrag. Deze uitzonderlijke films zijn left-wing
(zie hoofdstuk 3), en proberen het publiek te overtuigen dat de
paranoia in deze periode niet terecht was, in tegenstelling tot de
meer conventionele right-wing films van dit subgenre, waarin
de mensheid de totale vernietiging door de hand van de indringers
boven het hoofd hangt1.
Een treffend
voorbeeld van left-wing sciencefiction is The Day the Earth
Stood Still -sounds familiar, eh? - waarin een alien de mens komt waarschuwen voor zijn paranoia en strijd met andere naties, die een bedreiging vormen
voor de intergalactische vrede: vervolgens wordt hij neergeschoten,
opgejaagd en gedood, aangezien men zo bang is voor de mogelijkheid
dat deze ene alien negatieve bedoelingen koestert dat men het
risico liever niet neemt. Voor hij sterft stelt hij de mensheid een
terecht ultimatum: leer in vrede te leven, of de Aarde wordt
vernietigd teneinde de bedreiging die zij vormt voor andere planeten
op te heffen (dus toch een soort van invasie). Een harde boodschap, maar geenszins onbegrijpelijk na
de menselijke reacties die hij moest ondergaan.
Uitzonderingen
daargelaten, de meeste aliens in de films uit dit subgenre hebben wel
degelijk het slechtste met de mensheid voor. De Aarde moet hun
planeet worden, en de mensen moeten verdwijnen of onderwerpen worden.
In zo’n geval kan terecht van invasie gesproken worden. Niet alle
aliens rukken echter uit met groot materieel. In sommige gevallen is
het zelfs de vraag of er wel sprake is van een invasie. Wat te denken
van het monster in The Blob? Dit “wezen” komt naar de Aarde en
groeit door mensen te verslinden. Het is geen denkend creatuur, en
misschien niet eens een levensvorm: het groeit domweg ten koste van
andere levensvormen.
Ongeacht zulke uitzonderingen reken ik elke film uit de periode
1950-1959 die gaat over aliens die naar de Aarde komen, met welke
bedoelingen dan ook, onder het alien invasion genre. Mijn
voornaamste blik is gericht op de wetenschap in het subgenre, niet op
een precieze afbakening van het subgenre, als dit zelfs al mogelijk
is. In ieder geval hoop ik wel duidelijk gemaakt te hebben dat de
term 'invasion’ niet te letterlijk genomen moet
worden, maar dat het enige flexibiliteit vereist.
Dit subgenre is een product van de vijftiger jaren - in de
filmindustrie althans, in sciencefictionliteratuur bestond het al
langer2
- en had zodoende weinig tijd om haar specifieke genreconventies te
construeren. Door een effectieve herhaling van semantische kenmerken
als ruimteschepen (voornamelijk schijfvormig), aliens en een hoog
aantal special effects maakte het zich echter herkenbaar als
apart subgenre3.
Bovendien werd het een boegbeeld van het sciencefictiongenre als
geheel. Desondanks heeft dit subgenre een sterke band met het
horrorgenre. Het verschil met dit genre zit hem in de schaal:
dikwijls vallen de aliens de mensheid aan en zaaien zij dood en
verderf op een schaal die ongeëvenaard is in horrorfilms (althans in
deze periode)4.
Voorts, waar de monsters in horrorfilms geassocieerd worden met
bovennatuurlijke kenmerken, worden de aliens doorgaans geassocieerd
met hun technologie: hun kracht schuilt in hun wetenschappelijke
peil, een niveau waar menselijke wetenschap schril bij afsteekt.
Desondanks worden ze meestal koud en emotieloos neergezet, als
typisch on-menselijk. Sobchack duidt dit als de reden dat ze meestal
in kleine typische Amerikaanse dorpjes of andere identificeerbare
settings landen, waar hun afwijking van de Amerikaanse norm het best
tot uiting komt, en blijkt hoe sterk ze de huiselijke stabiliteit
kunnen verwoesten5
(zoals in Invasion of the Body Snatchers sterk het geval is).
De meeste films in
dit genre waarin de aliens de boosdoeners zijn volgen een strakke
narratieve formule. De protagonist is een aantrekkelijke man, vaak
een wetenschapper, die als eerste met de indringers geconfronteerd
wordt. Hoewel hij aanvankelijk niet geloofd word door de gemeenschap,
maakt dit ongeloof al snel plaats voor angst als de indringer zich
laat gelden. Vervolgens moet de samenleving als eenheid terugslaan
(communal solidarity)6,
geleid door een verbond van wetenschappers en militairen, die
uiteindelijk de indringers met succes weten terug te drijven of te
vernietigen. Lucanio noemt deze formule de klassieke tekst7.
Als voorbeelden voor deze formule kunnen Earth vs.the Flying Saucers,
Invaders From Mars en The War of the Worlds genoemd worden.
Uitzonderingen op deze formule zijn aan te treffen, maar in de
minderheid. Dit komt voornamelijk door het feit dat deze formule in
de eerste helft van de jaren vijftig een succes was waarvan de
studiobazen verzekerd wilden blijven. Hierdoor werd de formule in
korte tijd uitgemolken.
Paragraaf 5.2: Wetenschap in alien invasion movies
Wetenschap uit zich
in het alien invasion genre op twee fronten. Het eerste is de
menselijke wetenschap, het tweede de buitenaardse wetenschap. Beide
vormen van wetenschap staan symbool voor opvattingen over wetenschap
die in de jaren vijftig aanwezig waren. Ze zijn echter niet
uitsluitend te typeren als ‘menselijke wetenschap is goed’ en
‘buitenaardse wetenschap is fout’. Het ligt gecompliceerder dan
dat. Dikwijls speelt er een wisselwerking tussen beide vormen. Hier
speelt weer de vraag welke intenties de aliens koesteren.
Als de aliens
zuiver uit zijn op het veroveren van de Aarde, is de menselijke
wetenschap doorgaans een positieve factor, die de mensen ondersteunt
in hun strijd tegen de indringers. In films waar sprake is van een
grootschalige invasie, gaat wetenschap een nauwe coalitie aan met het
militaire apparaat, als teken van sociale eenheid. In deze
symbiotische relatie is wetenschap de dominante factor: haar
bedachtzame en nauwkeurige analyses van de indringers beslissen welke
acties ondernomen dienen te worden. Hoewel de eerste reactie van de
legerbonzen inhoudt alle denkbare wapens - het liefst atoombommen - tegen
de indringers in te zetten, geven wetenschappelijke besluiten de
doorslag. Pas als alle andere mogelijkheden gefaald hebben, geeft de
wetenschap weifelend haar goedkeuring aan het gebruik van
atoomwapens. Deze hebben echter nooit effect. Hierop is het aan de
wetenschappers, doorgaans de protagonisten, om een laatste redmiddel
te produceren: meestal slagen zij hierin, een zeldzame uitzondering als The
War of the Worlds daargelaten (zie casestudy 1).
In films die
invasies kleinschaliger aanpakken is het echter niet noodzakelijk dat
de wetenschappers per definitie aan de kant van de mensheid staan. In
het hele genre door spreken de wetenschappers hun bewondering voor de
technologische capaciteiten van de aliens uit, welke ver boven die
van de mensheid staan, ongeacht de verwoesting die zij aanrichten8.
In enkele gevallen, vooral in de meer right-wing films van het
genre, mondt die bewondering uit in ondermijnend gedrag, waarbij
wetenschappers de alien een hand boven het hoofd houden om hem
te bestuderen en kennis op te doen. Dit resulteert in verlies van
levens en een vergroting van het gevaar dat de aliens voor de
samenleving vormen. Hier is opnieuw The Thing from Another World een
treffend voorbeeld, maar ook in Earth vs. the Flying Saucers en zelfs
de left-wing The Day the Earth Stood Still bewonderen
wetenschappers de aliens, hoewel het bij de laatste niet tot
rampspoed leidt.
De indringers zijn
meestal afhankelijk van hun technologie en gaan er een symbiose mee
aan. Hierdoor worden zij koud en gevoelloos, net als de technologie
zelf. Noonan beschrijft ze als ‘superior
to the people of Earth in mental abilities and scientific know-how,
but deficient in the essential humanity that defines the human
race’9.
Deze aliens hebben geen ethiek en kennen geen schroom over de
verschrikkingen die zij veroorzaken met hun technische vaardigheden.
Hierin verschillen zij van de mensen die hun technologie wel degelijk
met moreel besef gebruiken, en in het geval van atoombommen zelfs met
wroeging. Zo worden ze duidelijk tegenover de mensen geplaatst, als
inhumane wezens die geen moraliteit hebben en ons komen vernietigen,
waardoor het publiek zich meer identificeert met de mensen en hoopt
dat de indringers verliezen (wat meestal ook gebeurt).
Tegenover de
vernietigende indringers staan echter de welwillende wezens die het
beste met de mensheid voor hebben. In deze left-wing films
staat wetenschap vaak lijnrecht tegenover het leger, in tegenstelling
tot de bovenstaande variatie op het genre. Het leger wordt hier
meestal neergezet als een autoritair samenraapsel van ijzervreters
die voor alle zekerheid de aliens eerder willen doden dan naar ze te
luisteren. Hier tegenover staan de wetenschappers die wel oor hebben
voor hun boodschap, hetzij omdat de belofte van vrede ze aanspreekt,
hetzij omdat ze onder de indruk zijn van de technologie van de
aliens. Wetenschap en de intellectuele elite worden hier beschouwd
als het verstand van de mensheid, een bron van rationaliteit, die de
boodschap van een glorieuze vreedzame toekomst omarmt10.
Het sterkste voorbeeld is The Day the Earth Stood Still, maar ook in
Red Planet Mars en It Came From Outer Space speelt dit thema, alsmede
in Invasion of the Body Snatchers (waar de boodschap juist als iets
negatiefs wordt gezien).
De acties van het
intolerante leger dwingen de welwillende aliens vaak hun boodschap
met een demonstratie van hun kunnen kracht bij te zetten. Deze aliens
verachten geweld, maar schuwen het niet in noodgevallen, en hebben
wel degelijk de technologische kennis om op grote schaal vernietiging
aan te kunnen richten. Verder dan dreigementen komen ze niet, omdat
de wetenschappers en hun mores hen doen inzien dat de mensheid wel
degelijk potentieel heeft, en dus een tweede kans verdient. Hierop
verlaten ze de Aarde om de mensheid tijd te geven na te denken over
hun boodschap. In zoverre is wetenschap ook in deze variant van het
subgenre de redder van de mensheid.
Casestudy
1: The
War of the Worlds
The War of the
Worlds is haast prototypisch te noemen wat betreft narratie, en
voldoet aan de meeste factoren die Lucanio stelt in de klassieke
tekst. Bovendien vervult het alles wat men bij de term alien
invasion film verwacht. Globaal gezegd draait het om een invasie
op Aarde door Marsbewoners die de planeet voor zichzelf willen hebben
en daarvoor de mensheid trachten uit te roeien. De mensheid probeert
daarop terug te slaan, waarbij wetenschap en het leger de handen
ineen slaan. Onder leiding van een scientist hero wordt de
vijand bestudeerd en bestreden. Opmerkelijk is dat dit in deze film
tevergeefs is, aangezien geen enkele menselijke uitvinding de
indringers kan weerstaan, in tegenstelling tot in de meeste andere alien
invasion films waar dit wel lukt (Invaders from Mars, Earth vs.
The Flying Saucers, etc.). Slechts door blootstelling aan Aardse
bacteriën, in deze film beschreven als ‘the littlest things which
God in His wisdom had put upon this Earth’11,
gaan de aliens ten onder. In dit geval wordt de mensheid gered door
goddelijk/natuurlijk ingrijpen, en niet door wetenschap.
Wetenschap komt er
in deze film niet al te best vanaf. Het voldoet niet aan de
verwachtingen die men er van heeft, aangezien het tot niets leidt in
het gevecht met de aliens. De mensheid vertrouwt op de wetenschap om
wapens te maken waarmee de indringers doeltreffend bestreden kunnen
worden, maar geen enkel wapen blijkt enig effect te hebben. Zo faalt
het bondgenootschap tussen leger en wetenschap in hun taak de
mensheid te beschermen en de aliens terug te drijven.
Wetenschap is voornamelijk goed voor verwoesting: alle mogelijke
wapens worden ingezet tegen de Martianen, maar niets helpt. Zelfs de
atoombommen berokkenen meer schade aan de mensen zelf dan aan de
vijand. Ondertussen gaat de wereld kapot aan het gebruik van wapens:
steden liggen in puin, en de mensen vluchten door kale, geschroeide
landschappen. In de opening van de film wordt deze gedachte
ondersteund: we zien een reeks beelden gemonteerd als een evolutie
van wapens, steeds krachtiger (beginnend bij simpele tanks en
mitrailleurs, uiteindelijk culminerend in een atoomexplosie),
waarover de stem van de narrator klinkt:
‘In the First World War, and for the first time
in the history of man, nations combined to fight against nations
using the crude weapons of those days. The Second World War involved
every continent on the globe, and men
turned to science for new devices of warfare,
which reached an unparalleled peak in their capacity for destruction.
And now, fought with the terrible
weapons of super-science, menacing all
mankind and every creature on the Earth, comes the War of the
Worlds!’12
[my italics]
Ook de wetenschap
van de aliens wordt gebruikt voor verwoesting. Na duizenden jaren
technologische vooruitgang heeft de Martiaanse wetenschap een
hoogontwikkeld arsenaal aan wapens geschapen, uitermate geschikt voor
grootschalige verwoesting. De aliens zijn typische buitenaardse
booswichten van de vijftiger jaren: ze zijn koud, emotieloos en
meedogenloos. Ze laten zichzelf nauwelijks zien, maar hun
aanwezigheid gaat niet onopgemerkt als ze in oorlogsmachines
rondvliegen, en daarbij alle mensen die ze tegenkomen uitroeien. Hun
oorlogsmachines hebben wel wat weg van de typische UFO’s die in de
jaren vijftig in groten getale werden ‘waargenomen’. Ze zijn niet
honderd procent schotelvormig, maar bestaan hoofdzakelijk uit ronde vormen, zijn
egaal zilvermetalig met weinig detail, ze maken laag zoemende
geluiden en hebben groene belichting (wat connotaties oproept met de
stereotype ‘little green men’; de beste Nederlandse
vertaling, ‘marsmannetjes’ verliest deze connotatie helaas): hierdoor
hebben ze een onaardse, dreigende uitstraling. Het ontwerp van deze
machines haakt in op de negatieve connotaties die doorgaans met
vliegende schotels werden gemaakt in de jaren vijftig, die werden
gezien als mogelijke voorbodes van een buitenaardse invasiemacht.
Hoewel de indringers
mentaal gezien hoogontwikkeld zijn, zijn ze lichamelijk gezien juist
onderontwikkeld: ze zijn klein van gestalte met onderontwikkelde
ledematen - uitgestrekte, dunne, ongezond ogende armen, hun benen
krijgen we niet te zien - maar met een enorm hoofd, alsof de druk van
hun grote hersenen hun lichaamsbouw ineen heeft doen schrompelen.
Zeker is dat ze niet helemaal uit organisch materiaal bestaan: hun
hoofd bezit een uit drie gekleurde vlekken opgebouwd mechanisch
‘oog’, waarmee ze in een ander spectrum zien dan mensen. Het
lijkt alsof de aliens deze technologie in hun lichaam hebben
ingebouwd. Gezien het negatieve imago van wetenschap in deze film is
het niet ondenkbaar dat dergelijke technologische ingrepen hen koud
en emotieloos hebben gemaakt; door de opbouw van hun ogen hebben ze
ook geen gelaatsuitdrukking, waardoor het moeilijk is gevoel aan hen
toe te kennen. Door het verwerken van technologie in hun lichaam is
hun natuurlijke ontwikkeling, en daarmee hun emotioneel spectrum,
verstoord en afgebroken.
Opmerkelijk is de
haast symbiotische relatie die de indringers met hun technologie
aangaan: zonder hun technologie zijn ze zwak en makkelijk te
verslaan, maar in hun oorlogsmachines zijn ze onbereikbaar en
onoverwinnelijk. Zoals zij techniek in zichzelf verwerkt hebben, zo
neemt hun technologie lichamelijke eigenschappen van hen over: hun opsporingsapparaat heeft dezelfde drie-ogige prismatische uitstraling
als hun eigen hoofd, en hun oorlogsmachines hebben een zelfde platte
opbouw als hun eigen schedeldak. Hun machines worden bestuurd door
een brandstof die door de scientist hero getypeerd wordt als
bloed. Zowel hun technologie als zijzelf hebben biomechanische
eigenschappen, wat uiteindelijk leidt tot hun ondergang, aangezien
beide niet bestand zijn tegen bacteriën13.
De representatie van wetenschap in deze film, negatief als deze is,
toont ons de Martiaanse samenleving als een cultuur die in
lichamelijk en moreel verval is geraakt door technologische
ontwikkeling. Doordat de wezens te ver gingen in hun
wetenschappelijke ontwikkeling zijn ze te afhankelijk geworden van
techniek, en is hun weerstand tegen natuurlijke processen afgebroken.
Uiteindelijk schiet ook hun vertrouwen in wetenschap tekort als ze
ten onder gaan aan gewone microben. Hun verslaving aan technologie
heeft hen de das omgedaan.
De Martianen zijn het ultieme voorbeeld van het kwaad waartoe
wetenschappelijke ontwikkeling kan leiden: een immoreel ras dat
genocide niet schuwt voor haar eigen doeleinden. Met hun wapens
vormen ze een bedreiging voor de hele mensheid, met mogelijk een
uitzondering… Hoewel vermeld wordt dat mensen over de hele wereld
(de VS, Engeland, India, Zuid-Amerika) verslagen worden, wordt echter
niets gezegd over het lot van de Sovjet-Unie. Dit wekt argwaan op.
Men kan geneigd zijn parallellen te trekken tussen de Russen en de
wezens van Mars14.
Beiden worden geconnoteerd met de kleur rood, de Russen op ideologisch
gebied (de symbolische waarde van de kleur rood in de communistische
doctrine), de Martianen vanwege de kleur van hun thuis, de Rode
Planeet, alsmede hun eigen lichaamskleur in deze film. Bovendien zijn
de Martianen koel en emotieloos: eigenschappen die men in Amerika in
anticommunistische propaganda ook de Russen verweet.
Hoewel ook de menselijke wetenschappers in deze film hun kennis
benutten om wapens te bouwen, worden zij toch sympathieker
geportretteerd. Zij gebruiken logica en rationaliteit om situaties te
analyseren. De scientist hero, dr. Forrester (Gene Barry) komt
op het eerste gezicht emotieloos en star over, typisch voor
wetenschappelijke protagonisten van Lucanio’s klassieke tekst: hij
lacht zelden, en gedraagt zich koel en berekenend. Wat dat betreft
heeft hij wel wat weg van de indringers. Misschien impliceert de film
dat we onze eigen wetenschappers maar goed in de gaten moesten houden
voor we net zo ver gaan met technologische ontwikkeling als de
Martianen… Desondanks beschikt Forrester toch over enige charme en
liefde voor zijn vrouwelijke metgezel Silvia (Ann Robinson): hij
beschermt haar van de bedreiging van de wezens en troost haar als ze
bang is. In de film treffen we hem het eerst aan terwijl hij met zijn
collegae aan het vissen is. Door een dergelijke activiteit kan het
publiek zich toch met hem identificeren: hij is niet de vreugdeloze
wetenschapper die hij op het eerste gezicht lijkt, hij is niet
slechts bezig met onderzoek, maar weet de simpele geneugtes van het leven te
waarderen. Ook voor een square dance is hij niet bang. Maar
als de gelegenheid zich voordoet kruipt hij snel terug in zijn
wetenschappelijke schulp, als koele, leergierige onderzoeker, met
weinig vertoon van emotie.
De kans voor
analytisch wetenschappelijk onderzoek doet zich voor als tijdens de
square dance de stroom uitvalt, en bovenal alle technologie
(waaronder horloges) stopt te werken. Forrester begint meteen de
oorzaak rationeel te onderzoeken, en komt tot de conclusie dat er een
sterk magnetisch veld in de buurt is. In een korte expositiescène
legt hij de werking van magnetisme uit aan de omstanders, en tegelijk
aan het publiek: zo leert de toeschouwer ook nog wat (deze educatieve
vorm van expositie werd al genoemd in paragraaf 4.3).
Als blijkt dat de
Martianen geland zijn, wordt het leger erbij gehaald. In deze film
werkt de wetenschap nauw samen met het leger, waarbij wetenschap
dominant is. Het leger onderneemt niets zonder eerst naar
wetenschappelijk advies te luisteren. De wetenschappers, onder
leiding van Forrester, volgen de voortgang van de bestrijding van de
aliens, en geven de legerbonzen advies voor hun
tegenaanvallen. Helaas blijkt niets te werken: zelfs de atoombom, het
machtigste wapen dat menselijke wetenschap heeft voortgebracht, haalt
niets uit. Vervolgens is het aan Forrester en zijn collegae de taak
om via gedegen studie van de indringers een middel te vinden om ze te
verslaan. Na een confrontatie met de Martianen komt Forrester op de
proppen met bloedmonsters en een stuk technologie. Onmiddellijk
beginnen de wetenschappers deze aanwinsten te analyseren in de hoop
een middel te kunnen vinden om de vijand te verslaan. Ondanks hun
eerdere tegenslagen, die erop wijzen dat wetenschappelijke analyse
niet het middel is om deze strijd te winnen, koesteren de
wetenschappers hoop dat ze nog betere, destructievere wapens kunnen
ontwikkelen.
Helaas ziet de
man-in-de-straat dit anders. Als blijkt dat de atoombom, toch het
ultieme wapen van de mensheid, niets uitgehaald heeft breekt er
paniek uit. Chaos en plundering zijn het gevolg. Als de
wetenschappers de stad willen verlaten, worden ze door de bange massa
onder de voet gelopen. Hun spullen worden vernietigd en zijzelf
worden hardhandig aan de kant geduwd. Forrester probeert de massa uit
te leggen wie ze zijn en wat ze voor de mensheid kunnen betekenen,
maar hij wordt neergeslagen. De mensen hebben geen oren voor
wetenschappelijk gebrabbel en hebben hun vertrouwen in de wetenschap
verloren. Zo geeft The War of the Worlds een vrij fatalistische kijk
op wetenschap: als het erop aan komt staat de wetenschap machteloos,
en verliest de mensheid zijn vertrouwen in wetenschappelijke
capaciteiten. Wetenschap kan de mens niet redden van de ondergang:
slechts een wonder kan dit nog.
En in deze film
vind het wonder plaats. Terwijl Forrester en Silvia (een diepgelovige
vrouw) schuilen in een kerk en bidden, gaat het mis met de aliens.
Op het moment dat de wetenschapper inziet dat wetenschap heeft
gefaald en hij bidt tot een hogere macht voor redding, komt er een
eind aan de verwoesting15.
Forrester’s bekering, symbolisch voor de zuiver analytisch geest doen inzien dat er meer is dan zijn ogen kunnen zien of wetenschap
hem kan vertellen, luidt zo de redding van de mensheid in. De
Martianen hebben geen weerstand voor Aardse microben en gaan ten
onder. Hun technologie faalt: net als in het geval van de mensen
blijkt hun vertrouwen in hun eigen wetenschap misplaatst. Het had ze
de overwinning moeten geven, maar het bracht ze naar hun dood. De
parallel met menselijke technologie, die ook faalt in het beschermen
van haar scheppers, is duidelijk. In tegenstelling tot de goddeloze
Martianen leert de mensheid op tijd dat er niet teveel vertrouwen in
wetenschappelijke vooruitgang gestoken moet worden. De natuur – of
God, in ieder geval een hogere macht – is nog steeds heer en
meester. Niemand kan zich aan haar wil onttrekken, ongeacht hun
wetenschappelijk peil.
Dit einde is
atypisch voor het alien invasion subgenre. In de meeste andere
films wist de wetenschap zich wel als redder van de mensheid te
profileren. Op alle andere vlakken (scientist hero, verbond
tussen leger en wetenschappers, analyseren van de indringers) is The
War of the Worlds echter wel een typische alien invasion film.
1
Biskind 1983: 120-121
2
Jancovich 1996: 30
3
Lucanio 1987: 56
4
Biskind 1983: 102
5
Sobchack, Vivian Carol. The limits of
infinity: the American science fiction film 1950-75.
New Jersey: A.S. Burnes and Co. Inc., 1980: p. 121
6
Biskind 1983: 102
7
Lucanio 1987: 25-44
8
Jancovich 1996: 26
9
Noonan 2003: 65
10
Biskind 1983: 154
13
Jancovich 1996: 55-56
14
Brosnan 1978: 92
15
Jancovich 1996: 56
maandag 16 april 2012
Captain America: The First Avenger
Rating:
****/*****, or 8/10
The last
of the single Avengers films, though ironically the 'Living
Legend' is the oldest Marvel comic book character of the bunch.
Applying a delicious comic-y retro visual style to the Second World
War and the introduction of the super soldier, the adventures of the
'First Avenger' resemble their drawn counterparts the most, making
for a very fun action film. Eager to sign up with the armed forces
during WW II, brave but physically feeble Steve Rogers (Chris Evans,
who previously played another Marvel character, the Human Torch, in
Fox's Fantastic Four) continues to be rejected for service.
However, his strength of will and general boldness eventually make
him a good candidate for a secret super soldier project, which turns
him into an almost superhuman character, physical and sensory
abilities all functioning at peak efficiency. Dubbed Captain America,
Steve is initially used only for propaganda performances, but after
pulling off a heroic rescue mission deemed near suicide, allied
command realizes he's of most use at the front lines, where he soon
gets on the radar of the Red Skull (another great villain on Hugo
Weaving's resumé), the leader
of a covert Nazi organization called Hydra, which dabbles both in the
scientific and the supernatural. Meanwhile, Steve also has a hard
time finding time for romance with feisty army dame Peggy Carter
(Hayley Atwell). If you overlook the blatantly patriotic American
overtones and you don't mind the fact Captain America's battles look
nothing like the actual WW II due to their use of near steam punk
levels of science (partially courtesy of the Thor influence,
continuing to successfully set up a larger, shared Marvel cinematic
universe) and the presence of the somewhat silly, overly politically
correct, ethnically diverse Howling Commandos (Wah-Hooo!), you're in
for one awesome rollercoaster of a semi-superhero action flick. Plus
impressive visual effects, including making a tall, muscular man look
short and skinny (yes, those were actually Chris Evans' real muscles,
but he never looked like that whimpy little guy).
Starring:
Chris Evans, Hugo Weaving, Hayley Atwell
Directed
by Joe Johnston
USA:
Paramount Pictures, 2011
maandag 2 april 2012
Borat: Cultural Learnings of America for Make Benefit Glorious Nation of Kazakhstan
Rating:
****/*****, or 8/10
Hilarious,
subversive and playful comedy about a journalist from Kazakhstan,
Borat Sagdiyev (undoubtedly Sacha Baron Cohen's most memorable
character), who is sent by his government to the 'U, S and A' to make
a report on life in its various aspects in the greatest country of
the world, together with his short tempered and less than
enthusiastic producer Azamat. On a trip across the country,
traveling from one great sketch to another, Borat falls in love
with Pamela Anderson (after seeing her only once on TV) and aims to
track her down and marry her the Kazakh way, whether she likes to or
not. Though the scenes in Borat's village in Kazakhstan are quite
obviously staged (to great comedic effect), since such a
wonderfully silly place just can't exist anywhere, the question
remains just how much of the American part of the film is for real,
as Borat interviews many different average Americans and manages to get great
reactions out of his subjects, most feeling very natural and many of
them quite disturbing, but all of them the object of very funny, often
completely politically incorrect gags involving every conceivable
minority out there (Jews, gypsies, coloured people, women,
homosexuals, prostitutes, etc.): if Cohen didn't happen to be Jewish
himself, it's likely he wouldn't have gotten away with the stunts he
pulls here, though after the success of this film (both in terms of reception and box office) he got into many a lawsuit for his outrageous behavior
regardless. The funniest scenes of this film include the 'Running of
the Jew' event in Borat's home town, Borat singing the Kazakhstan
national anthem on the melody of the American national anthem at a
rodeo in front of hundreds of conservative flag waving American
citizens, and a fight between Borat and Azamat in the nude in a hotel
that goes on for much longer than is comfortable to anyone. Cohen
would repeat the formula verbatim in 2009 with the much less
impressive and fairly predictable Brüno.
Starring:
Sacha Baron Cohen, Ken Davitian, Luenell
Directed
by Larry Charles
USA: Four
By Two Production, 2006
woensdag 1 februari 2012
Amistad
Rating ***/*****, or 7/10
Spielberg's
testimonial against the nineteenth-century African slavery industry. On the slaver
vessel La Amistad in 1839, a group of slaves revolted, after which
the ship was steered towards the USA, where a lengthy string of
courtroom sessions controlled the mutineers' fate. Spielberg
unfortunately lets the courtroom scenes dominate the film too much,
which makes for a rather static and lengthy view that often fails to
compel its audience, but the flashback scenes that illustrate the
deplorable suffering of Africans aboard slaver ships fully
underscores the horrors they underwent and the issues at stake for
the Amistad slaves, and feels like a fist punch in the face of
viewers who might otherwise have fallen asleep. The various parties
involved, including the Southern and Northern American states, the
British Navy and the Spanish royalty provide for an historically
intriguing but narratively chaotic overall plot line. Spielberg made
this film with the best intentions, but it's obviously not as much
his cup of tea as the Second World War or the Holocaust proved to be.
The movie does include some powerful performances though, both by
veteran actors the likes of Anthony Hopkins and Morgan Freeman, as
well as relative newcomers Matthew McConaughey and Djimon Hounsou.
Starring:
Morgan Freeman, Djimon Hounsou, Anthony Hopkins
Directed
by Steven Spielberg
USA:
Dreamworks SKG, 1997
American Psycho
Rating ****/*****, or 7/10
Disturbing
slasher film, based on the novel by Brett Easton Ellis, regarding
upperclass Wall Street yuppie Patrick Bateman (Christian Bale in one
of his most memorable roles) who spends his off-time murdering
people. In a hallucinatory thrill ride through banking executives'
offices and dark, prostitute filled alleyways alike, director Mary
Harron portrays Bateman as a totally amoral character, incapable of
any regard for human life, but obsessed with superficial details like
the quality of gold lined business cards. Bateman eventually gets
absorbed deeper and deeper into his depraved fantasies, but can
continue playing them out because of the justice system's total lack
of interest, underlining the notion that in New York's financial
district, life means nothing compared to money and apathy has
conquered empathy completely.
Starring:
Christian Bale, Justin Theroux, Jared Leto
Directed
by Mary Harron
USA:
Lions Gate Films, 2000
American History X
Rating
****/*****, or 8/10
Unsettling
and disturbing portrait of an ex neo-nazi (Edward Norton in a
powerful role) who, after seeing the error of his ways when sentenced
to prison, desperately tries to keep his younger brother (Edward
Furlong), who worships him and his former convictions, from going
down the same destructive path. The story being told about how lower
class youths are being corrupted by neo-nazi ideals and the dramatic
effects this has on their own family and any neighbours belonging to
an ethnic minority is displayed in an extremely gripping narrative
which includes downright shocking scenes of violence, most notably a
very suggestive sidewalk murder and a grizzly shower rape, which make
the movie hit you hard but also certainly succeeds in relaying its
anti-radicalisation message. Fantastic debut by Tony Kaye, who since
has fallen into almost total obscurity.
Starring:
Edward Norton, Edward Furlong, Avery Brooks
Directed
by Tony Kaye
USA: New
Line Cinema, 1998
Abonneren op:
Posts (Atom)


















