Posts tonen met het label psychology. Alle posts tonen
Posts tonen met het label psychology. Alle posts tonen

zondag 5 februari 2017

Today's Review: To Stay Alive - A Method




Bent u een kunstenaar en ziet u het allemaal niet meer zitten? Meent u dat de harde maatschappij uw creatief genie miskent en staat u op het punt er de brui aan te geven? Hou nog even vol, want uit zulke wanhoopsgevoelens komt de fraaiste kunst tot stand. Aldus menen Michel Houellebecq en Iggy Pop, die dit station van radeloosheid al gepasseerd zijn. Met de sympathiek optimistische semidocumentaire To Stay Alive - A Method steken zij hun collega-kunstenaars een hart onder de riem. Dat lijden, zo stelt het duo, is een essentieel onderdeel van de kunsten en drijft de vasthoudende artiest juist naar nieuwe hoogtes. "Lijden is goed, lijden is nuttig."


Het is een conclusie die schrijver Houellebecq al in 1991 trok in zijn essay Rester Vivant - Méthode. Ten tijde van schrijven werd hij evenzeer geplaagd door levensmoeheid als de beoogde lezersdoelgroep: de onbegrepen kunstenaars. Na het felle antimaatschappelijke stuk, waarin hij vooral ageerde op de zere wonden van de onbegripvolle samenleving te blijven drukken, brak Houellebecq alsnog door. Tegenwoordig wordt hij gezien als een creatieve duizendpoot, werkzaam als filosofisch auteur, dichter, toneelschrijver en cineast en populair onder een opvallend groot publiek. Dat was hij allemaal niet geweest als hij er destijds een einde aan had gemaakt. En als het hem lukte, waarom zou hetzelfde dan niet mogelijk zijn voor andere kunstenaars?

Muzieklegende Iggy Pop las diens essay en trok dezelfde conclusie, omdat hij in Houellebecqs relaas ook zijn eigen levenspad herkende. Ook Pop, nu gezien als de vader van de punkrock, dreigde er in een grijs verleden ooit mee te stoppen, maar bleef volharden te midden van alle waanzin, overtuigd van zijn muzikaal gelijk. Eveneens met groot succes. Pop en Houellebecq bleken geestverwanten en hun wederzijdse bewondering leidde al eerder tot een toenadering, toen Pop een aantal nummers schreef voor een documentaire over de schrijver. Die film werd geregisseerd door de Nederlander Erik Lieshout. Met diens pseudodocumentaire To Stay Alive - A Method is de cirkel nu rond en brengt Lieshout schrijver en zanger nog dichter bij elkaar. 'Pseudo', want de film is zowel een toneelstuk als een op feiten gebaseerd verhaal. Het is echter hoofdzakelijk een kunstzinnig pamflet.



Het gespeelde element van To Stay Alive - A Method bestaat uit de ontmoeting tussen de twee grootheden, waarin Pop zichzelf speelt maar Houellebecq de rol van de fictieve kunstenaar Vincent op zich neemt. Een schijnbaar mislukte artiest die in eenzaamheid aan zijn meesterstuk werkt in het huis van zijn grootouders en met een bezoek van Pop, die Houellebecqs boodschap ter harte neemt, wordt aangespoord om vooral door te zetten. Tussendoor leest Pop met zichtbaar enthousiasme voor uit het werk van de schrijver en richt hij zich bevlogen direct tot het publiek. Degenen die menen dat Pop en Houellebecq een uitzondering op de regel vormen in de annalen van de kunsten en het heus nog niet zo eenvoudig is als het essay verkondigde, komen bedrogen uit, want Lieshout heeft nog meer noten op zijn zang. Hij interviewt drie volslagen onbekende kunstenaars die een soortgelijke achtergrond van lijden kenden, maar uit het dal van de gekte zijn opgekrabbeld. Dichters met een psychiatrische achtergrond die niet opgaven en ondanks alles er bovenop kwamen, en daardoor hun beste werk naar boven brachten. Door de portrettering van dit drietal plaatst Lieshout de twee grootheden op gelijke voet met hun talloze onbekende collega's die net als zijzelf worstelden, of nog steeds worstelen, met de minachting van de maatschappij maar zich daardoor niet lieten tegenhouden. Daarmee illustreert hij uitstekend Houellebecqs punt. Hoewel bekende namen blijken de twee sterren immers eveneens verlegen, alledaagse mensen en dat maakt hen net zo aandoenlijk als hun roemloze tegenhangers.

Wat niet wegneemt dat ze wel degelijk charisma kennen. Zeker Pop weet onze aandacht er volledig bij te houden als hij het essay citeert, want zijn van levenservaring doorgroefde stem werkt betoverend. Daarmee helpt hij de 'tegeltjeswijsheid' die To Stay Alive - A Method soms dreigt te typeren op afstand te houden. Want voor elke fraaie uitspraak als "to learn to become a poet is to unlearn how to live" volgt er een fletser geval als "het universum is als een discotheek". Pop komt er wel mee weg. Toch is het jammer dat we vooral van zijn verleden als lijdend voorwerp amper achtergrond meekrijgen. Hoe zat het dan voorheen met diens creatieve smart? Voor een film van amper zeventig minuten maakt Lieshout er helaas weinig woorden aan vuil. Voorkennis lijkt vereist. Maar het draait voor Lieshout bovenal om Houellebecqs boodschap, en die wordt vanuit voldoende standpunten belicht, zonder enig cynisme. Een kunstenaar in de put heeft daar ongetwijfeld voldoende aan en kan na het zien van To Stay Alive - A Method met hernieuwde hoop aan de slag.

zondag 16 februari 2014

Today's News: here's a dreadful trailer for ya



Got this up at MS yesterday:

http://www.moviescene.nl/p/153800/eerste_trailer_penny_dreadful

I hadn't heard of this new series yet, but I must admit it looks rather interesting. The beauty and squalor of Victorian era England, a time of refined culture, daring exploration and unapologetic conquest, the dark nature of literary characters from that period like Dorian Gray and Dracula, games of psychological misconduct and sexual manipulation, and a few good actors and writers/producers to make it all seemlessly come to life... what's not to like here? Maybe for some, the fact it sounds like an adult version of the film adaptation of The League of Extraordinary Gentlemen (which is a movie I, unlike most others, hold little umbrage against). As opposed to getting into fisticuffs with each other, in this upcoming Penny Dreadful they seem to jump into bed together and do the nasty instead. Or so it would appear, but as always, trailers can be highly deceiving. Just what these personae are up to and what the role of characters specifically written for this show might be all remains somewhat obscure from just this trailer. The show aims to be a mystery thriller serial (not unlike, say, HBO's Carnivale, which it appears to resemble in tone and mood), and in that regard the trailer delivers that aspect just sublimely. Whether the show itself will be any good is far too early to tell, but I like to think there's room for a gritty unusual terror/noir piece like this on contemporary television. And I have faith in the writers/producers, who have delivered mostly good stuff before (I'll forgive showrunner John Logan for his involvement in Star Trek: Nemesis, as he has redeemed himself with grand movies like Skyfall, Hugo and The Aviator). As for the actors bringing the characters and their strengths and flaws to life, they seem to be a mixed bag. Though I'm always pleased seeing sultry dame Eva Green, suffering Josh Hartnett's blank apathic stare on the small screen for hours on end is not something I hunger for, but I can live with it if needs be. And ah, Timothy Dalton... I sincerely hope this show will turn out as fascinating as the trailer suggests it will be, as the subject matter certainly has potential. In fact, it may just render that announced LXG TV-series redundant.


zondag 2 februari 2014

Today's News: Hannibal sinks its teeth in a new future victim (500th post!)



Posted another scoop on MS late last night. Posting it here as my 500th post:

http://www.moviescene.nl/p/153489/michael_pitt_voegt_zich_bij_cast_hannibal_seizoen_2

Now that's he's sleeping with the fishes on Boardwalk Empire, Pitt has joined the cast of another show where you know for sure things are gonna end up badly for him. We've already seen the gruesome results of the meetings between Lecter and Verger on Ridley Scott's baroque Hannibal movie from 2001, and the TV show will now demystify how the appalling facial mutilations came to be for our enjoyment. Do we even want to know? It's not knowledge we particularly need, but any excuse to see Mads Mikkelsen psychologically toy with other people before proceeding to ruthlessly dispatch them, be it to their own private version of a mental hell or to the afterlife, makes for intriguing and intelligent television. If you can stomach such gruelling subject matter of course. Hannibal is certainly not for everybody. Even though the actual kills are most often not wholly explicitly shown, the amply present visual imagery of horribly disfigured bodily remains, intercut with lavish feasts of usually unidentified dinner ingredients (we're to decide whether Hannibal is engaging in his trademark cannibalism for ourselves, but it was stated early on in the show that he never eats a vegetarian meal), effectively cause a continuous feeling of queeziness and emotional unease. In short: this is a most disturbing show, successfully balancing attraction and abjection. You don't really want to watch it, but you can't turn it off either. Pitt's performance on Boardwalk was no different, as he portrayed a formerly good soul corrupted by war and coaxed into crime by his screwed-up family relations (his mother was only a kid when she had him for crying out loud!), ultimately bringing him to an untimely but foreseeable end. His personal demons were the main cause of his downfall, as is the case with Mason Verger who wouldn't have ended up the way he did if he hadn't condemned himself to his eventual deranged emotional state, something Hannibal feeded for his own nefarious purposes. The results, as illustrated before by Gary Oldman in heavy facial prosthetics, were pretty bad. It'll be interesting to see just how it came about, even if we already know what's gonna happen later down the road. Predictability so far hasn't been a detrimental issue on Hannibal, as we already know what's gonna happen to most of these characters (and the ones whose fate remains unknown are not particularly the people we're watching this show for). The talented cast and generally sickly but savoury atmosphere have made for a compelling first season, and Pitt's addition to the series is only an indication season 2 wont be any different. Plenty of interesting but abhorrent courses to follow, it seems. Don't watch this show while you're eating.



That's right: eeww! Just the sort of stuff you want your readers to see when reaching 500 posts.

zondag 27 oktober 2013

Today's Mini-Review: Blue Jasmine



Blue Jasmine: ****/*****, or 8/10

Woody Allen returns to directing with a vengeance after a disappointing interlude of lesser, though still decent, films. Allen's greatest gambit in Blue Jasmine is the formidable talent provided by the divine Cate Blanchett. Her portrayal of a down-on-her-luck big city socialite who must leave her comfort zone of excessive luxury in exchange for crashing on her blue-collar sister's couch (sort of, since both women were adopted as children) and getting an ordinary job both causes you to hate this woman and feel for her (at first!) in her misery and increasingly deteriorating mental state. Thanks to her former husband (impeccably nefarious Alec Baldwin), a wealthy entrepreneur whose entire fortune was built on the ruthless conning of decent folk – including her own sister and her former fiancé – Jasmine was living the good life until she herself brought down her own house in a petty move that showed she was at least as vicious and self-absorbed as her spouse. Allen doesn't just give the reasons for her sad emotional state away; instead he utilizes a distinctly fragmented narrative that gives you one bit of information at a time until the full picture is revealed at the close of the film. But all the while, he paints a distressing portrait of an utterly narcissistic character who is living in extreme denial of her sorry social situation brought about by turning a blind eye to the obvious shenanigans of her husband for her own financial security's sake.



Nevertheless, a depressing drama Blue Jasmine is not. Rather, it is a tragicomedy in the truest sense of the word, which is swiftly indicated by the delightful opening that features Jasmine's non-stop rambling about her life to a complete stranger on a plane flight. Other hilarious moments include Jasmine's illogical reasoning as she decides what sort of job she thinks she deserves, as well as her wonderfully funny portrayal of a lousy dentist assistant, who can do nothing right but is so good looking her boss (a rather atypical performance by Michael Stuhlbarg) can't keep his hands off her, which illuminates the fact Jasmine is all style over substance: something that most certainly cannot be said for the film itself, unlike some of Allen's other recent work. Allen's message is clear: the rich and wealthy of this world, whose life is built on their own house of cards, are playing with fire at the ruin of others, but mostly themselves, as the hardworking everyday folk have much less to lose and can regain their happiness and lust for life far easier. You might consider this a form of social commentary on the current economic crisis that tells the audience it's really not all that bad unless you can't cope with living a simpler life, but Allen doesn't claim to have pretensions towards such lecturing on world affairs in Blue Jasmine. However, he clearly illustrates the life of high society is not a state of being to be envied with its incessant petty bickering and rampant relational double-crossing, especially compared to us normal people who fortunately don't have to deal with such scandalous affairs. Case in point, Jasmine's sister Ginger (a charming Sally Hawkins), who soon must deal with the rifts in her own circle caused by Jasmine's disturbing presence in her home. Ginger blames the bad history between her and her sister on her ex-husband, but over the course of the film must come to terms with Jasmine's apparent self-destructive nature, which threatens to drag her down with her, except she won't let it, after which she gets back on her feet much quicker because of her flexible stance towards life. Meanwhile, poor Jasmine sinks deeper and deeper, to our delight and sense of moral justice, as pity ever more tucks its tail between its legs when we come to know what she hath wrought and how much she deserves her fate, which is all the while coupled with nothing but the sincerest admiration for Blanchett's displayed skills at her craft in making this downward spiral feel totally compelling throughout.

maandag 30 september 2013

Today's Mini-Review: Borgman



Borgman: ****/*****

Alex van Warmerdam's darkest and most disturbing film to date is also his best, perfectly balancing black humour and psychological terror. After having been rooted out of their carefully hidden underground lairs, a group of strange vagabonds led by the calculating and enigmatic Camiel Borgman (fabulous performance by Flemish actor Jan Bijvoet) slowly but surely infiltrates the life of a well-to-do family. The titular character himself manipulates his way into the house of a rich but bored married couple (Jeroen Perceval and Hadewych Minis) by getting himself brutally beaten up by the husband, after which the wife, driven by both guilt and curiosity, secretly invites him into their lives. The stranger's mystique grabs hold of her more and more, until she begs him to stay when he tells her he is leaving. After that moment, there is no turning back for the family, as Borgman and his co-conspirators stop at nothing to take over, with deadly consequences. The result is an hallucinatory film that holds the middle between being an absurd comedy and a nightmarish horror movie about the seemingly familiar but ultimately inexplicable 'Other' permeating everyday life completely until it has utterly changed into something else entirely. It's 'them' versus 'us', the unknown world outside corrupting the familiar surroundings inside, but which side we are (supposed to be) on is never clear: do we go with this bizarre revolution of the dispossessed have-nots against the haves that live in luxury, or will we choose the side that lives a safe but dull life of complacent banality and conservative conformity? Bijvoet's Borgman is a terrifically played cold, unfathomable force of nature, a subtle instigator of change who will stop at nothing to achieve his goal, though it's never clear just what his aim is. Equally compelling in her performance is Minis, who believably relays and builds on her character of a woman torn by a sense of dread and a burning desire for this strange man that can pull her out of her dull family life, while realizing there will be potentially devastating consequences if she lets him in. Opening with a citation we are to assume is Biblical – '…and they came down to Earth to replenish their ranks', which in the end is exactly what has transpired – the film suggests Borgman and his minions (which includes Van Warmerdam himself in a supporting performance) may be something other than human. You might even be inclined to think they may not even be there at all, existing only as cruel manifestations of the wife's psychological angst, but they are also destructively active outside of her direct environment as well (as her gardener and his wife discover, much to their dismay and our amusement). It's this surreal confusion about the protagonist's goals and existential status, combined with outrageous but thoroughly hilarious instances of dark humour and sombre witticisms that make Borgman an unusual but intriguing horror story, which despite its overly loose and offbeat third act is most definitely one of the finest Dutch films in many years.

zaterdag 10 augustus 2013

Today's Mini-Review: Kapringen



Kapringen: ****/*****, or 7/10

Harrowing tale of a hijacked ship's crew on one side and the ship's company negotiators on the other. A Danish cargo ship is commandeered by Somali pirates who demand 15 million euros ransom. The company's CEO (Søren Malling), against sound advice from a hired expert in hijacking, decides to engage in negotiations with the pirates himself and soon finds himself in too deep where his personal emotions are concerned, which increasingly causes escalations in this dire situation. Meanwhile, the crew of the ship, including the cook Mikkel (Pilou Asbæk), must cope with psychological and violent abuse by the Somalis, while also suffering months of boredom and unhygienic living conditions, including a severe lack of food. However, they form an unlikely bond with their captors, who don't prove to be so inhuman at all (and rather hungry too), just poor, uneducated people driven to extreme action for the most part. Tense scenes of Mikkel being forced to cook for the pirates at gunpoint are interspersed with surprisingly uplifting scenes of the hostages and the Somalis engaging in boisterous song and dance to celebrate the capture and cooking of a fish. However, director Tobias Lindholm makes it perfectly clear that every act of sympathy and generosity the captives receive can be taken from them just as swiftly by their captors due to the ever prolonged negotiation procedures the CEO makes them live through, as he is stalling for time in an effort to bring down the amount of money demanded by the pirates to a more affordable level. Of course the uncertainty suffered by the hostages' families and his decreasing levels of success soon make even him hesitant about a happy outcome, as negotiations seem to rapidly spiral towards a boiling point. Kapringen is a terrific and terrifying movie, executed very realistically. Despite the solid performances this distills from the lead actors, at times realism does hinder the movie's pace since little happens, as it would over the course of four months sitting on a ship that goes nowhere while negotiations have turned so sour that both parties hardly communicate anymore. Nevertheless, the ever more critical situation onboard ship, where the crew has to deal with bored and impatient pirates, does result in many a suspenseful scene, made all the more disturbing by Asbæk's compelling acting. This film is made by the creators of the Danish hit series Borgen and, apart from the good writing of course, it shows: half the cast was featured on that TV-series, so occasionally you start asking yourself, why isn't Danish prime minister Birgitte Nyborg getting herself involved in this affair to save the day?

woensdag 26 september 2012

The Dark Cave: Femininity and Abjection in The Descent, Part 3

Been busy a lot lately, though not too busy watching movies. I did get to see a few, but I didn't get around to review them just yet (because I'm still in the lengthy process of cataloging all species of prehistoric animals having been made into a toy on only a single occasion. I might just post the results here). I saw Ted yesterday (decently funny movie; given the lack of good movies in cinemas at the moment it's no surprise it draws the abundance of crowds it does, since there's simply few alternatives but summer leftovers) and I hope to write a piece on it this weekend. I also might still tell you something about the surreal French flick Holy Motors, if I can wrap my head around it, which is only complicated by the fact I didn't get to hear the dialogue and sounds, I just witnessed the imagery (which was disturbing enough already). That's what you get for sitting right next to the projector. Of course I can give my thoughts on recent movie news, but there's little of real importance, other than saying the new trailer for The Hobbit Part I looks grand (it does, you know) and I'm utterly dismayed and perplexed by the news Universal Pictures means to reboot The Mummy (even though it's only four years since the third Mummy film, and the current franchise is less than 15 years old), but still refuses to finally get Jurassic Park IV going... And the guy the studio hires for the job is Len Wiseman, who just proved reboots are not his thing with the disappointing Total Recall remake. What sad times are these when passing ruffians can just reboot franchises at will for greedy studios! Nothing is sacred!
So I'll take this opportunity to post the third and final part of my essay on Neil Marshall's The Descent (did I mention how much I love this nasty horror picture?), if only to get all that talk about sex and kinky stuff over with. If you missed the previous chapters, you can simply look them up in the Article Archives on your right.
Ted, I'll see you in a few days in more detail... and now back to mapping unique plastic extinct critters. Someone's gotta do it, and the folks at the Dinosaur Toy Forum are just thrilled it's not them.



Hoofdstuk 3: de ‘Final Girl’ in The Descent

Zoals gezegd in de inleiding, wat intrigerend is aan The Descent is de volledig vrouwelijke cast. Waar vergelijkbare films uit het horrorgenre, zowel slasherfilms als monsterfilms, gebruik maken van een cast die zowel mannen als vrouwen behelst, is er afgezien van Paul in de openingsscène geen man in een speaking part aan te treffen. De film toont vrouwen zowel lichamelijk als geestelijk competent en geenszins inferieur aan mannen in conventionele horrorfilms. Dat vrouwen ook sterk kunnen zijn en levend uit het conflict met elk denkbaar monsterlijk wezen kunnen komen wisten we al sinds eind jaren zeventig toen Jamie Lee Curtis haar duel met Michael Myers overleefde in Halloween, waarna het beeld van de sterke jonge vrouw die als enige de strooptocht van de moordenaar overleeft dominant werd in het horrorgenre tot aan de dag van vandaag. Carol Clover gebruikt de term ‘Final Girl’ voor dit beeld en analyseert de werking van dit begrip aan de hand van een aantal slasherfilms. Haar definitie van de ‘Final Girl’ luidt:

The one who did not die: the survivor. She is the one who encounters the mutilated bodies of her friends and perceives the full extent of the preceding horror and of her own peril. (…) She is abject terror personified.1
The only character of any stature who does live to tell the tale is in fact the Final Girl. She is introduced in the beginning and is the only character to be developed in any psychological detail. We understand immediately from the attention paid it that hers is the main story line.’2

David Hogan ziet het belangrijkste element van horrorfilms waarin vrouwen de hoofdpersonages zijn in het moederschap. Hij koppelt het direct aan de ‘archaic mother’, het monsterlijke aspect van vrouwen om kinderen te baren: ‘physical repulsion at what the woman has given birth to3 is wat horrorfilms met een vrouwelijke hoofdrol stuurt. De ‘Final Girl’ ziet hij niet als een op zichzelf staand fenomeen, hoewel het dat al wel genoemd kon worden in 1986 toen hij zijn boek schreef. The films acknowledge that women have wombs, but not that they have brains or very much subtlety of emotion4. Een gebrekkige visie, want destijds waren er genoeg slasherfilms die de vrouw als protagonist niet in dit licht stelden. The Descent is een opvolger van zulke films met een vrouwelijk hoofdpersonage, en laat uitstekend zien dat, ondanks het aanwezige beeld van de ‘archaic mother’, vrouwen niet gereduceerd hoeven te worden tot ‘wombs’ maar ook de nodige hersens en hardheid hebben om hun aanvaring met de dood te overleven.


 Vooral de hardheid van de vrouwen in The Descent is opvallend. Het zijn allemaal rouwdouwers, stoere meiden die het lef hebben om het gevaar op te zoeken en een avontuurlijk leven leiden vol actieve extreme sporten als ‘wild water rafting’ en grottenexploratie. Hoewel zulke bezigheden niet atypisch zijn voor vrouwen vandaag de dag geeft het de groep toch een jongensachtig gevoel wat benadrukt wordt door hun bij vlagen platte taalgebruik. Clover geeft aan dat de ‘Final Girl’ een ‘boyish’ persoon is: ‘Her smartness, gravity, competence in mechanical and other practical matters, and sexual reluctance set her apart from the other girls (…). Lest we miss the point, it is spelled out in her name5. In The Descent lijkt eerder het tegenovergestelde te gelden. Alle vrouwen in de film zijn even grofgebekt en hebben verstand van het beklimmen van grotten en het materiaal dat ze daarvoor gebruiken. De enige vrouwen die volgens de film een seksuele relatie hebben zijn Juno en Sarah (beiden met Paul), die juist het dichtst bij de verdere definitie van de ‘Final Girl’ aanzitten. De enige naam die daarentegen jongensachtig overkomt is Sam (Samantha afgekort), maar de andere namen zijn geenszins mannelijk. Clover’s ‘Final Girl’ komt in dit geval niet volledig overeen met het beeld dat The Descent van vrouwen neerzet6.

Marcia England beweert als punt van kritiek op Clover’s concept van de ‘Final Girl’ dat deze door het doden van de moordenaar en het daarop doen hervatten van ‘normaliteit’ het patriarchale systeem waarmee de film opende herintroduceert: ‘It is the Final Girl who restores the patriarchal binaries to regain order at the conclusion of the film7. Voor andere horrorfilms is dit misschien het geval, maar niet voor The Descent; een patriarchaal systeem ontbrak vanaf het begin van de film (na Paul’s dood definitief). In Juno’s personage kan een matriarchaal systeem waargenomen worden, aangezien zij (althans tot blijkt dat ze gelogen heeft over het feit dat de grot onverkend is) fungeert als leider over de groep. Aan het eind van de film sterft haar matriarchale systeem met haar, als Sarah haar overgeeft aan de Crawlers. Als Sarah de ‘Final Girl’ van de film is vindt er wel een transitie plaats naar een nieuw matriarchaal systeem (Sarah als matriarch), maar nooit naar patriarchaal. England’s kritiek is in het geval van The Descent niet steekhoudend.

The Descent lijkt aanvankelijk op duidelijke wijze gebruik te maken van een ‘Final Girl’; Sarah, die uiteindelijke als enige het conflict met de Crawlers overleeft na al haar vriendinnen afgeslacht te zien worden. Maar is er wel sprake van een ‘Final Girl’ zoals Clover haar definieert? Op het eerste gezicht lijkt Sarah aan de eisen van Clover’s ‘Final Girl’ te voldoen. Afgezien van het ‘jongensachtige’ zijn bovenstaande beschrijvingen goed op haar van toepassing. Clover stelt ook dat

She alone looks death in the face, but she alone also finds the strength to stay the killer long enough to be rescued (ending A) or to kill him herself (ending B).’8

Ook dit lijkt op Sarah toe te passen, indien we de Crawlers als ‘the killer’ beschouwen. Sarah doodt elke Crawler die haar overleven bedreigt (‘ending B’), en weet uiteindelijk door haar wraak op Juno de Crawlers lang genoeg af te leiden om te ontsnappen uit de grot (‘ending A’). Het probleem is echter dat de citaten ook grotendeels op Juno toe te passen zijn9. Immers, ook Juno heeft Crawlers gedood uit noodzaak, en zonder Sarah’s wraak zou zij ook de uitgang van de grot bereikt hebben en zou ze het overleefd hebben. Hier ligt het verschil met andere films die gebruik maken van een ‘Final Girl’: The Descent heeft er in zekere zin twee.

Zowel Juno als Sarah worden geconfronteerd met de Crawlers en hun terreur die de dood van hun vriendinnen veroorzaakt. Beiden weten ze een aantal Crawlers te doden in zelfverdediging. Het verschil met Clover’s ‘Final Girl’ ligt in hun eigen moord op een vriendin. Juno doodt Beth (zo goed als, alleen durft ze haar dood niet te bespoedigen). Sarah doodt Juno, niet direct, maar door haar een makkelijke prooi te maken voor de Crawlers die haar vervolgens toch nog afslachten. Beth’s dood was echter onopzettelijk, terwijl Sarah’s actie gericht was. Is Sarah door deze wraakzuchtige actie zelf de ‘killer’, een valse ‘Final Girl’ die de ware ‘Final Girl’ doodt vlak voor haar redding? Of is Juno vanaf het begin al de eigenlijke ‘killer’, zonder dat Sarah het wist? Immers, Juno’s hypocrisie heeft de dood van haar gezin en de dood van haar vriendinnen veroorzaakt, en bijna (mogelijk daadwerkelijk) Sarah’s eigen dood. In deze optie zou Sarah als ‘Final Girl’ uiteindelijk het ene monster aan het andere overgelaten hebben om zichzelf te redden. Zoals Clover stelt: ‘The Final Girl (…) virtually or actually destroys the antagonist and saves herself10.
Maar dan rijst de vraag: heeft Sarah zichzelf wel gered? Werkt het beeld van de ‘Final Girl’ wel in deze film, gezien het multi-interpretabele einde? Als we ervan uitgaan dat Sarah stierf in het ziekenhuis aan het begin van de film en het hele gebeuren in de grot een laatste hersenspinsel was lijkt het moeilijk te kunnen spreken van een ‘Final Girl’. Immers, ze heeft het einde van de film niet levend gehaald (hoewel het dan aannemelijk is dat haar vijf vriendinnen het wel overleefd hebben aangezien de grottentocht nooit plaats heeft gevonden). Het hele concept van de ‘Final Girl’ is dan slechts een metafoor voor het tot een bevredigend einde brengen voor Sarah, in haar metafysische hereniging met haar dochter, niet zozeer het overleven van Sarah zelf. Hoewel Sarah toch ‘abject terror personified’ genoemd kan worden – fictief of niet, we hebben haar een groot gedeelte van de film zien rennen voor haar leven – krijgt Clover’s definitie van de ‘Final Girl’ zo een volledig nieuwe invulling11.


Conclusie

De rol van ‘abjection’ en de ‘femininity’ in The Descent is duaal en niet los te zien van de moederfiguren die in de film aan te treffen zijn. De verschillende manieren waarop de ‘archaic mother’ gerepresenteerd wordt duiden allereerst op het aloude beeld van de vrouw als monsterlijk wezen dat in staat is tot de abjecte daad van het kinderen baren. Tegelijkertijd zien we vrouwen in een positiever licht als sterke personen die vechten tegen de monsters die deze ‘archaic mother’ op ze loslaat. 
 
Maar deze vrouwen zijn zelf ook niet vrij van ‘abjection’, gezien hun conflictueuze gedrag dat zich uit in moord op elkaar. Juno als abjecte hypocriet, een moederfiguur dat haar kinderen de dood indrijft, is allesbehalve positief: hoewel moord niet haar bedoeling was, is het wel het resultaat waartoe haar verraderlijke gedrag tot twee keer toe leidt (de dood van Sarah’s gezin en de dood van haar vriendinnen). Het conflict met Sarah dat ze eigenlijk in de hele film heeft maar voor Sarah pas laat aan het licht komt vormt een rode draad in het plot, eindigend in de straf die, Juno, de valse moeder (ook een typisch bedrieglijke ‘femme fatale’ maar eentje die zich richt op andere vrouwen in plaats van op mannen) het leven kost. Zo doodt de protagonist uiteindelijk een versie van de ‘archaic mother’.
Tegelijkertijd is deze ‘Final Girl’ zelf ook geenszins puur: zij wordt besmet door de echte ‘archaic mother’ die zich overal om haar heen bevindt (de grot, de Crawlers als metaforische vervanging, de poel van bloed). Gekleed in een huid van bloed dient Sarah korte tijd de ‘archaic mother’: ze offert het andere kwade moederfiguur, Juno (een valse ‘archaic mother’), aan de kinderen van de werkelijke ‘archaic mother’, want deze duldt geen concurrentie. De echte ‘archaic mother’ wordt slechts gerepresenteerd in beeld maar krijgt een fetish-object in de vorm van de Crawlers. Na kort de acoliet van de ‘archaic mother’ geweest te zijn en de rol van ‘monstrous feminine’ gespeeld te hebben, keert Sarah terug naar haar eigenlijke zelf.

Sarah, het overwegend positieve moederfiguur, houdt ook na haar dood een connectie met haar dochter. De band met haar man wordt direct bij het ongeluk verbroken, aangezien hij haar bedroog met Juno. Ongeacht hoe je het einde van The Descent interpreteert (Sarah is dood/Sarah leeft) blijft Sarah de goede moeder die in het laatste beeld van de film herenigd wordt met haar dochter als beloning van het trouwe moederschap. Sarah voldoet niet aan alle eisen van de ‘Final Girl’ (haar status als getrouwde moeder maakt haar bovendien meer een ‘woman’ dan een ‘girl’), maar lijkt een moderne postfeministische variant op de ‘Final Girl’ te zijn, die wel de enige overlever is maar niet gevrijwaard blijft van ‘abjection’.
Het feit dat de film gebruik maakt van een volledig vrouwelijke rolbezetting lijkt weinig invloed te hebben op het beeld van vrouwen in de film. De film draait om het conflict tussen Sarah en Juno, en zij zijn de enige personages die karakterontwikkeling ondergaan: de verschillende visies op vrouwelijkheid en het moederschap komen slechts in deze personages naar voren, alsmede in de figuurlijke representatie van de ‘archaic mother’. De andere vrouwelijke personages blijven opvallend oppervlakkig en worden uiteindelijk gereduceerd tot niks dan kanonnenvlees. De in de film genoemde status van Holly als protégee van Juno of van Sam en Rebecca als zussen blijft onderbelicht, hoewel een verdieping in deze relaties aanvullende visies op vrouwelijkheid of moederschap had kunnen bieden. De vraag dient zich aan of het uitgemaakt had als er ook mannen mee de grot in waren gegaan in plaats van enkele van dergelijke vrouwelijke bijrollen. Het contrast tussen de vrouwen en de Crawlers, die in principe bijna allemaal mannelijk zijn, wordt echter symbolischer door het verdere gebrek aan mannelijke personages en wijst op een letterlijke ‘battle of the sexes’, de ‘normal feminine’ versus de ‘monstrous masculine’ (maar in dienst van de ultieme ‘monstrous feminine’, de ‘archaic mother’), waarbij er zich een verrader onder de vrouwen bevindt. Juno verraadt hen echter niet aan de man, maar aan de ‘archaic mother’ (deze domineert de mannelijke figuren in de film), die zij onbewust imiteert door haar abjecte gedrag. De film handelt over vrouwen tegen vrouwen waarbij mannen, voor zover al aanwezig, slechts pionnen zijn.


Bibliografie

Clover, Carol J. Men, women, and chain saw: gender in the modern horror film. Londen: British Film Institute, 1992

Creed, Barbara. ‘Kristeva, Femininity, Abjection’ and ‘Horror and the Archaic Mother: Alien’ in The Monstrous Female: Film, Feminism, Psychoanalysis. London en New York: Routledge, 1993, p. 8-30

England, Marcia. “Breached Bodies and Home Invasions: Horrific representations of the feminized body and home.” Gender, Place and Culture, nr. 13 (augustus 2006): p. 353-363

Hogan, David J. Dark Romance: Sex and Death in the Horror Film. Jefferson NC: McFarland & Company Inc., 1986

Kristeva, Julia. Powers of horror: an essay on abjection. New York: Columbia University Press, 1982


1 Clover 1992: p. 35
2 Clover 1992: p. 44
3 Hogan 1986: p. 19
4 Hogan 1986: p. 19
5 Clover 1992: p. 40
6 Nina K. Marten beschrijft in haar essay “The Descent: Feminism and the Final Girl in Horror Cinema” andere punten waarop Clover’s ‘Final Girl’ in conflict is met het beeld van de ‘Final Girl’ wat The Descent toont. Helaas was haar artikel op het moment van schrijven niet beschikbaar voor publicatie, waardoor ik er geen gebruik van heb kunnen maken. Slechts het abstract van dit artikel was vrijgegeven.
7 England, 2006: p. 354
8 Clover 1992: p. 35
9 Het voornaamste verschil tussen Sarah en Juno wat duidt op wie de ‘Final Girl’ is, is de absolute status van protagonist en karakterontwikkeling die Sarah in grotere mate toegekend krijgt (we zien de film bijna volledig vanuit haar perspectief). Desondanks speelt Juno in Sarah’s ontwikkeling een aanzienlijke rol die het verhaal stuurt.
10 Clover 1992: p. 59
11 Deze invulling is misschien niet steekhoudend als we slechts naar The Descent kijken. Als we het vervolg, The Descent Part 2 (op het moment van schrijven in post-productie), erbij betrekken verdwijnt deze interpretatie. De sequel gaat volgens IMDb over Sarah’s terugkeer naar de grotten met reddingswerkers om aan te tonen dat ze de Crawlers niet verzonnen heeft en niet haar eigen vriendinnen heeft gedood. Deze synopsis stelt expliciet dat Sarah het dus toch overleefd heeft, waardoor haar een conventionele lezing van de ‘Final Girl’ toegedicht kan worden. Hoewel The Descent dan een metafysische lezing van de ‘Final Girl’ bespaard blijft, is het spijtig dat het ambigue einde van de film verloren gaat door een eigenlijk overbodig vervolg.

woensdag 12 september 2012

The Dark Cave: Femininity and Abjection in The Descent, Part 2

 I've been back at work for almost two weeks now and I've been busy cleaning up the mess made in my absence (again!). As a consequence, I unfortunately didn't get the chance to see any new films. Worse is the fact all appealing movies I'm interested in disappear out of theaters in rapid succession without having gotten a decent run, because the greedy powers that be decide they don't make enough money on too short notice. So while I really wanted to see oddball movies the likes of God Bless America and Ronal the Barbarian, it just didn't happen. Still, I need to post something on the main page every now and then to make it obvious I haven't forgotten it. So I turned to my stash of college papers again and decided to continue posting my sexually charged paper on Neil Marshall's awesome horror flick The Descent. Today, chapter 2: more talk about monsters, sex, death and gore. All the niceties of life in a nutshell. Plus monsters.



Hoofdstuk 2: representatie van de ‘archaic mother’ en moederfiguren in The Descent

A friend of mine (…) read the script and came back to me, she said: ‘This is disgusting!’, she said, ‘the whole story is about sex, all about sex!’ The whole women-going-into-a-dark-tunnel, a slimy dark tunnel, the bloody caves, all that kind of stuff, it’s all about sex and sexuality. She said I’d written a horror porn movie.’1

Een belangrijk aspect van de horrorfilm, ook The Descent, is de representatie van vrouwelijke seksualiteit en moederfiguren. De mogelijkheid van het vrouwelijk lichaam om moeder te zijn is een belangrijk element voor ‘abjection2: ‘In Kristeva’s view the image of woman’s body, because of its maternal functions, acknowledges its ‘debt to nature’ and consequently is more likely to signify the abject3. De rol van het moederfiguur, al dan niet abject, wordt op verschillende manieren letterlijk en figuurlijk gerepresenteerd in The Descent.
De representatie van de ‘archaic mother’ zoals getypeerd in Kristeva en Creed is hierbij niet onbelangrijk. Een letterlijke representatie van de ‘archaic mother’ is niet te vinden in The Descent, maar op diverse manieren vinden we ‘signifiers’ van haar aanwezigheid.

Een belangrijk element dat Creed bespreekt met betrekking tot de representatie van de ‘archaic mother’ in de horrorfilm is de ‘primal scene’, ‘the scene of birth, in relation to the representation of other forms of copulation and procreation4. De ‘primal scene’ wordt in The Descent twee keer, op verschillende manieren, figuurlijk getoond. In beide gevallen vindt de geboorte plaats zonder ‘agency of the opposite sex5: Sarah is het enige subject van de geboorte, mannen (laat staan andere vrouwen) komen er niet aan te pas. Beide keren vindt er geen letterlijke geboorte plaats, maar wel een belangrijke psychologische omslag in Sarah’s karakter.
De eerste keer vindt plaats in het ziekenhuis als Sarah bijkomt vlak na het auto-ongeluk. Als ze uit bed komt en door de gang van het ziekenhuis loopt gaan de lichten opeens één voor één uit. Het scherm gaat een korte tijd op zwart, waarna het beeld terugkeert en we zien hoe Sarah zich vol verdriet over haar verlies in de armen van Beth stort. Sarah heeft op dit punt alles verloren wat bepalend voor haar eerdere karakter was: ze is niet langer moeder of echtgenote en wordt “herboren” als kinderloze weduwe. Zogezegd is de interpretatie van deze hergeboorte vrij oppervlakkig, maar de scène kan op een tweede, duisterder, wijze geïnterpreteerd worden. Immers, het uitgaan van de lichten in het ziekenhuis is merkwaardig: het werkt als symbool voor Sarah’s emotionele toestand, maar past anderszins niet in de diëgese (in hoeveel ziekenhuizen gaan de lichten immers spontaan uit op een navrant moment als dit?). Gekoppeld aan het open einde waarin Sarah herenigd wordt met haar dochter in de grot ligt dit anders. De interpretatie houdt in dat Sarah gestorven is in het ziekenhuis, lichamelijk maar niet geestelijk. Haar geest blijft actief en verzint het verhaal van de grottentocht en de Crawlers om haar totale verlies te kunnen verwerken en af te kunnen rekenen met haar onderbewuste gevoel van Juno’s verraad, als een droom die voorbij flitst voor het ontwaken. Aan het eind vindt ze haar dochter terug in een metafysische toestand, een soort hemel. Zo gezien is deze ‘primal scene’ geen geboorte, maar juist een sterfgeval: Sarah wordt “geboren” als geest. De ‘archaic mother’, als ‘point of origin and of end6, kan naast de geboorte immers ook gerepresenteerd worden in de dood, zoals in dit geval.

Een tweede ‘primal scene’ in The Descent behelst de geboorte meer letterlijk, vooral visueel. Hier betreft het Sarah’s opduiken uit de poel van bloed in de grot. In haar strijd met de Crawlers belandt ze in deze poel. Ze blijft even onder, en komt vervolgens langzaam tevoorschijn, volledig bedekt met bloed. Het beeld wat deze scène toont correspondeert op een letterlijke manier met het beeld van de geboorte, het ter wereld komen van het nageslacht in een bloedig tafereel. ‘The creature born is primitive rather than civilized, suggesting that a thin line separates the human animal from its ancestors7: Sarah’s karakter verandert hier; ze wordt een vastberaden en berekenende, actieve overlever die volledig op zelfbehoud gericht is, maar ook op wraak. Ze beslecht haar conflict met Juno waarvan ze eerst niet wist dat ze het had, totdat Beth haar Pauls hanger overhandigde, op een manier die zowel te interpreteren valt als een wrede overlevingstactiek als een wraakmethode. Ze steekt Juno door haar been zodat ze niet meer kan lopen en laat haar vervolgens achter voor de Crawlers. Zo wordt Juno gestraft voor haar verraad aan Sarah, maar vormt ze ook een afleidingsmanoeuvre die Sarah zelf de kans geeft de uitgang te bereiken terwijl de Crawlers zich met Juno bezighouden. Het is een primitieve daad en stelt de vraag in hoeverre Sarah humaan handelde: was het moreel gerechtvaardigd of een beestachtige daad ten bate van haar overleven, uit puur zelfbehoud?
In zekere zin lijkt Sarah zelf een ‘monstrous female’ te worden na deze tweede ‘primal scene’. Haar huid wordt volledig bedekt door bloed, een ‘bodily waste’ die een tweede huid vormt, en die haar voorziet van een bloeddorst die ze voorheen ontbeerde. Sarah wordt letterlijk primitiever: ze beweegt zich dierlijker, kruipend op handen en voeten, gejaagder en agressiever, zintuiglijk gedreven en emotieloos. Ze spreekt niet, zelfs nadat ze Juno terugvindt: de twee wisselen geen woord met elkaar, de communicatie via hun blikken zegt genoeg. Haar bloeddorst komt tot een hoogtepunt wanneer ze Juno uitschakelt en zichzelf redt. Pas als ze de grot verlaat via de uitgang (een klein gat in de grond waar ze met moeite uitkruipt, wellicht een derde ‘primal scene’?) verandert haar karakter weer terug. Uiteindelijk weet ze haar auto te bereiken, huilend en overstuur, hetzij door de inspanning, hetzij uit wrok over Juno’s ondergang die zijzelf veroorzaakt heeft. Bijna al het bloed op haar huid is bij haar terugkeer verdwenen, een indicatie dat haar normale karakter hersteld is. Als ze stopt om bij te komen moet ze overgeven als late reactie op alle ‘abjection’ in de grot (en mogelijk ook over haar dubieuze actie jegens Juno): ‘The body’s inside (…) shows up in order to compensate for the collapse of the border between inside and outside. It is as if the skin, a fragile container, no longer guaranteed the integrity of one’s “own and clean self” but (…) gave way before the dejection of its contents8.


Naast de ‘primal scene’ wordt de ‘archaic mother’ in deze film ook gerepresenteerd in de alomtegenwoordige beelden van duisternis, bloed en dood. De duisternis van het grottenstelsel is voor de hand liggend, evenals de psychoanalytische interpretatie van de grotten zelf als de “baarmoeder” van de ‘archaic mother’ waar zij monsters (Crawlers) voortbrengt: ‘the womb-like imagery, the long winding tunnels leading to inner chambers9. De vele liters bloed die in deze grotten te vinden zijn representeren de gewelddadige geboorte van de monsters alsook de dood van de slachtoffers waarvan zij leven. Het beeld van de dood is hier niet los te zien van het beeld van de vernietigende seksualiteit van de ‘archaic mother’ met haar kinderen, de Crawlers. De vergelijking tussen seks en dood is het leitmotif van Hogan in zijn boek ‘Dark Romance: Sex and Death in the Horror Film’: ‘Sexual behavior and its ultimate purpose, children, are quite clearly the antithesis of death. If one is to examine death then, one must examine sex10. In het geval van The Descent is seksualiteit niet de tegenhanger van de dood: het is juist de brenger van de dood, zowel in de metaforen van de grotten en de moordende ‘archaic mother’, als buiten de grot waar de seksuele uitspatting van Juno leidde tot de dood van Sarah’s gezin.
De grot is exemplarisch voor de ‘abject space’ zoals Marcia England deze typeert: ‘Abject spaces are considered dangerous and frightening because they are places of uncertainty. Boundaries dissolve in abject spaces, resulting in confusion of categories and apprehension as comfort levels are breached11. De onbekende grot is een plek vol gevaar en onzekerheid (zowel van buitenaf als binnenin de groep vriendinnen), waar ‘borders’ doorbroken worden (leven/dood, vriend/vijand, mens/dier). De term is vergelijkbaar met Clover’s begrip van de ‘Terrible Place’, de plaats waar de confrontatie tussen de slachtoffers en de monsters in horrorfilms plaatsvindt12. Clover koppelt ‘abjection’ hier niet direct aan, hoewel dat een voor de hand liggend begrip in deze context is.
De Crawlers zijn de fetish-objecten voor de ‘archaic mother’. Afwezig als zij is wordt het beeld van de ‘archaic mother’ als monsterlijke doder op deze wezens geprojecteerd, die haar erfgoed van moord en ‘abjection’ uitdragen. Zo staan de Crawlers symbool voor de ontbrekende fallus van de moeder13, maar met hun dodende scheurtanden nog sterker voor haar vagina dentata, dat wat castreert14. In dit geval kunnen hun slachtoffers echter niet gecastreerd worden, het zijn slechts vrouwen. Deze vrouwen staan in scherp contrast met de Crawlers als fetish-object voor de ‘archaic mother’, want ze representeren de ‘acceptable form and shape of woman15, lichamelijk aantrekkelijk om naar te kijken als ze zijn (‘woman as reassuring and pleasurable sign16).

Naast de ‘archaic mother’ wordt vrouwelijkheid ook op andere manieren getoond in The Descent. De belangrijkste manier waarop dit verschil zich uit ten opzichte van de ‘archaic mother’ is in het moederschap zelf. Het meest voor de hand liggend is Sarah als moeder te zien: hoewel ze ‘ontmoederd’ is door de dood van haar dochter heeft ze de connectie met het kind niet verloren. Deze band is welhaast een katalysator voor de rest van het verhaal in de film te noemen. Haar aanhoudende rouw over de dood van haar dochter leidt Juno ertoe de grottentocht als afleiding te ondernemen. Het helpt niet, want in de grotten hallucineert/droomt Sarah over haar dochter: het ambigue einde herenigt haar met het kind, hoewel het onduidelijk blijft hoe deze situatie opgevat moet worden. Wel kan gesteld worden dat haar houding tegenover haar dode dochter een figuurlijke vorm van Kristeva’s notie van de ‘mother-child’ relatie is: ‘the child struggles to break free but the mother is reluctant to release it17. Hier worstelt het kind niet, maar sterft jong. Desondanks kan de moeder haar niet loslaten, haar dood blijft onverwerkt.
Een ander, meer figuurlijk, moederfiguur is Juno. Zij leidt haar vriendinnen de onderwereld in (als ware een matriarchaal systeem) en probeert ze in leven te houden als haar beoogde doel door het instorten van de grot misloopt. Als moeder faalt zij jammerlijk, met als dieptepunt de (onopzettelijke) dood van een “dochter”, Beth18. Na alle “dochters” verloren te hebben komt het tot een confrontatie tussen haarzelf en een echte moeder, Sarah, die haar rol als dochter van Juno niet meer accepteert na Juno’s bedrog en falen, en haar verslaat.
De namen van zowel Sarah als Juno zijn mogelijke referenties naar mythische moederfiguren. In de Romeinse mythologie was Juno de eega van de oppergod Jupiter, en zodoende de koningin der goden. Ze werd aanbeden als godin van het moederschap en het huwelijk. De status van het personage Juno in de film als hypocriet wordt door deze verwijzing verder uitgediept, aangezien Juno noch moeder noch echtgenote is, maar ze Sarah, die juist beide functies bekleedde, bedrogen heeft met als indirect resultaat de dood van zowel haar man als haar dochter, waardoor Sarah deze functies juist verloor.
De naam ‘Sarah’ kan verwijzen naar Sarah/Sarai, de vrouw van Abraham in het Oude Testament. In het Hebreeuws betekent Sarah zoveel als ‘een vrouw van hoge rang’, ‘prinses’ of ‘godin’. In dit opzicht verschilt het gebruik van de naam ‘Sarah’ niet veel van de naam ‘Juno’ (immers ook een godin). Sarah’s status als echtgenoot van Abraham is voor de hand liggend, maar als moederfiguur is zij ambigue. Het Oude Testament maakt melding van haar onvruchtbaarheid wat Abraham noopte tot het nemen van een concubine (Hagar) om kinderen te verwekken. Toch kreeg ze op hoge leeftijd alsnog een kind, Izaäk. De Sarah in de Bijbel maakt dus een bijna omgekeerde ontwikkeling door als de Sarah in The Descent: haar wordt eerst de mogelijkheid tot het krijgen van een kind ontnomen hoewel ze uiteindelijk toch baart, terwijl Sarah in de film haar kind verliest en vervolgens ook het krijgen van andere kinderen door haar eigen dood (afhankelijk van hoe je de film interpreteert)19. Een andere interpretatie van het gebruik van de naam ‘Sarah’ heeft betrekking tot overspel. De Sarah in de Bijbel werd ertoe genoopt de buitenechtelijke relatie (een vorm van overspel) van Abraham met Hagar goed te keuren door haar eigen onvruchtbaarheid. Paul, de echtgenote van Sarah in de film, pleegt overspel met Juno. Zo zijn de connecties met hun mythische tegenhangers in beide gevallen omgekeerd: Juno is geen getrouwde moeder met kind en Sarah wel: Sarah pleegt geen overspel, Juno wel.


Naast de lichamelijk afwezige ‘archaic mother’ is er een letterlijke monsterlijke moeder aan te treffen in The Descent: de vrouwelijke Crawler. Opvallend genoeg is er maar één vrouwelijke Crawler te zien in de film. Alle andere Crawlers zijn mannelijk20. De film impliceert dat de jonge Crawler die Sarah doodt nageslacht is van dit wijfje. Sarah wordt hierop rechtstreeks geconfronteerd met de vrouwelijke Crawler, zowel lichamelijk als metaforisch. Het vrouwtje valt haar aan maar Sarah weet ook haar te doden. Tegelijk wordt de representatie van beiden als kinderloze moederfiguren weerspiegeld: Sarah verloor haar kind, en nu doodt ze het kind van haar tegenstander. Hierdoor wint de vrouwelijke Crawler sympathie van de toeschouwer: ze handelt met een motief, wraak en verdriet, waar de andere Crawlers slechts moorddadige monsters lijken. Hoewel Sarah handelde uit zelfverdediging is de dood van de moeder affectief voor de kijker, en eens te meer een bewijs dat Sarah en haar vriendinnen de indringers, de ‘abjecten’ zijn in de grot (zie Hoofdstuk 1). De vrouwelijke Crawler kan echter ook gezien worden als de directe ‘archaic mother’. Als enige vrouwelijke Crawler in de film kan zij staan voor de moeder der monsters, die alle andere Crawlers heeft voortgebracht. In dit geval doodt Sarah de ‘archaic mother’ direct, terwijl haar erfgoed van terreur hierop gehandhaafd blijft: zowel het metaforische beeld van duisternis, dood en bloed als de andere Crawlers blijven na haar dood aanwezig. Hierdoor zie ik haar niet als een directe ‘archaic mother’ maar een vervangend fetish-object zoals de andere Crawlers.

1 Uitspraak van regisseur Neil Marshall op het audiocommentaar van de DVD van The Descent.
2 England, 2006: p. 356
3 Creed 1993: p. 11
4 Creed 1993: p. 17
5 Creed 1993: p. 17
6 Creed 1993: p. 17
7 Creed 1993: p. 17
8 Kristeva 1982: p. 53
9 Creed 1993: p. 19
10 Hogan, David J. Dark Romance: Sex and Death in the Horror Film. Jefferson NC: McFarland & Company Inc., 1986: p. xii
11 England, 2006: p. 355-356
12 Clover, Carol J. Men, women, and chain saw: gender in the modern horror film. Londen: British Film Institute, 1992: p. 30-31
13 Creed 1993: p. 21
14 Creed 1993: p. 22
15 Creed 1993: p. 23
16 Creed 1993: p. 24
17 Creed 1993: p. 11 / Kristeva 1982: p. 13
18 Gefocust op het doden van de Crawlers steekt Juno Beth neer omdat ze denkt dat een Crawler haar van achteren probeerde aan te vallen. Ze herkende haar niet als een vriend. Kristeva: ‘abjection is elaborated through a failure to recognize its kin’ (1982: p. 5).
19 De strijd tussen Sarah en Juno is mogelijk een stiekeme verwijzing naar de strijd tussen monotheïsme en polytheïsme. Uiteindelijk werd de religie van meerdere goden die de Romeinen (Juno) aanhingen vervangen door het monotheïstische Christendom (Sarah), voortbordurend op het Hebreeuwse Oude Testament. Als metafoor delft Juno het onderspit in haar strijd met Sarah.
20 Volgens IMDb’s castlist lag de verhouding anders; van de 10 Crawlers in de film werden er 3 gespeeld door vrouwen. Desondanks zien we maar één vrouwelijke Crawler. Of deze werd gespeeld door drie actrices, of twee actrices speelden mannelijke Crawlers.