Posts tonen met het label the descent. Alle posts tonen
Posts tonen met het label the descent. Alle posts tonen
donderdag 10 oktober 2013
Today's Top-10: Audio Commentaries
Here's another first for me: a top-10 list. I had been tempted to do one for ages, but I never could find a (fairly) original subject. Eventually I settled on the topic of audio commentaries, which - though not unique - is not a commonly discussed subject, despite the wealth of informative anecdotes, first-hand experiences and overally funny stories they often contain. So that's what I decided to make a top-10 about, and this link will show you the result:
http://www.moviescene.nl/p/150432/top_10_audiocommentaren
It really was more a case of narrowing these ten movies down, than writing stuff about them down. For every movie I picked, there's three more that didn't make the cut. And of course this remains a subjective list, since it only covers audio commentaries I am familiar with (but fortunately there's still a lot of those!). I could of course have scoured the Web for popular commentaries, but I didn't want to be influenced too much by what I found, so undoubtedly there's a few terribly fascinating or notorious commentary tracks I missed out on, but that's not necessarily a bad thing, since other seasoned movie veterans can now patch in and name some more noteworthy commentaries, while I may likewise have pointed them in the right direction to expand their own knowledge. It makes top-10 lists a rather mutual process: either you wholly agree with my picks (unlikely), you disagree and point out material better suited in your opinion (which could be a learning curve for me), or you were not familiar with the ones I mentioned and decide to check them out for yourself. Everyone's a winner.
Incidentally, I did do some online checking in hindsight when my top-10 was done, and found out that many similiar lists include the delightful Tropic Thunder track. Guess that one comes reommended by more people than just me. You might want to watch that one then. Or more precisely, listen to it.
Labels:
article,
audio commentary,
guillermo del toro,
hellboy,
lemony snicket,
lord of the rings,
moviescene,
pan's labyrinth,
Paul Verhoeven,
red,
showgirls,
snatch,
the descent,
the life aquatic,
top-10,
tropic thunder
woensdag 26 september 2012
The Dark Cave: Femininity and Abjection in The Descent, Part 3
Been busy a lot lately, though not too busy watching movies. I did get to see a few, but I didn't get around to review them just yet (because I'm still in the lengthy process of cataloging all species of prehistoric animals having been made into a toy on only a single occasion. I might just post the results here). I saw Ted yesterday (decently funny movie; given the lack of good movies in cinemas at the moment it's no surprise it draws the abundance of crowds it does, since there's simply few alternatives but summer leftovers) and I hope to write a piece on it this weekend. I also might still tell you something about the surreal French flick Holy Motors, if I can wrap my head around it, which is only complicated by the fact I didn't get to hear the dialogue and sounds, I just witnessed the imagery (which was disturbing enough already). That's what you get for sitting right next to the projector. Of course I can give my thoughts on recent movie news, but there's little of real importance, other than saying the new trailer for The Hobbit Part I looks grand (it does, you know) and I'm utterly dismayed and perplexed by the news Universal Pictures means to reboot The Mummy (even though it's only four years since the third Mummy film, and the current franchise is less than 15 years old), but still refuses to finally get Jurassic Park IV going... And the guy the studio hires for the job is Len Wiseman, who just proved reboots are not his thing with the disappointing Total Recall remake. What sad times are these when passing ruffians can just reboot franchises at will for greedy studios! Nothing is sacred!
So I'll take this opportunity to post the third and final part of my essay on Neil Marshall's The Descent (did I mention how much I love this nasty horror picture?), if only to get all that talk about sex and kinky stuff over with. If you missed the previous chapters, you can simply look them up in the Article Archives on your right.
Ted, I'll see you in a few days in more detail... and now back to mapping unique plastic extinct critters. Someone's gotta do it, and the folks at the Dinosaur Toy Forum are just thrilled it's not them.
Hoofdstuk 3: de ‘Final
Girl’ in The Descent
Zoals
gezegd in de inleiding, wat intrigerend is aan The Descent is
de volledig vrouwelijke cast. Waar vergelijkbare films uit het
horrorgenre, zowel slasherfilms als monsterfilms, gebruik maken van
een cast die zowel mannen als vrouwen behelst, is er afgezien van
Paul in de openingsscène geen man in een speaking part aan te
treffen. De film toont vrouwen zowel lichamelijk als geestelijk
competent en geenszins inferieur aan mannen in conventionele
horrorfilms. Dat vrouwen ook sterk kunnen zijn en levend uit het
conflict met elk denkbaar monsterlijk wezen kunnen komen wisten we al
sinds eind jaren zeventig toen Jamie Lee Curtis haar duel met Michael
Myers overleefde in Halloween, waarna het beeld van de sterke
jonge vrouw die als enige de strooptocht van de moordenaar overleeft
dominant werd in het horrorgenre tot aan de dag van vandaag. Carol
Clover gebruikt de term ‘Final Girl’ voor dit beeld en
analyseert de werking van dit begrip aan de hand van een aantal
slasherfilms. Haar definitie van de ‘Final Girl’ luidt:
‘The
one who did not die: the survivor. She is the one who encounters the
mutilated bodies of her friends and perceives the full extent of the
preceding horror and of her own peril. (…) She is abject terror
personified.’1
‘The
only character of any stature who does live to tell the tale is in
fact the Final Girl. She is introduced in the beginning and is the
only character to be developed in any psychological detail. We
understand immediately from the attention paid it that hers is the
main story line.’2
David
Hogan ziet het belangrijkste element van horrorfilms waarin vrouwen
de hoofdpersonages zijn in het moederschap. Hij koppelt het direct
aan de ‘archaic mother’,
het monsterlijke aspect van vrouwen om kinderen te baren: ‘physical
repulsion at what the woman has given birth to’3
is wat horrorfilms met een vrouwelijke hoofdrol stuurt. De ‘Final
Girl’ ziet hij niet als
een op zichzelf staand fenomeen, hoewel het dat al wel genoemd kon
worden in 1986 toen hij zijn boek schreef. ‘The
films acknowledge that women have wombs, but not that they have
brains or very much subtlety of emotion’4.
Een gebrekkige visie,
want destijds waren er genoeg slasherfilms die de vrouw als
protagonist niet in dit licht stelden. The
Descent is een opvolger van
zulke films met een vrouwelijk hoofdpersonage, en laat uitstekend
zien dat, ondanks het aanwezige beeld van de ‘archaic
mother’, vrouwen niet
gereduceerd hoeven te worden tot ‘wombs’
maar ook de nodige hersens en hardheid hebben om hun aanvaring met de
dood te overleven.
Vooral
de hardheid van de vrouwen in The
Descent is opvallend. Het
zijn allemaal rouwdouwers, stoere meiden die het lef hebben om het
gevaar op te zoeken en een avontuurlijk leven leiden vol actieve
extreme sporten als ‘wild
water rafting’ en
grottenexploratie. Hoewel zulke bezigheden niet atypisch zijn voor
vrouwen vandaag de dag geeft het de groep toch een jongensachtig
gevoel wat benadrukt wordt door hun bij vlagen platte taalgebruik.
Clover geeft
aan dat de ‘Final
Girl’
een ‘boyish’
persoon is: ‘Her
smartness, gravity, competence in mechanical and other practical
matters, and sexual reluctance set her apart from the other girls
(…). Lest we miss the point, it is spelled out in her name’5.
In The
Descent lijkt eerder het
tegenovergestelde te gelden. Alle vrouwen in de film zijn even
grofgebekt en hebben verstand van het beklimmen van grotten en het
materiaal dat ze daarvoor gebruiken. De enige vrouwen die volgens de
film een seksuele relatie hebben zijn Juno en Sarah (beiden met
Paul), die juist het dichtst bij de verdere definitie van de ‘Final
Girl’ aanzitten. De enige
naam die daarentegen jongensachtig overkomt is Sam (Samantha
afgekort), maar de andere namen zijn geenszins mannelijk. Clover’s
‘Final Girl’
komt in dit geval niet volledig overeen met het beeld dat The
Descent van vrouwen
neerzet6.
Marcia England beweert als punt van
kritiek op Clover’s concept van de ‘Final
Girl’ dat deze door het
doden van de moordenaar en het daarop doen hervatten van
‘normaliteit’ het patriarchale systeem waarmee de film opende
herintroduceert: ‘It is
the Final Girl who restores the patriarchal binaries to regain order
at the conclusion of the film’7.
Voor andere horrorfilms is dit misschien het geval, maar niet voor
The Descent;
een patriarchaal systeem ontbrak vanaf het begin van de film (na
Paul’s dood definitief). In Juno’s personage kan een matriarchaal
systeem waargenomen worden, aangezien zij (althans tot blijkt dat ze
gelogen heeft over het feit dat de grot onverkend is) fungeert als
leider over de groep. Aan het eind van de film sterft haar
matriarchale systeem met haar, als Sarah haar overgeeft aan de
Crawlers. Als Sarah de ‘Final
Girl’ van de film is
vindt er wel een transitie plaats naar een nieuw matriarchaal systeem
(Sarah als matriarch), maar nooit naar patriarchaal. England’s
kritiek is in het geval van The
Descent niet
steekhoudend.
The
Descent lijkt aanvankelijk op duidelijke wijze gebruik te
maken van een ‘Final Girl’; Sarah, die uiteindelijke als
enige het conflict met de Crawlers overleeft na al haar vriendinnen
afgeslacht te zien worden. Maar is er wel sprake van een ‘Final
Girl’ zoals Clover haar definieert? Op het eerste gezicht lijkt
Sarah aan de eisen van Clover’s ‘Final Girl’ te voldoen.
Afgezien van het ‘jongensachtige’ zijn bovenstaande
beschrijvingen goed op haar van toepassing. Clover stelt ook dat
‘She
alone looks death in the face, but she alone also finds the strength
to stay the killer long enough to be rescued (ending A) or to kill
him herself (ending B).’8
Ook
dit lijkt op Sarah toe te passen, indien we de Crawlers als ‘the
killer’ beschouwen. Sarah
doodt elke Crawler die haar overleven bedreigt (‘ending B’), en
weet uiteindelijk door haar wraak op Juno de Crawlers lang genoeg af
te leiden om te ontsnappen uit de grot (‘ending A’). Het probleem
is echter dat de citaten ook grotendeels op Juno toe te passen zijn9.
Immers, ook Juno heeft Crawlers gedood uit noodzaak, en zonder
Sarah’s wraak zou zij ook de uitgang van de grot bereikt hebben en
zou ze het overleefd hebben. Hier ligt het verschil met andere films
die gebruik maken van een ‘Final
Girl’: The
Descent heeft er in zekere
zin twee.
Zowel
Juno als Sarah worden geconfronteerd met de Crawlers en hun terreur
die de dood van hun vriendinnen veroorzaakt. Beiden weten ze een
aantal Crawlers te doden in zelfverdediging. Het verschil met
Clover’s ‘Final Girl’
ligt in hun eigen moord op een vriendin. Juno doodt Beth (zo goed
als, alleen durft ze haar dood niet te bespoedigen). Sarah doodt
Juno, niet direct, maar door haar een makkelijke prooi te maken voor
de Crawlers die haar vervolgens toch nog afslachten. Beth’s dood
was echter onopzettelijk, terwijl Sarah’s actie gericht was. Is
Sarah door deze wraakzuchtige actie zelf de ‘killer’,
een valse ‘Final Girl’
die de ware ‘Final Girl’
doodt vlak voor haar redding? Of is Juno vanaf het begin al de
eigenlijke ‘killer’,
zonder dat Sarah het wist? Immers, Juno’s hypocrisie heeft de dood
van haar gezin en de dood van haar vriendinnen veroorzaakt, en bijna
(mogelijk daadwerkelijk) Sarah’s eigen dood. In deze optie zou
Sarah als ‘Final Girl’
uiteindelijk het ene monster aan het andere overgelaten hebben om
zichzelf te redden. Zoals
Clover stelt: ‘The
Final Girl (…) virtually or actually destroys the antagonist and
saves herself’10.
Maar
dan rijst de vraag: heeft Sarah zichzelf wel gered? Werkt het beeld
van de ‘Final Girl’
wel in deze film, gezien het multi-interpretabele einde? Als we ervan
uitgaan dat Sarah stierf in het ziekenhuis aan het begin van de film
en het hele gebeuren in de grot een laatste hersenspinsel was lijkt
het moeilijk te kunnen spreken van een ‘Final
Girl’. Immers, ze heeft
het einde van de film niet levend gehaald (hoewel het dan aannemelijk
is dat haar vijf vriendinnen het wel overleefd hebben aangezien de
grottentocht nooit plaats heeft gevonden). Het hele concept van de
‘Final Girl’
is dan slechts een metafoor voor het tot een bevredigend einde
brengen voor Sarah, in haar metafysische hereniging met haar dochter,
niet zozeer het overleven van Sarah zelf. Hoewel Sarah toch ‘abject
terror personified’
genoemd kan worden – fictief of niet, we hebben haar een groot
gedeelte van de film zien rennen voor haar leven – krijgt Clover’s
definitie van de ‘Final
Girl’ zo een volledig
nieuwe invulling11.
Conclusie
De
rol van ‘abjection’ en de ‘femininity’ in The
Descent is duaal en niet los te zien van de moederfiguren
die in de film aan te treffen zijn. De verschillende manieren waarop
de ‘archaic mother’ gerepresenteerd wordt duiden
allereerst op het aloude beeld van de vrouw als monsterlijk wezen dat
in staat is tot de abjecte daad van het kinderen baren.
Tegelijkertijd zien we vrouwen in een positiever licht als sterke
personen die vechten tegen de monsters die deze ‘archaic mother’
op ze loslaat.
Maar
deze vrouwen zijn zelf ook niet vrij van ‘abjection’,
gezien hun conflictueuze gedrag dat zich uit in moord op elkaar. Juno
als abjecte hypocriet, een moederfiguur dat haar kinderen de dood
indrijft, is allesbehalve positief: hoewel moord niet haar bedoeling
was, is het wel het resultaat waartoe haar verraderlijke gedrag tot
twee keer toe leidt (de dood van Sarah’s gezin en de dood van haar
vriendinnen). Het conflict met Sarah dat ze eigenlijk in de hele film
heeft maar voor Sarah pas laat aan het licht komt vormt een rode
draad in het plot, eindigend in de straf die, Juno, de valse moeder
(ook een typisch bedrieglijke ‘femme fatale’ maar eentje die zich
richt op andere vrouwen in plaats van op mannen) het leven kost. Zo
doodt de protagonist uiteindelijk een versie van de ‘archaic
mother’.
Tegelijkertijd
is deze ‘Final Girl’ zelf ook geenszins puur: zij wordt
besmet door de echte ‘archaic mother’ die zich overal om
haar heen bevindt (de grot, de Crawlers als metaforische vervanging,
de poel van bloed). Gekleed in een huid van bloed dient Sarah korte
tijd de ‘archaic mother’: ze offert het andere kwade
moederfiguur, Juno (een valse ‘archaic mother’), aan de
kinderen van de werkelijke ‘archaic mother’, want deze
duldt geen concurrentie. De echte ‘archaic mother’ wordt
slechts gerepresenteerd in beeld maar krijgt een fetish-object in de
vorm van de Crawlers. Na kort de acoliet van de ‘archaic mother’
geweest te zijn en de rol van ‘monstrous feminine’
gespeeld te hebben, keert Sarah terug naar haar eigenlijke zelf.
Sarah,
het overwegend positieve moederfiguur, houdt ook na haar dood een
connectie met haar dochter. De band met haar man wordt direct bij het
ongeluk verbroken, aangezien hij haar bedroog met Juno. Ongeacht hoe
je het einde van The Descent interpreteert (Sarah is
dood/Sarah leeft) blijft Sarah de goede moeder die in het laatste
beeld van de film herenigd wordt met haar dochter als beloning van
het trouwe moederschap. Sarah voldoet niet aan alle eisen van de
‘Final Girl’ (haar status als getrouwde moeder maakt haar
bovendien meer een ‘woman’ dan een ‘girl’),
maar lijkt een moderne postfeministische variant op de ‘Final
Girl’ te zijn, die wel de enige overlever is maar niet
gevrijwaard blijft van ‘abjection’.
Het
feit dat de film gebruik maakt van een volledig vrouwelijke
rolbezetting lijkt weinig invloed te hebben op het beeld van vrouwen
in de film. De film draait om het conflict tussen Sarah en Juno, en
zij zijn de enige personages die karakterontwikkeling ondergaan: de
verschillende visies op vrouwelijkheid en het moederschap komen
slechts in deze personages naar voren, alsmede in de figuurlijke
representatie van de ‘archaic mother’. De andere
vrouwelijke personages blijven opvallend oppervlakkig en worden
uiteindelijk gereduceerd tot niks dan kanonnenvlees. De in de film
genoemde status van Holly als protégee van Juno of van Sam en
Rebecca als zussen blijft onderbelicht, hoewel een verdieping in deze
relaties aanvullende visies op vrouwelijkheid of moederschap had
kunnen bieden. De vraag dient zich aan of het uitgemaakt had als er
ook mannen mee de grot in waren gegaan in plaats van enkele van
dergelijke vrouwelijke bijrollen. Het contrast tussen de vrouwen en
de Crawlers, die in principe bijna allemaal mannelijk zijn, wordt
echter symbolischer door het verdere gebrek aan mannelijke personages
en wijst op een letterlijke ‘battle of the sexes’, de
‘normal feminine’ versus de ‘monstrous masculine’
(maar in dienst van de ultieme ‘monstrous feminine’, de
‘archaic mother’), waarbij er zich een verrader onder de
vrouwen bevindt. Juno verraadt hen echter niet aan de man, maar aan
de ‘archaic mother’ (deze domineert de mannelijke figuren
in de film), die zij onbewust imiteert door haar abjecte gedrag. De
film handelt over vrouwen tegen vrouwen waarbij mannen, voor zover al
aanwezig, slechts pionnen zijn.
Bibliografie
Clover,
Carol J. Men, women, and chain saw: gender in the modern horror film. Londen:
British Film Institute, 1992
Creed,
Barbara. ‘Kristeva, Femininity, Abjection’ and ‘Horror and the
Archaic Mother: Alien’ in The
Monstrous Female: Film, Feminism, Psychoanalysis.
London en New York: Routledge, 1993, p. 8-30
England,
Marcia. “Breached Bodies and Home Invasions: Horrific
representations of the feminized body and home.” Gender, Place and
Culture, nr. 13 (augustus 2006): p. 353-363
Hogan,
David J. Dark Romance: Sex and Death in
the Horror Film. Jefferson NC:
McFarland & Company Inc., 1986
Kristeva,
Julia. Powers of horror: an essay on
abjection. New York: Columbia
University Press, 1982
1
Clover 1992: p. 35
2
Clover 1992: p. 44
3
Hogan 1986: p. 19
4
Hogan 1986: p. 19
5
Clover 1992: p. 40
6
Nina K. Marten beschrijft in haar essay “The
Descent: Feminism and the Final Girl
in Horror Cinema” andere punten waarop Clover’s ‘Final
Girl’ in conflict is met het beeld
van de ‘Final Girl’
wat The Descent
toont. Helaas was haar artikel
op het moment van schrijven niet beschikbaar voor publicatie,
waardoor ik er geen gebruik van heb kunnen maken. Slechts het
abstract van dit artikel was vrijgegeven.
7
England, 2006: p. 354
8
Clover 1992: p. 35
9
Het voornaamste verschil tussen Sarah en Juno wat duidt op wie de
‘Final Girl’ is, is de absolute status van protagonist en
karakterontwikkeling die Sarah in grotere mate toegekend krijgt (we
zien de film bijna volledig vanuit haar perspectief). Desondanks
speelt Juno in Sarah’s ontwikkeling een aanzienlijke rol die het
verhaal stuurt.
10
Clover 1992: p. 59
11
Deze invulling is misschien niet steekhoudend als we slechts naar
The Descent kijken. Als we het vervolg, The Descent Part 2
(op het moment van schrijven in post-productie), erbij betrekken
verdwijnt deze interpretatie. De sequel gaat volgens IMDb
over Sarah’s terugkeer naar de grotten met reddingswerkers om aan
te tonen dat ze de Crawlers niet verzonnen heeft en niet haar eigen
vriendinnen heeft gedood. Deze synopsis stelt expliciet dat Sarah
het dus toch overleefd heeft, waardoor haar een conventionele lezing
van de ‘Final Girl’ toegedicht kan worden. Hoewel The
Descent dan een metafysische lezing van de ‘Final Girl’
bespaard blijft, is het spijtig dat het ambigue einde van de film
verloren gaat door een eigenlijk overbodig vervolg.
Labels:
abjection,
archaic mother,
barbara creed,
carol clover,
crawlers,
david hogan,
descent,
femininity,
film theory,
final girl,
horror,
marcia england,
neil marshall,
psychology,
the descent
woensdag 12 september 2012
The Dark Cave: Femininity and Abjection in The Descent, Part 2
I've been back at work for almost two weeks now and I've been busy cleaning up the mess made in my absence (again!). As a consequence, I unfortunately didn't get the chance to see any new films. Worse is the fact all appealing movies I'm interested in disappear out of theaters in rapid succession without having gotten a decent run, because the greedy powers that be decide they don't make enough money on too short notice. So while I really wanted to see oddball movies the likes of God Bless America and Ronal the Barbarian, it just didn't happen. Still, I need to post something on the main page every now and then to make it obvious I haven't forgotten it. So I turned to my stash of college papers again and decided to continue posting my sexually charged paper on Neil Marshall's awesome horror flick The Descent. Today, chapter 2: more talk about monsters, sex, death and gore. All the niceties of life in a nutshell. Plus monsters.
Hoofdstuk 2:
representatie van de ‘archaic mother’ en
moederfiguren in The Descent
‘A
friend of mine (…) read the script and came back to me, she said:
‘This is disgusting!’, she said, ‘the whole story is about sex,
all about sex!’ The whole women-going-into-a-dark-tunnel, a slimy
dark tunnel, the bloody caves, all that kind of stuff, it’s all
about sex and sexuality. She said I’d written a horror porn
movie.’1
Een
belangrijk aspect van de horrorfilm, ook The
Descent, is
de representatie van vrouwelijke seksualiteit en moederfiguren. De
mogelijkheid van het vrouwelijk lichaam om moeder te zijn is een
belangrijk element voor ‘abjection’2:
‘In Kristeva’s view the
image of woman’s body, because of its maternal functions,
acknowledges its ‘debt to nature’ and consequently is more likely
to signify the abject’3.
De rol van het moederfiguur, al dan niet abject, wordt op
verschillende manieren letterlijk en figuurlijk gerepresenteerd in
The Descent.
De
representatie van de ‘archaic mother’ zoals getypeerd in
Kristeva en Creed is hierbij niet onbelangrijk. Een letterlijke
representatie van de ‘archaic mother’ is niet te vinden in
The Descent, maar op diverse manieren vinden we ‘signifiers’
van haar aanwezigheid.
Een
belangrijk element dat Creed bespreekt met betrekking tot de
representatie van de ‘archaic
mother’ in de horrorfilm
is de ‘primal scene’,
‘the scene of birth, in
relation to the representation of other forms of copulation and
procreation’4.
De ‘primal scene’
wordt in The Descent
twee keer, op verschillende
manieren, figuurlijk getoond. In beide gevallen vindt de geboorte
plaats zonder ‘agency of
the opposite sex’5:
Sarah is het enige subject van de geboorte, mannen (laat staan andere
vrouwen) komen er niet aan te pas. Beide keren vindt er geen
letterlijke geboorte plaats, maar wel een belangrijke psychologische
omslag in Sarah’s karakter.
De eerste keer vindt plaats in het
ziekenhuis als Sarah bijkomt vlak na het auto-ongeluk. Als ze uit bed
komt en door de gang van het ziekenhuis loopt gaan de lichten opeens
één voor één uit. Het scherm gaat een korte tijd op zwart, waarna
het beeld terugkeert en we zien hoe Sarah zich vol verdriet over haar
verlies in de armen van Beth stort. Sarah heeft op dit punt alles
verloren wat bepalend voor haar eerdere karakter was: ze is niet
langer moeder of echtgenote en wordt “herboren” als kinderloze
weduwe. Zogezegd is de interpretatie van deze hergeboorte vrij
oppervlakkig, maar de scène kan op een tweede, duisterder, wijze
geïnterpreteerd worden. Immers, het uitgaan van de lichten in het
ziekenhuis is merkwaardig: het werkt als symbool voor Sarah’s
emotionele toestand, maar past anderszins niet in de diëgese (in
hoeveel ziekenhuizen gaan de lichten immers spontaan uit op een
navrant moment als dit?). Gekoppeld aan het open einde waarin Sarah
herenigd wordt met haar dochter in de grot ligt dit anders. De
interpretatie houdt in dat Sarah gestorven is in het ziekenhuis,
lichamelijk maar niet geestelijk. Haar geest blijft actief en verzint
het verhaal van de grottentocht en de Crawlers om haar totale verlies
te kunnen verwerken en af te kunnen rekenen met haar onderbewuste
gevoel van Juno’s verraad, als een droom die voorbij flitst voor
het ontwaken. Aan het eind vindt ze haar dochter terug in een
metafysische toestand, een soort hemel. Zo gezien is deze ‘primal
scene’ geen geboorte,
maar juist een sterfgeval: Sarah wordt “geboren” als geest. De
‘archaic mother’,
als ‘point of origin and
of end’6,
kan naast de geboorte immers ook gerepresenteerd worden in de dood,
zoals in dit geval.
Een
tweede ‘primal scene’
in The Descent
behelst
de geboorte meer
letterlijk, vooral visueel. Hier betreft het Sarah’s opduiken uit
de poel van bloed in de grot. In haar strijd met de Crawlers belandt
ze in deze poel. Ze blijft even onder, en komt vervolgens langzaam
tevoorschijn, volledig bedekt met bloed. Het beeld wat deze scène
toont correspondeert op een letterlijke manier met het beeld van de
geboorte, het ter wereld komen van het nageslacht in een bloedig
tafereel. ‘The creature
born is primitive rather than civilized, suggesting that a thin line
separates the human animal from its ancestors’7:
Sarah’s karakter verandert hier; ze wordt een vastberaden en
berekenende, actieve overlever die volledig op zelfbehoud gericht is,
maar ook op wraak. Ze beslecht haar conflict met Juno waarvan ze
eerst niet wist dat ze het had, totdat Beth haar Pauls hanger
overhandigde, op een manier die zowel te interpreteren valt als een
wrede overlevingstactiek als een wraakmethode. Ze steekt Juno door
haar been zodat ze niet meer kan lopen en laat haar vervolgens achter
voor de Crawlers. Zo wordt Juno gestraft voor haar verraad aan Sarah,
maar vormt ze ook een afleidingsmanoeuvre die Sarah zelf de kans
geeft de uitgang te bereiken terwijl de Crawlers zich met Juno
bezighouden. Het is een primitieve daad en stelt de vraag in hoeverre
Sarah humaan handelde: was het moreel gerechtvaardigd of een
beestachtige daad ten bate van haar overleven, uit puur zelfbehoud?
In
zekere zin lijkt Sarah zelf een ‘monstrous
female’ te worden na deze
tweede ‘primal scene’.
Haar huid wordt volledig bedekt door bloed, een ‘bodily
waste’ die een tweede
huid vormt, en die haar voorziet van een bloeddorst die ze voorheen
ontbeerde. Sarah wordt letterlijk primitiever: ze beweegt zich
dierlijker, kruipend op handen en voeten, gejaagder en agressiever,
zintuiglijk gedreven en emotieloos. Ze spreekt niet, zelfs nadat ze
Juno terugvindt: de twee wisselen geen woord met elkaar, de
communicatie via hun blikken zegt genoeg. Haar bloeddorst komt tot
een hoogtepunt wanneer ze Juno uitschakelt en zichzelf redt. Pas als
ze de grot verlaat via de uitgang (een klein gat in de grond waar ze
met moeite uitkruipt, wellicht een derde ‘primal
scene’?) verandert haar
karakter weer terug. Uiteindelijk weet ze haar auto te bereiken,
huilend en overstuur, hetzij door de inspanning, hetzij uit wrok over
Juno’s ondergang die zijzelf veroorzaakt heeft. Bijna al het bloed
op haar huid is bij haar terugkeer verdwenen, een indicatie dat haar
normale karakter hersteld is. Als ze stopt om bij te komen moet ze
overgeven als late reactie op alle ‘abjection’
in de grot (en mogelijk ook over haar dubieuze actie jegens Juno):
‘The body’s inside (…)
shows up in order to compensate for the collapse of the border
between inside and outside. It
is as if the skin, a fragile container, no longer guaranteed the
integrity of one’s “own and clean self” but (…) gave way
before the dejection of its contents’8.
Naast
de ‘primal scene’
wordt de ‘archaic mother’
in deze film ook gerepresenteerd in de alomtegenwoordige beelden van
duisternis, bloed en dood. De duisternis van het grottenstelsel is
voor de hand liggend, evenals de psychoanalytische interpretatie van
de grotten zelf als de “baarmoeder” van de ‘archaic
mother’ waar zij monsters
(Crawlers) voortbrengt: ‘the
womb-like imagery, the long winding tunnels leading to inner
chambers’9.
De vele liters bloed die in deze grotten te vinden zijn representeren
de gewelddadige geboorte van de monsters alsook de dood van de
slachtoffers waarvan zij leven. Het beeld van de dood is hier niet
los te zien van het beeld van de vernietigende seksualiteit van de
‘archaic mother’
met haar kinderen, de Crawlers. De
vergelijking tussen seks en dood is het leitmotif van Hogan in zijn
boek ‘Dark
Romance: Sex and Death in the Horror Film’:
‘Sexual
behavior and its ultimate purpose, children, are quite clearly the
antithesis of death. If one is to examine death then, one must
examine sex’10.
In het geval van The
Descent is seksualiteit
niet de tegenhanger van de dood: het is juist de brenger van de dood,
zowel in de metaforen van de grotten en de moordende ‘archaic
mother’, als buiten de
grot waar de seksuele uitspatting van Juno leidde tot de dood van
Sarah’s gezin.
De grot is
exemplarisch voor de ‘abject
space’
zoals Marcia England deze typeert: ‘Abject
spaces are considered dangerous and frightening because they are
places of uncertainty. Boundaries dissolve in abject spaces,
resulting in confusion of categories and apprehension as comfort
levels are breached’11.
De onbekende grot is een
plek vol gevaar en onzekerheid (zowel van buitenaf als binnenin de
groep vriendinnen), waar ‘borders’
doorbroken worden (leven/dood, vriend/vijand, mens/dier). De term is
vergelijkbaar met Clover’s begrip van de ‘Terrible
Place’, de plaats waar de
confrontatie tussen de slachtoffers en de monsters in horrorfilms
plaatsvindt12.
Clover koppelt ‘abjection’
hier niet direct aan, hoewel dat een voor de hand liggend begrip in
deze context is.
De
Crawlers zijn de fetish-objecten voor de ‘archaic
mother’. Afwezig als zij
is wordt het beeld van de ‘archaic
mother’
als monsterlijke doder op deze wezens geprojecteerd, die haar erfgoed
van moord en ‘abjection’
uitdragen. Zo staan de Crawlers symbool voor de ontbrekende fallus
van de moeder13,
maar met hun dodende scheurtanden nog sterker voor haar vagina
dentata, dat wat
castreert14.
In dit geval kunnen hun slachtoffers echter niet gecastreerd worden,
het zijn slechts vrouwen. Deze vrouwen staan in scherp contrast met
de Crawlers als fetish-object voor de ‘archaic
mother’, want ze
representeren de ‘acceptable
form and shape of woman’15,
lichamelijk aantrekkelijk om naar te kijken als ze zijn (‘woman
as reassuring and pleasurable sign’16).
Naast
de ‘archaic mother’
wordt vrouwelijkheid ook op andere manieren getoond in The
Descent.
De belangrijkste manier waarop dit verschil zich uit ten opzichte van
de ‘archaic mother’
is in het moederschap zelf. Het meest voor de hand liggend is Sarah
als moeder te zien: hoewel ze ‘ontmoederd’ is door de dood van
haar dochter heeft ze de connectie met het kind niet verloren. Deze
band is welhaast een katalysator voor de rest van het verhaal in de
film te noemen. Haar aanhoudende rouw over de dood van haar dochter
leidt Juno ertoe de grottentocht als afleiding te ondernemen. Het
helpt niet, want in de grotten hallucineert/droomt Sarah over haar
dochter: het ambigue einde herenigt haar met het kind, hoewel het
onduidelijk blijft hoe deze situatie opgevat moet worden. Wel kan
gesteld worden dat haar houding tegenover haar dode dochter een
figuurlijke vorm van Kristeva’s notie van de ‘mother-child’
relatie is: ‘the child
struggles to break free but the mother is reluctant to release it’17.
Hier worstelt het kind niet, maar sterft jong. Desondanks kan de
moeder haar niet loslaten, haar dood blijft onverwerkt.
Een
ander, meer figuurlijk, moederfiguur is Juno. Zij leidt haar
vriendinnen de onderwereld in (als ware een matriarchaal systeem) en
probeert ze in leven te houden als haar beoogde doel door het
instorten van de grot misloopt. Als moeder faalt zij jammerlijk, met
als dieptepunt de (onopzettelijke) dood van een “dochter”, Beth18.
Na alle “dochters” verloren te hebben komt het tot een
confrontatie tussen haarzelf en een echte moeder, Sarah, die haar rol
als dochter van Juno niet meer accepteert na Juno’s bedrog en
falen, en haar verslaat.
De
namen van zowel Sarah als Juno zijn mogelijke referenties naar
mythische moederfiguren. In de Romeinse mythologie was Juno de eega
van de oppergod Jupiter, en zodoende de koningin der goden. Ze werd
aanbeden als godin van het moederschap en het huwelijk. De status van
het personage Juno in de film als hypocriet wordt door deze
verwijzing verder uitgediept, aangezien Juno noch moeder noch
echtgenote is, maar ze Sarah, die juist beide functies
bekleedde, bedrogen heeft met als indirect resultaat de dood van
zowel haar man als haar dochter, waardoor Sarah deze functies juist
verloor.
De
naam ‘Sarah’ kan verwijzen naar Sarah/Sarai, de vrouw van Abraham
in het Oude Testament. In het Hebreeuws betekent Sarah zoveel als
‘een vrouw van hoge rang’, ‘prinses’ of ‘godin’. In dit
opzicht verschilt het gebruik van de naam ‘Sarah’ niet veel van
de naam ‘Juno’ (immers ook een godin). Sarah’s status als
echtgenoot van Abraham is voor de hand liggend, maar als moederfiguur
is zij ambigue. Het Oude Testament maakt melding van haar
onvruchtbaarheid wat Abraham noopte tot het nemen van een concubine
(Hagar) om kinderen te verwekken. Toch kreeg ze op hoge leeftijd
alsnog een kind, Izaäk. De Sarah in de Bijbel maakt dus een bijna
omgekeerde ontwikkeling door als de Sarah in The
Descent: haar wordt eerst
de mogelijkheid tot het krijgen van een kind ontnomen hoewel ze
uiteindelijk toch baart, terwijl Sarah in de film haar kind verliest
en vervolgens ook het krijgen van andere kinderen door haar eigen
dood (afhankelijk van hoe je de film interpreteert)19.
Een andere interpretatie van het gebruik van de naam ‘Sarah’
heeft betrekking tot overspel. De Sarah in de Bijbel werd ertoe
genoopt de buitenechtelijke relatie (een vorm van overspel) van
Abraham met Hagar goed te keuren door haar eigen onvruchtbaarheid.
Paul, de echtgenote van Sarah in de film, pleegt overspel met Juno.
Zo zijn de connecties met hun mythische tegenhangers in beide
gevallen omgekeerd: Juno is geen getrouwde moeder met kind en Sarah
wel: Sarah pleegt geen overspel, Juno wel.
Naast
de lichamelijk afwezige ‘archaic
mother’ is er een
letterlijke monsterlijke moeder aan te treffen in The
Descent: de vrouwelijke
Crawler. Opvallend genoeg is er maar één vrouwelijke Crawler te
zien in de film. Alle andere Crawlers zijn mannelijk20.
De film impliceert dat de jonge Crawler die Sarah doodt nageslacht is
van dit wijfje. Sarah wordt hierop rechtstreeks geconfronteerd met de
vrouwelijke Crawler, zowel lichamelijk als metaforisch. Het vrouwtje
valt haar aan maar Sarah weet ook haar te doden. Tegelijk wordt de
representatie van beiden als kinderloze moederfiguren weerspiegeld:
Sarah verloor haar kind, en nu doodt ze het kind van haar
tegenstander. Hierdoor wint de vrouwelijke Crawler sympathie van de
toeschouwer: ze handelt met een motief, wraak en verdriet, waar de
andere Crawlers slechts moorddadige monsters lijken. Hoewel Sarah
handelde uit zelfverdediging is de dood van de moeder affectief voor
de kijker, en eens te meer een bewijs dat Sarah en haar vriendinnen
de indringers, de ‘abjecten’ zijn in de grot (zie Hoofdstuk 1).
De vrouwelijke Crawler kan echter ook gezien worden als de directe
‘archaic mother’.
Als enige vrouwelijke Crawler in de film kan zij staan voor de moeder
der monsters, die alle andere Crawlers heeft voortgebracht. In dit
geval doodt Sarah de ‘archaic
mother’ direct, terwijl
haar erfgoed van terreur hierop gehandhaafd blijft: zowel het
metaforische beeld van duisternis, dood en bloed als de andere
Crawlers blijven na haar dood aanwezig. Hierdoor zie ik haar niet als
een directe ‘archaic
mother’ maar een
vervangend fetish-object zoals de andere Crawlers.
1
Uitspraak van regisseur Neil Marshall op het audiocommentaar van de
DVD van The Descent.
2
England, 2006: p. 356
3
Creed 1993: p. 11
4
Creed 1993: p. 17
5
Creed 1993: p. 17
6
Creed 1993: p. 17
7
Creed 1993: p. 17
8
Kristeva 1982: p. 53
9
Creed 1993: p. 19
10
Hogan, David J. Dark Romance: Sex and
Death in the Horror Film. Jefferson
NC: McFarland & Company Inc., 1986: p. xii
11
England, 2006: p. 355-356
12
Clover, Carol J. Men, women, and chain saw: gender in the modern horror film.
Londen: British Film Institute, 1992:
p. 30-31
13
Creed 1993: p. 21
14
Creed 1993: p. 22
15
Creed 1993: p. 23
16
Creed 1993: p. 24
17
Creed 1993: p. 11 / Kristeva 1982: p. 13
18
Gefocust op het doden van de Crawlers steekt Juno Beth neer omdat ze
denkt dat een Crawler haar van achteren probeerde aan te vallen. Ze
herkende haar niet als een vriend. Kristeva:
‘abjection is elaborated through a
failure to recognize its kin’ (1982:
p. 5).
19
De strijd tussen Sarah en Juno is mogelijk een stiekeme verwijzing
naar de strijd tussen monotheïsme en polytheïsme. Uiteindelijk
werd de religie van meerdere goden die de Romeinen (Juno) aanhingen
vervangen door het monotheïstische Christendom (Sarah),
voortbordurend op het Hebreeuwse Oude Testament. Als metafoor delft
Juno het onderspit in haar strijd met Sarah.
20
Volgens IMDb’s castlist lag de verhouding anders; van de 10
Crawlers in de film werden er 3 gespeeld door vrouwen. Desondanks
zien we maar één vrouwelijke Crawler. Of deze werd gespeeld door
drie actrices, of twee actrices speelden mannelijke Crawlers.
Labels:
abjection,
archaic mother,
barbara creed,
carol clover,
crawlers,
descent,
femininity,
film theory,
final girl,
horror,
julia kristeva,
neil marshall,
psychology,
the descent
woensdag 29 augustus 2012
The Dark Cave: Femininity and Abjection in The Descent, Part 1
I'm off to see some films today, but time has permitted me a short break I can appropriate for mainpaging something. I'm not sure when I'll have time to review the films I'll watch tonight, and there's little worthwhile news to comment on, so I once again dusted off my old files containing my papers I wrote in university, and found a nice little one I thought I'd share. It's a fairly brief paper (only three chapters) so I'll post it on three different occasions. For a change it doesn't concern the science fiction genre, but focuses on the horror genre instead, specifically on one of my favorite recent horror movies, Neil Marshall's The Descent (2005). The paper applies psychological theories to analyze this film with, something I wasn't too fond of while in class back in the days. Nevertheless, the result is intriguing enough to post here.
Now, off to see some films!
De
duistere grot:
femininity
en abjection
in The Descent
Inleiding
In
deze scriptie wordt de film The Descent (Reg. Neil
Marshall. Celador Films, VK: 2005) onderworpen aan een
feministische analyse. Begin 2006 zag ik deze film in de bioscoop; ik
was zeer onder de indruk van de intense spanning en claustrofobische
setting alsmede het onheilspellend ambigue einde, maar wat mij het
meest opviel was het feit dat de cast bijna uitsluitend uit vrouwen
bestond, wat ongebruikelijk is voor het horrorgenre, ondanks de
belangrijke rollen die vrouwen in het genre spelen. De vraag hoe de
film omgaat met rolverdelingen qua gender en wat de films anders
maakt van andere films waarin vrouwen een hoofdrol spelen dringt zich
hierdoor op. Hierdoor is de film een intrigerend studieobject voor
deze scriptie.
Gezien
de aard van de film, een cast van hoofdzakelijk vrouwelijke
personages, een festijn van gore zoals alleen een horrorfilm
dat kan leveren en een overvloed aan seksuele metaforen en
omgedraaide rolverdelingen, leent de film zich uitstekend voor een
lezing vergelijkbaar met Barbara Creed’s analyse van Alien. The
Descent zal hier op vergelijkbare wijze geanalyseerd worden en zich
daarbij richten op een lezing van de conceptuele metafoor body,
en in lichtere mate ook skin, voornamelijk aan de hand van de
termen ‘abjection’, ‘monstrous feminine’ en
‘archaic mother’ zoals geformuleerd in het werk van Creed
en Kristeva.
The
Descent is zowel exemplarisch als afwijkend voor het horrorgenre. Aan
de ene kant is het verhaal vrij standaard: een groep mensen stuit in
een diepe grot op een roedel kwaadaardige vleesetende wezens, waarna
volgens de clichématige regels van het genre de één na de ander op
bloedige en gewelddadige wijze het lootje legt in een wanhopige
strijd om te overleven en heelhuids naar de beschaving terug te
keren. Aan de andere kant bestaat de groep in dit geval uit alleen
maar vrouwen, waardoor de rolverdelingen anders liggen dan men gewend
is van een horrorfilm. Het stereotype van de constant gillende
‘damsel in distress’ ontbreekt en heeft plaats gemaakt
voor een beeld van de vrouw als serieuze protagonist die haar
“mannetje” staat en doet wat nodig is om te overleven.
Ongetwijfeld speelt de film ook op andere manieren met de clichés
van het genre. De doelstelling van dit paper is om de representatie
van vrouwelijkheid in deze film onder de loep te nemen. Daarbij zal
de representatie van vrouwen in het horrorgenre vergeleken met The
Descent behandeld worden op basis van Carol Clover’s theorieën
over de ‘Final Girl’.
De
vragen waar deze scriptie een antwoord op zal pogen te geven luiden
als volgt:
-Hoe
wordt de ‘monstruous feminine’ en ‘abjection’
gerepresenteerd in The Descent?
-Welke
vormen van moederfiguren (vooral de ‘archaic mother’) en
‘femininity’ zijn aan te treffen in The Descent?
-Hoe
wordt Clover’s term ‘Final Girl’
bevestigd/ontkracht in The Descent?
Voor
het beantwoorden van de eerste twee vragen zal de film geanalyseerd
worden aan de hand van de tekst van Barbara Creed en het werk van
Julia Kristeva dat zij in deze tekst kritisch toelicht. De derde
vraag zal beantwoord worden door eigen analyse en ondersteund door
theorieën van andere critici die geschreven hebben over de rol van
vrouwen in het horrorgenre, voornamelijk Carol Clover met haar boek
'Men, women and chain saws: gender in the modern horror film'.
Hoofdstuk
1: ‘abjection’ en de ‘monstrous
feminine’ in The Descent
Alvorens
in te gaan op het analyseren en de theoretische termen is het
noodzakelijk een korte synopsis van het verhaal van de film te geven,
zodat de relaties tussen de verschillende personages summier belicht
worden, wat zal helpen de analyse van deze personages later in dit
paper beter te begrijpen.
De protagoniste van The Descent is een
vrouw genaamd Sarah (Shauna MacDonald), die in het begin van de film
haar man, Paul, en haar dochtertje verliest in een auto-ongeluk en
het er zelf ternauwernood levend van afbrengt. Een jaar later heeft
ze de klap nog steeds niet verwerkt; om haar afleiding te bieden
overtuigt haar sportieve vriendin Juno (Natalie Mendoza) ervan om met
vier andere vriendinnen (Holly, Beth, Sam en Rebecca) een
avontuurlijke grottentocht te ondernemen. De groep daalt af in het
onderaardse maar komt daar vast te zitten als een gedeelte van de
grot instort. In tegenstelling tot wat ze aanvankelijk beweerde,
geeft Juno hierop toe dat het grottenstelsel dat de groep binnen is
gegaan onverkend is en er mogelijk geen uitgangen zijn. De relatie
tussen de vriendinnen komt hierdoor onder grote druk te staan. De
ontdekking van een prehistorische grotschildering die impliceert dat
de grot een uitgang heeft biedt echter hoop.
Als Sarah even kort afdwaalt van de
groep merkt ze een bleek wezen op dat lijkt op een mens; voordat de
anderen dit creatuur opmerken vlucht het weg, en Sarah’s waarneming
wordt afgedaan als een hallucinatie. Helaas blijkt het wel degelijk
reëel te zijn als de groep aangevallen wordt door een horde van deze
wezens waarbij Holly het leven laat. Tijdens de aanval wordt de groep
verdeeld. Juno slaagt erin één van de monsters in een woest gevecht
te doden: als ze vervolgens van achter benaderd wordt door Beth
steekt ze haar per ongeluk een pikhouweel door de nek. Geschokt door
deze vergissing vlucht Juno en laat ze Beth zwaargewond, maar nog
niet dood, achter. Niet veel later stuit Sarah op de stervende Beth,
die haar een hanger geeft die ze van Juno afgepakt heeft: het was een
cadeau van Paul, wat erop wijst dat Paul een geheime affaire had met
Juno buiten zijn huwelijk met Sarah om. Sarah euthanaseert Beth en
gaat op zoek naar de anderen, achtervolgd door meer monsters. Ze
slaagt erin enkele te doden, waaronder een jong en diens moeder in
een poel vol bloed.
Juno vindt Rebecca en Sam terug, maar
zij worden opnieuw door de wezens aangevallen waarbij alleen Juno het
overleeft. Daarop ontmoet ze Sarah en samen spoeden ze zich naar de
uitgang, niet ver weg meer. Na samen een laatste aanval van de
monsters doorstaan te hebben steekt Sarah een houweel door het been
van Juno, als straf voor het achterlaten van Beth en haar stiekeme
relatie met Paul. Sarah vlucht naar de uitgang en laat Juno achter
met de overgebleven wezens. Nadat ze Juno in de verte hoort gillen
valt Sarah door een gat bovenop een berg botten en raakt kort buiten
bewustzijn. Als ze bijkomt vindt ze de uitgang, tuimelt naar buiten
en rent naar haar auto.
Na een eind weggereden te zijn stopt
ze om bij te komen: opeens zit Juno naast haar, onder het bloed.
Sarah wordt wakker en blijkt nog steeds in de grot te zitten, samen
met haar overleden dochter. Ze hoort de monsters dichterbij komen
maar blijft hier onverschillig over, afgeleid door haar hereniging
met haar dochter. Zo eindigt de film, en wordt in het midden gelaten
of Sarah het overleeft. Een populaire interpretatie van de film stelt
dat Sarah het auto-ongeluk nooit overleefde en het hele
grottenincident een laatste hersenspinsel is waarin Sarah het verlies
van haar gezin moet accepteren: het laatste shot herenigt haar met
haar dochter op een metafysisch niveau (de hemel, een hallucinatie?).
Het is een ongebruikelijk einde van een toch al onconventionele
horrorfilm.
Met
deze samenvatting als achtergrond richt ik mijn blik nu op het
theoretische gedeelte van deze scriptie, beginnend met de termen
‘abjection’
en de ‘monstrous feminine’
aan de hand van Creed en Kristeva. Creed construeert de term
‘abjection’
op basis van drie concepten. In dit hoofdstuk richt ik me op de
concepten ‘border’
en ‘the feminine body’.
Samen met de ‘mother-child
relationship’ (een
essentieel onderdeel van The
Descent) vormen zij ‘abjection’
als geheel1;
over dit derde concept zal ik het in het volgende hoofdstuk hebben.
Met
betrekking tot de ‘border’
typeert Kristeva ‘abjection’
als ‘that
which does not ‘respect borders, positions, rules’, that which
‘disturbs identity, system, order’2.
In The
Descent kan ‘abjection’
aan de hand van de ‘border’
op twee tegengestelde manieren worden ingevuld.
Het
meest voor de hand liggend is om de Crawlers – de naam die de
filmmakers aan de monsters in deze film gegeven hebben en welke ik
ook zal gebruiken om ze aan te duiden, in plaats van ze clichématig
als ‘monsters’ te bestempelen – als de ‘abjecten’ te
beschouwen. Hoewel de theorie is dat de Crawlers geëvolueerd zijn
uit prehistorische mensen die ondergronds zijn gaan wonen3,
hebben ze op het eerste gezicht weinig menselijks. Het zijn magere,
bleke scharminkels met een ratachtig hoofd; blind als ze zijn
gebruiken ze hun gehoor om te jagen en te “zien”, waardoor ze
sterk doen denken aan vleermuizen, die zich ook in de grot ophouden.
Deze dieren zijn de enige andere wezens die leven in de grotten waar
de Crawlers wonen, wat erop wijst dat vleermuizen en Crawlers niet
alleen qua levensstijl, maar ook dieper dan dat een band hebben. De
Crawlers zijn nachtdieren, volledig aangepast aan het duister, en
komen alleen ’s nachts uit hun grotten: zo staan ze in contrast met
de mens, die overwegend een dagdier is en zonder hulpmiddelen
hulpeloos is in het donker.
Desondanks
is de connectie met hun menselijke oorsprong niet verdwenen. Van een
afstand gezien zijn ze nauwelijks van mensen te onderscheiden. Sarah,
die als eerste een Crawler waarneemt, merkt niet voor niets op dat ze
een ‘man’ zag in de grot, niet een monster. Ze hebben dezelfde
uiterlijke lichaamsbouw als mensen: tweebenig, met twee armen en
grijphanden. Alleen hun hoofd, met een ratachtig gelaat, ziet er
wezenlijk anders uit.
De
Crawlers hebben kenmerken van mensen en dieren (knaagdieren,
vleermuizen). Zodoende zijn ze een kruising: ze respecteren de grens
tussen mens en dier niet, maar vormen een abjecte hybride ‘produced
at the
border between human and inhuman, man and beast’4.
De positie van de mens als hoger wezen degenereert door het menselijk
lichaam kenmerken (zowel qua gedrag als uiterlijk) van dieren toe te
kennen: vooral dat van ratten, die door de mens hoofdzakelijk als
ongedierte worden beschouwd. De Crawlers vallen de groep vrouwen aan
met als doel ze te doden en op te eten; gezien hun halfmenselijke
aard valt dit te beschouwen als kannibalisme, een gruwelijk taboe. De
vrouwen die de menselijke orde representeren in de grot worden
aangevallen door wezens die letterlijk en figuurlijk deze orde
aantasten.
Hoewel de focus van het narratief op
Sarah en haar vriendinnen als protagonisten ligt en de Crawlers de
antagonisten vormen, valt Sarah en haar vriendinnen in zekere zin
hetzelfde gedrag te verwijten. Zij zijn immers de indringers in deze
geheel niet menselijke beschaving, een domein van de natuur waar de
mens niets te zoeken heeft. De grenzen van het territorium van de
Crawlers worden geschonden, waardoor de Crawlers terug moeten slaan.
Zo zijn de vrouwen omgekeerd abject: zij hebben het conflict
opgezocht, ze hebben waarschuwingssignalen genegeerd (het dode hert
dat vlakbij de grot lag, verminkt door een onbekend wezen) en vormen
een potentiële invasie van het terrein van de Crawlers die hun
gebied en hun eigen orde met hand en tand verdedigen.
Kristeva
maakt melding van het vervormen van de huid (in haar relaas m.b.t.
ziekte) als ‘signifier’
van ‘abjection’:
‘impurity in leprosy: skin
tumor, impairment of the cover that guarantees corporeal integrity’5.
Op vergelijkbare wijze is de huid van de Crawlers bleek en ziekelijk
gekleurd en vervormd maar wel met sporen van hun eens menselijke
huid, een teken van hun ‘abjection’,
hun ‘impurity’
als gedegenereerde mensen met dierlijke kenmerken. Dit komt overeen
met Kristeva’s notie van de misvormde huid als ‘abomination
(…), inscribed within the logical conception of impurity (…):
intermixture, erasing of differences, threat to identity’6.
De Crawlers met hun vervormde huid staan lijnrecht tegenover de
vrouwen met hun normale menselijke huid.
‘The ultimate
in abjection is the corpse’
meent Creed7.
The Descent voorziet
in ruime mate in verschillende vormen van de ‘corpse’,
van een nog levende vrouw die door Crawlers aan stukken gescheurd
wordt tot een overdaad aan stapels botten. De ‘corpse’
is de ultieme vorm van ‘bodily
wastes’: een lichaam dat
niets is dan
‘bodily wastes’.
Het lichaam dumpt afvalstoffen om in leven te blijven, maar ‘the
corpse, the most sickening of wastes, is a border that has encroached
upon everything’8.
Het hoogtepunt van ‘bodily
wastes’ vindt in
The Descent plaats wanneer
Sarah kopje onder gaat in een diepe poel vol bloed, een alternatieve
representatie van de ‘corpse’
(het dode lichaam als één en al reststoffen). Het bloed omringt
haar totaal, ‘it
encroaches upon everything’,
maar Sarah gaat er niet aan ten onder.
Integendeel, ze komt boven als
emotieloze strijdster die uiteindelijk haar eens beste vriendin,
Juno, uit wraak opzettelijk verwondt en haar achterlaat voor de
Crawlers. In de bloedpoel wordt Sarah herboren als Engel der Wrake:
ze straft Juno voor het lijden van Beth, haar affaire met Paul en
zelfs de dood van haar man en dochter (afgeleid door zijn schuld over
de geheime relatie met Juno reed Paul onoplettend over de weg en zo
werd het auto-ongeluk veroorzaakt dat Sarah’s leven verwoestte).
Ook Juno zelf representeert ‘abjection’:
ze heeft Sarah bedrogen en is medeverantwoordelijk voor de dood van
haar gezin. Als beste vriendin had ze Sarah moeten ondersteunen toen
ze het ongeluk net achter zich had, maar om zelf de dood van haar
geheime geliefde te verwerken liet ze Sarah in de steek. Pas maanden
later kwam ze terug en bood haar de vakantietrip naar het
grottenstelsel als “goedmakertje” aan, in de hoop haar schuld
over haar geheim tegenover Sarah te verdringen. Maar weer loog ze: in
plaats van de groep naar een bekende toeristengrot te brengen kwamen
ze in een onbekende grot terecht waar ze geen hulp konden verwachten.
Zo bracht ze opnieuw de mensen van wie Sarah hield, haar overige
vriendinnen, in gevaar, alsmede Sarah zelf. ‘Abjection
also occurs where the individual is a hypocrite, a liar’9.
Juno’s
onverantwoordelijke en leugenachtige gedrag dat Sarah zoveel leed
heeft veroorzaakt dekt deze lading volledig: ze is leugenachtig ten
top.
1
England, Marcia. “Breached Bodies and Home Invasions: Horrific
representations of the feminized body and home.” Gender, Place and
Culture, nr. 13, 2006: p. 355
2
Creed, Barbara. The Monstrous Female:
Film, Feminism, Psychoanalysis. London
en New York: Routledge, 1993: p. 8 / Kristeva, Julia. Powers
of horror: an essay on abjection. New
York: Columbia University Press, 1982: p. 4
3
Volgens het audiocommentaar van de regisseur op de DVD van The
Descent.
4
Creed 1993: p. 11
5
Kristeva 1982: p. 101
6
Kristeva 1982: p. 101
7
Creed 1993: p. 9
8
Creed 1993: p. 9 / Kristeva 1982: p. 3-4
9
Creed 1993: p. 10
Labels:
abjection,
archaic mother,
barbara creed,
carol clover,
crawlers,
descent,
femininity,
film theory,
final girl,
horror,
julia kristeva,
neil marshall,
psychology,
the descent
Abonneren op:
Posts (Atom)









