Posts tonen met het label spaceship. Alle posts tonen
Posts tonen met het label spaceship. Alle posts tonen
woensdag 22 januari 2014
Today's Review: Ender's Game
Went to another press screening for MovieScene last week, and here's the result:
http://www.moviescene.nl/p/153155/enders_game_-_recensie
This movie was more thought provoking than I anticipated. Training kids' minds in order to manipulate them into becoming master strategists with no moral complexion to annihilate the enemy? Not the stuff you usually see in PG-13 movies. A lot of good actors - half of the child actors too have Oscar nominations already - though a lot of them didn't come off as particularly compelling because their characters were given little opportunity to grow on you. It's Ender's movie after all, and Asa Butterfield did a pretty good job carrying his film. Too bad about the obligatory hopeful and happy Hollywood close, but it doesn't hurt the shocking (though not hugely surprising) climax near the end of the film that shows us just how low Ender has unintentionally sunk due to his commanding officers screwing him over, all for the so-called sake of humanity. For a film that most at first glance would consider to be a generic Sci-Fi action flick, as such it packs a more powerful punch than expected.
maandag 12 augustus 2013
Today's Article: Destination God Part 2: Man Into Space
Hoofdstuk
2: Man into space,
het vierde subgenre
Zoals
ik reeds aangaf in de inleiding is één van de voornaamste redenen
voor het schrijven van deze scriptie het ontbreken van het vierde
subgenre in het sciencefictiongenre in mijn BA-paper. Daarom zal het
in dit paper alsnog behandeld worden. Hierbij ga ik in op zowel de
representatie van religie als wetenschap in het subgenre gevolgd door
een casestudy; deze aanpak komt sterk overeen met de manier waarop ik
in mijn BA-scriptie de drie andere subgenres besproken heb, met als
verschil dat religie daarin niet behandeld werd. Zoals we hieronder
zullen zien speelt religie een niet onbelangrijke rol in dit
subgenre.
Paragraaf
2.1: definitie van en de rol van wetenschap in het subgenre
Als
er één subgenre is waarin sciencefiction zich duidelijk van horror
onderscheidt, dan is het wel het ‘man
into space’
subgenre. In dit subgenre gaat het meer om de wetenschap zelf dan de,
mogelijk desastreuze, consequenties van deze wetenschap. Science
is, meer dan in de andere subgenres, de spil waar de films in dit
genre om draaien. Wetenschap is wat deze films drijft, wat de
verhaallijnen mogelijk maakt. In dit genre wordt wetenschap als
overwegend positief gezien en ruimtereizen als iets optimistisch in
relatie tot het onbekende.1
Uiteraard zijn er ook de nodige uitzonderingen die wijzen op de
gevaren van wetenschap. Desondanks is dit subgenre zonder meer het
mildst in de representatie van wetenschap en wetenschappers.
Als
voornaamste reden hiervoor kan de band die dit subgenre heeft met de
werkelijkheid genoemd worden. Naast wetenschappelijk verantwoord is
dit subgenre ook het meest realistisch en actueel. Vooral in de
beginjaren van het sciencefictiongenre in de vijftiger jaren, toen de
‘man into space’
films het genre overheersten terwijl de andere subgenres nog uit de
startblokken moesten komen, is de grens tussen ‘science fiction’
en ‘science fact’
vaak vaag. Dankzij de intrigerende invloed van het fantastische
concept van ruimtereizen met raketten, dat in wetenschappelijke
kringen de boventoon voerde, postuleerden deze eerste genrefilms wat
er zou kunnen gebeuren als de mens de ruimte zou betreden. Hierin
ging de film die als kiem van het genre wordt beschouwd, Destination
Moon (USA: Irving Pichel, 1950), het verst. Door
zijn veelvuldig gebruik van bestaande wetenschappelijke theorieën en
de serieuze toon omtrent het, op dat moment futuristische en in de
volksmond onwaarschijnlijke, concept van ruimtereizen kan deze film
welhaast een semi-documentaire genoemd worden. Deze realistische toon
bleef een frequent verschijnsel in het subgenre (hoewel latere films
het voornamelijk gebruikten als achtergrond voor fantastische
concepten, zoals buitenaardse beschavingen of andere planeten, dan
als basis voor een verhaal).
Hierin
ligt een interessante paradox met de andere subgenres: terwijl het
subgenre de meest realistische representatie van wetenschap geeft,
gaat het ‘t verst in het weergeven van de fantastische kanten van
het sciencefictiongenre. Terwijl de andere subgenres zich bezighouden
met de huidige tijd en samenleving, waarin de ‘Other’
(buitenaardse wezens, reusachtige monsters) naar ons – dat wil
zeggen, Amerika – toekomt, speelt dit subgenre zich dikwijls af in
de toekomst waarin wij naar andere werelden trekken en daardoor zelf
het contact met de ‘Other’
opzoeken, of waarin wij zelf de ‘Other’
zijn. Echter, het paradoxale hierin is dat ook in de ‘altered
human’
en ‘terrestrial
creature’
subgenres wij zelf de ‘Other’
als het ware “opzoeken” door ons gebruik of misbruik van onze
technologie. Desondanks, door haar representatie van de toekomst en
andere werelden, die contrasteert met de andere subgenres doordat zij
daarin ontbreekt, blijft het ‘man
into space’
subgenre op het eerste gezicht een vreemde eend in de bijt.2
Door veelvuldig gebruik van dergelijke semantische aspecten (ruimte,
ruimteschepen, andere planeten, toekomst) is dit subgenre echter wel
het makkelijkst af te bakenen van de andere subgenres.
Wat
drijft de mensheid de ruimte in? Twee verschillende drijfveren worden
als reden hiervoor aangegeven in de films van dit subgenre. De eerste
is wetenschap zelf, het aloude vergroten van kennis waarop wetenschap
zich baseert. In deze films (maar ook al bijna in de realiteit) heeft
de wetenschap het punt bereikt waarop de technologie om een
ruimtereis te maken bestaat. De mens trekt daarom de ruimte in en
volgt daarbij de richtlijn van wetenschap: nog meer kennisvergaring.
De vraag luidt hier eerder ‘waarom niet?’ dan ‘waarom wel de
ruimte in?’: het gaat de wetenschappers er niet om of de mensheid
de ruimte in moet,
maar of zij het kan.
De technologie bestaat, dus waarom zou men er geen gebruik van maken?
Deze reden kan als arrogant en zelfs onverantwoordelijk
geïnterpreteerd worden: wetenschappers denken niet na bij hun
creaties en het resultaat dat zij aanrichten, maar puur om de daad
van het creëren zelf. Desondanks worden wetenschappers hier eerder
als naïef dan als expliciet arrogant neergezet: in hun welhaast
kinderlijke enthousiasme naar de nieuwe mogelijkheden verliezen zij
de potentiële resultaten uit het oog. Uiteindelijk geven zij hun
fouten echter wel toe, leren zij hun les en nemen zij
verantwoordelijkheid, waardoor ze niet als kwaadwillend worden
afgeschilderd. Deze eerste reden wordt als geheel minder frequent
aangetroffen in het subgenre, maar is toch een belangrijke factor die
een duidelijk conservatieve blik op technologische ontwikkeling
geeft.
Dat
geldt niet voor de tweede reden, waarbij wetenschap niet alleen als
progressief, maar zelfs onmisbaar geacht wordt. Deze tweede reden uit
zich dan ook in bittere noodzaak. De (Amerikaanse) mensheid moet
de ruimte in, anders volgt rampspoed. In het
subgenre dringt de ernst van de noodzaak voor ruimtereizen zich op
twee manieren aan, die los van elkaar gezien kunnen worden, maar ook
gekoppeld.
Ten
eerste is er de competitie. Als wij,
de Amerikanen, niet als eerste de ruimte ingaan en haar mysteries
ontsluieren, dan doen zij
het wel. Wie zijn ‘zij’? ‘Zij’ worden zelden bij naam genoemd
in het sciencefictiongenre, maar het is overduidelijk: ‘zij’ zijn
de communisten, de Russen, die in de jaren vijftig in een bittere
‘space race’
verwikkeld waren met Amerika. Degene die als eerste de ruimte
“verovert” heeft een groot tactisch voordeel over de oppositie.
In Destination Moon wordt
deze stelling als volgt uitgelegd:
A
rocket is an absolute necessity. If any other power gets on into
space before we do, we’ll no longer be the United States, we’ll
be the disunited world. […] The race is on and we’d better win
it, because there’s absolutely no way to stop an attack from outer
space. The first country that can use the moon for the launching of
missiles will control the Earth.
Als
de VS de ruimte niet als eerste veroveren, dan doet de Sovjet-Unie
het. Dat zou de mogelijke ondergang van Amerika en haar idealen
kunnen betekenen. Zo geïnterpreteerd draait het niet alleen om de
mensheid zelf die de ruimte intrekt, maar ook om de idealen die zij
meebrengt en verspreidt. Amerika, het land dat zichzelf portretteerde
als laatste hoop voor vrijheid en democratie alom, had zodoende de
plicht om de ruimte als eerste te bereiken om een Utopia te stichten
(hetzij op Aarde, hetzij in de ruimte zelf). Deed zij dat niet, dan
volgde een ideologische Apocalyps, waarin de Russen hun systeem met
geweld aan de rest van de wereld op zouden dringen.
De
tweede reden is nog grimmiger, en minder frequent gebruikt maar toch
zeer treffend. De ruimte wordt hier geportretteerd als de laatste
hoop voor de gehele mensheid, zelfs als een toevluchtsoord voor de
Apocalyps. De Aarde is gedoemd, maar door de ruimte in te trekken kan
de mensheid overleven, zoals in When Worlds
Collide (USA: Rudolph Maté, 1951). Of andersom:
een buitenaardse beschaving is gedoemd, maar door naar de Aarde te
reizen en de mensheid om hulp te “vragen” kan redding gevonden
worden, à la This Island Earth
(USA: Joseph M. Newman, 1955). In het laatste geval kan onze
technologie zich ook tegen ons keren en door wanhopige vijandelijke
wezens gebruikt worden, zoals te zien is in Flight
to Mars (USA: Lesley Selander, 1951), waarin
Marsbewoners de raket van een groep menselijke ruimtereizigers wil
kopiëren om met een leger raketten de Aarde te veroveren. Zo
waarschuwt de film voor het potentiële misbruik van technologische
macht, waar de eerste reden voor de menselijke drijfveer de ruimte in
te trekken ook al werd voorgelegd.
When
Worlds Collide en het Apocalyptische uiterste van
de tweede reden zullen in Hoofdstuk 5 uitvoeriger behandeld worden.
Hier voldoet het om te stellen dat deze Apocalyptische visie gevoed
werd door de angst voor de atoombom: dankzij dit aspect van de
wetenschappelijke vooruitgang kon het mogelijk niet lang duren
voordat men werkelijk gedwongen werd de hoop op de ruimte als
toevluchtsoord te richten. Zoals John Brosnan opmerkt:
That
film-makers suddenly became interested in ways of leaving earth is
not surprising since, at the time, it didn’t seem likely that the
Earth would be around for much longer.3
Zoals
in de andere subgenres doet wetenschap in dit subgenre boete voor de
verwoesting die zij heeft veroorzaakt door ook de oplossing aan te
dragen die de mensheid, of tenminste een gedeelte hiervan, kan
redden. Echter, de daadwerkelijke Apocalyptiek zoals die in het ‘man
into space’ subgenre wordt getoond, is
zelden aan menselijke wetenschap toe te schrijven. Of zij wordt
veroorzaakt door de natuur (When Worlds Collide)
of door buitenaardse wetenschap (This Island
Earth): in beide gevallen redt menselijke
wetenschap de mensheid. Hoe dan ook, de metafoor voor de angst voor
het atoom blijft duidelijk.
Paragraaf
2.2: religie in het subgenre
Een
eerste vraag die zich aandient bij de benadering van het
‘man into space’
subgenre betreft de ruimte zelf: wat was de ruimte voor de
(Amerikaanse) mens in de jaren vijftig? Voor veruit de meeste mensen
was het een onbekend, ongedefinieerd gebied waar men weinig of geen
kennis van had. De wetenschappelijke verkenning van de ruimte voorbij
het eigen zonnestelsel kwam net op gang: in principe kon men alles
verwachten achter deze nieuw geopende grens.
Een
oud thema dat niettemin in enkele gevallen naar voren komt in het
subgenre (voornamelijk impliciet, maar expliciet in Conquest
of Space (USA: Byron Haskin, 1955);
zie beneden)
is het motief van de ruimte als het terrein van God en/of hogere
machten: een domein waar de mens zich uit respect verre van dient te
houden. Of God zich letterlijk in de ruimte bevindt of dat de ruimte
een bufferzone tussen het Aardse en het hemelse is wordt niet
aangestipt in het subgenre. Desondanks speelt de eerste drijfveer van
het ruimtereizen (zoals in de vorige paragraaf beschreven) hier een
rol: de vraag of de mens de ruimte in mag of moet, tegenover het feit
dat hij het kan. De ruimte wordt vaak aangeduid als een onbekend
domein waar onvoorstelbare, zo niet goddelijke, krachten heersen die
de mens voorzichtig dient te benaderen - of helemaal niet - in diens
queeste naar wetenschappelijke kennis. In het genre is de ruimte niet
zozeer verboden terrein voor de mens, maar wel een terrein dat met
alle voorzichtigheid en respect benaderd dient te worden. Zoals de
opening narrator in
Invaders from Mars (USA:
William Cameron Menzies, 1953) zich uitdrukt:
The
Heavens. Once an object of superstition, awe and fear. Now a vast
region for growing knowledge: the distance of Venus, the atmosphere
of Mars, the size of Jupiter and the speed of Mercury. All this and
more we know, but their greatest mystery the Heavens have kept a
secret: what sort of life, if any, inhabits these planets?
Zoals
ook in bovenstaand citaat te zien is wordt de term ‘the
heavens’ gebruikt. In tegenstelling tot het
alternatief, ‘space’,
heeft deze term een duidelijk religieuze connotatie. De
veelvuldigheid van het gebruik van deze term in het
sciencefictiongenre in de vijftiger jaren duidt op het bovenstaande
oude thema van de ruimte als Gods rijk. Doorgaans blijft het bij
connotaties als ‘heavens’.
Het thema zelf wordt namelijk zelden concreet besproken in het
sciencefictiongenre in de vijftiger jaren. Naarmate het decennium
vorderde werd het hoe langer hoe minder relevant. De ‘space
race’ werd steeds heftiger; het thema
vormde slechts een achterhaalde sta-in-de-weg. In sciencefictionfilms
uit latere periodes wordt de term ‘heavens’
slechts zeer zelden benut als aanduiding van het concept ‘space’.
Dit
oude thema werd in de loop van het decennium vervangen door een nieuw
thema, dat, hoewel het niet ontkende dat de ruimte mogelijk een
goddelijk domein was (maar hier vooral niet op inging), deze nieuwe
aanwezigheid van de mens in de ruimte goedkeurde, zij het slechts de
Amerikaanse mens. Hoewel de filmindustrie gretig met het thema van de
ruimtereis aan de haal ging, was de Amerikaanse overheid en
wetenschap nalatig geweest in de ontwikkeling van daadwerkelijke
methodes om de ruimte te betreden. Hierdoor kwam het als een schok
toen de Russen in 1957 Spoetnik lanceerden en zij technologisch
gezien opeens op het Westen voor leken te liggen. De paniek die deze
lancering veroorzaakte deed de Amerikaanse overheid beseffen dat het
verder ontwikkelen van ruimtetechnologie noodzakelijk was waarop zij
vervolgens flink vaart zette achter de ‘space
race’.
De vraag was nu: hoe zit het met God? Stond Hij werkelijk achter de
Amerikaanse zaak? Gods positie en voor sommigen Zijn hele bestaan
werd in twijfel getrokken.4
Ellwood merkt op:
Sputnik,
the Soviet artificial satellite whose appearance so confounded those
who had trusted implicitly in God and the scientific superiority of
the West. The makers of the metal moonlet mocked such pretensions,
declaring the cosmic traveller had discovered nothing resembling God
in the empty reaches of space.5
Het
debat over de toelaatbaarheid van de mens in de ruimte was hiermee
definitief verleden tijd. Amerika moest en zou de ‘space
race’ winnen en niet toestaan dat het
communisme ook de ruimte veroverde. De ruimte diende toe te behoren
aan Amerika en de Westerse idealen. Wetenschappelijke ontwikkeling
zou dit mogelijk maken.
Patrick
Lucanio beschrijft in zijn werk hoe Amerikaanse technologische
ontwikkeling de mensheid een ‘tweede Eden’ beloofde, waarin
wetenschappelijke innovaties het leven makkelijk hadden gemaakt onder
een ideologie van vrijheid en democratie. Met
betrekking tot het ‘man
into space’
subgenre stelt hij dat ‘…the
colonization of space was yet another manifestation of the second
Eden’.6
De
Amerikaanse waarden werden dankzij de vruchten van de
wetenschappelijke vooruitgang de ruimte in gezonden door de “echte
Amerikaan” zoals deze afgeschilderd werd in de ‘scientist
hero’
van het genre: een knappe, blanke, heteroseksuele man met gezond
verstand, uiteraard Godvrezend. Zoals Lucanio hem omschrijft een
‘American
Adam’:
The
American Adam […] is the Adam before the Fall. He is morally pure
and socially innocent; his drive is for freedom, manifested by his
never-ending escape from the confines of civilization and from the
corruption that accompanies civilization. His vision is a romantic
vision, a quest, it seems, for the perfect world.7
Deze
zoektocht naar een betere, zo niet perfecte, wereld is een drijfveer
van het ‘man into space’
subgenre: een wereld zonder angst en paranoia, zonder communisme. Een
dergelijke wereld wordt doorgaans niet gevonden in het genre: alle in
de ruimte aangetroffen werelden, ook al lijken ze aanvankelijk nog zo
utopisch, blijken karakterfouten te delen met de menselijke
beschaving (als reflectie op de tijdsgeest) en naderen hun ondergang
(o.a. in Flight to Mars en
This Island Earth): in andere
gevallen hebben dergelijke fouten de wereld die de ruimtereizigers
vinden al lang geleden verwoest, een waarschuwing voor het lot van
onze eigen wereld die in de jaren vijftig relevanter dan ooit voelde
(o.a. in Rocketship X-M (USA:
Kurt Neumann, 1950) en Forbidden Planet
(USA: Fred M. Wilcox, 1956)). (Zie in Hoofdstuk 5 met betrekking tot
deze verloren beschavingen mijn passage over de ‘Alien
Apocalypse’.)
Hoewel
God niet aangetroffen wordt in de ruimte, voelt de ruimtereiziger in
het genre vaak een connectie met het goddelijke als hij zich in het
hemels firmament waagt om de Amerikaanse idealen te verspreiden. In
een aantal momenten in het subgenre bespreekt hij het gevoel gestuurd
te worden door een goddelijke macht naar een bepaald doel. In een
enkel geval is deze goddelijke invloed negatief, zoals in Conquest
of Space als de missie de ene tegenslag na de
andere ondervindt wat de gezagvoerder ervan overtuigt dat God niet
wil dat de mens zich verder de ruimte in waagt (Conquest
of Space wordt hieronder uitvoerig behandeld). De
andere gevallen zijn overwegend positief. Een voorbeeld is te vinden
in Rocketship X-M: om
onverklaarbare redenen wijzigt de X-M raket koers en gaat zij naar
Mars in plaats van naar de maan, haar beoogde doel. De wetenschappers
merken dan op:
Dr.
Lisa van Horn: ‘What does it mean, Dr.?’
Dr.
Karl Eckstrom: ‘It means there are times when a mere scientist […]
must pause and observe
respectfully
while something
infinitely greater assumes control.
I believe this is one of those times.’ [my emphasis]
In
gevallen als deze lijkt God de (Amerikaanse) mens te sturen naar een
bepaald doel. Gezien de opvattingen over de relatie tussen God en de
VS in de jaren vijftig (zie Hoofdstuk 1) is het niet merkwaardig dat
het sciencefictiongenre deze positieve connectie onderstreept, zij
het zelden op expliciete wijze: het wordt doorgaans gelaten bij een
opmerking als deze die niet concreet op God slaat maar wel aangeeft
dat een hogere macht de ruimtevaart naar een doel stuurt. Wat is dit
doel? De “verovering” van de ruimte door het Amerikaanse Ideaal.
Zoals Destination Moon
aangeeft wanneer de Amerikaanse vlag op de maan geplant wordt:
By
the grace
of God
and in
the name of the USA
I take possession of this planet for
the benefit of mankind.
[my emphasis]
In
deze film claimt Amerika de maan voor het welzijn van de mensheid
(niet slechts de Amerikaanse samenleving), en God staat dit toe. Eens
te meer blijkt hieruit de gedachte dat God aan de Amerikaanse kant
van vrijheid en democratie staat: het is de Amerikaanse missie deze
waarden onder de hele wereld, zo niet daarbuiten, te verspreiden
tegenover het communisme, de ideologie van de ‘unfriendly
foreign power’ die de ruimtereis in deze
film probeerde tegen te houden. In haar pogingen om de ruimte voor
het Amerikaanse Ideaal te veroveren voordat een tegenstrijdige
ideologie dat doet gaan wetenschap en religie hand in hand.
Aan
de hand van When Worlds Collide
zal de tweede drijfveer voor het maken van ruimtereizen, het
overleven van de mensheid, aanvullend besproken worden in Hoofdstuk
5, gezien het aanwezige Apocalyptische aspect. Ik zal er hier niet op
ingaan, teneinde onnodige herhaling te voorkomen.
Paragraaf
2.3: casestudy Conquest
of Space
Conquest
of Space is
qua uitgangspunt en design typerend
voor het
‘man
into space’
subgenre, maar thematisch is het dat niet. De film draait om de
eerste stap in ‘deep
space’
die de mensheid in de toekomst8
zet na jaren voorbereiding: een groots ruimtestation is geconstrueerd
van waaruit de eerste raket een reis naar Mars zal ondernemen in de
eerste fase van de ‘verovering van de ruimte’, de poging tot
kolonisatie van andere planeten door de mensheid. De mensheid werkt
samen om dit doel te bereiken in een organisatie genaamd de ‘Supreme
International Space Authority’; in de film wordt de bemanning
geleid door Amerikaanse archetypes (de strenge maar rechtvaardige
generaal, de idealistische jongeman, de komisch bedoelde sidekick).
De
film, geregisseerd door Byron Haskin en geproduceerd door George Pal,
is afgezien van een enkele designfout (de raket is merkwaardig genoeg
uitgerust met vleugels) vrij realistisch in de weergave van
wetenschappelijke theorieën en concepten. Dit is niet vreemd,
aangezien Pal eerder in het decennium verantwoordelijk was voor de
“pseudo-documentaire” Destination
Moon. Met
Conquest of
Space zette
hij de trend van wetenschappelijk verantwoorde sciencefiction voort.9
Dezelfde Pal leverde, in samenwerking met Haskin, twee jaar eerder
The War of
the Worlds
(USA: Byron Haskin, 1953) af, waarin een weinig positief beeld van
wetenschap geschetst werd ten gunste van religie en geloof, dat aan
het eind van de film de mensheid redt van de Martianen (zie voor een
analyse van de representatie van wetenschap in deze film Casestudy 1
van ‘It Came from Cold War America’). Opmerkelijk genoeg lijken
Pal en Haskin hun opvattingen ten opzichte van wetenschap herzien te
hebben. Waar in The
War of the Worlds
de menselijke wetenschap faalde in haar pogingen de mensheid te
beschermen tegen de monsterlijke Martiaanse oorlogsmachine, vormt
wetenschap in Conquest
of Space
een belangrijk hulpmiddel voor het in vrede leven van de mensheid. In
deze film moet religie het ontgelden, althans die religie die geen
ruimte laat voor interpretatie. In The
War of the Worlds was
geloof daarentegen de redder van de mensheid.10
Religie
in deze film is direct gekoppeld aan het oude thema van de ruimte als
het heilige domein van God, dat in 1955 al grotendeels achterhaald
was vanwege de feller wordende ‘space race’.
Hierdoor wijkt de film thematisch af van andere ‘man
into space’ films, die dit motief alleen
impliciet behandelden maar het goeddeels negeren ten bate van de
wonderen van de wetenschap en de noodzaak van het ruimtereizen. De
mensheid vormt, dankzij wetenschappelijke hoogmoed, een indringer in
‘the heavens’ en
wordt gestraft voor zijn godslastering. Althans, dit is de redenatie
van generaal Samuel Merritt, die verantwoordelijk was voor de bouw
van het ruimtestation en de raket, en de eerste missie naar Mars
leidt. Merritt heeft vanaf het begin van de reis sterke bedenkingen
over de onderneming, aangezien het oorspronkelijk de bedoeling was
naar de maan te gaan. Zijn superieuren besloten opeens het doel te
veranderen terwijl de missie hier niet op berekend was. Tot zover
zijn er geen religieuze bezwaren tegen de missie. Die bezwaren komen
geleidelijk, als de raket met de ene na de andere catastrofe
(ongelukken, botsingen met een asteroïde, verlies van
bemanningsleden) geconfronteerd wordt. Dit overtuigt Merritt er hoe
langer hoe meer van dat de missie vervloekt is vanwege de
godslastering die de bemanning pleegt door te ver de ruimte te
betreden. Uiteindelijk tracht hij er alles aan te doen om de missie
te saboteren – hierbij Bijbelcitaten in het rond strooiend –
waarbij hij zelfs moord niet schuwt.
Merritts
transformatie van plichtsgetrouwe wetenschapper naar raaskallende
godsdienstwaanzinnige wordt weinig onderbouwd. Het enige element dat
Merritt in connectie brengt met religie is zijn Bijbel die hij leest
tijdens de trip naar Mars. De film impliceert dat genoeg psychische
tegenslag en teveel geloof in de Bijbel als Absolute Waarheid elk
rationeel mens in een gewelddadige radicaal kunnen veranderen. Hier
tegenover plaatst de film het beeld van de rationele mens die
vertrouwt in wetenschappelijke vooruitgang, in de persoon van Merrits
zoon, kapitein Barney Merritt. Ook hij ondergaat psychische druk door
alle tegenslag, maar hij blijft geloven dat de wetenschap een
oplossing voor alles kan bieden. Hij ontkent niet dat er een hogere
macht in het spel kan zijn en benut dit ook in zijn argumentatie om
zijn vader te overtuigen van de noodzaak van hun reis, getuige de
volgende dialoog:
Barney:
‘I
don’t remember you reading the Bible so often, sir.’
Generaal
Merritt: ‘It’s the one book you never really get through reading.
Man’s every move, his every thought, every action, is in there
somewhere, recorded or predicted. Every move except this one.
According
to the Bible, Man was created on the Earth. Nothing is ever mentioned
of his going to other planets. Not one blessed word.’
Barney: ‘Well, at the time the Bible was written, it wouldn't have made much sense, would it?’ Generaal Merritt: ‘Does it now? The Biblical limitations of Man's wanderings are set down as being the four corners of the Earth. Not Mars, or Jupiter, or infinity. The question is, Barney, what are we, explorers or invaders?’
Barney: ‘Invaders? Of what, sir?’ Generaal Merritt: ‘The sacred domain of God. His heavens. To Man, God gave the Earth, nothing else. This taking of... of other planets... it's almost like an act of blasphemy.’
Barney: ‘But why? They belong to no one else.’ Generaal Merritt: ‘We don't know that.’
Barney: ‘But look, sir, it couldn't be just an accident that at the very time when Man's resources on Earth are reaching an end, Man develops the ability to leave his own world and seek replenishment on other planets. The timing is what fascinates me: it's too perfect to be accidental.’
Barney: ‘Well, at the time the Bible was written, it wouldn't have made much sense, would it?’ Generaal Merritt: ‘Does it now? The Biblical limitations of Man's wanderings are set down as being the four corners of the Earth. Not Mars, or Jupiter, or infinity. The question is, Barney, what are we, explorers or invaders?’
Barney: ‘Invaders? Of what, sir?’ Generaal Merritt: ‘The sacred domain of God. His heavens. To Man, God gave the Earth, nothing else. This taking of... of other planets... it's almost like an act of blasphemy.’
Barney: ‘But why? They belong to no one else.’ Generaal Merritt: ‘We don't know that.’
Barney: ‘But look, sir, it couldn't be just an accident that at the very time when Man's resources on Earth are reaching an end, Man develops the ability to leave his own world and seek replenishment on other planets. The timing is what fascinates me: it's too perfect to be accidental.’
Generaal
Merritt: ‘Those other planets might already be tenanted.’
Barney: ‘Oh, I don't think so... the universe was put here for Man to conquer.’
Barney: ‘Oh, I don't think so... the universe was put here for Man to conquer.’
Qua
religieuze overtuiging lijkt Merritt het meest op een
overenthousiaste fundamentalistische evangelist die hardnekkig
gelooft in de Bijbel als contextloos werk dat universele waarden voor
alle tijden en situaties omvat en kritiekloos gehoorzaamd moet
worden: tegenspraak wordt niet getolereerd. Het verschil van mening
eindigt daarop in een conflict tussen vader en zoon, dat uitmondt in
de dood van de vader die in een laatste sabotagepoging zijn zoon
aanvalt, die vervolgens in zelfverdediging zijn waanzinnige vader
neerschiet.
De
argumentatie van zowel vader als zoon Merritt slaat terug op
drijfveren tot ruimtereizen zoals ik die in Paragraaf 2.1
formuleerde. Ten eerste is er de reis naar de ruimte vanwege de
bestaande mogelijkheid daartoe. In deze film heeft de mensheid de
technologie om de ruimte in te trekken, maar wat is daartoe zijn
reden? Volgens generaal Merritt is deze er niet, aangezien de mens op
Aarde dient te blijven volgens Gods geschriften: de mens gaat de
ruimte in omdat hij het kan, maar staat er niet bij stil of hij dat
mag. Daarmee pleegt hij godslastering van de ergste soort, meent
generaal Merritt:
Generaal
Merritt: ‘Merritt speaking. Here's the report. Lost course for
several days due to near-collision with asteroid, but we can still
reach destination as planned... which may be Mars, or Hell. This
voyage is a cursed abomination!
If it were possible I'd come back now, return the ship to Earth and
blow it up-’
Barney: ‘General, please!’
Generaal Merritt: ‘-together with all plans in existence for building another! We're committing Man's greatest sacrilege! And we can't stop!’ [my emphasis]
Barney: ‘General, please!’
Generaal Merritt: ‘-together with all plans in existence for building another! We're committing Man's greatest sacrilege! And we can't stop!’ [my emphasis]
Ten
tweede is er de ruimtereis uit noodzaak, wat in het meningsverschil
uiteindelijk wint. Deze drijfveer gebruikt Barney in zijn
argumentatie: de grondstoffen op Aarde raken op, als de mens wil
overleven moet hij nieuwe grondstoffen in de ruimte vinden. Gebeurt
dit niet, dan zal de Aarde in een nieuwe Wereldoorlog terechtkomen in
de strijd om grondstoffen. Een bemanningslid, de Japanse sergeant
Imoto, gebruikt eerder dit argument om de noodzaak van de missie, en
zijn trots eraan deel te mogen nemen, te onderstrepen. Zijn precieze
bewoording is echter bizar uitgedrukt en maakt zelfs gebruik van
racistische stereotypering. Het zegt meer over hoe Amerika destijds
tegen de Japanners aankeek dan dat het een duidelijke onderbouwing
geeft van de noodzaak de ruimte in te trekken op zoek naar
grondstoffen:
Some
years ago, my country chose to fight a terrible war. It was bad, I do
not defend it, but there were reasons. Somehow those reasons are
never spoken of. To the Western world at that time, Japan was a
fairybook nation: little people living in a strange land of
rice-paper houses... people who had almost no furniture, who sat on
the floor and ate with chopsticks. The quaint houses of rice paper,
sir: they were made of paper because there was no other material
available. And the winters in Japan are as cold as they are in
Boston. And the chopsticks: there was no metal for forks and knives
and spoons, but slivers of wood could suffice. So it was with the
little people of Japan, little as I am now, because for countless
generations we have not been able to produce the food to make us
bigger. Japan's yesterday will be the world's tomorrow: too
many people and too little land.
That is why I say, sir, there
is urgent reason for us to reach Mars: to provide the resources the
human race will need if they are to survive.
[my emphasis]
Wat
de bemanning aantreft op Mars, een dor onontgonnen terrein zonder
spoor van leven, duidt op de ruimte als gebied voor grondstoffen en
lijkt de afwezigheid van een goddelijke macht die tegen menselijke
aanwezigheid kan zijn te bevestigen. Als een bemanningslid opnieuw
opmerkt dat de hele missie vervloekt is door alle tegenslag wijst een
ander hem op de levenloosheid van Mars en de hierdoor geïmpliceerde
afwezigheid van God:
“Only
God can make a tree.” Okay? Where is it? Where's the trees, and the
flowers, and the grass? Where's the water? You hear me? Where's
the water?!
Desalniettemin,
de bemanning ontkent niet dat God bestaat. Integendeel, ook Barney
wijst in het eerste citaat op het feit dat de situatie te toevallig
is om niet gestuurd te worden door een hogere macht. Een herhaling
van zijn argument:
[…]
it
couldn't
be just an accident
that at the very time when Man's resources on Earth are reaching an
end, Man develops the ability to leave his own world and seek
replenishment on other planets. The timing is what fascinates me:
it's too
perfect to be accidental.
[my emphasis]
In
Barneys denkkader geeft deze macht toestemming aan de mensheid om de
ruimte in te trekken en diens voortbestaan te waarborgen, wat blijkt
uit de haast perfecte aaneenschakeling van omstandigheden. Dit
argument kan beschouwd worden als een uiting van het geloof in de God
die het Amerikaanse Ideaal steunt, de God die achter Amerika’s
handelingen in de naam van democratie en vrijheid staat en zorg
draagt voor Amerika’s overleven, en daardoor dat van de hele
mensheid. In deze film wordt de verovering van de ruimte, ondanks de
doorgaans negatieve connotatie van het woord ‘verovering’, niet
gezien als een verkeerde daad, maar als noodzakelijk en indirect
gesteund door God.
In
tegenstelling tot in The War of the Worlds
maakt Conquest of Space geen
gebruik van religieuze symboliek (afgezien van het kruis als
markeerpunt voor het graf van de generaal op Mars), maar is de
discussie over de functie van religie alleen terug te vinden in de
dialoog. De dialoog is precies datgene wat ten node gemist wordt
tussen de verschillende kerken in de vijftiger jaren, en deze film
spreekt dit thema (waarschijnlijk onbewust) aan ter illustratie van
het gebrek aan samenwerking tussen de kerken. In een kritieke
situatie, zij het fictief (de oprakende grondstoffen) of actueel (de
dreiging van het communisme) is het juist noodzakelijk verdeeldheid -
hetzij tussen kerken in de realiteit, of tussen de naties zoals de
film weergeeft (de naties werken samen in de “verovering” van de
ruimte door de mensheid) - opzij te zetten om samen te overleven,
waarbij religie als bindmiddel en wetenschap als hulpmiddel moet
dienen. Dit is het punt dat Conquest of Space
lijkt te willen maken, maar door de eenzijdige negatieve
representatie van de aanvankelijk rationele generaal die onder druk
in een redeloze fanatiekeling verandert waarschuwt de film eerder
voor de gevaren van het blind vertrouwen in de Bijbel.
‘How
far is too far?’, luidt de tagline
van de film. Het antwoord hierop schuilt niet
in de vorderingen van de technologische ontwikkeling of het verkennen
van de ruimte, maar in de grenzen van het geloof. Een degelijke
balans tussen vertrouwen in de vooruitgang en religie is goed
mogelijk (zoals Barneys perspectief aantoont), tenzij men te ver gaat
in het letterlijk nemen van de bronnen van religie, waarop radicale
geloofsbelijdenis een belemmering vormt voor het welzijn van de
mensheid.
1
Sobchack, Vivian. ‘The alien landscapes of the planet Earth:
science fiction in the fifties.’, in: Atkins, Thomas R. Science
Fiction Films. New York: Monarch
Press, 1976: p. 51
2
Dit is een reden dat ik het ‘man into space’ subgenre
niet in mijn BA-scriptie behandelde. Naast het feit dat ik het te
laat distantieerde van de andere subgenres wist ik niet goed hoe ik
de geportretteerde toekomstbeelden voldoende kon laten aansluiten
met onderzoek naar de samenleving in de jaren vijftig zelf, die
duidelijker gerepresenteerd werd in de andere subgenres. Deze fout
hoop ik hier goed te maken.
3
Brosnan, John. Future tense: the cinema
of science fiction. New York: St.
Martin’s Press Inc., 1978: p. 81-82
4
Ellwood 1997: p. 186
5
Ellwood 1997: p. 175
6
Lucanio, Patrick. Them or us:
archetypal interpretations of fifties alien invasion films.
Indianapolis: Indiana University Press, 1987: p. 88
7
Lucanio 1987: p. 88
8
De precieze datum wordt in de film zelf niet genoemd, maar het is
ongetwijfeld niet in de jaren vijftig. Brosnan beweert dat het ‘set
in the 1980s’ is (Brosnan 1978: p. 79); ook op IMDb wordt dit
vermeld.
9
Pal maakte o.a. gebruik van technisch advies van Wernher von Braun
(ontwerper van de Duitse V-2 raket). Brosnan
1978: p. 81
10
Pal en Haskin zijn zeer wisselvallig in hun weergave van de relatie
tussen wetenschap en religie. Als hun hele repertoire aan
sciencefictionfilms van de vijftiger jaren in beschouwing wordt
genomen lijken ze geen eenduidige mening over deze relatie te
hebben. In Destination Moon is, op een enkele opmerking na, geen
sprake van religie: wetenschap voert de boventoon en helpt Amerika
als eerste de maan te bereiken. When Worlds Collide gebruikt
daarentegen op verschillende momenten Bijbelse spreuken om het
Apocalyptische gehalte van de film te benadrukken. In deze film
vormt wetenschap het middel dat de laatste restanten van de mensheid
naar een nieuw thuis in de ruimte voert, als een metafoor voor de
Ark van Noach. Hier kunnen wetenschap en religie dus vreedzaam
samengaan en vormt wetenschap tot op zekere hoogte een eigen religie
(zie Hoofdstuk 5). Daarop volgt The War of the Worlds, die een
grimmig beeld van falende menselijke wetenschap schetst, naast een
schokkende metafoor voor de overdaad aan wetenschappelijke kracht in
haar representatie van de zeer geavanceerde maar onethische
Martianen. In deze film wordt de mensheid slechts gered door zich
tot God te wenden (‘divine intervention’). Tenslotte
volgt Conquest of Space waarin wetenschap als een hulpmiddel voor
het overleven van de mensheid wordt beschouwd, dat door sommige
gelovigen wordt omarmd (in de persoon van Barney), maar door anderen
als godslasterlijk wordt gezien (Generaal Merritt). Het lijkt erop
dat Pal en Haskin geen specifieke opvatting prefereren maar iedereen
te vriend willen houden door zowel religie als wetenschap
multi-interpretabel te laten.
woensdag 13 juni 2012
How to make a Xenomorph
Prometheus: ****/*****, or 8/10
A tall,
pale humanoid stands at the top of a towering waterfall and nearly
ritualistically drinks a black liquid. Within seconds, his body
starts to physically come apart in a most gruesome way, his cells
literally unraveling and his physique disintegrating as he plunges
himself into the roaring chasm and his DNA mixes with the water. And
with this eerie opening the tone is set for Prometheus, the
eagerly awaited latest science fiction blockbuster from Sir Ridley
Scott, who with this film not only returns to his own roots but also
to the roots of the much acclaimed and beloved Alien saga. And
herein could lie a problem, since explaining some of the mysteries of
his own original Alien film (1979) might hurt the franchise as
a whole in terms of narrative continuity. The trick, however, is not
minding that it hurts, especially given the fact Sir Ridley
delivers a whole set of other intriguing questions in the process,
building upon which may very well reinvigorate this franchise which
until recently seemed milked dry completely.
-Warning!
Here be spoilers!- When scientists and lovebirds Elizabeth
Shaw (Noomi Rapace) and Charlie Holloway (Logan Marshall-Green) in
the year 2089 make a connection between the depiction of a tall
figure pointing at a set of ever identically proportioned dots on
cave paintings and murals of various ancient cultures around the
globe and a distant star system, the starship Prometheus is
dispatched by the Weyland Corporation to investigate the pair's
claims that humanity was spawned by a race of alien beings dubbed
'Engineers' which experimented with our DNA and left said dots as a
message to come look for them in space. Upon arrival at the barren
world of LV-223, a large artificial structure is found containing
endless corridors, a decapitated alien corpse and a room containing a
giant stone head and hundreds of odd cylinders containing black
liquid. It seems the gods the Prometheus was send to find have
died, but they left something behind...
So far
the plot seems like a mix between Sir Ridley's own original Alien
film, about a spaceship crew send to a deserted planet and
encountering an age old lifeform, and the often maligned spin-off
Alien VS Predator which revolves around the discovery humanity
was kick-started by the extra-terrestrial Predators for their own
shady purposes. Of course, Sir Ridley does not mean to copy either,
his Prometheus just starts on familiar ground in order to have
the plot turn in a whole different direction when we're settled in,
at which point it quickly gets quite darker than we have known his
work to be for the last few decades. Apparently the black liquid
destroys lifeforms it comes into contact with by turning it into a
different kind of lifeform: humanity was tricked into believing they
would find its creators across the gulf of space and only found its
apparent doom instead. And so the crew of the Prometheus must fight
for their lives or face total destruction of all mankind. Problem is,
the crew is divided into various camps all with their own goals, both
selfless and selfish, and all with their own take as to just what the
hell is going on. Given the somewhat erratic and hard to follow plot,
the audience too must figure out for itself just what to make of
things, since Sir Ridley has no intention to just hand us the answers
on a platter, but wants us to work for them instead.
It has
been a while since a decently philosophical blockbuster sci-fi film
tormented the audience by conjuring up sometimes nigh unfathomable
questions regarding Life, the Universe and Everything, so Sir
Ridley's attempt at provoking the audience to use their brains a bit
is certainly worthy of praise, but the plot makes it challenging to
comprehend Prometheus' intentions. It's quite likely studio
involvement is to blame, as is usually the case with Sir Ridley's
films, since studio executives often feel his movies are too
difficult to understand for general audiences which leads to them
being edited to focus less on the deep issues addressed and more on
the action. Already a Director's Cut has been announced that will
hopefully make for a better structured narrative, but so far we can
only speculate as to the Engineers' actual intentions by creating the
black liquid and their apparent loss of interest for humanity's
wellbeing.
So far,
exploring the background of these Engineers, who we originally came
to know as the Space Jockey from the first Alien film, does
sadly demystify the awesome introduction of this species in Sir
Ridley's breakthrough motion picture, by fleshing them out in more
detail than we might have liked, and eventually even reducing them to
more typical movie monsters as we watch the last of their kind alive
go on a murderous rampage to kill the Prometheus' crew, just
to be destroyed by its own lethal creation that was meant to be
humanity's undoing instead, but not before duking it out with this
monstrosity in a 'monster versus monster' battle of standard
Hollywood procedure feeling (again, there's a touch of Alien VS
Predator here, and not for the better). Which of course leads to
the question that is first and foremost on everybody's mind since
they learned this movie is more or less a prequel to Alien:
just what is the Xenomorph's deal?
It's in
regard to this matter that Prometheus remains the most vague,
as if Ridley never really wanted to provide any actual answers.
Suffice to say, Xenomorphs appear to be a a bio-weapon after all,
which they were always hinted to be used for by the evil Company in
the Alien films proper. It definitely seems open for debate
(an offer I accepted when travelling home with a friend while
returning from watching this film; we spend about an hour trying to
wrap our brains around it, with plenty of questions still unanswered,
mind you), but it seems to me the black liquid is this film's
incarnation of the 'Genesis device', creating life on a barren world
by mixing it with water (as the alien “Prometheus” did at the
opening scene of the film), or replacing already existing life with
such life. It's a complicated process for sure, and apparently it
never works the same in this film: while a worm coming into contact
with the black goo is turned into a Xenomorph like snake, a
Prometheus crewmember that gets a full dose in his face simply
turns into a prowling, deformed madman turning on his shipmates and
viciously killing them, before being shot at, burned and run down by
a truck. Of course the main question foremost on the fans' minds will
be, 'is the traditional Xenomorph we've come to love in Prometheus?'
Having given a nicely red coloured spoiler warning some paragraphs
above, I will simply answer this question positively by stating that
it is... sort of... The problem for me is not its appearance (which
differs from what we've seen before), but its creation. In answer to
the question cleverly hidden in this article's title, here's the
recipe Prometheus gives for creating a genuine chestbursting
Alien (don't
try this at home!):
-Slip a
small dose of black liquid into an unsuspecting male victim's drink
-Let the
male victim have sex with a woman, even though she's sterile
-After
successful (unsafe) love making, the woman will find herself pregnant
within ten hours
-Soon
afterwards, the squid like creature gestating inside her tummy will
burst through her chest (unless she manages to remove it by
performing an caesarean section on herself)
-The
squid will rapidly grow in size from about 1 ft. long to a whopping
10 ft. long overnight
-Have
the now full sized creature penetrate an Engineer's mouth with its
ovipositor
-After
several hours, a small Xenomorph will spring from the Engineer's
chest, killing him in the process (as is Xenomorph tradition)
Say what
you will about Prometheus' dubious and overly convoluted
Xenomorph origins, it makes for some very effective and affective
horror, as the above description makes clear. It's safe to say Sir
Ridley hasn't added such overtly gory scenes to any of his films
since the original Alien in 1979. Where he sticked to an
occasional chestbursting scene and limited the gore to suggestive
imagery in that movie, he certainly went all out here, resulting in a
plethora of scenes featuring the likes of genetically decomposing,
arm snapping, involuntary facial penetration, burning and general
dismemberment, not to mention a certain explicit self-operation scene
that had even me gasping for breath while firmly grasping my seat. To
think the studio ever considered this movie susceptible for a PG-13
rating seems completely unrealistic, since Prometheus is
largely the stuff only a hard R rating can do justice. It's good to
know Sir Ridley still knows how to shock his audience convincingly,
like he did with Alien at the start of his career.
Something
else this accomplished director succeeds in perfectly is eliciting
excellent performances from his cast. In fact, Rapace and
Marshall-Green, though they do an adequate job for sure, are
outclassed at every turn by their colleagues, with Michael Fassbender
delivering the film's standout performance in the role of the android
(wouldn't be an Alien film without one, eh?) David, balancing
carefully and compellingly between the psychotic and the angelic,
between a child asking his parents how and why he came to be and a
slave eager to turn on his oppressors at the first opportunity, so
you never know what his agenda is and whose side he's one (if
anybody's). The film successfully draws parallells between his human
masters searching for their supposed creators and David living amidst
his own creators who he obviously finds flawed, in several all too
short scenes of which we can only hope there's more where those came
from on the expected Director's Cut. At the other end of the spectrum
there's Charlize Theron in the role of Meredith Vickers, the mission
leader whose apparent job it is to make sure the Weyland Corporation
gets its money worth out of this excessively expensive space trip,
though her plight is far more personal considering she's the actual
daughter of Mr. Weyland himself, who preferred David's company over
hers, since the android is the closest thing he ever had to a son.
Theron plays the role on fire, shrewdly maneuvering between appearing
as a coldhearted rich bitch simply out to make money and a wronged
daughter aiming for revenge. And then there's the old man himself,
being played by Guy Pearce in heavy make-up. Weyland was a secret
passenger, like Prometheus was on a secret mission to make
contact with the Engineers and ask them for the secret to immortality
so the dying old man could yet be saved.
As the
movie makes perfectly clear, human immortality is actually far from
the Engineers' minds, which results in some solid action scenes, both
those involving the Engineers and Xenomorphs as well as those
without. Also laudable is the quality of the visual effects, which
help remind the audience of the original Alien atmosphere in
both human and extra-terrestrial sense, but also being uniquely
Prometheus material instead of simply rehashing what was done
before. In fact, this sums up the whole of the film, since as a
supposed Alien prequel, it certainly stands on its own merits,
only hinting at the events in that earlier film without giving the
exact explanations as to what happened prior to the events in Alien,
so there's still some mystery to enjoy in that regard. It does at
time contradict the later entries into the franchise though: the role
of the badass Alien Queen which drove much of the later Alien
films' plots now seems under serious scrutiny. But considering Sir
Ridley's involvement with the franchise ended then right after the
first film, it's understandable he favours his own appraoch here
above building on the work of others who took over his job in the
past.
Overall,
Ridley Scott proves he can still distill a good movie out of the
dried up franchise he created, the result being both spectacular and
thought provoking, but frustratingly feeling incomplete, something he
has even gone so far as to admit it simply is. Prometheus
is a thinking man's Sci-Fi
horror rollercoaster, a rare thing to behold in the post-Avatar
days where science fiction feels dumbed down a bit due to the focus
on visual and 3-D effects and the lack of exploring philosophical
themes as the genre used to do more often. Given the large number of
new unsolved questions, a sequel feels both likely and desireable.
Sir Ridley could leave it in the hands of a capable young director
like he did last time (it was James Cameron then, it shouldn't be
now), or he can save everyone three decades and just do it himself,
instead of having to do some damage control in another 33 years time.
Either way, the Pandora's Box opened by Prometheus
certainly won't be closed just yet.
And
watch the trailer here:
vrijdag 9 maart 2012
Barbarella
Rating:
***/*****, or 7/10
Extremely
campy sixties' Sci-Fi film, almost unique in its own right as a
countercultural hippie science fiction flick. In the distant future,
astro-navigatrice Barbarella (Jane Fonda in her younger days, when
she obviously wasn't very experienced in the art of acting) is
ordered by the President of Earth to track down missing scientist
Durand Durand, who is rumoured to have invented a terrible weapon, on
the uncharted planet of Tau Ceti. Upon arrival, Barbarella falls from
one crazy, saucy situation into another, as she is confronted by
psychopath kids with murderous biting dolls, a blind angel who lost
the will to fly and a city of evil ruled by a wicked bisexual
dominatrix. To get out of such pickles she constantly loses her
outfit, only to be dressed in an even skimpier one than before, plus
she makes love to anyone she comes across and frequently runs into
various hallucinatory substances. They sure don't make them like this
anymore (though a remake has been planned for years) and it's no
secret why. Still, if you know what you're in for, this can be a very
fun movie.
Starring:
Jane Fonda, John Phillip Law, Anita Pallenberg
Directed
by Roger Vadim
France/Italy:
Dino De Laurentiis Cinematographica, 1968
zaterdag 4 februari 2012
Serenity
Rating: ****/*****, or 8/10
Tweede
strijd van verliezer Whedon bewijst zijn gelijk
Menigeen
zal de naam Firefly
weinig zeggen. Het was de titel van een zeer geslaagde televisieserie
die Joss Whedon, de man achter het zeer succesvolle Buffy the
Vampire Slayer, in 2002 produceerde voor Fox-TV. Helaas bleek de
serie geen lang leven beschoren aangezien Fox er al na vijftien
afleveringen de stekker uit trok. Een grove inschattingsfout, want
aan de kwaliteit van deze sciencefiction-serie lag het niet, wat
vervolgens bewezen werd toen Firefly op DVD alsnog een culthit
werd. Whedon zwoer dat hij het er niet bij zou laten en dat hij
Firefly op de één of andere manier een nieuw onderdak zou
geven. Hij hield zijn woord, want hij komt nu met een bioscoopfilm
aanzetten, getiteld Serenity, ditmaal geproduceerd door
Universal. En ondanks de verhuizing naar zowel een nieuwe studio als
het witte doek, heeft hij het oude, hoge niveau van de serie weten te
behouden, wat resulteert in een flitsende actiefilm vol met frisse
ideeën en aanstekelijk intrigerende personages.
De film
opent met een korte introductie die de kijker niet meer dan
noodzakelijk meegeeft om de stand van zaken in dit universum te
begrijpen. Ergens in de verre toekomst heeft de mensheid de Aarde
verlaten en zich in een ander zonnestelsel gevestigd waar vele
werelden gekoloniseerd zijn. Een aantal werelden heeft zich succesvol
verenigd in een Alliantie, terwijl de rest nog ruige grensgebieden
zijn waar orde en tucht ver te zoeken is. In een poging deze planeten
beschaving bij te brengen brak er een verschrikkelijke oorlog uit die
de Alliantie glansrijk won. Echter, Serenity is een ode aan de
loser, en toont zodoende de lotgevallen van een samengeraapte
bemanning op een vervallen vrachtschip genaamd 'Serenity': het zootje
ongeregeld zijn diegenen die de oorlog verloren maar weigeren zich
aan te passen aan de norm van civilisatie en daarom tegendraads hun
eigen koers bepalen. Een passende parallel met de serie zelf, die ook
verloor, maar dankzij de rebelse Whedon toch een tweede kans krijgt.
Onder
leiding van kapitein Malcolm Reynolds (Nathan Fillion, als een jonge
Harrison Ford in Star Wars) probeert het gezelschap aan boord
van 'Serenity' het hoofd boven water te houden, hetzij door eerlijke
klussen als vrachtvervoer, hetzij door bankroof en andere
criminaliteit. De bemanning vormt een bont gezelschap bestaande uit
onder andere een dommekracht, een priester, een hoer en de jonge
dokter Simon (Sean Maher) met diens psychisch begaafde zusje River
(de als actrice al even begaafde Summer Glau): allen mensen die
eigenlijk niets gemeen hebben, maar desondanks samen weten te werken
zonder daarvoor in een keurslijf te moeten worden geplaatst zoals de
Alliantie het liever ziet.
Maar
dit vrije, wetteloze bestaan wordt niet zonder een slag of stoot
geleverd: Simon en River zijn op de vlucht voor de Alliantie, die
gruwelijke experimenten op het meisje heeft uitgevoerd, waarbij ze
informatie heeft opgedaan die een grote bedreiging vormt voor het
geloof in de autoriteit van de heersende macht. Een rücksichtslose
agent (Chiwetel Ejiofor, Amistad) – met een beangstigende
balans tussen rede en brute agressie, evenals de Alliantie zelf –
wordt erop uit gestuurd om River terug te halen, waarbij grof geweld
niet geschuwd wordt. 'Serenity', nu tot doelwit van het militaire
apparaat van de Alliantie bestempeld, moet bovendien ook nog uit
handen zien te blijven van de gruwelijke Reavers, een groep
ruimtekannibalen die al moordend planeten plundert.
Ziehier
de premisse van één van de meest originele en onderhoudende
sciencefictionfilms van de laatste jaren. Als een geslaagde mix
tussen sciencefiction en het Western-genre vormt Serenity een
uniek mengsel van genre-conventies, en levert daarnaast zinderende
actie en bovenal doeltreffende karakterontwikkeling. Want hoewel de
film een hoeveelheid spetterende actiescènes bevat en de visuele
effecten zich makkelijk kunnen meten met menig recente blockbuster,
draait de film volledig om de personages. In Firefly bestond
de bemanning uit negen personages en allen zijn terug voor de
bioscoopversie, waarbij ze niet allemaal evenveel in beeld komen maar
toch voldoende ontwikkeld worden om de sympathie van het publiek te
krijgen: een hele opgave voor een speelfilm die in twee uur een even
rijke wereld moet weergeven als een TV-serie van vijftien
afleveringen. Maar de film slaagt met vlag en wimpel en weet ervoor
te zorgen dat we niet alleen om alle personages gaan geven, maar ook
een behoorlijke dosis spektakel en humor achter de kiezen krijgen.
Bovendien
heeft Whedon Serenity toegankelijk weten te maken voor mensen
die niet bekend zijn met diens voorganger, zonder te blijven steken
in een overdaad aan uitleg over wat er voorheen met de personages is
gebeurd en waar de serie überhaupt over ging. Gezien het aantal
onafgehandelde plotlijnen die de TV-serie liet liggen mag dat best
een prestatie genoemd worden. Hierdoor behelst Serenity een
succesvol vervolg dat de trouwe schare fans evenveel zal behagen als
Firefly dat deed, terwijl het voor de leek een geslaagde
eerste kennismaking met Whedons universum vormt.
Uiteraard
is dit laatste ook Whedons doel: hoe meer mensen Serenity
zullen waarderen, des te groter is de kans dat Firefly een
langer tweede leven is beschoren. We helpen het hem hopen, want het
hoge niveau van deze film
toont aan dat Whedon nog lang niet klaar is met dit universum.
Firefly verdient beter dan opnieuw te worden vergeten, maar
het is aan het publiek om dat definitief te bewijzen.
Labels:
action,
adventure,
based on TV-series,
Chiwetel Ejiofor,
firefly,
Joss Whedon,
Malcolm Reynolds,
Nathan Fillion,
reavers,
River Tam,
science fiction,
serenity,
space,
space opera,
spaceship,
Summer Glau
Star Trek: Nemesis
Rating: **/*****, or 5/10
Een
oud Star Trek-verhaal in een nieuw jasje
Star
Trek: Nemesis is alweer het tiende deel in een reeks films die in
1979 begon met Star Trek: The Motion Picture. Daarnaast is het
de vierde film met de bemanning van de serie Star Trek: The Next
Generation in de hoofdrol, na zes delen waarin de cast van de
originele serie het roer recht hield. Hoewel Shatner, Nimoy en
kornuiten tijdens hun zesde reis op het grote scherm duidelijk
aangaven dat ze onderhand te oud werden voor hun ruimte-avonturen en
ook bewust met dit gegeven speelden, bleek Star Trek VI: The
Undiscovered Country een verrassend sterke film en een heerlijke
politieke satire die bewees dat leeftijd niet van belang hoeft te
zijn om een goede film af te leveren, zolang het scenario maar goed
geschreven is en de film iets zinnigs te zeggen heeft over de
historische stand van zaken. Hun opvolgers, onder leiding van Captain
Picard (het altijd capabele acteerkanon Patrick Stewart), beginnen
onderhand ook al aardig op leeftijd te raken, maar in hun geval
blijkt de energie bij hun vierde film al opgebrand te zijn. Na het
matige Star Trek: Insurrection,
alweer vier jaar achter ons, blijkt ook Star Trek: Nemesis
geen hoogvlieger.
Waar
Insurrection aanvoelde als een lang uitgesponnen
televisie-aflevering heeft Nemesis duidelijk intenties van een
meer epische aard, zoals het betaamt voor een TV-serie die het op het
witte doek mag proberen. Dit werkte prima in de achtste film, Star
Trek: First Contact, waar alle elementen op de juiste plaats
vielen en dit een spectaculaire actiefilm opleverde die nog steeds
met recht de beste van de tien films genoemd mag worden. Nemesis
lijkt hetzelfde doel voor ogen gehad te hebben en is rijkelijk
voorzien van grootschalige actiescènes en mooie plaatjes, maar het
komt hier toch minder uit de verf, vooral omdat het verhaal ons hier
minder kans geeft om de personages te geven en wat er op het spel
staat te doorgronden.
Nemesis
draait om de duistere kant van de twee belangrijkste personages,
Captain Picard en de androïde Data, in de vorm van hun sinistere
tegenhangers. In het laatste geval ontdekt de bemanning van het
ruimteschip Enterprise een prototype van Data genaamd B-4, die
duidelijk technisch onderontwikkeld is en in feite als diens
zwakzinnige broertje beschouwd kan worden. Uiteraard probeert Data
zijn nieuwe familielid te onderwijzen in enkele komisch bedoelde
scènes, maar de suffe robot wekt eerder irritatie op dan humor.
Vervolgens
krijgt Picard de opdracht naar Romulus te gaan, omdat de voorheen
verraderlijke en agressieve Romulans laten weten over vrede te willen
praten. Uiteraard is alles niet wat het lijkt, en eenmaal aangekomen
blijkt er een machtswisseling te hebben plaatsgevonden, waarbij een
ras genaamd de Remans dat door de Romulans altijd als slaven
uitgebuit werd (hoewel we in bijna veertig jaar Star Trek nog
nooit van deze lui gehoord hebben) hun overheersers overmeesterd en
onderworpen heeft. Hun leider is een schimmige figuur genaamd Shinzon
(Tom Hardy, Black Hawk Down), die een kloon van Picard blijkt
te zijn. Uiteraard staat vrede allerminst op zijn agenda en blijkt
hij Picard nodig te hebben voor diens bloed dat zijn genetische
mankementen kan herstellen. Alsof dat niet genoeg is, is blijkt
Shinzon ook voornemens om de Federatie aan te vallen en met een
verschrikkelijk wapen de Aarde te vernietigen. Waar dat voor nodig is
wordt niet verteld, evenmin als de logica achter het feit dat een
altijd onderworpen ras de vredelievende vijand van hun voormalige
onderdrukkers wil vernietigen uit de doeken gedaan wordt. Zulke gaten
in het verhaal leveren Nemesis helaas een flinke deuk op,
hoewel de hierop volgende aaneenschakeling van 'space battles'
actieliefhebbers zal bekoren.
Het is
erg jammer dat Nemesis minder aandacht schenkt aan het
vertellen van een goed gebalanceerd verhaal dan aan het ons
voorschotelen van uitstekende actiescènes. De schuld ligt
hoofdzakelijk bij schrijver John Logan. Regisseur Stuart Baird, een
nieuwkomer in het Star Trek universum, kan het niet verweten
worden, aangezien hij niet betrokken was bij het schrijven van het
script en bovendien laat zien dat hij ondanks alles een bekwaam
regisseur met een flair voor zinderende actie is.
Het
grootste nadeel van Star Trek: Nemesis is dat het allemaal
niets nieuws onder de zon is. Het plot vertoont wel heel opvallende
overeenkomsten met dat van Star Trek II: The Wrath of Khan,
een terechte klassieker in het sciencefictiongenre. Beide films
voeren een booswicht op die een persoonlijk conflict met de Captain
(destijds Kirk, nu Picard) heeft uit te vechten en beschikt over een
massavernietigingswapen, wat na een lange, groots opgezette
schermutseling (allebei in een ruimtenevel nog wel!) het leven eist
van een hoofdpersonage dat zelfopoffering verkiest boven de dood van
zijn vrienden. Zodoende niks 'where no man has gone before'
deze keer: het is een oud verhaal, en Wrath of Khan deed het
bovendien beter, hoewel Stewart en zijn collegae hun best doen om het
geloofwaardig te maken, waarbij vooral Brent Spiner als de altijd
aimabele Data een extra pluim verdient.
Hoewel
Nemesis wel degelijk geslaagde momenten kent, zoals het
langverwachte huwelijk tussen Riker en Troi, de moord op de
Romulaanse senaat en de sensationele ruimteveldslag aan het einde van
de film, geeft de film ons helaas niet genoeg reden om ons voor de
personages en hun strijd te interesseren. De meeste aandacht gaat
naar Picard en Data, terwijl de rest van de bemanning nogal op de
achtergrond blijft. De strijd tussen beide officieren en hun duistere
tegenhangers laat ons overwegend koud: B-4 is een achterlijk figuur,
terwijl Shinzons beweegredenen voor het overgrote deel te onlogisch
zijn om hem de geloofwaardigheid van een intrigerende schurk mee te
geven. Bovendien wekt zijn ellenlange gezever over de band tussen hem
en Picard, hun wederzijdse 'spiegel-status', op den duur slechts
ergernis op. En hoewel de Romulans, altijd al een fascinerend
antagonistisch ras in The Next Generation, een formidabele
tegenstander hadden kunnen zijn, blijken de Remans domweg niet te
kunnen boeien.
Nemesis
is een teleurstellende toevoeging aan het al bestaande canon Star
Trek films, die breekt met de zogenaamde 'wet van Star Trek'
die beweert dat de films met een even nummer van hoge kwaliteit zijn.
Een zesde film zal er voor Picard en zijn getrouwen wel niet meer in
zitten. Het is jammer dat zij niet eenzelfde hoogstaande laatste aria
krijgen als hun voorgangers onder Kirk. Wat de toekomst Star Trek
brengt blijft vooralsnog onduidelijk. Er zijn nog drie series, maar
geen hiervan lijkt een goede kandidaat voor een trip naar het grote
doek. Gezien de hedendaagse tendens in Hollywood om oude
succesverhalen opnieuw op te starten, is de kans groot dat ook Star
Trek dit lot ten deel zal vallen. Of dit positieve resultaten zal
opleveren met bijna veertig jaar Star Trek geschiedenis achter
de rug is nog maar zeer de vraag.
Labels:
action,
Brent Spiner,
Data,
Enterprise,
nemesis,
Patrick Stewart,
Picard,
Romulans,
science fiction,
space opera,
spaceship,
star trek,
star trek nemesis,
Stuart Baird,
Worf
Abonneren op:
Posts (Atom)
















