Posts tonen met het label Patrick Stewart. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Patrick Stewart. Alle posts tonen

donderdag 2 maart 2017

Today's Review: Logan




Weinig filmsterren zullen hun doorbraakrollen zo trouw zijn gebleven als Hugh Jackman. De acteur kruipt in Logan voor de negende keer in de huid van de mutante mannetjesputter Wolverine. Hij heeft deze rol zo'n zeventien jaar lang gedragen, te beginnen met X-Men, de film die de aftrap vormde voor het niet meer uit de bioscoop weg te denken superheldengenre. Sindsdien hebben we zo veel superheldenfilms voorbij zien komen dat de beperkingen van het genre zich opdrongen. Logan bevestigt die beperkingen maar haalt ze eveneens hard onderuit, in een film die het 'super' uit haar superheld haalt, maar daarmee paradoxaal genoeg een nieuw hoogtepunt vormt voor de superheldenfilm. Hugh Jackman speelt de onsterfelijke mutant voor de allerlaatste keer, als nooit tevoren. Hij bewijst daarmee dat we Wolverine zullen missen.

Anno 2029 is de maatschappij er niet al te best aan toe. Postapocalyptisch is het nog net niet, maar fijn is anders. In deze naargeestige wereld slentert een gebroken Logan door het Texaanse landschap. Hij zuipt, hij vloekt en heeft weinig op met de wereld om hem heen. Hij slijt zijn dagen met een lullig baantje en het zorgen voor een stokoude, dementerende Charles Xavier (die andere grote X-veteraan, Patrick Stewart). Zelf is hij fysiek niet veel beter af: zijn genezingsgave geeft langzaam de geest, de ouderdom haalt hem rap in. Vechten voor de goede zaak is niet meer aan de orde, de andere X-Men zijn dood en het mutantenras is vrijwel verdwenen. Als het mysterieuze meisje Laura zijn hulp nodig heeft, wijst hij haar nors de deur. Wanneer Logan geconfronteerd wordt met de Reavers, een groep cyborghuurlingen onder regie van een schimmig geneticaconcern, blijkt dat het kind behept is met bovenmenselijke krachten die beangstigend veel op de zijne lijken. Vervolgens slaat het trio op de vlucht met de onvermurwbare schurken in hun kielzog, die vastberaden zijn ook deze laatste mutanten uit de weg te ruimen.


Wolverine was altijd al een ruige kerel, maar in Logan is hij lomper en asocialer dan ooit. Hugh Jackman speelt diens laatste aria met meer bezieling dan ooit. Al die jaren heeft hij zich feitelijk moeten inhouden, maar nu mag hij helemaal los gaan dankzij een voor de X-franchise ongekende leeftijdskeuring. Die 'R rating' (tot en met zestien jaar uitsluitend toegang onder begeleiding van een volwassene) is volkomen terecht. Liefhebbers van het explicietere hak-en-snijwerk komen ruim aan hun trekken; de ledematen vliegen ons om de oren en het taalgebruik is grover dan ooit. Zelfs de altijd zo correcte Xavier maalt niet om een krachtterm meer of minder (tot zichtbaar plezier van Stewart). Logan lijkt wat dat betreft geïnspireerd door het vorig jaar verschenen anarchistische Deadpool, met het verschil dat hier een serieuzere toon wordt gehanteerd. Ouderdom is immers niet om te lachen en in deze grauwe toekomst is sowieso weinig ruimte voor relativerende humor. Laat staan voor superhelden.

Regisseur James Mangold heeft weinig op met de stereotiepe superheld. Ook in voorganger The Wolverine toonde hij meer affiniteit met de menselijke kant van Logan dan met diens krachten. Als Laura hoop put uit X-Men comics - een originele sneer naar het bronmateriaal - spot Logan hiermee door te beweren dat het allemaal een verzinsel is, geen realiteit. Superhelden bestaan niet. Toch werpt hij zich op als haar beschermer, in een parallel met de meermaals geciteerde klassieker Shane. Logan voelt inderdaad meer als een western dan als een superheldenspektakel, wat nog onderstreept wordt door de zuidelijk-Amerikaanse setting vol stof en kogels. De twee genres laten zich onder Mangold treffend kruisen. Uiteraard kent Logan de nodige shootouts met de bad guys, hoewel de eenzame strijder gewapend is met klauwen in plaats van een revolver. Die booswichten laten zich overigens erg makkelijk in stukjes hakken. De Reavers zijn dan ook bijzaak voor Mangold, die niets opheeft met clichématige malle schurken zoals cyborgs.

Logan is bovenal zijn eigen ergste vijand. Zijn haperende genezingsfactor zorgt voor een langzame adamantiumvergiftiging en zijn eigen bloed wordt tegen hem gebruikt door hem te klonen. Het is dit diep persoonlijke conflict met zichzelf dat Logan zijn meerwaarde geeft, want de film weet met haar plotlijn over een bedrijf dat gekloonde mutanten als supersoldaten wil inzetten een gevoel van déjà vu niet te vermijden. Dat gegeven zagen we alleen al in de X-films tig keer voorbijkomen. Logan teert niet op het wat voorspelbare plot, maar vooral op de menselijke personages. Beide generaties gooien hier hoge ogen, want de jonge Dafne Keen geeft formidabel tegengas aan Jackmans heerlijk onsympathieke ouwe knar. De verwantschap tussen Laura en Logan is onmiskenbaar, het stokje mag gelijk aan het jonkie doorgegeven worden. Toch is het Jackman die de meeste indruk achterlaat, voor het laatst in de rol die hem groot maakte, maar hier zo anders gespeeld dan gebruikelijk. Schrijnend, dat we juist dankzij diens zwanenzang toch meer van Wolverine willen zien.

zaterdag 4 februari 2012

Star Trek: Nemesis




Rating: **/*****, or 5/10

Een oud Star Trek-verhaal in een nieuw jasje

Star Trek: Nemesis is alweer het tiende deel in een reeks films die in 1979 begon met Star Trek: The Motion Picture. Daarnaast is het de vierde film met de bemanning van de serie Star Trek: The Next Generation in de hoofdrol, na zes delen waarin de cast van de originele serie het roer recht hield. Hoewel Shatner, Nimoy en kornuiten tijdens hun zesde reis op het grote scherm duidelijk aangaven dat ze onderhand te oud werden voor hun ruimte-avonturen en ook bewust met dit gegeven speelden, bleek Star Trek VI: The Undiscovered Country een verrassend sterke film en een heerlijke politieke satire die bewees dat leeftijd niet van belang hoeft te zijn om een goede film af te leveren, zolang het scenario maar goed geschreven is en de film iets zinnigs te zeggen heeft over de historische stand van zaken. Hun opvolgers, onder leiding van Captain Picard (het altijd capabele acteerkanon Patrick Stewart), beginnen onderhand ook al aardig op leeftijd te raken, maar in hun geval blijkt de energie bij hun vierde film al opgebrand te zijn. Na het matige Star Trek: Insurrection, alweer vier jaar achter ons, blijkt ook Star Trek: Nemesis geen hoogvlieger.

Waar Insurrection aanvoelde als een lang uitgesponnen televisie-aflevering heeft Nemesis duidelijk intenties van een meer epische aard, zoals het betaamt voor een TV-serie die het op het witte doek mag proberen. Dit werkte prima in de achtste film, Star Trek: First Contact, waar alle elementen op de juiste plaats vielen en dit een spectaculaire actiefilm opleverde die nog steeds met recht de beste van de tien films genoemd mag worden. Nemesis lijkt hetzelfde doel voor ogen gehad te hebben en is rijkelijk voorzien van grootschalige actiescènes en mooie plaatjes, maar het komt hier toch minder uit de verf, vooral omdat het verhaal ons hier minder kans geeft om de personages te geven en wat er op het spel staat te doorgronden.



Nemesis draait om de duistere kant van de twee belangrijkste personages, Captain Picard en de androïde Data, in de vorm van hun sinistere tegenhangers. In het laatste geval ontdekt de bemanning van het ruimteschip Enterprise een prototype van Data genaamd B-4, die duidelijk technisch onderontwikkeld is en in feite als diens zwakzinnige broertje beschouwd kan worden. Uiteraard probeert Data zijn nieuwe familielid te onderwijzen in enkele komisch bedoelde scènes, maar de suffe robot wekt eerder irritatie op dan humor.

Vervolgens krijgt Picard de opdracht naar Romulus te gaan, omdat de voorheen verraderlijke en agressieve Romulans laten weten over vrede te willen praten. Uiteraard is alles niet wat het lijkt, en eenmaal aangekomen blijkt er een machtswisseling te hebben plaatsgevonden, waarbij een ras genaamd de Remans dat door de Romulans altijd als slaven uitgebuit werd (hoewel we in bijna veertig jaar Star Trek nog nooit van deze lui gehoord hebben) hun overheersers overmeesterd en onderworpen heeft. Hun leider is een schimmige figuur genaamd Shinzon (Tom Hardy, Black Hawk Down), die een kloon van Picard blijkt te zijn. Uiteraard staat vrede allerminst op zijn agenda en blijkt hij Picard nodig te hebben voor diens bloed dat zijn genetische mankementen kan herstellen. Alsof dat niet genoeg is, is blijkt Shinzon ook voornemens om de Federatie aan te vallen en met een verschrikkelijk wapen de Aarde te vernietigen. Waar dat voor nodig is wordt niet verteld, evenmin als de logica achter het feit dat een altijd onderworpen ras de vredelievende vijand van hun voormalige onderdrukkers wil vernietigen uit de doeken gedaan wordt. Zulke gaten in het verhaal leveren Nemesis helaas een flinke deuk op, hoewel de hierop volgende aaneenschakeling van 'space battles' actieliefhebbers zal bekoren.


Het is erg jammer dat Nemesis minder aandacht schenkt aan het vertellen van een goed gebalanceerd verhaal dan aan het ons voorschotelen van uitstekende actiescènes. De schuld ligt hoofdzakelijk bij schrijver John Logan. Regisseur Stuart Baird, een nieuwkomer in het Star Trek universum, kan het niet verweten worden, aangezien hij niet betrokken was bij het schrijven van het script en bovendien laat zien dat hij ondanks alles een bekwaam regisseur met een flair voor zinderende actie is.

Het grootste nadeel van Star Trek: Nemesis is dat het allemaal niets nieuws onder de zon is. Het plot vertoont wel heel opvallende overeenkomsten met dat van Star Trek II: The Wrath of Khan, een terechte klassieker in het sciencefictiongenre. Beide films voeren een booswicht op die een persoonlijk conflict met de Captain (destijds Kirk, nu Picard) heeft uit te vechten en beschikt over een massavernietigingswapen, wat na een lange, groots opgezette schermutseling (allebei in een ruimtenevel nog wel!) het leven eist van een hoofdpersonage dat zelfopoffering verkiest boven de dood van zijn vrienden. Zodoende niks 'where no man has gone before' deze keer: het is een oud verhaal, en Wrath of Khan deed het bovendien beter, hoewel Stewart en zijn collegae hun best doen om het geloofwaardig te maken, waarbij vooral Brent Spiner als de altijd aimabele Data een extra pluim verdient.

Hoewel Nemesis wel degelijk geslaagde momenten kent, zoals het langverwachte huwelijk tussen Riker en Troi, de moord op de Romulaanse senaat en de sensationele ruimteveldslag aan het einde van de film, geeft de film ons helaas niet genoeg reden om ons voor de personages en hun strijd te interesseren. De meeste aandacht gaat naar Picard en Data, terwijl de rest van de bemanning nogal op de achtergrond blijft. De strijd tussen beide officieren en hun duistere tegenhangers laat ons overwegend koud: B-4 is een achterlijk figuur, terwijl Shinzons beweegredenen voor het overgrote deel te onlogisch zijn om hem de geloofwaardigheid van een intrigerende schurk mee te geven. Bovendien wekt zijn ellenlange gezever over de band tussen hem en Picard, hun wederzijdse 'spiegel-status', op den duur slechts ergernis op. En hoewel de Romulans, altijd al een fascinerend antagonistisch ras in The Next Generation, een formidabele tegenstander hadden kunnen zijn, blijken de Remans domweg niet te kunnen boeien.



Nemesis is een teleurstellende toevoeging aan het al bestaande canon Star Trek films, die breekt met de zogenaamde 'wet van Star Trek' die beweert dat de films met een even nummer van hoge kwaliteit zijn. Een zesde film zal er voor Picard en zijn getrouwen wel niet meer in zitten. Het is jammer dat zij niet eenzelfde hoogstaande laatste aria krijgen als hun voorgangers onder Kirk. Wat de toekomst Star Trek brengt blijft vooralsnog onduidelijk. Er zijn nog drie series, maar geen hiervan lijkt een goede kandidaat voor een trip naar het grote doek. Gezien de hedendaagse tendens in Hollywood om oude succesverhalen opnieuw op te starten, is de kans groot dat ook Star Trek dit lot ten deel zal vallen. Of dit positieve resultaten zal opleveren met bijna veertig jaar Star Trek geschiedenis achter de rug is nog maar zeer de vraag.