Posts tonen met het label art. Alle posts tonen
Posts tonen met het label art. Alle posts tonen

vrijdag 19 mei 2017

Today's Review: Ascent




Met vierduizend foto's een semidocumentair verhaal vertellen over een berg, je moet het maar durven. Fiona Tan doet precies dat in Ascent, een experimentele film waarin bewegend beeld geschuwd wordt, maar toch een verhaal verteld moet worden aan de hand van louter fotografie. En het hoofdonderwerp is niet eens een mens, maar een berg. Maar dan wel één van de beroemdste en meest gefotografeerde bergtoppen op aarde, de Japanse Fuji. Aan deze piek kleeft zoveel symboliek en geschiedenis dat Tan haar tachtig minuten makkelijk gevuld krijgt. Want Fuji is onlosmakelijk verbonden met het verleden, het heden en de toekomst van Japan en haar inwoners en dus goed voor een onuitputtelijke bron van verhalen. Tan brengt er een handjevol ter herinnering in Ascent, maar het feit blijft dat de film ondanks de dappere vorm toch een verzameling fraaie plaatjes voorzien van boeiende maar statische voice-overs blijft.

Wie verwacht dat een film die slechts bestaat uit fotografisch materiaal per definitie een documentaire moet zijn, komt bedrogen uit. Tan gebruikt de verzamelde shots tegen de verwachting in ook met een narratief doeleinde. In dat verhaal wordt een Engelse vrouw geconfronteerd met de door haar overleden Japanse geliefde bijeen vergaarde foto's van de berg Fuji. Ze probeert via deze foto's hernieuwd inzicht te krijgen in de Japanse geest, die ze weliswaar van dichtbij meemaakte, maar als buitenstaander nooit volledig kon begrijpen. Fuji is essentieel in die Japanse mindset. Zelfs voor niet-Japanners roept het iconische beeld van de berg direct associaties op met de haast ongrijpbare mystiek van het land van de rijzende zon, die wonderlijke natie waar eeuwenoude traditie en ongebreidelde moderne technologie zo eenvoudig hand in hand lijken te gaan. Fotografie is echter niet de meest moderne technologie, maar door haar langere geschiedenis voor Tan wel de ideale methode om Fuji te bezien, op een manier waarvoor film, fictie of documentaire tekort zou schieten.

Fotografie is immers de kunst van het stilstaande beeld en die onwrikbaarheid is nou net wat Fuji schijnbaar typeert. Het uiterlijk van Fuji is in wezen niet veranderd, van die alleroudste foto's uit het midden van de negentiende eeuw tot op de dag van vandaag. Fuji is simpelweg een onbeweeglijke natuurkracht die voor Tan alleen via fotografie begrijpelijk gemaakt kan worden. En daarin verschilt de berg niet veel van de mensen om haar heen. Want ondanks de technologische vooruitgang verandert de Japanse geest haast niet. Zij wordt misschien getemperd door de tijden, zoals in haar turbulente oorlogsverleden, maar blijft anderszins eveneens onwrikbaar. Tan illustreert dat door het voortdurende ontzag dat de Japanners koesteren voor hun berg te tonen in de veelzijdigheid van het fotografisch materiaal. Eeuwenoude, met de hand ingekleurde studiofoto's van bont gekostumeerde geisha's met een getekende Fuji op de achtergrond gaan hand in hand met hedendaagse kiekjes van toeristen genomen vanuit stedelijke vergezichten en het weidse platteland. Het is die diversiteit die Ascent boeiend houdt.
 

Voor Tan en haar hoofdpersoon wordt echter de beklimming uit de titel door de (op Fuji?) gestorven Hiroshi als leidraad genomen. Dichter bij Fuji dan op haar wonderschoon besneeuwde top kan men niet komen. Die beklimming is meer een ritueel dan een toeristische uitstapje, dat door duizenden tegelijk voltrokken wordt, als een soort bedevaart. Zoals de poëtische voice-over van Hiroshi - verleden tijd voor zijn vrouw, maar zeer in leven in zijn eigen vertelling van zijn 'close encounter' met de berg - vertelt zit Fuji in het Japanse bloed. Dat onderstrepen de verhalen die beide vertellers ons meegeven. Mythologie wordt moeiteloos afgewisseld met historische anekdotes. Zelfs het optreden van Fuji in de film King Kong versus Godzilla wordt aangehaald, waarbij de berg het decor vormt voor het titanengevecht uit de titel. Gelijk ook een strijd tussen Japanse en westerse iconografie, eveneens van toepassing op Fuji's historie. Als symbool voor Japan trachtten de Amerikanen tijdens hun bezetting na de Tweede Wereldoorlog die symboliek te breken door de berg zoveel mogelijk uit film en foto's te censureren. Een zinloze taak natuurlijk, want die berg staat er immers nog steeds in al zijn onbeweeglijke glorie, zo onderstreept Tans relaas treffend.
 
Die immobiliteit moet echter toch relatief beschouwd worden, want Fuji is en blijft een vulkaan en vulkanen zijn wispelturige natuurkrachten. Hoewel de laatste uitbarsting alweer meer dan driehonderd jaar geleden plaatsvond - ruim voordat de fotografie ten tonele verscheen, dus van het gevaar van Fuji geen beeldmateriaal - zal de berg uiteindelijk opnieuw haar vurige woede over haar omgeving uitstorten. "Foto's zijn ijs, film is vuur", meent Tan in Ascent, maar als vulkaan is Fuji beide. De fotografische benadering is gewaagd, maar toch te beperkt om de geest van Fuji waarachtig te vangen. Hoewel Tans opzet respect oogst door ondanks de beperkingen van het door haar gebruikte medium onze aandacht vast te kunnen houden, is een berg van Fuji's kaliber een dynamischer eerbetoon waard.

zaterdag 11 februari 2017

Today's Review: Paterson




"Ik maak liever een film over een man die zijn hond uitlaat dan over de keizer van China", sprak indie-regisseur Jim Jarmusch ooit. Met Paterson heeft hij nu woord gehouden. De nieuwste film van de minimalistische regisseur moet het inderdaad niet van markante, kleurrijke personen hebben, maar juist van de alledaagse realiteit die de meesten van ons ondergaan. De herkenbare werkelijkheid van normale mensen die een dagelijkse routine leven en daar voldoening in vinden. Jarmusch zou Jarmusch niet zijn als hij daar geen poëzie in zag. Paterson is het eerbetoon aan de doorsneemens, een welkome afwisseling van al die films over bijzondere individuen die we gewend zijn.

Die man die in Paterson elke avond de hond uitlaat, draagt dezelfde naam als de film en woont bovendien in de gelijknamige stad in New Jersey. Jarmusch volgt hem gedurende één week van zijn leven. De week begint op maandag, als hij 's ochtends opstaat, ontbijt en naar zijn werk gaat. Als buschauffeur vervoert hij normale mensen die over ordinaire dingen praten. Tussendoor wijdt hij zich aan zijn hobby, de dichtkunst. 's Avonds keert Paterson huiswaarts richting zijn ondernemende vriendin, die in tegenstelling tot hem diverse toekomstplannen koestert. Na het avondmaal gaat hij op stap met de hond en bezoekt hij de plaatselijke bar waar hij zich laaft aan één biertje, alvorens weer vroeg naar bed te gaan. Zie daar een dag uit Patersons leven, die Jarmusch aan aantal keer herhaalt, met slechts minieme variaties op de sleur van alledag. Saai? Feitelijk wel, maar om die saaiheid terug te zien op het witte doek is verfrissend, zeker als het ook nog weet te boeien.


Die fascinatie is hoofdzakelijk de verdienste van de hoofdrolspelers. Adam Driver mag dan recentelijk nog de rol van een grote schurk in de laatste Star Wars hebben vertolkt, hier is hij een doodgewoon mens met alledaagse beslommeringen, net als zijn publiek. Driver weet ons prima mee te sleuren in Patersons doen en laten door hem van een puike balans tussen burgerfatsoen, brave speelsheid en sympathie te voorzien. Er gebeurt weinig in zijn leven, maar daar zit hij ook helemaal niet op te wachten. Hij is gelukkig met zijn simpele bestaan. Daar tegenover plaatst Jarmusch zijn energieke vriendin Laura, die elke dag wel een nieuw plan bedenkt om haar stempel op de wereld te drukken. De ene dag wil ze een beroemde gitariste worden, de andere een gevierd kunstenares. Tegelijkertijd tracht ze Paterson, tegen diens zin in, te stimuleren zijn gedichten te publiceren, ook al schrijft hij ze puur voor zijn eigen vermaak. De Iraanse Golshifteh Farahani geeft Driver effectief tegengas in de rol van zijn kwieke wederhelft en de chemie tussen beiden zindert van de herkenbaarheid.

Van veel vaart of spanning moet Paterson het dus niet hebben. En daar is het Jarmusch nou precies om te doen. Er zijn immers al talloze films waarin zoveel gebeurt dat het mensen nodeloos opjaagt. Met Paterson bewerkstelligt hij juist het tegenovergestelde: fascinatie voor de dagelijks terugkerende nietszeggendheid die het leven van de meeste mensen typeert. En daardoor erkennen we dat de routine die Paterson zo dierbaar is (alsmede die van onszelf) eigenlijk voortdurend onder vuur ligt. Als Laura zijn sleur poogt te doorbreken door een experimenteel gerecht op te dienen, is hij zichtbaar onthutst. Een herkenbare situatie, maar vergelijkbaar met een plottwist in een thriller. En zo gaat het door. Dinsdag wordt Paterson op straat aangesproken door ongure sujetten. Woensdag wordt hij in de bar geconfronteerd door een verward persoon met een neppistool. Op vrijdag begeeft zijn bus het. En het dieptepunt van de week vormt uiteraard de emotionele climax van de film. Al heeft het hier geen grootscheepse consequenties, het dagelijkse leven is allerminst saai, maar doorspekt van kleine afwijkingen en toevalligheden die in de handen van Jarmusch tot een beklijvend geheel worden gedicht.

Want dichten, dat is wat Jarmusch voor ogen heeft met Paterson. Zoals de hoofdpersoon poëzie schrijft over alledaagse dingen als lucifers of regen, zo rijmt Jarmusch die dagelijkse gang van zaken aaneen tot een cinematische lofzang op de banaliteit van het bestaan. Daarbij bedient hij zich van de voor hem gebruikelijke minimalistische toon, met een rustige camera, zonder aandachttrekkerige of opzwepende stijlmiddelen. Samen met de gevatte dialogen, de dromerige montage en de schilderachtige weergave van de stad uit de titel - oud en vervallen, maar toch bruisend en vol karakter - levert dat een gedicht in beeldvorm op, een hommage aan al die mensen die simpelweg hun leven leven, maar zo zelden in films worden geportretteerd omdat er niets over ze te vertellen zou zijn. Met Paterson bewijst Jarmusch dat ook normale levens interessante films kunnen opleveren. Die Chinese keizers en vergelijkbare grootse figuren krijgen immers al genoeg aandacht op het witte doek.

zondag 5 februari 2017

Today's Review: To Stay Alive - A Method




Bent u een kunstenaar en ziet u het allemaal niet meer zitten? Meent u dat de harde maatschappij uw creatief genie miskent en staat u op het punt er de brui aan te geven? Hou nog even vol, want uit zulke wanhoopsgevoelens komt de fraaiste kunst tot stand. Aldus menen Michel Houellebecq en Iggy Pop, die dit station van radeloosheid al gepasseerd zijn. Met de sympathiek optimistische semidocumentaire To Stay Alive - A Method steken zij hun collega-kunstenaars een hart onder de riem. Dat lijden, zo stelt het duo, is een essentieel onderdeel van de kunsten en drijft de vasthoudende artiest juist naar nieuwe hoogtes. "Lijden is goed, lijden is nuttig."


Het is een conclusie die schrijver Houellebecq al in 1991 trok in zijn essay Rester Vivant - Méthode. Ten tijde van schrijven werd hij evenzeer geplaagd door levensmoeheid als de beoogde lezersdoelgroep: de onbegrepen kunstenaars. Na het felle antimaatschappelijke stuk, waarin hij vooral ageerde op de zere wonden van de onbegripvolle samenleving te blijven drukken, brak Houellebecq alsnog door. Tegenwoordig wordt hij gezien als een creatieve duizendpoot, werkzaam als filosofisch auteur, dichter, toneelschrijver en cineast en populair onder een opvallend groot publiek. Dat was hij allemaal niet geweest als hij er destijds een einde aan had gemaakt. En als het hem lukte, waarom zou hetzelfde dan niet mogelijk zijn voor andere kunstenaars?

Muzieklegende Iggy Pop las diens essay en trok dezelfde conclusie, omdat hij in Houellebecqs relaas ook zijn eigen levenspad herkende. Ook Pop, nu gezien als de vader van de punkrock, dreigde er in een grijs verleden ooit mee te stoppen, maar bleef volharden te midden van alle waanzin, overtuigd van zijn muzikaal gelijk. Eveneens met groot succes. Pop en Houellebecq bleken geestverwanten en hun wederzijdse bewondering leidde al eerder tot een toenadering, toen Pop een aantal nummers schreef voor een documentaire over de schrijver. Die film werd geregisseerd door de Nederlander Erik Lieshout. Met diens pseudodocumentaire To Stay Alive - A Method is de cirkel nu rond en brengt Lieshout schrijver en zanger nog dichter bij elkaar. 'Pseudo', want de film is zowel een toneelstuk als een op feiten gebaseerd verhaal. Het is echter hoofdzakelijk een kunstzinnig pamflet.



Het gespeelde element van To Stay Alive - A Method bestaat uit de ontmoeting tussen de twee grootheden, waarin Pop zichzelf speelt maar Houellebecq de rol van de fictieve kunstenaar Vincent op zich neemt. Een schijnbaar mislukte artiest die in eenzaamheid aan zijn meesterstuk werkt in het huis van zijn grootouders en met een bezoek van Pop, die Houellebecqs boodschap ter harte neemt, wordt aangespoord om vooral door te zetten. Tussendoor leest Pop met zichtbaar enthousiasme voor uit het werk van de schrijver en richt hij zich bevlogen direct tot het publiek. Degenen die menen dat Pop en Houellebecq een uitzondering op de regel vormen in de annalen van de kunsten en het heus nog niet zo eenvoudig is als het essay verkondigde, komen bedrogen uit, want Lieshout heeft nog meer noten op zijn zang. Hij interviewt drie volslagen onbekende kunstenaars die een soortgelijke achtergrond van lijden kenden, maar uit het dal van de gekte zijn opgekrabbeld. Dichters met een psychiatrische achtergrond die niet opgaven en ondanks alles er bovenop kwamen, en daardoor hun beste werk naar boven brachten. Door de portrettering van dit drietal plaatst Lieshout de twee grootheden op gelijke voet met hun talloze onbekende collega's die net als zijzelf worstelden, of nog steeds worstelen, met de minachting van de maatschappij maar zich daardoor niet lieten tegenhouden. Daarmee illustreert hij uitstekend Houellebecqs punt. Hoewel bekende namen blijken de twee sterren immers eveneens verlegen, alledaagse mensen en dat maakt hen net zo aandoenlijk als hun roemloze tegenhangers.

Wat niet wegneemt dat ze wel degelijk charisma kennen. Zeker Pop weet onze aandacht er volledig bij te houden als hij het essay citeert, want zijn van levenservaring doorgroefde stem werkt betoverend. Daarmee helpt hij de 'tegeltjeswijsheid' die To Stay Alive - A Method soms dreigt te typeren op afstand te houden. Want voor elke fraaie uitspraak als "to learn to become a poet is to unlearn how to live" volgt er een fletser geval als "het universum is als een discotheek". Pop komt er wel mee weg. Toch is het jammer dat we vooral van zijn verleden als lijdend voorwerp amper achtergrond meekrijgen. Hoe zat het dan voorheen met diens creatieve smart? Voor een film van amper zeventig minuten maakt Lieshout er helaas weinig woorden aan vuil. Voorkennis lijkt vereist. Maar het draait voor Lieshout bovenal om Houellebecqs boodschap, en die wordt vanuit voldoende standpunten belicht, zonder enig cynisme. Een kunstenaar in de put heeft daar ongetwijfeld voldoende aan en kan na het zien van To Stay Alive - A Method met hernieuwde hoop aan de slag.

donderdag 4 februari 2016

Today's Review: Francofonia



The second review by my hand posted on FilmTotaal this year (but more is well underway!):

Francofonia - recensie

This is an intriguing compendium piece to Sokurov's breakthrough film Russian Ark, though it lacks the stylistic punch of that particular film. Of course, doing another 100-minute one-take shot would have felt repetitive, as if the director attempted to capitalize on his own past glory. So there's none of that in Francofonia, but that's not to stop Sokurov from pulling a few more cinematographic tricks out of his hat. That, and the overall message, matters more to him than following conventional narrative expectations. Which is made clear a bit painfully, as Francofonia is literally all over the Louvre, rather than sticking to the single time frame that one would have expected to be the primary focus. Even though the museum's survival of the war years during WW II appears to be the subject at hand, Sokurov has a lot more to tell about the place's long history, not to mention sharing his personal thoughts on both the Louvre's background, its place in art history and the treatment of art in general. That's a lot to tackle for a 90-minute movie...

And of course, as a result, not every episode of the Louvre's story proves as interesting. In fact, all of the film suffers from Sokurovs tendency to change subjects, drone on about the abuse and capitalization of art works and sudden jumps to different time periods. Nevertheless, the message remains clear: museums should not be reduced to pawns of commerce, politics or dictators. They are time capsules that tell all of human history and should be carefully preserved, kept well away from the power hungry. The German occupation is just an example of and an hommage to a period in history where the joining of forces between two like minded men, who by all accounts ought to be diametrically opposed, preserved countless artifacts for posterity. Sokurov thanks both men for their assistance to cultural history. But he also isn't afraid to remind us that the origin of the Louvre itself is steeped in conquest and theft. After all, the emperor Napoleon captured many pieces of art on his campaigns abroad and had them shipped to the capital of his empire. Hitler simply attempted to do the same and failed in the Louvre's case, while succeeding in a lot of other cases. Art and politics certainly aren't mutually exclusive.



It's a point Sokurovs makes with the help of various stylistic choices, some proven in prior works, others applied for the first time in his case. Though there are no excessively long takes used as there were in Russian Ark, his introduction of historical characters sharing their insights and motivations with us is taken straight from that film. In this case restricted to only two characters (Marianne, the French Spirit of Freedom and Napoleon), rather than many. This is not a coincidence of course, as Francofonia's main tale also deals with two characters, the museum director (representing the side of French freedom) and the Nazi officer (the conquering party, the Napoleonic figure). Their story is intercut with historical footage, while it is itself disguised as historical footage by its old fashioned framing and the many print scratches applied. It would have worked even better if it was in black and white, but apparently Sokurov disagreed. He disagrees with a lot of things in Francofonia. Like art being shipped over seas as any other piece of cargo in containers on large freighters, its very existence threatened by a violent storm. Why does art suffer so much indignity and indifference today, he laments. No matter how fragmented his thoughts as shown in Francofonia, it's hard to disagree with him, when ancient buildings and statues are demolished left and right by zealous barbarians, who are also eager to simply sell such cultural heritage to the highest bidder to fund their cause. World War II may have ended seventy years ago, but art remains ever in danger at the hands of subversive ideologies. Francofonia serves as an cautionary reminder of what could be scrapped from the history pages forever if we are not careful and respectful of art's place in our cultural mind.

donderdag 8 augustus 2013

Today's Mini-Review: Trance





Trance: ***/*****, or 6/10

Danny Boyle's attempt to mindfuck us, which proves only half successful, witnesses the weaving of a stylistically elaborate mosaic but a less well conceived narrative that turns increasingly less gripping. The first 40 minutes delivers a good set-up, as we follow an art heist at an auction, where a small band of robbers led by Vincent Cassel (always a good choice to feature as a bad boy in any movie) makes off with a painting by Goya that has just sold for over 27 million pounds. At least, they thought they got away with it. In a sweeping bit of exposition the protagonist, the mentally troubled auctioneer James McAvoy (who does a fine job mixing his usual physical attractiveness with a somewhat unhinged and erratic personality), has just directly educated us, the audience, in the veritable impossibility of stealing paintings at auctions, partially thanks to the well timed expertise of art protectors like himself. Thing is, he's in on the ploy. But not really, as he has a hidden agenda all his own. That severely backfires on him as he gets hit in the head after hiding the painting prior to the robbery, thus forgetting its location, much to the chagrin of his fellow conspirators who do not take this failure lightly and soon have no choice but to turn to a cold and professional hypnotherapist (Rosario Dawson, doing a better job than usual) when their own physically uncomfortable methods of persuasion fail to reveal the knowledge they seek. Dawson all too easily gets drawn into their shady world of plots and doublecrossings, by her own testament because she's bored of the dreary routine of her work, but obviously because she's fascinated and possibly charmed by McAvoy's pained art thief. And that's when things start to go from an intriguing premise to an ever more disappointing pay-off, as we soon find something else entirely is going on, and this whole movie was never really about stealing art so much as it was about an ex-couple with an alarming past reconnecting thanks to Dawson's mental machinations (think of it as the crime thriller version of Gondry's Eternal Sunshine of the Spotless Mind, just not nearly as compelling). The problem is, the art theft plot intrigued us much more than this renewed lover's quarrel does, but soon gets snowed under in favour of the latter plot line. At least strong performances throughout and the occasional solid action sequence and moment of mental shock (i.e., gore) provide some distraction from ever more jumbled and chaotically structured plot development that just can't seem to be able to let us reconnect with the movie itself when the damage is done. And just where was that darn painting? For all we care, it might as well have been shoved up Dawson's clean shaven beaver, which we get to see in close-up twice. Lucky us, but this movie would have had more resonance in terms of being memorable if it had also featured a more carefully balanced plot that doesn't end up in blatant melodrama that you can't, and don't truly care to, wrap your mind around.

woensdag 5 december 2012

Recensie: Sol LeWitt

Today witnesses the posting of my first actual movie review on MovieSene.nl, Sol LeWitt, a documentary about the American minimalist and conceptual artist of the same name. The result of my first press screening experience, which had me actually sitting in the theatre and watching the film instead of merely ushering attendants, in can be viewed here:

Sol LeWitt

Please note that my review has been cropped a little bit to get it more in line with MovieScene's style. It's a bit shorter than my average review posted on this blog (though that is probably only for the better), while some sentences and words have been changed in order not to alienate readers not used to overly long and thorough descriptions. So if you're reading this and you end up thinking, 'my, his style sure has improved/gotten worse!', keep in mind my writing style is very much the same. I'm just being reigned in a bit, it's a learning curve.

Here's to many more reviews to follow!