Posts tonen met het label america. Alle posts tonen
Posts tonen met het label america. Alle posts tonen

zaterdag 11 februari 2017

Today's Review: Paterson




"Ik maak liever een film over een man die zijn hond uitlaat dan over de keizer van China", sprak indie-regisseur Jim Jarmusch ooit. Met Paterson heeft hij nu woord gehouden. De nieuwste film van de minimalistische regisseur moet het inderdaad niet van markante, kleurrijke personen hebben, maar juist van de alledaagse realiteit die de meesten van ons ondergaan. De herkenbare werkelijkheid van normale mensen die een dagelijkse routine leven en daar voldoening in vinden. Jarmusch zou Jarmusch niet zijn als hij daar geen poëzie in zag. Paterson is het eerbetoon aan de doorsneemens, een welkome afwisseling van al die films over bijzondere individuen die we gewend zijn.

Die man die in Paterson elke avond de hond uitlaat, draagt dezelfde naam als de film en woont bovendien in de gelijknamige stad in New Jersey. Jarmusch volgt hem gedurende één week van zijn leven. De week begint op maandag, als hij 's ochtends opstaat, ontbijt en naar zijn werk gaat. Als buschauffeur vervoert hij normale mensen die over ordinaire dingen praten. Tussendoor wijdt hij zich aan zijn hobby, de dichtkunst. 's Avonds keert Paterson huiswaarts richting zijn ondernemende vriendin, die in tegenstelling tot hem diverse toekomstplannen koestert. Na het avondmaal gaat hij op stap met de hond en bezoekt hij de plaatselijke bar waar hij zich laaft aan één biertje, alvorens weer vroeg naar bed te gaan. Zie daar een dag uit Patersons leven, die Jarmusch aan aantal keer herhaalt, met slechts minieme variaties op de sleur van alledag. Saai? Feitelijk wel, maar om die saaiheid terug te zien op het witte doek is verfrissend, zeker als het ook nog weet te boeien.


Die fascinatie is hoofdzakelijk de verdienste van de hoofdrolspelers. Adam Driver mag dan recentelijk nog de rol van een grote schurk in de laatste Star Wars hebben vertolkt, hier is hij een doodgewoon mens met alledaagse beslommeringen, net als zijn publiek. Driver weet ons prima mee te sleuren in Patersons doen en laten door hem van een puike balans tussen burgerfatsoen, brave speelsheid en sympathie te voorzien. Er gebeurt weinig in zijn leven, maar daar zit hij ook helemaal niet op te wachten. Hij is gelukkig met zijn simpele bestaan. Daar tegenover plaatst Jarmusch zijn energieke vriendin Laura, die elke dag wel een nieuw plan bedenkt om haar stempel op de wereld te drukken. De ene dag wil ze een beroemde gitariste worden, de andere een gevierd kunstenares. Tegelijkertijd tracht ze Paterson, tegen diens zin in, te stimuleren zijn gedichten te publiceren, ook al schrijft hij ze puur voor zijn eigen vermaak. De Iraanse Golshifteh Farahani geeft Driver effectief tegengas in de rol van zijn kwieke wederhelft en de chemie tussen beiden zindert van de herkenbaarheid.

Van veel vaart of spanning moet Paterson het dus niet hebben. En daar is het Jarmusch nou precies om te doen. Er zijn immers al talloze films waarin zoveel gebeurt dat het mensen nodeloos opjaagt. Met Paterson bewerkstelligt hij juist het tegenovergestelde: fascinatie voor de dagelijks terugkerende nietszeggendheid die het leven van de meeste mensen typeert. En daardoor erkennen we dat de routine die Paterson zo dierbaar is (alsmede die van onszelf) eigenlijk voortdurend onder vuur ligt. Als Laura zijn sleur poogt te doorbreken door een experimenteel gerecht op te dienen, is hij zichtbaar onthutst. Een herkenbare situatie, maar vergelijkbaar met een plottwist in een thriller. En zo gaat het door. Dinsdag wordt Paterson op straat aangesproken door ongure sujetten. Woensdag wordt hij in de bar geconfronteerd door een verward persoon met een neppistool. Op vrijdag begeeft zijn bus het. En het dieptepunt van de week vormt uiteraard de emotionele climax van de film. Al heeft het hier geen grootscheepse consequenties, het dagelijkse leven is allerminst saai, maar doorspekt van kleine afwijkingen en toevalligheden die in de handen van Jarmusch tot een beklijvend geheel worden gedicht.

Want dichten, dat is wat Jarmusch voor ogen heeft met Paterson. Zoals de hoofdpersoon poëzie schrijft over alledaagse dingen als lucifers of regen, zo rijmt Jarmusch die dagelijkse gang van zaken aaneen tot een cinematische lofzang op de banaliteit van het bestaan. Daarbij bedient hij zich van de voor hem gebruikelijke minimalistische toon, met een rustige camera, zonder aandachttrekkerige of opzwepende stijlmiddelen. Samen met de gevatte dialogen, de dromerige montage en de schilderachtige weergave van de stad uit de titel - oud en vervallen, maar toch bruisend en vol karakter - levert dat een gedicht in beeldvorm op, een hommage aan al die mensen die simpelweg hun leven leven, maar zo zelden in films worden geportretteerd omdat er niets over ze te vertellen zou zijn. Met Paterson bewijst Jarmusch dat ook normale levens interessante films kunnen opleveren. Die Chinese keizers en vergelijkbare grootse figuren krijgen immers al genoeg aandacht op het witte doek.

zondag 4 december 2016

Today's Review: A Quiet Passion




Dat de Britse regisseur Terence Davies het leven van de Amerikaanse dichteres Emily Dickinson naar het witte doek vertaalde, zal geen toeval zijn. Dickinson is buiten Amerika vrij onbekend, ondanks haar nalatenschap van bijna tweeduizend gedichten. De poëte genoot tijdens haar eigen leven in de negentiende eeuw weinig erkenning voor haar werk. Van Davies kan hetzelfde gezegd worden, want hoewel zijn films altijd goed ontvangen zijn door de critici, is de omvang van zijn oeuvre bescheiden en is ook hij niet erg bekend bij het publiek. Davies geeft Dickinson alsnog een stem in het bescheiden kostuumdrama A Quiet Passion, en daarmee ook zichzelf.

Dat Dickinson (1830-1886) amper aandacht kreeg, is niet verwonderlijk, aangezien ze het grootste deel van haar leven in haar ouderlijk huis doorbracht en niet vaak onder de mensen kwam. Die beperkingen vloeiden voort uit het patriarchale, diepgelovige milieu dat haar voortbracht. Het was een verstikkende omgeving voor een rebelse, onafhankelijke dame als zijzelf, die vooral haar eigen meester wou zijn, en niet haar hele leven de wil van haar vader of echtgenoot wou volgen. Ze trouwde dan ook nooit. Ze gaf veel om haar familie en wilde niet riskeren weggetroond te worden door een man. Dit in tegenstelling tot haar vriendinnen, die ze langzaamaan uit het oog verloor vanwege zulke huwelijkse verplichtingen. Haar gedichten waren voor haar een vorm van ontsnapping uit deze mannenwereld, waarin de wens van de vrouw simpelweg nooit ter sprake kwam. Dat haar werk doorspekt was met aanklachten tegen religie en de gangbare rollenpatronen, moge duidelijk zijn.

Davies zal in Dickinson een zielsverwant herkend hebben. Zoals de dichteres slechts met de grootste moeite enkele stukken gepubliceerd kreeg - en dan ook nog in aangepaste vorm, tot haar grote woede - zo ziet ook de regisseur zich te vaak geconfronteerd met problemen rond de financiering van zijn films. Bovendien zag hij zijn moeder wegkwijnen in een huwelijk met een gewelddadige echtgenoot, een lot dat Dickinson wist te voorkomen, ook al leverde haar dat juist een leven vol eenzaamheid op. Het was een harde keuze, die veel van haar seksegenoten echter nooit kregen. Als haar schoonzus haar zegt te benijden vanwege haar schijnbare vrijheid, is dat gevoel van Dickinsons kant geheel wederzijds, want die vrijheid gaat ten koste van een gewoon leven. Toch schrijft Dickinson onverdroten voort, want het is letterlijk de enige passie die ze ooit zal kennen.


Het is ironisch dat juist Cynthia Nixon gecast werd in de rol van de alleenstaande schrijfster. Nixon is vooral bekend vanwege haar rol in Sex and the City, waarin haar personage zo'n beetje alles was wat Dickinson niet was. Davies waarschuwde Nixon vooraf dat hij een hekel had aan alles waar haar doorbraakrol voor stond, maar desondanks bleek haar casting een schot in de roos. Nixon speelt Dickinson gepast introvert, als een stille vrouw wier opstand tegen het systeem slechts tot uiting komt in haar werk. De enige stem die ze heeft en die er uiteindelijk toe doet, zit verscholen in haar poëzie. Dat weerhoudt haar er niet van om haar naasten toch stevig van repliek te dienen als de discussie over haar plaats in het leven weer oplaait. Want ze cijfert zichzelf niet weg, in tegenstelling tot haar moeder die slaafs haar man volgt. Dickinsons weigering om te trouwen en haar overgave aan haar dichtkunst vormen een persoonlijke overwinning, het doorbreken van het haar opgelegde leven. Om nog maar te zwijgen van haar weigering deel te nemen aan het heersende streng religieuze leven, in die tijd een flink schandaal. Nixon vat de persoon Dickinson en haar stille daden van feministisch verzet uitstekend en laat zo het stigma dat Sex and the City bij haar achterliet geslaagd vallen.

Het neemt niet weg dat A Quiet Passion toch de indruk van een wat stoffig kostuumdrama achterlaat. Gezien het leven dat Dickinson leidde is het niet vreemd dat de film zich hoofdzakelijk binnenshuis in donkere kamertjes afspeelt. Muziek is grotendeels afwezig, de cameravoering blijft verstild. Deze beperkte, theatrale opzet doet weliswaar recht aan Dickinsons leven, maar maakt de beleving toch wat flets. Op den duur kabbelt de film teveel voort richting melodrama, als Dickinsons moeder in een snikfestijn overlijdt, haar broer overspel pleegt met een jongere vrouw en zijzelf langzaamaan bezwijkt aan een pijnlijke nierziekte. De gevatte dialogen tussen de jongere Dickinson en haar scherp van de tongriem gesneden vriendinnen die de eerste helft van de film kenmerken, worden tegen die tijd node gemist. Die scherpzinnigheid blijft echter levend in haar gedichten die tussen de aktes door voorgedragen worden. Want ook al kabbelt Dickinsons tegendraadse leven langzaam voort naar een schijnbaar roemloos einde in dit rustige cinematische toneelstuk, onder het oppervlak van zowel de vrouw als de film bruist het van de rebelse, levenslustige energie.

vrijdag 11 april 2014

Today's Review: Captain America: The Winter Soldier




Captain America: The Winter Soldier: ****/*****, or 8/10

For those of you who were wondering when Marvel would finally more aptly acknowledge its roots in our contemporary world politics, a hallmark that sets it apart from the likes of its rival DC (which instead has its adventures take place in an uncomfortable alternate Earth that is suspiciously similar to our own, but sticks to utilizing fictional cities and such), this second Captain America finally does just that, offering a fairly serious social commentary about the status of that wonderful thing called 'freedom' in modern (American) society. Without sacrificing the quality mix of catchy humour and solid action that characterizes all of the Marvel Studios movies thus far, Captain America: The Winter Soldier proves there is room for contextual exploration of the modern zeitgeist on the big screen as much as there is on the pages of its comic books. Forget Iron Man battling terrorists in Afghanistan, there's much deeper threats to be found on the homefront, as Cap is about to discover.

Of course the first thing this second Cap movie needs to do is re-establish the Star Spangled Avenger as a man out of time, providing much needed character exposition that was lacking in his second appearance in The Avengers, since that film's alien invasion plot and abundance of characters didn't allow much time for such additional subplots. His beloved homeland has changed much since he went missing in the Fourties and poor Steve Rogers (Chris Evans) ponders if he still fits in these more cynical times. Everyone he knew is dead or dying, as illustrated by a heartbreaking scene where he visits his former love Peggy, who has become a bedridden, frail old woman suffering from degenerative diseases. Equally deteriorating seem to be his cherished notions on freedom. Civil liberties have been sacrificed for the greater good to ensure national security and his employer, the supposedly worldwide peacekeeping organisation known as S.H.I.E.L.D., is keeping far too close an eye on everybody's private affairs to his taste. Comparisons to the N.S.A.'s shenanigans are easily drawn, but in the tradition of the great spy thrillers of the Seventies (from which this movie takes its fair share of notes thematically and stylistically), Captain America: The Winter Soldier suggests the people have slowly but surely traded in their freedom, conditioned by growing fear the government was sowing in their minds of losing it altogether. Naturally it's not wholly the fault of the executive power either – if you think Marvel joins the bandwagon of calling Obama a Great Satan, think again – as the movie identifies the good Captain's principal enemy to be at the heart of this shady matter. It turns out the former Nazi science department HYDRA has made the transition to the 21st Century much more smoothly than the Sentinel of Liberty himself, embedding itself firmly in S.H.I.E.L.D.'s upper echelons. And so Steve must find a way to root out America's hidden adversaries and end their collective mindcontrol dominating his country, all whilst on the run, as they have successfully accused him of treason.



Enter his sidekicks and assorted allies. His gruff chief, Nick Fury (Samuel L. Jackson), reluctantly starts asking questions when he tells Steve of a black ops project that involves launching three new Helicarriers, designed to patrol the world neutralizing threats in their infancy, which Cap finds a revolting concept. It quickly makes Fury a target for an apparently successful assassination, after which Cap teams up with the lethal agent Black Widow (Scarlett Johansson) to find out who killed his guardian. Evans and Johansson make quite an enjoyable pair with great rapport between them, both having served as agents of the same secret organization, but carrying different views of their job and its methods; a relic of a more innocent time, Cap dislikes Widow's end-justify-the-means approach to things that the Cold War, which he never experienced, has taught her, causing the necessary verbal fireworks between the two that both provide character development and witty dialogue galore thanks to their fine chemistry. Less compelling proves Cap's relationship with the new persona of Sam Wilson, an army veteran who, as a fellow former soldier, is more in line with his more black and white line of dutiful thinking. Since an ordinary human being, military background notwithstanding, would be too dull at his side in Cap's current endeavours, Wilson soon dons a pair of mechanical wings, convenient leftovers of a secret military project. Comic connoisseurs will remember Wilson's alter ego the Falcon well before the appearance of this apparatus, which only feels a forced addition to the movie's progression.

Equally contrived an inclusion to the plot could be called the movie's subtitular character, the Winter Soldier himself. Serving as the ultimate assassin, a cyborg killer whose mind is wiped after every assignment so as to keep his human tendencies from compromising his ruthless efficiency, this man with his metal arm harbours a dark past and personal connection with his new target. Considering his limited screen time, this relationship, which turns out to be crucial at the film's conclusion, is not given its due to ensure the desired emotional impact, and considering the number of loose ends left, feels largely as a set-up for a third movie. Considering how sparingly the character is seen on screen, you can't help but wonder why this movie actually carries the subtitle 'The Winter Soldier'. Nevertheless, the Winter Soldier proves quite a match for Cap in terms of kicking ass and makes for a formidable foe to behold. The same can be said for Robert Redford's Alexander Pierce, who fulfills a similar role except on a less physical level, serving as the movie's delightfully scheming evil mastermind: an apt choice, considering the various classic Seventies' political thrillers on his resumé.


In terms of visual spectacle and explosive action, The Winter Soldier effortlessly surpasses The First Avenger, trading in the predecessor's delightfully retro WW II style for a more intimidating modern look, with advanced technology to match. Drones and missiles are all part of the package to give this movie a contemporary, actual feel, but in typical Marvel fashion the movie tops this with even bigger guns and gadgets, the most exciting aspect the three giant gunships hovering above the American capitol as they threaten to hold the nation hostage, at its own behest via security over freedom. Spectacular aerial battles are the result, while the movie also contains its fair share of impressive hand-to-hand combat scenes, car chases and gun fights. Not to mention an ample dose of links to the larger Marvel Universe, evoking previously seen characters and surreptitiously introducing new ones. Rest assured, a Dr. Strange movie is a given now, while those who are eagerly looking forward to Avengers: Age of Ultron will get a vigorous nerdgasm out of the film's mid-credits scene. You have to give kudos to Marvel's continuous method of seemlessly creating a larger whole out of separate pieces, without harming the content proper in said standalone stories.

Captain America: The Winter Soldier is a sequel superior to its predecessor in every respect. It couples valid, well-timed social anxieties to a good political thriller plot, while never ignoring the fun that is to be expected from a Marvel flick. Granted, not all characters come across as intriguing or convincing as ought to have been the case, which is not exactly a new flaw to Marvel's movies either. This second Cap movie successfully introduces its protagonist to the new world he inhabits and the change in concept of the virtues he has always extolled, making this overly patriotic character much easier to digest and to identify with for non American audiences, while giving domestic spectators an added value in having their nation's superhero redefine their mores for them.





donderdag 3 april 2014

Today's Review: La Jaula de Oro



Here's another review I wrote for MS this week:

http://www.moviescene.nl/p/154754/la_jaula_de_oro_-_recensie

Quite a harrowing movie. And it began in a rather optimistic fashion, with positive teenagers hoping for a better life in the USA and following their dreams, leaving behind their extreme poverty and hopping on a train off into the great unknown through the beautiful jungle. An unknown that keeps being unraveled by revealing nothing but misery which keeps spiralling into ever more degenerative depths of despicable human behavior the closer the protagonists get to the border. What began as a roadmovie ends in a social horror picture. Director Diego Quemada-Díez has made a chilling drama movie that needs to be seen to fully understand the plight of Latin-American illegal immigrants. But he doesn't make it easy on his audience, nor should he if he is to respect his source material, the suffering immigrants themselves.

donderdag 24 oktober 2013

Today's Double News: Cap 2 coming soon


Posted two bits of news relating to the same movie on MovieScene yesterday and today:

http://www.moviescene.nl/p/151112/eerste_poster_captain_america_the_winter_soldier

http://www.moviescene.nl/p/151154/eerste_trailer_captain_america_the_winter_soldier_online

Looks pretty good, both poster and trailer. It clearly shows the writers understand the contemporary concept of 'defending freedom' isn't so simplistically black and white as most people (both now and in the Fourties) often consider it to be, especially in America where protecting liberty comes at the expense of liberty. Poor Cap is finally coming to terms with this revelation, something he didn't exactly have time for in The Avengers as he was too busy saving the planet from an alien invasion with his super buddies. But now he gets that much needed and anticipated reality check, which also forces him to find a new place for himself in American politics as the paragon of American virtue he has been shaped in. It's this aspect of Captain America, the analysis by American writers of what America stands for today relayed through this comic book character, that has always made him more interesting that most people would at first expect from a superhero who's dressed in a single nation's colours but is often shown to save the entire world, as if other nations couldn't do likewise. And hey, if you still don't like the Star-Spangled Avenger, there's still Black Widow (Scar-Jo!) to enjoy, as well as newcomer the Falcon (Anthony Mackie), who can still fly as in the comics, but apparently no longer communicates with birds (indeed, his real falcon sidekick seems to have been ixnayed, thus also saving some money on visual FX so more can be spend on crashing helicarriers). It seems he has upgraded to telepathic connections with humans instead (though this has not been overtly confirmed by the trailer). And last but not least, there's Samuel L. Jackson playing Nick Fury again, but apparently he's not as cheerful as before, and is turning a darker page of the character's history, keeping in line with his Ultimate Universe counterpart on whose likeness Mr. L. Jackson was based. Or was it the other way around? The villainous Crossbones also seems like a worthwhile addition to Marvel's current cinematic rogue gallery, but just what the deal is with that 'Winter Soldier' remains to be seen. Unless you're aware of his history from the comics, as I happen to be.

Cap 2 seems an intriguing step away from the more lightheartedly toned predecessor in favour of adding some much needed depth, both emotional and political, to the character. At the same time there appears to be a plethora of action scenes and ample room for a good joke here and there. If the film is as good as the trailer, 'winter soldier is coming' doesn't seem like that sinister a mantra. But hey, if Iron Man 3 is any indication, it may still turn out that the Winter Soldier isn't actually a scary bad guy at all, but just a silly actor hired by a much less appealing and narratively convoluted evil character we couldn't care less about who messes up our respect of the heroic protagonist, after which his girl friend needs to save the day in her underwear. Let's hope IM3 was just a one-shot screw-up for now.



vrijdag 29 maart 2013

Today's Missed Movie: The Master

I still have a short list of missed movies, which increasingly grows unless I soon finish it. Since I don't have the time to tackle all the remaining movies at once (there's like ten of them left at this moment), I might as well attempt to at least post one a day. Kinda like what I intended to do (in alphabetical order) with all the movies I have in my collection last year, something that didn't come to fruition. That idea is still just below the surface though, and I might pick it up again some day soon. For now, let's try and get rid of these dang 'missed movies'!




The Master: ****/*****, or 7/10.

Paul Thomas Anderson's latest exploration of American life and craziness. Using Scientology as a template (but careful enough never to make the link between that cult and the one portrayed in this film too explicit), PTA tells the story of a messed up WW III veteran named Freddie Quell (Joaquin Phoenix, with all the mannerisms of a madman) who cannot get a break in life, continuously getting into trouble (mostly booze related) with the law and basically everybody else around him. One day, while having crashed a boat party, he meets an enigmatic man, Lancaster Dodd (Philip Seymour Hoffman), a writer and philosopher who has started his own spiritual movement. Though the two men are fascinated by each other and Quell soon signs up with Dodd's 'Cause', he still has a hard time fitting in, despite Dodd's attempts to make a true disciple out of him. The second half of the film can best be described as an 'acting duel' between the two completely compelling and convincing main actors, both of which got Oscar nominated (but sadly lost) for their formidable acting extravaganza. Their remarkably strong performances carry the movie, which is also the problem since there's not that much else that grips your attention so firmly, the plot being somewhat jarring and convoluted at times, while the movie tends to drag on a bit longer than proves desirable. A masterpiece this is not (PTA already made his and it's called There Will Be Blood (2007)), despite impeccable cinematography and a fine job by Amy Adams as Dodd's militant wife (also nominated for an Academy Award, and again no win). Some people just cannot be saved since they are too far gone, PTA states: a truth that both goes for the totally crazed Quell as much as for Dodd's overly ardent, unquestioning followers that just refuse to see through the charisma and confidence of their leader who dupes them all with utterly ridiculous metaphysical theories and creepy mind games. This movie might very well explain parts of Tom Cruise's confusing behavior.

woensdag 9 mei 2012

It Came From Cold War America, Chapter 5: Alien invasion movies





Been busy a lot the last few days (partially thanks to Game of Thrones, which is somewhat addictive) , and I didn't get to see any movies to critique. There's also little interesting movie news worthy of commenting on, plus I'm still working on the archives. Therefore, I thought I might as well take the time to post another chapter of my paper It Came From Cold War America, for it's been a while since I last posted a piece of this work, and I do like to finish what I started. It's still in Dutch. Sorry. But hey, there's neat pictures of old movie monsters to make up for it!



Chapter 5: Alien invasion movies

Paragraaf 5.1: Definitie subgenre

Het alien invasion subgenre lijkt eenvoudig te definiëren. In een eerste genredefinitie draait het om een buitenaardse macht die naar de Aarde komt om haar te veroveren en haar inwoners te onderwerpen dan wel te vernietigen. In veel gevallen is dit correct, maar er zijn uitzonderingen die wel degelijk onder dit subgenre geschaard moeten worden. Niet alle aliens hebben boze bedoelingen. Integendeel, er zijn er bij die het beste met ons voor hebben, en ons willen waarschuwen voor onszelf en onze vernietigingsdrang. Naar deze aliens wordt zelden geluisterd: de mensen – of beter gezegd Amerika, aangezien de aliens altijd hier belanden – reageren met dezelfde argwaan en haat waarmee zij elkaar (andersdenkenden, non-conformisten) bezien, waarop de consequenties hun eigen schuld zijn. Wat dat betreft is dit subgenre reflexief: het stelt zowel vragen over de manier waarop met outsiders wordt omgegaan als over ons eigen gedrag. Deze uitzonderlijke films zijn left-wing (zie hoofdstuk 3), en proberen het publiek te overtuigen dat de paranoia in deze periode niet terecht was, in tegenstelling tot de meer conventionele right-wing films van dit subgenre, waarin de mensheid de totale vernietiging door de hand van de indringers boven het hoofd hangt1.
Een treffend voorbeeld van left-wing sciencefiction is The Day the Earth Stood Still -sounds familiar, eh? -  waarin een alien de mens komt waarschuwen voor zijn paranoia en strijd met andere naties, die een bedreiging vormen voor de intergalactische vrede: vervolgens wordt hij neergeschoten, opgejaagd en gedood, aangezien men zo bang is voor de mogelijkheid dat deze ene alien negatieve bedoelingen koestert dat men het risico liever niet neemt. Voor hij sterft stelt hij de mensheid een terecht ultimatum: leer in vrede te leven, of de Aarde wordt vernietigd teneinde de bedreiging die zij vormt voor andere planeten op te heffen (dus toch een soort van invasie). Een harde boodschap, maar geenszins onbegrijpelijk na de menselijke reacties die hij moest ondergaan.
Uitzonderingen daargelaten, de meeste aliens in de films uit dit subgenre hebben wel degelijk het slechtste met de mensheid voor. De Aarde moet hun planeet worden, en de mensen moeten verdwijnen of onderwerpen worden. In zo’n geval kan terecht van invasie gesproken worden. Niet alle aliens rukken echter uit met groot materieel. In sommige gevallen is het zelfs de vraag of er wel sprake is van een invasie. Wat te denken van het monster in The Blob? Dit “wezen” komt naar de Aarde en groeit door mensen te verslinden. Het is geen denkend creatuur, en misschien niet eens een levensvorm: het groeit domweg ten koste van andere levensvormen.
Ongeacht zulke uitzonderingen reken ik elke film uit de periode 1950-1959 die gaat over aliens die naar de Aarde komen, met welke bedoelingen dan ook, onder het alien invasion genre. Mijn voornaamste blik is gericht op de wetenschap in het subgenre, niet op een precieze afbakening van het subgenre, als dit zelfs al mogelijk is. In ieder geval hoop ik wel duidelijk gemaakt te hebben dat de term 'invasion’ niet te letterlijk genomen moet worden, maar dat het enige flexibiliteit vereist.
Dit subgenre is een product van de vijftiger jaren - in de filmindustrie althans, in sciencefictionliteratuur bestond het al langer2 - en had zodoende weinig tijd om haar specifieke genreconventies te construeren. Door een effectieve herhaling van semantische kenmerken als ruimteschepen (voornamelijk schijfvormig), aliens en een hoog aantal special effects maakte het zich echter herkenbaar als apart subgenre3. Bovendien werd het een boegbeeld van het sciencefictiongenre als geheel. Desondanks heeft dit subgenre een sterke band met het horrorgenre. Het verschil met dit genre zit hem in de schaal: dikwijls vallen de aliens de mensheid aan en zaaien zij dood en verderf op een schaal die ongeëvenaard is in horrorfilms (althans in deze periode)4. Voorts, waar de monsters in horrorfilms geassocieerd worden met bovennatuurlijke kenmerken, worden de aliens doorgaans geassocieerd met hun technologie: hun kracht schuilt in hun wetenschappelijke peil, een niveau waar menselijke wetenschap schril bij afsteekt. Desondanks worden ze meestal koud en emotieloos neergezet, als typisch on-menselijk. Sobchack duidt dit als de reden dat ze meestal in kleine typische Amerikaanse dorpjes of andere identificeerbare settings landen, waar hun afwijking van de Amerikaanse norm het best tot uiting komt, en blijkt hoe sterk ze de huiselijke stabiliteit kunnen verwoesten5 (zoals in Invasion of the Body Snatchers sterk het geval is).



De meeste films in dit genre waarin de aliens de boosdoeners zijn volgen een strakke narratieve formule. De protagonist is een aantrekkelijke man, vaak een wetenschapper, die als eerste met de indringers geconfronteerd wordt. Hoewel hij aanvankelijk niet geloofd word door de gemeenschap, maakt dit ongeloof al snel plaats voor angst als de indringer zich laat gelden. Vervolgens moet de samenleving als eenheid terugslaan (communal solidarity)6, geleid door een verbond van wetenschappers en militairen, die uiteindelijk de indringers met succes weten terug te drijven of te vernietigen. Lucanio noemt deze formule de klassieke tekst7. Als voorbeelden voor deze formule kunnen Earth vs.the Flying Saucers, Invaders From Mars en The War of the Worlds genoemd worden. Uitzonderingen op deze formule zijn aan te treffen, maar in de minderheid. Dit komt voornamelijk door het feit dat deze formule in de eerste helft van de jaren vijftig een succes was waarvan de studiobazen verzekerd wilden blijven. Hierdoor werd de formule in korte tijd uitgemolken.

Paragraaf 5.2: Wetenschap in alien invasion movies

Wetenschap uit zich in het alien invasion genre op twee fronten. Het eerste is de menselijke wetenschap, het tweede de buitenaardse wetenschap. Beide vormen van wetenschap staan symbool voor opvattingen over wetenschap die in de jaren vijftig aanwezig waren. Ze zijn echter niet uitsluitend te typeren als ‘menselijke wetenschap is goed’ en ‘buitenaardse wetenschap is fout’. Het ligt gecompliceerder dan dat. Dikwijls speelt er een wisselwerking tussen beide vormen. Hier speelt weer de vraag welke intenties de aliens koesteren.
Als de aliens zuiver uit zijn op het veroveren van de Aarde, is de menselijke wetenschap doorgaans een positieve factor, die de mensen ondersteunt in hun strijd tegen de indringers. In films waar sprake is van een grootschalige invasie, gaat wetenschap een nauwe coalitie aan met het militaire apparaat, als teken van sociale eenheid. In deze symbiotische relatie is wetenschap de dominante factor: haar bedachtzame en nauwkeurige analyses van de indringers beslissen welke acties ondernomen dienen te worden. Hoewel de eerste reactie van de legerbonzen inhoudt alle denkbare wapens - het liefst atoombommen - tegen de indringers in te zetten, geven wetenschappelijke besluiten de doorslag. Pas als alle andere mogelijkheden gefaald hebben, geeft de wetenschap weifelend haar goedkeuring aan het gebruik van atoomwapens. Deze hebben echter nooit effect. Hierop is het aan de wetenschappers, doorgaans de protagonisten, om een laatste redmiddel te produceren: meestal slagen zij hierin, een zeldzame uitzondering als The War of the Worlds daargelaten (zie casestudy 1).
In films die invasies kleinschaliger aanpakken is het echter niet noodzakelijk dat de wetenschappers per definitie aan de kant van de mensheid staan. In het hele genre door spreken de wetenschappers hun bewondering voor de technologische capaciteiten van de aliens uit, welke ver boven die van de mensheid staan, ongeacht de verwoesting die zij aanrichten8. In enkele gevallen, vooral in de meer right-wing films van het genre, mondt die bewondering uit in ondermijnend gedrag, waarbij wetenschappers de alien een hand boven het hoofd houden om hem te bestuderen en kennis op te doen. Dit resulteert in verlies van levens en een vergroting van het gevaar dat de aliens voor de samenleving vormen. Hier is opnieuw The Thing from Another World een treffend voorbeeld, maar ook in Earth vs. the Flying Saucers en zelfs de left-wing The Day the Earth Stood Still bewonderen wetenschappers de aliens, hoewel het bij de laatste niet tot rampspoed leidt.
De indringers zijn meestal afhankelijk van hun technologie en gaan er een symbiose mee aan. Hierdoor worden zij koud en gevoelloos, net als de technologie zelf. Noonan beschrijft ze als ‘superior to the people of Earth in mental abilities and scientific know-how, but deficient in the essential humanity that defines the human race9. Deze aliens hebben geen ethiek en kennen geen schroom over de verschrikkingen die zij veroorzaken met hun technische vaardigheden. Hierin verschillen zij van de mensen die hun technologie wel degelijk met moreel besef gebruiken, en in het geval van atoombommen zelfs met wroeging. Zo worden ze duidelijk tegenover de mensen geplaatst, als inhumane wezens die geen moraliteit hebben en ons komen vernietigen, waardoor het publiek zich meer identificeert met de mensen en hoopt dat de indringers verliezen (wat meestal ook gebeurt).



Tegenover de vernietigende indringers staan echter de welwillende wezens die het beste met de mensheid voor hebben. In deze left-wing films staat wetenschap vaak lijnrecht tegenover het leger, in tegenstelling tot de bovenstaande variatie op het genre. Het leger wordt hier meestal neergezet als een autoritair samenraapsel van ijzervreters die voor alle zekerheid de aliens eerder willen doden dan naar ze te luisteren. Hier tegenover staan de wetenschappers die wel oor hebben voor hun boodschap, hetzij omdat de belofte van vrede ze aanspreekt, hetzij omdat ze onder de indruk zijn van de technologie van de aliens. Wetenschap en de intellectuele elite worden hier beschouwd als het verstand van de mensheid, een bron van rationaliteit, die de boodschap van een glorieuze vreedzame toekomst omarmt10. Het sterkste voorbeeld is The Day the Earth Stood Still, maar ook in Red Planet Mars en It Came From Outer Space speelt dit thema, alsmede in Invasion of the Body Snatchers (waar de boodschap juist als iets negatiefs wordt gezien).
De acties van het intolerante leger dwingen de welwillende aliens vaak hun boodschap met een demonstratie van hun kunnen kracht bij te zetten. Deze aliens verachten geweld, maar schuwen het niet in noodgevallen, en hebben wel degelijk de technologische kennis om op grote schaal vernietiging aan te kunnen richten. Verder dan dreigementen komen ze niet, omdat de wetenschappers en hun mores hen doen inzien dat de mensheid wel degelijk potentieel heeft, en dus een tweede kans verdient. Hierop verlaten ze de Aarde om de mensheid tijd te geven na te denken over hun boodschap. In zoverre is wetenschap ook in deze variant van het subgenre de redder van de mensheid.

Casestudy 1: The War of the Worlds

The War of the Worlds is haast prototypisch te noemen wat betreft narratie, en voldoet aan de meeste factoren die Lucanio stelt in de klassieke tekst. Bovendien vervult het alles wat men bij de term alien invasion film verwacht. Globaal gezegd draait het om een invasie op Aarde door Marsbewoners die de planeet voor zichzelf willen hebben en daarvoor de mensheid trachten uit te roeien. De mensheid probeert daarop terug te slaan, waarbij wetenschap en het leger de handen ineen slaan. Onder leiding van een scientist hero wordt de vijand bestudeerd en bestreden. Opmerkelijk is dat dit in deze film tevergeefs is, aangezien geen enkele menselijke uitvinding de indringers kan weerstaan, in tegenstelling tot in de meeste andere alien invasion films waar dit wel lukt (Invaders from Mars, Earth vs. The Flying Saucers, etc.). Slechts door blootstelling aan Aardse bacteriën, in deze film beschreven als ‘the littlest things which God in His wisdom had put upon this Earth’11, gaan de aliens ten onder. In dit geval wordt de mensheid gered door goddelijk/natuurlijk ingrijpen, en niet door wetenschap.



Wetenschap komt er in deze film niet al te best vanaf. Het voldoet niet aan de verwachtingen die men er van heeft, aangezien het tot niets leidt in het gevecht met de aliens. De mensheid vertrouwt op de wetenschap om wapens te maken waarmee de indringers doeltreffend bestreden kunnen worden, maar geen enkel wapen blijkt enig effect te hebben. Zo faalt het bondgenootschap tussen leger en wetenschap in hun taak de mensheid te beschermen en de aliens terug te drijven. Wetenschap is voornamelijk goed voor verwoesting: alle mogelijke wapens worden ingezet tegen de Martianen, maar niets helpt. Zelfs de atoombommen berokkenen meer schade aan de mensen zelf dan aan de vijand. Ondertussen gaat de wereld kapot aan het gebruik van wapens: steden liggen in puin, en de mensen vluchten door kale, geschroeide landschappen. In de opening van de film wordt deze gedachte ondersteund: we zien een reeks beelden gemonteerd als een evolutie van wapens, steeds krachtiger (beginnend bij simpele tanks en mitrailleurs, uiteindelijk culminerend in een atoomexplosie), waarover de stem van de narrator klinkt:

In the First World War, and for the first time in the history of man, nations combined to fight against nations using the crude weapons of those days. The Second World War involved every continent on the globe, and men turned to science for new devices of warfare, which reached an unparalleled peak in their capacity for destruction. And now, fought with the terrible weapons of super-science, menacing all mankind and every creature on the Earth, comes the War of the Worlds!’12 [my italics]

Ook de wetenschap van de aliens wordt gebruikt voor verwoesting. Na duizenden jaren technologische vooruitgang heeft de Martiaanse wetenschap een hoogontwikkeld arsenaal aan wapens geschapen, uitermate geschikt voor grootschalige verwoesting. De aliens zijn typische buitenaardse booswichten van de vijftiger jaren: ze zijn koud, emotieloos en meedogenloos. Ze laten zichzelf nauwelijks zien, maar hun aanwezigheid gaat niet onopgemerkt als ze in oorlogsmachines rondvliegen, en daarbij alle mensen die ze tegenkomen uitroeien. Hun oorlogsmachines hebben wel wat weg van de typische UFO’s die in de jaren vijftig in groten getale werden ‘waargenomen’. Ze zijn niet honderd procent schotelvormig, maar bestaan hoofdzakelijk uit ronde vormen, zijn egaal zilvermetalig met weinig detail, ze maken laag zoemende geluiden en hebben groene belichting (wat connotaties oproept met de stereotype ‘little green men’; de beste Nederlandse vertaling, ‘marsmannetjes’ verliest deze connotatie helaas): hierdoor hebben ze een onaardse, dreigende uitstraling. Het ontwerp van deze machines haakt in op de negatieve connotaties die doorgaans met vliegende schotels werden gemaakt in de jaren vijftig, die werden gezien als mogelijke voorbodes van een buitenaardse invasiemacht.
Hoewel de indringers mentaal gezien hoogontwikkeld zijn, zijn ze lichamelijk gezien juist onderontwikkeld: ze zijn klein van gestalte met onderontwikkelde ledematen - uitgestrekte, dunne, ongezond ogende armen, hun benen krijgen we niet te zien - maar met een enorm hoofd, alsof de druk van hun grote hersenen hun lichaamsbouw ineen heeft doen schrompelen. Zeker is dat ze niet helemaal uit organisch materiaal bestaan: hun hoofd bezit een uit drie gekleurde vlekken opgebouwd mechanisch ‘oog’, waarmee ze in een ander spectrum zien dan mensen. Het lijkt alsof de aliens deze technologie in hun lichaam hebben ingebouwd. Gezien het negatieve imago van wetenschap in deze film is het niet ondenkbaar dat dergelijke technologische ingrepen hen koud en emotieloos hebben gemaakt; door de opbouw van hun ogen hebben ze ook geen gelaatsuitdrukking, waardoor het moeilijk is gevoel aan hen toe te kennen. Door het verwerken van technologie in hun lichaam is hun natuurlijke ontwikkeling, en daarmee hun emotioneel spectrum, verstoord en afgebroken.




Opmerkelijk is de haast symbiotische relatie die de indringers met hun technologie aangaan: zonder hun technologie zijn ze zwak en makkelijk te verslaan, maar in hun oorlogsmachines zijn ze onbereikbaar en onoverwinnelijk. Zoals zij techniek in zichzelf verwerkt hebben, zo neemt hun technologie lichamelijke eigenschappen van hen over: hun opsporingsapparaat heeft dezelfde drie-ogige prismatische uitstraling als hun eigen hoofd, en hun oorlogsmachines hebben een zelfde platte opbouw als hun eigen schedeldak. Hun machines worden bestuurd door een brandstof die door de scientist hero getypeerd wordt als bloed. Zowel hun technologie als zijzelf hebben biomechanische eigenschappen, wat uiteindelijk leidt tot hun ondergang, aangezien beide niet bestand zijn tegen bacteriën13. De representatie van wetenschap in deze film, negatief als deze is, toont ons de Martiaanse samenleving als een cultuur die in lichamelijk en moreel verval is geraakt door technologische ontwikkeling. Doordat de wezens te ver gingen in hun wetenschappelijke ontwikkeling zijn ze te afhankelijk geworden van techniek, en is hun weerstand tegen natuurlijke processen afgebroken. Uiteindelijk schiet ook hun vertrouwen in wetenschap tekort als ze ten onder gaan aan gewone microben. Hun verslaving aan technologie heeft hen de das omgedaan.
De Martianen zijn het ultieme voorbeeld van het kwaad waartoe wetenschappelijke ontwikkeling kan leiden: een immoreel ras dat genocide niet schuwt voor haar eigen doeleinden. Met hun wapens vormen ze een bedreiging voor de hele mensheid, met mogelijk een uitzondering… Hoewel vermeld wordt dat mensen over de hele wereld (de VS, Engeland, India, Zuid-Amerika) verslagen worden, wordt echter niets gezegd over het lot van de Sovjet-Unie. Dit wekt argwaan op. Men kan geneigd zijn parallellen te trekken tussen de Russen en de wezens van Mars14. Beiden worden geconnoteerd met de kleur rood, de Russen op ideologisch gebied (de symbolische waarde van de kleur rood in de communistische doctrine), de Martianen vanwege de kleur van hun thuis, de Rode Planeet, alsmede hun eigen lichaamskleur in deze film. Bovendien zijn de Martianen koel en emotieloos: eigenschappen die men in Amerika in anticommunistische propaganda ook de Russen verweet.
Hoewel ook de menselijke wetenschappers in deze film hun kennis benutten om wapens te bouwen, worden zij toch sympathieker geportretteerd. Zij gebruiken logica en rationaliteit om situaties te analyseren. De scientist hero, dr. Forrester (Gene Barry) komt op het eerste gezicht emotieloos en star over, typisch voor wetenschappelijke protagonisten van Lucanio’s klassieke tekst: hij lacht zelden, en gedraagt zich koel en berekenend. Wat dat betreft heeft hij wel wat weg van de indringers. Misschien impliceert de film dat we onze eigen wetenschappers maar goed in de gaten moesten houden voor we net zo ver gaan met technologische ontwikkeling als de Martianen… Desondanks beschikt Forrester toch over enige charme en liefde voor zijn vrouwelijke metgezel Silvia (Ann Robinson): hij beschermt haar van de bedreiging van de wezens en troost haar als ze bang is. In de film treffen we hem het eerst aan terwijl hij met zijn collegae aan het vissen is. Door een dergelijke activiteit kan het publiek zich toch met hem identificeren: hij is niet de vreugdeloze wetenschapper die hij op het eerste gezicht lijkt, hij is niet slechts bezig met onderzoek, maar weet de simpele geneugtes van het leven te waarderen. Ook voor een square dance is hij niet bang. Maar als de gelegenheid zich voordoet kruipt hij snel terug in zijn wetenschappelijke schulp, als koele, leergierige onderzoeker, met weinig vertoon van emotie.
De kans voor analytisch wetenschappelijk onderzoek doet zich voor als tijdens de square dance de stroom uitvalt, en bovenal alle technologie (waaronder horloges) stopt te werken. Forrester begint meteen de oorzaak rationeel te onderzoeken, en komt tot de conclusie dat er een sterk magnetisch veld in de buurt is. In een korte expositiescène legt hij de werking van magnetisme uit aan de omstanders, en tegelijk aan het publiek: zo leert de toeschouwer ook nog wat (deze educatieve vorm van expositie werd al genoemd in paragraaf 4.3).



Als blijkt dat de Martianen geland zijn, wordt het leger erbij gehaald. In deze film werkt de wetenschap nauw samen met het leger, waarbij wetenschap dominant is. Het leger onderneemt niets zonder eerst naar wetenschappelijk advies te luisteren. De wetenschappers, onder leiding van Forrester, volgen de voortgang van de bestrijding van de aliens, en geven de legerbonzen advies voor hun tegenaanvallen. Helaas blijkt niets te werken: zelfs de atoombom, het machtigste wapen dat menselijke wetenschap heeft voortgebracht, haalt niets uit. Vervolgens is het aan Forrester en zijn collegae de taak om via gedegen studie van de indringers een middel te vinden om ze te verslaan. Na een confrontatie met de Martianen komt Forrester op de proppen met bloedmonsters en een stuk technologie. Onmiddellijk beginnen de wetenschappers deze aanwinsten te analyseren in de hoop een middel te kunnen vinden om de vijand te verslaan. Ondanks hun eerdere tegenslagen, die erop wijzen dat wetenschappelijke analyse niet het middel is om deze strijd te winnen, koesteren de wetenschappers hoop dat ze nog betere, destructievere wapens kunnen ontwikkelen.
Helaas ziet de man-in-de-straat dit anders. Als blijkt dat de atoombom, toch het ultieme wapen van de mensheid, niets uitgehaald heeft breekt er paniek uit. Chaos en plundering zijn het gevolg. Als de wetenschappers de stad willen verlaten, worden ze door de bange massa onder de voet gelopen. Hun spullen worden vernietigd en zijzelf worden hardhandig aan de kant geduwd. Forrester probeert de massa uit te leggen wie ze zijn en wat ze voor de mensheid kunnen betekenen, maar hij wordt neergeslagen. De mensen hebben geen oren voor wetenschappelijk gebrabbel en hebben hun vertrouwen in de wetenschap verloren. Zo geeft The War of the Worlds een vrij fatalistische kijk op wetenschap: als het erop aan komt staat de wetenschap machteloos, en verliest de mensheid zijn vertrouwen in wetenschappelijke capaciteiten. Wetenschap kan de mens niet redden van de ondergang: slechts een wonder kan dit nog.
En in deze film vind het wonder plaats. Terwijl Forrester en Silvia (een diepgelovige vrouw) schuilen in een kerk en bidden, gaat het mis met de aliens. Op het moment dat de wetenschapper inziet dat wetenschap heeft gefaald en hij bidt tot een hogere macht voor redding, komt er een eind aan de verwoesting15. Forrester’s bekering, symbolisch voor de zuiver analytisch geest doen inzien dat er meer is dan zijn ogen kunnen zien of wetenschap hem kan vertellen, luidt zo de redding van de mensheid in. De Martianen hebben geen weerstand voor Aardse microben en gaan ten onder. Hun technologie faalt: net als in het geval van de mensen blijkt hun vertrouwen in hun eigen wetenschap misplaatst. Het had ze de overwinning moeten geven, maar het bracht ze naar hun dood. De parallel met menselijke technologie, die ook faalt in het beschermen van haar scheppers, is duidelijk. In tegenstelling tot de goddeloze Martianen leert de mensheid op tijd dat er niet teveel vertrouwen in wetenschappelijke vooruitgang gestoken moet worden. De natuur – of God, in ieder geval een hogere macht – is nog steeds heer en meester. Niemand kan zich aan haar wil onttrekken, ongeacht hun wetenschappelijk peil.
Dit einde is atypisch voor het alien invasion subgenre. In de meeste andere films wist de wetenschap zich wel als redder van de mensheid te profileren. Op alle andere vlakken (scientist hero, verbond tussen leger en wetenschappers, analyseren van de indringers) is The War of the Worlds echter wel een typische alien invasion film.

1 Biskind 1983: 120-121
2 Jancovich 1996: 30
3 Lucanio 1987: 56
4 Biskind 1983: 102
5 Sobchack, Vivian Carol. The limits of infinity: the American science fiction film 1950-75. New Jersey: A.S. Burnes and Co. Inc., 1980: p. 121
6 Biskind 1983: 102
7 Lucanio 1987: 25-44
8 Jancovich 1996: 26
9 Noonan 2003: 65
10 Biskind 1983: 154
11 War of the Worlds, The. Reg. Byron Haskin. Paramount Pictures, 1953.
12 War of the Worlds, The. 1953.
13 Jancovich 1996: 55-56
14 Brosnan 1978: 92
15 Jancovich 1996: 56

maandag 16 april 2012

Captain America: The First Avenger




Rating: ****/*****, or 8/10


The last of the single Avengers films, though ironically the 'Living Legend' is the oldest Marvel comic book character of the bunch. Applying a delicious comic-y retro visual style to the Second World War and the introduction of the super soldier, the adventures of the 'First Avenger' resemble their drawn counterparts the most, making for a very fun action film. Eager to sign up with the armed forces during WW II, brave but physically feeble Steve Rogers (Chris Evans, who previously played another Marvel character, the Human Torch, in Fox's Fantastic Four) continues to be rejected for service. However, his strength of will and general boldness eventually make him a good candidate for a secret super soldier project, which turns him into an almost superhuman character, physical and sensory abilities all functioning at peak efficiency. Dubbed Captain America, Steve is initially used only for propaganda performances, but after pulling off a heroic rescue mission deemed near suicide, allied command realizes he's of most use at the front lines, where he soon gets on the radar of the Red Skull (another great villain on Hugo Weaving's resumé), the leader of a covert Nazi organization called Hydra, which dabbles both in the scientific and the supernatural. Meanwhile, Steve also has a hard time finding time for romance with feisty army dame Peggy Carter (Hayley Atwell). If you overlook the blatantly patriotic American overtones and you don't mind the fact Captain America's battles look nothing like the actual WW II due to their use of near steam punk levels of science (partially courtesy of the Thor influence, continuing to successfully set up a larger, shared Marvel cinematic universe) and the presence of the somewhat silly, overly politically correct, ethnically diverse Howling Commandos (Wah-Hooo!), you're in for one awesome rollercoaster of a semi-superhero action flick. Plus impressive visual effects, including making a tall, muscular man look short and skinny (yes, those were actually Chris Evans' real muscles, but he never looked like that whimpy little guy).


Starring: Chris Evans, Hugo Weaving, Hayley Atwell


Directed by Joe Johnston


USA: Paramount Pictures, 2011

maandag 2 april 2012

Borat: Cultural Learnings of America for Make Benefit Glorious Nation of Kazakhstan



Rating: ****/*****, or 8/10


Hilarious, subversive and playful comedy about a journalist from Kazakhstan, Borat Sagdiyev (undoubtedly Sacha Baron Cohen's most memorable character), who is sent by his government to the 'U, S and A' to make a report on life in its various aspects in the greatest country of the world, together with his short tempered and less than enthusiastic producer Azamat. On a trip across the country, traveling from one great sketch to another, Borat falls in love with Pamela Anderson (after seeing her only once on TV) and aims to track her down and marry her the Kazakh way, whether she likes to or not. Though the scenes in Borat's village in Kazakhstan are quite obviously staged (to great comedic effect), since such a wonderfully silly place just can't exist anywhere, the question remains just how much of the American part of the film is for real, as Borat interviews many different average Americans and manages to get great reactions out of his subjects, most feeling very natural and many of them quite disturbing, but all of them the object of very funny, often completely politically incorrect gags involving every conceivable minority out there (Jews, gypsies, coloured people, women, homosexuals, prostitutes, etc.): if Cohen didn't happen to be Jewish himself, it's likely he wouldn't have gotten away with the stunts he pulls here, though after the success of this film (both in terms of reception and box office) he got into many a lawsuit for his outrageous behavior regardless. The funniest scenes of this film include the 'Running of the Jew' event in Borat's home town, Borat singing the Kazakhstan national anthem on the melody of the American national anthem at a rodeo in front of hundreds of conservative flag waving American citizens, and a fight between Borat and Azamat in the nude in a hotel that goes on for much longer than is comfortable to anyone. Cohen would repeat the formula verbatim in 2009 with the much less impressive and fairly predictable Brüno.


Starring: Sacha Baron Cohen, Ken Davitian, Luenell


Directed by Larry Charles


USA: Four By Two Production, 2006

woensdag 1 februari 2012

Amistad




Rating ***/*****, or 7/10

Spielberg's testimonial against the nineteenth-century African slavery industry. On the slaver vessel La Amistad in 1839, a group of slaves revolted, after which the ship was steered towards the USA, where a lengthy string of courtroom sessions controlled the mutineers' fate. Spielberg unfortunately lets the courtroom scenes dominate the film too much, which makes for a rather static and lengthy view that often fails to compel its audience, but the flashback scenes that illustrate the deplorable suffering of Africans aboard slaver ships fully underscores the horrors they underwent and the issues at stake for the Amistad slaves, and feels like a fist punch in the face of viewers who might otherwise have fallen asleep. The various parties involved, including the Southern and Northern American states, the British Navy and the Spanish royalty provide for an historically intriguing but narratively chaotic overall plot line. Spielberg made this film with the best intentions, but it's obviously not as much his cup of tea as the Second World War or the Holocaust proved to be. The movie does include some powerful performances though, both by veteran actors the likes of Anthony Hopkins and Morgan Freeman, as well as relative newcomers Matthew McConaughey and Djimon Hounsou.


Starring: Morgan Freeman, Djimon Hounsou, Anthony Hopkins

Directed by Steven Spielberg

USA: Dreamworks SKG, 1997

American Psycho



Rating ****/*****, or 7/10

Disturbing slasher film, based on the novel by Brett Easton Ellis, regarding upperclass Wall Street yuppie Patrick Bateman (Christian Bale in one of his most memorable roles) who spends his off-time murdering people. In a hallucinatory thrill ride through banking executives' offices and dark, prostitute filled alleyways alike, director Mary Harron portrays Bateman as a totally amoral character, incapable of any regard for human life, but obsessed with superficial details like the quality of gold lined business cards. Bateman eventually gets absorbed deeper and deeper into his depraved fantasies, but can continue playing them out because of the justice system's total lack of interest, underlining the notion that in New York's financial district, life means nothing compared to money and apathy has conquered empathy completely.


Starring: Christian Bale, Justin Theroux, Jared Leto

Directed by Mary Harron

USA: Lions Gate Films, 2000

American History X



Rating ****/*****, or 8/10

Unsettling and disturbing portrait of an ex neo-nazi (Edward Norton in a powerful role) who, after seeing the error of his ways when sentenced to prison, desperately tries to keep his younger brother (Edward Furlong), who worships him and his former convictions, from going down the same destructive path. The story being told about how lower class youths are being corrupted by neo-nazi ideals and the dramatic effects this has on their own family and any neighbours belonging to an ethnic minority is displayed in an extremely gripping narrative which includes downright shocking scenes of violence, most notably a very suggestive sidewalk murder and a grizzly shower rape, which make the movie hit you hard but also certainly succeeds in relaying its anti-radicalisation message. Fantastic debut by Tony Kaye, who since has fallen into almost total obscurity.


Starring: Edward Norton, Edward Furlong, Avery Brooks

Directed by Tony Kaye

USA: New Line Cinema, 1998