Posts tonen met het label religion. Alle posts tonen
Posts tonen met het label religion. Alle posts tonen
zondag 29 januari 2017
Today's Review: The Student
Het is fijn om te weten dat in de Russische cinema nog kritische geluiden klinken. Ook al duiken die hoofdzakelijk op in 's lands arthousefilms die het nationale publiek niet op grote schaal zullen bereiken, buiten de grenzen kunnen ze doorgaans rekenen op een warm onthaal. Leviathan, Andrei Zvyagintsevs aanklacht tegen de corruptie in de bestuurlijke macht, ging er twee jaar geleden bijna met een Oscar vandoor. Het valt te bezien of Kirill Serebrennikovs The Student, gebaseerd op een door hemzelf geproduceerd theaterstuk, het even ver zal schoppen, maar hij vormt een eveneens energiek pleidooi tegen die andere grote pijler van de Russische samenleving: het geloof. Want onder het presidentschap van Poetin zijn de politiek en de Russisch-Orthodoxe Kerk nader tot elkaar gegroeid, tot weinig jubel van de ruimdenkende Rus.
De student uit de titel is Venya, voorheen een onopvallende, alledaagse middelbare scholier, een buitenbeentje onder zijn klasgenoten. Nu heeft hij het christelijk geloof omarmd, waarop hij zich direct van zijn meest fanatieke kant laat zien als religieus adept. Venya slaat iedereen met het ene na het andere Bijbelcitaat om de oren, als kritiek op alles wat in strijd is met zijn invulling van de wereld. Wie het met hem oneens is, wordt geconfronteerd met rechtstreeks uit de Bijbel overgenomen verwensingen die in klare taal omschrijven wat er met andersdenkenden dient te gebeuren. Niemand doet het goed volgens Venya, van zijn bloedeigen moeder tot de docent godsdienst, nota bene zelf een aanhanger van de orthodoxe kerk. Om de gemoederen te sussen geeft het schoolbestuur - portret van Poetin aan haar muur - stukje bij beetje toe aan Venya's eisen. Bikini's bij de zwemles moeten plaatsmaken voor kuisere badpakken, Darwins evolutieleer wordt voortaan onderwezen samen met de christelijke scheppingsleer, enzovoort. Dit tot onvrede van de biologiedocente Elena, die lijdzaam moet toezien hoe vrijheden worden ingeperkt door de agressieve mening van een charismatische eenling.
Want dat het Venya niet ontbeert aan charme, moet gezegd worden. Van de status als outsider die hij ooit had, is niets meer over. Venya's kruistocht tegen onzedelijkheid en tolerantie wordt door zijn klasgenoten met gejuich onthaald, niet omdat ze het inhoudelijk met hem eens zijn, maar omdat hij de docenten met zijn extravagante optreden op hun nummer zet. Dat zijn medestudenten op den duur vrijheden moeten inleveren door zijn fanatische beschuldiging tegen de leiding, maakt hem schrikbarend genoeg niet minder populair. Petr Skvortsov speelt Venya inderdaad met een betoverende flair, een meeslepende prestatie voor een dergelijk jonge acteur. Ook al zullen weinigen zijn kant kiezen, zijn wervelende uitvaringen tegen het establishment zijn een genot om naar te kijken. Hij krijgt daarbij uitstekend tegengas van Victoria Isakova als Elena, die hem - als spreekbuis van regisseur Serebrennikov - van rake repliek dient en hem confronteert met zijn waanzin door het blootleggen van de talloze tegenstrijdigheden in het Heilige Schrift. Waarvoor de fanaat uiteraard doof blijkt.
In dat fanatisme van de hoofdpersoon, wat de film zijn luister meegeeft, schuilt tegelijk ook de grootste zwakte van The Student. Nergens in de film leren we waarom Venya zich zo met hart en ziel op het geloof gestort heeft. De film gaat voorbij aan diens omschakeling van loser van de klas naar religieuze rockster. Is hij werkelijk van de ene op de andere dag zo diepgelovig geworden, of is het slechts een wijze om stoom af te blazen als tiener tegen zijn opvoeders? Naar Venya's motieven voor het opzoeken van het christendom blijft het gissen. Dat het hem menens is, wordt echter hoe langer hoe meer duidelijk. Populariteit bij het andere geslacht ligt binnen handbereik, maar slaat hij af. Daarentegen concentreert hij zich op het streven zijn voornaamste tegenstander, Elena, het zwijgen op te leggen, waarbij hij moord niet uitsluit. Dit is niet langer een methode van een dwarse puber om aandacht te krijgen, maar een verwerpelijke tactiek van een onwrikbare extremist om andersdenkenden uit de weg te ruimen. Hoe Venya zo wanstaltig fanatisch kon uitgroeien in zo'n korte tijd blijft een frustrerend raadsel in The Student.
Uiteraard is zijn hoofdpersoon voor Serebrennikov slechts een metafoor voor de huidige situatie in Rusland, waarin de macht van de orthodoxe minderheid groeit ten koste van de vrijheid van het individu. Venya is niet bedoeld als serieus uitgediept personage, maar als een satirische verschijning. Dat is jammer, want Svortsovs overtuigende spel is een genuanceerder uitgewerkt personage waardig. De charismatische prediker in de eerste helft van de film ontpopt zich slechts tot een bijzonder onsympathieke moordzuchtige fanaat. Die bovendien ook nog bijgestaan wordt door een overbodige volgeling, een verschoppeling in zijn klas die zegt zijn Woord te volgen, maar voorspelbaar slechts uit is op een homoseksuele relatie. Het reduceert Venya uiteindelijk tot een typetje in een toch al erg theatrale film, die de verontrustende dagelijkse werkelijkheid in Rusland wat al te opzichtig parodieert.
zondag 15 januari 2017
Today's Review: Brimstone
Het duurde zeven jaar en bleek een project vol tegenslagen, maar Martin Koolhovens passieproject Brimstone is er eindelijk van gekomen. De moeizame totstandkoming was haast net zo'n hel als het Bijbelse equivalent waarnaar de film veelvuldig verwijst. Het moet gezegd worden, Brimstone is een indrukwekkende film, maar doet slechts sporadisch denken aan het westerngenre waaraan Koolhoven dikwijls zijn liefde verklaarde. De western zoals de meesten die kennen is hier amper aan de orde, maar blijkt verdraaid en zelfs geperverteerd tot een shockerende belevenis die meer wegheeft van een volbloed horrorfilm - met een intrigerend Nederlandse invalshoek - slechts gesitueerd in de 'Old West'. Het is juist die groteske draai aan een overbekend genre dat Brimstone tot een verrassend eindproduct maakt, hoewel niet iedereen Koolhoven die originaliteit in dank zal afnemen.
"Ik zal je vertellen over de hel. Je hebt je vast afgevraagd hoe het er moet zijn. Het is veel erger." Aldus spreekt de sinistere prediker, vers aangekomen in een strenggelovig pioniersgehucht, zijn parochie toe. De jonge moeder Liz zit in de zaal en kent de hel die deze man met zich meebrengt. Want hij is een niet aflatende Geest der Wrake die haar al haar hele leven achtervolgt, vastberaden haar te straffen voor haar zonden. Algauw stort haar vreedzame leven in en dreigt ze al haar familie aan de maniakale man Gods te verliezen. Koolhoven vertelt de strijd tussen de onderdrukte Liz en de onderdrukkende dominee in een viertal hoofdstukken, waarbij hij opent in het heden ('Openbaringen'), vervolgens twee maal in het verleden graaft ('Exodus' en 'Genesis') alvorens het conflict in het laatste hoofdstuk ('Vergelding') tot een grimmig einde komt. Tussendoor trekt hij een beerput van gruweldaden en vrouwenhaat open, die de kijker tweeënhalf uur murw slaat. Het voelt soms exploitatief, maar het is Koolhoven niet te doen om het expliciete (naar!) of suggestieve (nog naarder!) geweld. Brimstone is een strijd om het bestaan, zoals in zoveel westerns, zij het vanuit een vrouwelijk perspectief, in een verstikkende wereld waarin het ene geslacht heer en meester over het andere is. Met dank aan het vanuit Nederland geëxporteerde orthodoxe calvinisme.
Uit het relaas van Liz blijkt dat religie al haar hele leven een vrijbrief is voor haar fysieke en geestelijke onderdrukking. Ze werd geboren in een gemeenschap van naar het westen geëmigreerde Hollanders, die in hun religieuze waanzin meenden Gods uitverkoren gemeenschap te zijn. Dat gold alleen voor de mannen, want de vrouwen mocht al het kwaad aangedaan worden dat de Bijbel opsomt. Liz' moeder was weinig meer dan de slavin van de dominee en werd met een luguber ijzeren gezichtsmasker gestraft voor het verkondigen van een eigen mening. Liz nam op jonge leeftijd de benen om te eindigen in een hoerenkast, waar ze desondanks meer geluk vond dan in haar ouderlijk huis. Een tweede ontsnapping aan de prediker kostte haar haar tong. Nu moet ze opnieuw de strijd met hem aangaan om niet alleen zichzelf maar ook haar dochtertje van diens kwaad te bevrijden. Een jonge vrouw op de vlucht voor een haast onkwetsbare, demonische priester roept bovenal het gevoel van een horrorplot op. Het vele bloedvergieten lijkt dat te onderstrepen, maar voor Koolhoven is dit slechts een uitvloeisel van de bikkelharde worsteling om te overleven in het wilde westen. Geweld is daar altijd een essentieel onderdeel van geweest.
Wie op zoek gaat naar typische westernelementen zal ze zeker vinden. Weidse woestijnlandschappen, joviale hoeren en pistoolduellen zijn alle aanwezig, maar meer op de achtergrond dan verwacht. En bovendien vaak vervormd. De mysterieuze gunslinger is hier bijvoorbeeld geen nobele revolverheld die het onschuldige meisje zal redden. Koolhoven kent zijn westerns, maar citeert opvallend spaarzaam uit het genre. Het is hem niet om een hommage te doen, maar om het aanbrengen van een eigen draai. Die vond hij in dit Nederlands getinte verhaal over Amerika's religieuze wortels. Niet geheel verwonderlijk had het buitenland wat moeite met de overdadige seks- en geweldscènes, waardoor de film maar met moeite financiering kon vinden. Weinig studio's durfden hier hun vingers aan te branden. Het is echter die unieke kruising die de film zijn intrigerende meerwaarde geeft.
Gelukkig gaan de acteurs helemaal mee in Koolhovens tegendraadsheid. Dakota Fanning schudt effectief haar tienerimago van zich af om volwassen te worden als actrice in de rol van mannetjesputter Liz die weigert zich de mond te laten snoeren. Kit Harington zet zijn vetste Amerikaanse accent op als schimmige outlaw. Het is echter Guy Pearce die de meeste indruk achterlaat als de angstaanjagende fanaat, die mét Nederlands accent onheilspellende Bijbelcitaten prevelt. Koolhovens afdelingshoofden, allen Nederlanders, staan garant voor een stijlvolle aankleding en beeldschone cameravoering, wat het tekort aan westernlandschappen ruimschoots compenseert. Als zelfbenoemde western zal de film desondanks verkeerde verwachtingen scheppen en de gruwelen zullen velen niet kunnen behagen, maar Koolhovens Brimstone is beslist een waardevolle Hollandse toevoeging aan een beproefd Amerikaans filmgenre.
zaterdag 6 juni 2015
Today's Review: Dancing Arabs
Finally another review up. Another one to come soon, I promise.
Dancing Arabs - recensie
Not the best way to tackle a topic about identity. The first act of the movie differs in huge ways from the last and despite a light touch of wry humour applied to the scenes between both, you cannot help but wonder how the one (d)evolved into the other so distinctly. Opening on a comedic tone bordering on the absurd, at the end of the film you're watching a heavy emotional drama about a young man's life altered forever. Of course people change over the years, especially under the less than perfect conditions the protagonist lives through, but the viewer has a hard time accepting the unfolding of events in the way told here, and ultimately feels like he/she is watching two separate movies slapped together. It's not wrong to apply some humour to a topic otherwise devoid of that sense, especially if it helps to underscore both parties have more in common than apart. But it must feel like a coherent whole to make it work for audiences. In some ways, the writer says that any sense of optimism Israeli Arab youths harbour in their country will only be squashed by the rampant discrimination they undergo in their formative years, and thus they will inevitably end up as unhappy, pessimist young adults. Maybe that is exactly what the screenwriter wants us to think, considering it's the conclusion he himself drew eventually, which made him move to the USA for good. At the same time however, the plot tells us there is plenty of positive things that could have avoided the bleak outcome presented here. It's not like the protagonist didn't have any friends or couldn't find love. Eventually, it was his own choices that hindered his career as much, if not more so, as the social exclusion on which the film closes.
It's not the Arabs that are dancing in this film, it's the writing that makes the plot dance around various possible outcomes and makes it pick the bleakest where it need not have, and considering the tone of the opening, should not have. Case in point: the life of the writer himself, who did very well in his career despite very similar conditions. And it's the audience that suffers most, by being offered a rather unsettling and unsatisfying close.
donderdag 5 juni 2014
Today's Review: In the Name Of
I did this review of a Polish movie (original title: W Imie...) for MovieScene last week:
http://www.moviescene.nl/p/155980/in_the_name_of_-_recensie
I found it a fairly decent arthouse flick, which revealed more novel information about the relation between religion and (homo)sexuality in Poland specifically than in general, as this theme has been explored (not to mention parodied) before. The main component in its favour was the strong and thoroughly compelling performance of its main actor, Andrzej Chyra, who delivered a veritable tour-de-force in his role as a talented country priest torn by his devout Roman-Catholic beliefs and his natural, human yearning for love. It wasn't even about him being gay, that was rather secondary to be honest. Of course, if he was interested in female companionship it would have been even less innovative, as that topic has been addressed in cinema hundreds of times before. The homosexual aspect was important mostly for showing just how ordinary gay people are to the general Polish audience, as yet not so convinced of that fact I hear. For a Dutch audience, that element of the film was hardly an eye opening notion. However, the premise of a homosexually frustrated priest working with underage boys in the countryside without deteriorating into sensational stories of sexual abuse in church circles is a refreshing one. Not every homosexual priest is a child molester, ya know. Thanks for informing and comforting us on that front, Malgorzata Szumowska.
maandag 12 mei 2014
Today's News: it's Marvel versus DC on the small screen too
Here's some fairly new news from MovieScene I wrote in recent times:
http://www.moviescene.nl/p/155681/logo_marvelserie_agent_carter_uitgebracht
http://www.moviescene.nl/p/155696/eerste_trailer_en_clip_nbcs_constantine
It seems DC is not letting Marvel outdo its rival on television as easily as it does on the big screen. Marvel is still a relative newcomer to the scene, currently hosting only a single show, though with great plans for the future of the medium both on telly and online. DC accordingly was all too eager to grab a corner of that reinvigorated market too (remember, DC has a much more encompassing history with television than Marvel: consider shows like Smallville and Lois & Clark: The New Adventures of Superman, but those are arguably past successes), and has been attempting to do likewise ever since Arrow debuted last year. Its slate of comic book adaptations for television isn't as ambitious and lacks the Marvel touch of coherency (shared universe and all, y'know), but it does reveal more diversity. Arrow is basically superhero light. The upcoming Gotham is more film noir/cop drama than anything else, despite its eventual penchant for masked villains and vigilantes. And as this trailer for Constantine shows, it's more of a fantasy/horror show. The original Hellblazer comics, published under DC's Vertigo imprint, never shared much ties with the regular DC-verse anyway and as all of these shows will debut on different networks, don't expect to see any Marvel type crossovers.
At the same time, 'crossover' remains the key word for Marvel. Agent Carter fits right in that strategy, building on events and characters from both Captain America movies and the running series Agents of S.H.I.E.L.D., yet offering a different kind of adventure. Similar to that first Marvel TV series, the main component is spy stories, but set in a period setting, allowing for historical events and characters to be intertwined. Also, the emphasis is on a single (female) character instead of a team of personalities, so the make-up of the show is different from the get-go. It's gonna be a Cold War show, not a series where superhuman characters loom around every corner. But as the logo and the released plot synopsis indicate, connection to what regular audiences know and love about the Marvel Universe will be commonplace. The eagle logo clearly establishes the link between Carter and S.H.I.E.L.D., and it's likely we'll see the foundation of that organization sometime or other in the show: the term 'origin story' will likely be appropriate somewhere down the line. The character of Howard Stark (Iron Man's dad) will also play an important part, thus directly re-establising the connection with the superhuman element and the technological wonders that form another hallmark of the Marvel brand. Nevertheless, I have a tough time picturing this as an ungoing show, it feels more like miniseries material. Blame it on the period setting, blame it on the single protagonist, but the premise feels limited. It sounds like there's only so much you can do with it before it starts getting repetitive. There's a reason the supporting character of Agent Carter never got her own continuing line of comics. I hate to be the Negative Nancy here, but even though it does sound intriguing, I doubt this show will make it for more than two seasons.
As for Constantine, the trailer doesn't make me revel in jubilation either. Even though there's good names attached to the project, judging from the trailer the result has a definite B-movie vibe to it. Of course a trailer is not an accurate reflection of the final product, but it does cause people to get either enthusiastic or pessimistic about the show-to-be. I don't think many people will be convinced of the show's qualities - and with Neil 'Blackwater' Marshall directing the pilot, there just have to be some - after this trailer, or the accompanying clip. Maybe it's the cheap looking effects, maybe it's the choppy editing meant to evoke a sense of dread, but so far the pilot doesn't appear nearly as attractive as the movie, which also wasn't a brilliant piece of gothic audiovisual entertainment. I'm willing to reserve judgment until I see the finished thing (as people should anyway), but so far I'm more stoked for Gotham. That's probably the DC comfort zone speaking, sticking to what we like most about DC, which is undeniably Batman. And Hellblazer is a far cry from the tales of the Caped Crusader. At least Constantine has something to show for it by now. But for the present, Marvel's shows take my preference.
As for Neil Marshall, we still have an 'Episode 9' by his hand in store for us on Game of Thrones. His involvement worked out quite well the last time. Hopefully it will make a difference for Constantine after all.
donderdag 9 januari 2014
Today's Review: Philomena
Finally another review for MS:
http://www.moviescene.nl/p/152474/philomena_-_recensie
Not the greatest dramatic presentation, nor the funniest of comedies. Rather an average film, a true mixed bag in every sense of the word, despite the intriguing and stil fairly topical substance. Damn fine good old fashioned British acting though, as could be expected. This was the last film shown in the now deceased Provadja theater in my home town of Alkmaar. Not the best swan song imaginable, but a far cry from a wasted evening. As for the lack of arthouse now plaguing Alkmaar, events have been set in motion to remedy that, and I'm happy to be a part of it. Hopefully those in need of finer, more thought provoking cinema will soon be able to get their occasional fix again. If I have anything to say about it, better titles will be made available, though there's bound to be a few disappointments down the road (well, sorry!).
woensdag 9 oktober 2013
Today's Article: Destination God Part 6
Hoofdstuk
6: casestudy Red
Planet Mars
Ter
illustratie van wat ik in Destination
God beschreven heb zal ik mij in dit laatste
hoofdstuk concentreren op een analyse van de film Red
Planet Mars (1952).
Als er één film is in het sciencefictiongenre van de vijftiger
jaren die religie expliciet betrekt in zijn verhaal, dan is het deze
film wel. Wat heet, de film is een welhaast propagandistisch pamflet
voor het geloof. Door de simplistische benadering van haar religieuze
aspecten is de film minder serieus te nemen dan andere
sciencefictionfilms die religie expliciet als thema behandelen, zoals
Conquest of Space of
The Day the Earth Stood Still.
Desondanks geeft zij een bruikbare kijk op de verhoudingen tussen
wetenschap en religie en tussen godsdienst en het buitenaardse, die
terugslaat op eerder behandelde thema’s in dit paper.
Red
Planet Mars is een ‘alien
invasion’ film, maar op een heel eigen
manier. De film maakt geen gebruik van wezens die naar de Aarde
komen: hier komt de Aarde naar hen, en dan slechts via
radioboodschappen. In de hele film is geen buitenaards wezen te zien,
laat staan ruimteschepen, veldslagen of andere soortgelijke
signifiers die
typerend zijn voor het genre. Invasie moet in deze film begrepen
worden als een ideologische invasie, waarbij een religieus concept
(een Utopia dankzij het Woord van Christus) de Aarde verovert. In
zekere zin is de film ook op te vatten als ‘man
into space’ film, waarin een wetenschapper
de ruimte “verkent” door middel van radiosignalen en zo in
contact raakt met het buitenaardse, en uiteraard het goddelijke dat
daarmee gepaard gaat: ‘a touch of the
divine’ zoals in meer ‘man
into space’ films het geval is (zie
paragraaf 2.2). De film laat zich dus niet concreet in een subgenre
plaatsen, wat een reden is dat veel van mijn bovenstaande beweringen
qua wetenschap en religie in het sciencefictiongenre erop toepasbaar
zijn.
Het verhaal
van Red Planet Mars
draait om Chris en Linda Cronyn (Peter Graves en Andrea King), een
getrouwd stel en beiden werkzaam in de wetenschap. Chris heeft een
interplanetaire radio-installatie gebouwd, volgens de blauwdrukken
van Calder (Herbert Berghof), een Nazi-wetenschapper die verdwenen
is, maar in de loop van de film in Russische dienst blijkt te werken
door verwarrende berichten naar de Amerikanen te sturen via zijn
eigen radio-installatie. Chris hoopt met zijn uitvinding radiocontact
op te kunnen nemen met Mars, waar inderdaad een beschaving blijkt te
bestaan die een Utopisch niveau heeft bereikt. Aanvankelijk leiden de
berichten die van Mars teruggezonden worden naar Chris van kwaad tot
erger: verhalen over de driehonderdjarige levensduur van de
Marsbewoners doen de verzekeringsbranche instorten, terwijl de
industrie ten onder gaat als blijkt dat Mars gebruik maakt van
atoomenergie voor al hun energievoorzieningen. Door dergelijke
berichten wordt de mensheid in chaos gedompeld. Totdat
de Martianen het volgende bericht sturen: ‘You have been given
knowledge and have used it for destruction. Seven lifetimes ago
[zeven keer driehonderd jaar, dus meer dan 2000 jaar geleden] we were
told to love goodness and hate evil. Why have you denied the truth?’
Vervolgens
blijkt Mars, onder leiding van een ‘Supreme Authority’, een
paradijs te zijn vanwege het Woord van God, hetzelfde woord dat
Christus op Aarde verkondigde zo’n 2000 jaar geleden. Op Mars heeft
dit blijkbaar een perfecte wereld opgeleverd. Hierop maakt een
spirituele revolutie zich meester van de mensheid. Ook de
communistische regering in Rusland wordt omvergeworpen door de
Russische bevolking die een orthodox-christelijke priester instelt
als nieuwe leider. Al snel herstelt de mensheid van de
oorspronkelijke chaos dankzij de nieuwe geest van gelijkheid en
broederschap onder het Christendom en lijkt ook de Aarde een Utopia
te worden. Chris en Linda worden als helden vereerd, maar Calder
brengt hen een bezoek en beweert dat alle buitenaardse berichten door
hem verzonden waren: Mars is dus geen perfecte samenleving en dat zal
hij iedereen laten weten zodat het Aardse Utopia weer in zal storten.
Calder claimt een handlanger van Satan te zijn en verlangt niets dan
chaos en wanhoop. Vervolgens komt er echter toch een bericht van
Mars, hoewel Calders radio vernietigd werd in een lawine, waardoor
zijn verhaal een leugen blijkt en Mars wel degelijk een Christelijk
paradijs is. In een laatste poging de waarheid te verdoezelen schiet
Calder op de radio van Chris, en de daaropvolgende explosie kost hem,
Chris en Linda het leven. Het laatste radiobericht kon gedeeltelijk
vertaald worden door de Amerikaanse regering (waarvoor Chris werkte)
en luidt: ‘Ye have done well, my good…’,
waarop Chris en Linda als martelaren worden vereerd door de nieuwe
Utopische Aardse samenleving die zij tot stand hebben gebracht. De
film sluit niet af met het gebruikelijke ‘The End’, maar met ‘The
Beginning’.
Wat wel duidelijk zal
zijn na het lezen van deze synopsis is dat religie in deze film als
iets zuiver positiefs wordt beschouwd dat de mensheid kan helpen een
perfecte samenleving te creëren. Over wetenschap is de film minder
eenzijdig positief. Vooral in het begin van de film, als er nog geen
contact met Mars tot stand is gebracht, worden de consequenties van
Chris’ uitvinding al met angst geanticipeerd. Vooral Linda (van wie
gezegd wordt dat ze evenals haar man een wetenschapper is, maar wiens
contributie tot de wetenschap in de film beperkt blijft tot het op
hoge toon waarschuwen voor technologisch misbruik) lijkt te vrezen
voor het mogelijke gevaar, zoals blijkt in de volgende dialoog:
Linda:
‘Fear, Chris. Always eating fear. The whole world is scared. Why
shouldn’t I be? Every woman in the world, we all live in fear, it’s
become our natural state. Fear our sons will have to fight another
war, or fear they’ll face worse. We’ve lived on the edge of a
volcano all our lives! One day it has to boil over.’
Chris:
‘Me talking to Mars won’t effect Vesuvius, Lin.’
Linda:
‘Chris… How can you be so sure? Don’t you understand? Science
has made the volcano we’re sitting on. Nobel invented dynamite to
ease man’s life. It’s eased a good many into annihilation.
Einstein split the atom to create energy. Is terror energy?!’
Chris:
‘That’s rubbish, Lin! Scientifically we’ve advanced further in
the past 60 years than in the previous 2,000. Radio, television,
automobile, aeroplane, atomic fission, jet propulsion, and now… […]
If we can once talk to Mars, we may be talking to brains as far ahead
of ours as ours are ahead of monkeys. In one moment we may be able to
leap ahead another 2,000 years!’
Linda:
‘And you’ll have done it! You’ll be the next to advance
science, and maybe up… right into oblivion!’
Linda
verwoordt hier
de angst van velen voor de snelle technologische ontwikkelingen van
deze tijd. Zoals eerder vermeldt (o.a. in Hoofdstuk 1) wisten veel
mensen niet wat te verwachten van de wetenschap die op veel punten
het leven gemakkelijker had gemaakt maar ook zulke verschrikkingen
als de atoombom had voortgebracht: ‘the fear for and of the future,
associated with the fear that science has crossed the dividing line
separating healthy progress from the apocalypse’, stelt Vieth die
hierbij ook bovenstaand citaat uit deze film aanhaalt.1
Wetenschappers, zoals de optimistische maar naïeve Chris, hebben
goede bedoelingen maar denken niet genoeg na over de consequenties
van hun uitvindingen. Teveel van hen zijn te geobsedeerd door de
mogelijkheden van hun werk en de belofte van een betere wereld die
het brengt, als een ‘American Adam’ die zal vallen als hij niet
nadenkt over de mogelijk nadelige gevolgen van zijn wetenschappelijke
creaties, ondanks zijn pogingen een betere wereld te bereiken.
Religie is nodig om wetenschap in het gareel te houden en haar een
ethiek op te leggen.
Linda wordt in de film
als tussenpersoon voor religie en wetenschap ingezet, en zij wordt
als Godvrezend en idealistisch afgeschilderd. Zij blijkt het meest
ontvankelijk voor de Christelijke berichten van Mars en weet ze zowel
voor haar man als de regering die hem ontbiedt in de juiste context
te plaatsen. Chris en Linda worden voor een spoedberaad naar de
president gebracht om de gevolgen van de eerste berichten die chaos
brachten te verklaren, als het eerste expliciet Christelijke bericht
arriveert. Linda accepteert het direct en spoort haar man aan zijn
ongeloof als wetenschapper opzij te zetten en de boodschap te
omarmen:
Linda:
‘Sermon on the Mount… on Mars.’
Chris:
‘Don’t talk nonsense, Linda.’
Linda:
‘Love goodness and hate evil? What else would you call it?
[…]
Chris:
‘It doesn’t make sense, it’s not scientific!’
Linda:
‘Maybe it’s the one scientific truth we’ve forgotten!’
Linda
overtuigt Chris en de president ervan hun ongeloof opzij te zetten.
In de queeste naar een betere wereld hoeven wetenschap en religie
niet met elkaar in conflict te zijn. Zoals Linda laat zien kunnen ze
elkaar ook aanvullen, waarbij geloof een noodzakelijk ingrediënt is
om het enthousiasme van de wetenschapper (dat bij vlagen aan
onverantwoordelijkheid grenst) in toom te houden. Religie overstijgt
wetenschap, alsmede politiek: ook de president geeft Linda gelijk en
schikt zich naar de buitenaardse boodschap. Zowel Chris als de
president zien in dat geloof het krachtigste bindmiddel voor alle
maatschappelijke instituties is om een staat van Utopia te bereiken.
Tegenover
Chris, de idealistische Amerikaanse wetenschapper die zijn werk doet
in naam van het welzijn van de mensheid, plaatst Red
Planet Mars Calder, een ex-Nazi als
wetenschapper die niets dan wrok jegens de mensheid koestert en de
wereld wil zien branden. Hij is de vleesgeworden
wetenschapper-als-Antichrist die zijn werk willens en wetens aanwendt
voor dood en verderf. Calders status als zodanig wordt niet slechts
geïmpliceerd zoals vaker gebeurt in het genre, maar hij verklaart
het expliciet:
Better
to reign in hell than to serve in heaven. My favourite poem, Mrs.
Cronyn. The unconquerable will and study of revenge, the immortal
hate, and courage never to submit relief. That’s my God, Mrs.
Cronyn, Satan, Lucifer is my healer. God beat him, but I’ll have
beaten God!
De
dwalende wetenschapper wiens werk verwordt tot instrument des kwaads
wordt hier expliciet als een kwaadwillend stereotype neergezet. De
omvang van zijn kwaad wordt benadrukt door zijn affiliatie met niet
één vijand van het vrije democratische Amerika, maar twee: de
nazi’s en de Sovjets. Twee grote ideologieën, antireligies zelfs,
die Amerika en haar idealen het licht in de ogen niet gunnen,
belichaamd in één persoon die niets goeds met de mensheid
voorheeft: een duidelijker Antichrist treft men in het
sciencefictiongenre niet aan.
Met
betrekking tot het Rode Gevaar, de communisten, is het opmerkelijk
dat Red
Planet Mars
de Russen daadwerkelijk in beeld brengt. Waar andere
sciencefictionfilms alleen metaforen leggen tussen de communisten en
de indringers die Amerika bedreigen, worden ze in deze film
nadrukkelijk getoond. Zoals de film een pamflet is voor religie, zo
is zij dat tegen de Sovjets. De Sovjetleiders worden, als in een
klassiek staaltje propaganda, getoond als decadente mensenhaters die
hun tijd doorbrengen met feesten en het beramen van plannen om het
Westen te verwoesten. ‘We
will build our new world on the ruins of the west!’, roept een
partijleider als het nieuws over het instorten van de democratieën
(naar aanleiding van de eerste buitenaardse berichten) hem bereikt.
Tegelijkertijd is de Russische bevolking al bezig de oude religieuze
iconen die verstopt moesten worden voor de Sovjets in ere te
herstellen. De film toont de Sovjets als verachtelijke mensen, maar
levert niets dan sympathie voor de arme gewone bevolking, het
slachtoffer van de waanbeelden van de antireligie die het communisme
is: de communistische ideologie beloofde hen een betere wereld maar
bracht hen niets dan ellende. Nu keren zij terug naar de
oorspronkelijke situatie: ze vervangen het communisme met het
Christendom en stellen een priester aan als leider, de nieuwe Tsaar.
De doorsnee Russen zijn ook maar mensen met wie wij Amerikanen
medeleven kunnen voelen, zegt de film.2
Als zij erin slagen het communisme in te ruilen voor hetzelfde
Christendom dat zo sterk heerst in Amerika, dan is er mogelijkheid
tot vrede voor de gehele mensheid.
Tegenover de
communistische antagonisten en de Antichrist Calder voert de film
uiteraard Christusfiguren op, namelijk Linda en Chris (bij Chris zit
het Christusgehalte al praktisch in zijn naam “verstopt”). Via
Chris’ machine bereiken de buitenaardse boodschappen hen, en zij
verspreiden het Woord verder onder de mensheid. Zo dragen zij actief
bij aan het bouwen van een Aards Utopia. Als Calder dreigt hun werk
ongedaan te maken tonen zij zich bereid martelaar te worden voor hun
geloof: de ruimte waarin de radio-installatie zich bevindt is gevuld
met brandbaar gas, en door een sigaret op te steken hopen zij dat de
machine explodeert en daarbij Calder, en desnoods henzelf,
vernietigt. Immers, alles is beter dan de nieuwe hoopvolle toekomst
van de mensheid te laten verwoesten door iemand die beweert Satan te
aanbidden. Een laatste boodschap van Mars komt echter binnen en
bewijst Calders ongelijk: vervolgens verwoest hij de machine en
vernietigt hij zichzelf maar ook zijn tegenstanders. In de nasleep
van de dood van de Christusfiguren spreekt de president de wereld toe
in een lange toespraak die hun martelaarschap bevestigt:
We
do not know and never shall what caused the destruction of that
laboratory in California. We only know that Chris and Linda Cronyn
are gone and that in our time there will be no more messages from
Mars. For God in his infinite wisdom has decreed that the revelations
which came through them, His servants, were sufficient to fulfill His
purpose. At the very moment when they were snatched up in that
chariot of fire into the bosom of truth everlasting a final message
was being received. Only the first few words of that message were
recorded before the explosion cut it short. Those words were: ‘Ye
have done well, my good…’ The rest is silence. Silence? No. No,
for as I speak the bells of a million churches in every far corner of
the Earth ring out in salutation to the Earth’s new day of hope.
The voices of the joyful rise in a thousand hymns: hymns, not of
grief, but of thanksgiving, and mankind, kneeling in gratitude for
its redemption prays for the spirit of this man and this woman, of
them as of no mortals before them. It may be said the whole Earth is
their sepulchre. And so the message does not remain unfinished. The
miracle we have beheld has cleansed our souls and wiped the scales
from our eyes. With the new vision given us, we who are left can
complete that message: ‘Ye have done well, good and faithful
servants. Enter ye, into the joy of your moment. Thy monument is a
world of peace.’
Zo
worden Linda en Chris praktisch tot heiligen benoemd, dienaren van
God die hun leven opofferden voor de goede zaak.
Evenals voor
Conquest
of Space geldt dat
de film in zijn weergave van religie zich niet overgeeft aan
figuurlijke Christelijke symboliek (zoals The
Day the Earth Stood Still dat
wel deed), maar het hoofdzakelijk illustreert in de dialoog.
Desondanks maakt ook Red Planet Mars
op enkele momenten gebruik van beeldmateriaal, zij het op een weinig
verhullende toon. In het laatste shot van de film, direct volgend op
bovenstaande toespraak, richt de camera zich op een raam en vormt het
frame van het raam in samenwerking met de compositie van het shot een
kruis, met daaroverheen de woorden ‘The Beginning’. Onder de
toespraak zelf wordt stock footage
van mensen op Christelijke bijeenkomsten (zoals een grote menigte
voor het Vaticaan) getoond in een montage
sequence waarin de gevolgen van het werk van
de martelaren, een Aards Utopia, getoond worden. Ook in andere
momenten in de film is vergelijkbaar materiaal te vinden. Boven het
bed van Chris en Linda hangt een schilderij van Maria met het kindje
Jezus. Voorts begint de Russische bevolking hun opstand al psalmen
zingend en getooid met orthodox-christelijke gewaden en kruizen.
Zulke beelden zijn allemaal nogal voor de hand liggend. Ingewikkelder
symboliek is niet aan te treffen. Wellicht dubbelzinniger is het
Christusbeeld buiten het huis van Calder in de Andes (van waaruit hij
de Amerikanen valse berichten toestuurt). Calder dicht zichzelf
duidelijk geen Christelijke waarden toe, het beeld lijkt eerder een
kloof tussen hem en Calder te impliceren dan een nabijheid, waar
Christus de activiteiten van de Antichrist nauwlettend volgt. In de
loop van het film wordt Calders huis verwoest door een lawine, maar
het beeld blijft fier overeind: een voorbode van de op handen zijnde
overwinning van de Christusfiguren op de Antichrist wellicht? Of een
afstraffing van God op diegene die rommelt met zijn plannen met de
mensheid (die verlopen via de Christusfiguren)?
Red
Planet Mars is overduidelijk als propaganda
te zien, gekeken naar de simplistische weergave van het geheel en het
heldere onderscheid tussen Goed en Kwaad, waarbij het Goed glasrijk
wint en een glorieuze toekomst aanbreekt voor de mensheid. De film
presenteert zich als zuiver pro-religieus en anticommunistisch. De
vraag is: voor welke variatie op het Christendom is de film dan
propaganda? De film ademt een Evangelistische atmosfeer. De ‘sermon
on the Mount’, een rede van bijna 2000 jaar oud, wordt
gepresenteerd als toepasbaar op de huidige situatie (huidig voor de
jaren vijftig, dat is), als een onveranderlijk Woord dat te allen
tijde geldt. Het is universeel in deze film, in de zin dat het zowel
tijd en ruimte overschrijdt, waarbij het zelfs aangetroffen wordt op
een andere planeet. Onderwerping aan het Woord, door het individu en
maatschappelijke instituties, levert een Christelijk Utopia op waarin
geen problemen bestaan.
Hoe zit het me de
‘Supreme Authority’? Is hier sprake van een persoon die fungeert
als spreekbuis voor de goddelijke wetten zoals deze in de Bijbel
staan, zoals de Paus dat is in het Katholicisme? Of is het God zelf,
die zetelt op Mars? In het laatste geval krijgt de notie van de
ruimte (en de planeten die zich daarin bevinden) als territorium van
God een zeer letterlijke invulling. Generaal Merritt had dan zijn
gelijk, betreffende de godslastering van de mens om Mars te
veroveren, in letterlijke mate gekregen. Het is een dubbelzinnig
concept waar verder niet op ingegaan wordt, want het gaat immers om
de boodschap van deze ‘Supreme Authority’.
De boodschap
die Red
Planet Mars
voor ogen heeft, is die van een vreedzame symbiose tussen religie en
de maatschappij, maar vooral wetenschap, waarbij de eerste de angst
voor de laatste wegneemt. Angst beheerst de wereld aan het begin van
de film dankzij wetenschap, en religie vormt hiervoor de oplossing,
via de ‘reassuring voice of a superior being’.3
Het is een conservatieve oplossing, zoals de film een antiliberale
film is die uit angst de wetenschap haar gang niet durft te laten
gaan, maar propageert haar met behulp van traditionele waarden als
geloof in bedwang te houden, en daarbij meldt dat wetenschap en
religie elkaar niet hoeven uit te sluiten maar elkaar aan kunnen
vullen om de mensheid vooruit te helpen. Het is niet de enige
sciencefictionfilm uit de vijftiger jaren met een dergelijke
boodschap (The
War of the Worlds
is wat dat betreft vergelijkbaar), maar door de simplistische
propaganda tegenover de Sovjets, de stichtelijke sentimentaliteit die
van de dialogen afdruipt, en het weinig serieus te nemen uitgangspunt
van een buitenaardse beschaving die zich laat leiden door een tot in
de puntjes Aardse religie is het helaas een minder effectieve
boodschap in een weinig geslaagde B-film uit het sciencefictiongenre,
een curiosum uit het tijdperk dat een dergelijke film kon
voortbrengen.4
Zoals Carlos Clarens de film omschrijft:
Science
fiction is bound by its very nature to contemporary anxieties and the
interest of Red
Planet Mars
lies today in its own irresponsible, extravagant reflection of the
times.5
Desalniettemin,
de film leent zich prima voor een lezing aan de hand van de in deze
scriptie langsgekomen concepten omtrent de representatie van religie
in de sciencefictionfilm uit de jaren vijftig.
Conclusie
Gezien
de algemene tendens in de Amerikaanse politiek en samenleving in de
jaren vijftig om God als beschermer van de vrije democratische
Amerikaanse staat te zien, is het niet verwonderlijk dat religie,
direct of indirect aangekaart in het sciencefictiongenre, als
overwegend positief gezien wordt in de sciencefictionfilm. Religie is
dat wat ons bindt tegen de gevaren voor de Amerikaanse samenleving,
is de boodschap, ook al was het in werkelijkheid niet zo eenduidig,
gezien de diversiteit en in enkele gevallen rivaliteit tussen de
verschillende invullingen van het Christelijk geloof. Desondanks,
hoewel spanningen tussen de diverse religieuze opvattingen te voelen
waren in dit decennium, zijn ze zelden terug te vinden in het genre
(met slechts een enkele uitzondering, zoals Conquest
of Space, waar twee variaties op religie worden
opgevoerd: de één krijgt gelijk, de ander gaat ten onder aan zijn
eigen waanbeelden).
Harmonie is
immers wat religie de mensheid brengt. Maar in het genre blijft het
niet bij de mensheid, sinds ook het buitenaardse leven zich in enkele
gevallen schikt naar de regels van religie. Dit gebeurt echter niet
vaak, aangezien de meeste indringers niet het beste met de mensheid
voor hebben. In zo’n geval kan geloof de mensheid helpen, zij het
puur in geest, of zij het letterlijk als het werk van God dat
indringers terug dringt (zoals in The War of
the Worlds). De indringers staan in veel
gevallen immers voor het communisme (of de monsterlijke waarden die
de angstige Amerikanen de communisten destijds toedichtten). Het
communisme, als de antireligie die het was, mocht immers niet winnen
van echte religie (ondanks een enkel historisch moment waarop even
het tegendeel gevreesd werd, zoals Spoetnik). Amerika, gesteund door
God, wint altijd, van elke indringer en diens ideologie.
De
belangrijkste functie van religie in het sciencefictiongenre blijft
echter als waarschuwer, die de mensheid in het geheel, maar
hoofdzakelijk de wetenschap, ervoor tracht te behoeden niet voor God
te spelen, maar nederig met het onbekende om te gaan of zich er in
het algemeen niet mee te bemoeien. Een dergelijke poging het
onbekende, wat vaak letterlijk als werk van God getypeerd wordt, te
doorgronden leidt alleen tot catastrofes. De rampspoed kan massaal
zijn (zoals in het ‘terrestrial creature’
subgenre), waarin wetenschap vergeven wordt door haar tijdige
bezinning en conclusie dat zij te ver is gegaan: vervolgens wordt het
destructieve werk dat zij veroorzaakt heeft gecompenseerd met het
vinden van de oplossing en redt zij de maatschappij. Wanneer de
rampspoed tot persoonlijk bereik beperkt blijft (zoals in het
‘altered human’
subgenre) wordt het veroorzaakte kwaad ook uitgeroeid, door de
vervormde te vernietigen (waarbij wetenschap als redder het veld moet
ruimen voor meer traditionele factoren als moed, kracht of geloof):
God vergeeft niets en straft hier de transgressie, wat leidt tot een
tragisch einde. Wetenschap kan tot kwade resultaten leiden, maar de
wetenschapper zelf heeft altijd goede bedoelingen: wetenschap
representeert niet het Kwaad dat religie (als het Goede) moet
vernietigen, maar een onverantwoordelijke, naïeve institutie die
door religie geholpen kan worden zichzelf in de hand te houden om de
goede bedoelingen te kunnen verwezenlijken.
Religie en
wetenschap zijn dus soms in conflict, maar kunnen elkaar ook
aanvullen, waarbij religie en de normen en waarden die zij uitstraalt
echter altijd de boventoon voeren en zorgen dat wetenschap niet uit
de hand loopt. Een dergelijke symbiose kan Utopische gevolgen hebben,
zoals in The Day the Earth Stood Still
en Red Planet Mars.
Het is dan aan de “gewone” mens, die zich zo bedreigd voelt door
de excessen van de wetenschap, deze angst opzij te zetten. In
vergelijkbare gevallen lijkt wetenschap zelf de religie te vormen:
met eenzelfde werkwijze als de principes van een godsdienst leidt zij
de mensheid naar een betere wereld, vaak uit noodzaak omdat de wereld
die men kende ten onder dreigt te gaan. Dit gaat gepaard met Bijbelse
situaties en citaten die onthullen dat religie nog steeds de
achterliggende gedachtes overheerst en de wetenschap zelfs leidt in
haar doelstelling. Het resultaat van ‘wetenschap als religie’ is
immers hetzelfde resultaat dat religie zelf voor ogen heeft: een
betere wereld voor de mensheid. Deze wereld wordt vaak aangetroffen
in het genre dankzij wetenschap, maar de gedachte van het misbruik
van technologie blijft even overheersend (niet vreemd gezien de
beangstigende resultaten die wetenschappelijke ontwikkeling had
bereikt in dit tijdperk). Wat dat betreft kan het publiek slechts
hopen dat de wetenschapper gelooft: dat hij door moraliteit en/of
letterlijk belijden van een godsdienst op het juiste pad gehouden
wordt en het doel nastreeft dat zowel religie als wetenschap tracht
te bereiken: een Utopia.
Bibliografie
Baxter,
John. Science fiction in the cinema. New York: A.S. Barnes &
Co., 1970: p. 102-144
Biskind,
Peter. Seeing is believing: how
Hollywood taught us to stop worrying and love the fifties.
New York: Pantheon Books, 1983: p. 101-159
Brosnan,
John. Future tense: the cinema of
science fiction. New York: St. Martin’s
Press Inc., 1978: p. 72-105, 118-138
Clarens,
Carlos. Horror Movies: an illustrated
survey. Londen: Secker & Warbury,
1967: p. 147-168
Cowan,
Douglas E. ‘Intellects vast and cool and
unsympathetic: Science, Religion and the War of the Worlds.’
The Journal of Religion and Film,
vol. 11, nr. 1 (april 2007)
http://www.unomaha.edu/jrf/vol11no1/CowanWarWorlds.htm
Ellwood,
Robert S. The Fifties Spiritual
Marketplace: American Religion in a Decade of Conflict.
New Jersey: Rutgers University Press, 1997
Etherden,
Matthew. ‘The Day the Earth Stood Still:
1950’s Sci-Fi, Religion and the Alien Messiah.’
The Journal of Religion and Film,
vol. 9, nr. 2 (oktober 2005)
http://www.unomaha.edu/jrf/Vol9No2/EtherdenEarthStill.htm
Jancovich,
Mark. Rational fears: American horror in
the 1950’s. Manchester: Manchester
University Press, 1996: p. 9-79
Kirby,
Dianne. Religion and the Cold War.
Hampshire en New York: Palgrave Macmillan Ltd., 2003: p. 1-22,
77-102, 211-231
Kozlovich,
Anton Karl. ‘The
Structural Characteristics of the Cinematic Christ-figure.’
The Journal of Religion and Film,
vol. 8 (september 2004)
http://www.usask.ca/relst/jrpc/art8-cinematicchrist.html
Lucanio,
Patrick. Them or us: archetypal
interpretations of fifties alien invasion films.
Indianapolis: Indiana University Press, 1987
Sobchack,
Vivian. ‘The alien landscapes of the planet Earth: science fiction
in the fifties.’, in: Atkins, Thomas R. Science
Fiction Films. New York: Monarch Press,
1976: p. 49-61
Sobchack,
Vivian Carol. The limits of infinity:
the American science fiction film 1950-75.
New Jersey: A.S. Burnes and Co. Inc., 1980: p. 43-55, 120-147
Vieth,
Errol. Screening science: contexts,
texts, and science in fifties science fiction films.
Londen: The Scarecrow Press, 2001: p. 55-83, 141-182
Vieira,
Mark A. Hollywood horror: from gothic to
cosmic. New York: Harry N. Abrams Inc.,
2003: p. 139-168
1
Vieth 2001: p. 158
2
Tony Shaw geeft aan dat Red Planet Mars en haar verhaal een
goed voorbeeld is van ‘solid effective propaganda by offering
simple, easily digestible, emotive messages in highly charged,
usually action-driven formats’. Shaw, Tony.
‘Martyrs, Miracles and Martians’: Religion and Cold War
Cinematic Proaganda in the 1950s. In: Kirby 2003: p. 226
3
Vieira 2003: p. 154
4
De critici waren destijds verdeeld over de film. De
één noemde het een ‘fanciful science
fiction melodrama
with a bit more meat to the plot
than most’ (http://en.wikipedia.org/wiki/Red_Planet_Mars),
de ander ‘a grotesque, almost insane fantasy, told in deadly
earnest’ (Shaw, in: Kirby 2003: p. 211). Shaw zelf zegt over de
film: ‘By implying that extra-terrestrials might share the same
God as human beings […] it might be argued that Red
Planet Mars stood
as much a chance of bringing Christian piety into disrepute as
persuading cinema-goers of the contemprary resonance of the Gospel’
(Shaw, in: Kirby 2003: p. 225).
5
Clarens 1967: p. 158
woensdag 18 september 2013
Today's Article: Destination God, Part 5
Hoofdstuk 5:
Apocalyptiek: atoombommen en het Einde der Tijden
Zoals
opgemerkt in Hoofdstuk 1 was angst een bepalend kenmerk van de
Amerikaanse samenleving in de vijftiger jaren. Angst voor het
communisme was alom tegenwoordig, vooral toen de situatie in Korea
tot een werkelijke oorlog escaleerde. Maar sterker nog was de angst
voor de bom. Dit was een geheel nieuw soort angst, een collectieve
vrees voor een plotseling einde aan alles dat men kende. De bom kon
zonder waarschuwing inslaan, waar dan ook in Amerika, en in korte
tijd een groot gebied verwoesten. Sterker nog, in een atoomoorlog
zouden kernwapens in een ommezien de menselijke beschaving van de
aardbodem kunnen vegen, of zelfs al het leven op Aarde uit kunnen
roeien. Hoe grootschalig een dergelijke vernietiging zou kunnen zijn
wist de gemiddelde Amerikaan niet, maar dat het een reëel gevaar
betrof was zeker. Ellwood verwoordt de angsten in dit tijdperk als
volgt:
Many
now living still remember that in those days, as children or young
people, they did not expect to live to full adulthood. They would die
in a nuclear holocaust, or be sent to some far-off battlefield where
the cold war had become hot, like Korea, and die there.1
Vergelijkbaar
stelt Brosnan:
Prior
to Hiroshima and Nagasaki talk of splitting the atom was, to the man
in the street, just another esoteric subject for egghead scientists
to indulge in, but after the war the general public quickly realized
that atomic power could destroy not only cities but the whole world.
Almost overnight the assumed permanency of life on earth had
vanished, and people were forced to live with the traumatic awareness
that total, worldwide obliteration was a strong possibility in the
near future.2
Uiteraard
haakte Hollywood in op dit thema van het Einde der Tijden, of in
ieder geval het einde van de beschaving zoals Amerika dat kende.
Hoewel het in sciencefictionkringen niet een geheel nieuw thema
betrof3,
was het grotendeels onontgonnen terrein in de filmindustrie.
Desondanks, binnen enkele jaren ontstond er een diversiteit aan
representaties van dergelijke Apocalyptiek, divers zowel in haar
representatie per subgenre als binnen de subgenres zelf. In bijna
alle gevallen van apocalyptische sciencefictionfilms speelde religie
een rol, variërend van slechts sporadisch aanwezig tot nadrukkelijk
in beeld. Eens te meer wordt bovendien de nadruk gelegd op de
definitie van “vooruitgang”, technologische ontwikkeling die de
mensheid veel goeds beloofd maar ook grote nadelen met zich
meebrengt.
Het
sciencefictiongenre in de jaren vijftig toont verschillende maten van
verwoesting, van ‘grootschalig’ tot ‘totaal’. In de meeste
gevallen is wetenschap, direct of indirect, de boosdoener. Het geval
van grootschalige verwoesting is terug te vinden in bijna het gehele
‘terrestrial creature’
subgenre en in de meer agressieve variatie op het ‘alien
invasion’ subgenre dat de aliens als
veroveraars toont. Vooral in het ‘terrestrial
creature’ subgenre is de connectie met de
atoombom expliciet: in het merendeel van de films uit dit subgenre
worden de wezens ofwel gecreëerd door de straling veroorzaakt door
atoomproeven (It Came from Beneath the Sea,
Them!), ofwel gewekt
door atoomproeven (The Beast from 20,000
Fathoms, The Giant
Behemoth, The Deadly
Mantis). Dit subgenre is het duidelijkst in
haar opvattingen met betrekking tot de atoombom: de bom brengt
grootschalige verwoesting met zich mee die hele steden in de as legt.
Minder concreet is zij in haar oordeel over de wetenschap die de bom
heeft geschapen; wetenschap wordt in dit subgenre dan ook zelden
eenzijdig gerepresenteerd. De films uit het subgenre maken doorgaans
het statement dat wetenschap weliswaar zulke problemen voortbrengt,
maar ze ook oplost, waardoor een tweezijdig beeld van wetenschap
ontstaat. De wetenschap neemt verantwoordelijkheid voor het door haar
aangerichte kwaad, en presenteert een plan of uitvinding om het kwaad
weer uit te roeien. Het gaat niet om de wetenschap zelf, maar om
diegenen die haar gebruiken, lijkt dit subgenre te beweren.
Deze
boodschap wordt verder benadrukt in het ‘alien
invasion’ subgenre, waarin we voorbeelden
zien van zowel het positieve gebruik als het misbruik van wetenschap.
Aan de ene kant zijn er enkele wezens die aantonen dat wetenschap ten
goede gebruikt kan worden en zelfs een Utopia kan voortbrengen (The
Day the Earth Stood Still, Red
Planet Mars). Aan de andere kant zijn er de
buitenaardsen die hun wetenschap ten kwade gebruiken en de mensheid
met geweld willen onderwerpen, wat opnieuw gepaard gaat met
grootschalige verwoesting (The War of the
Worlds, Earth vs the
Flying Saucers). Ook dit subgenre levert een
tweezijdig beeld van wetenschap, waarin zowel een beeld getoond wordt
van de voordelen als de nadelen van verregaande technologische
ontwikkeling (ofwel een vreedzaam Utopia, of een versmelting van
biologie met technologie dat leidt tot ontmenselijking).
Naast de ‘grootschalige verwoesting’ is er de ‘totale
verwoesting’ in het genre, die slechts in een paar films
aangetroffen wordt. De films die hier als voorbeeld kunnen dienen
zijn Day
the World Ended
(USA:
Roger Corman, 1956), Five
(USA:
Arch Oboler, 1951), Target
Earth,
en On
the Beach
(USA: Stanley Kramer, 1959). In deze films wordt de mogelijke wereld
na de ramp – de ‘Atomic Holocaust’, de ‘collective
incineration and extinction which could come at any time, virtually
without warning’4
waar men voor vreesde in de vijftiger jaren – behandeld. Een
allesverwoestende nucleaire oorlog of soortgelijke ramp heeft een
handjevol overlevenden achtergelaten, die met elkaar moeten leren
leven. (Er zou hier sprake van een potentieel vijfde subgenre in het
sciencefictiongenre kunnen zijn, ware het niet dat de twee films die
zich niet onder één van de andere subgenres laten plaatsen, On
the Beach
en Five,
een zeer laag gehalte sciencefiction omvatten, en zich beperken tot
het afschilderen van de diverse gedaantes van het menselijk wezen en
de psychologie van het omgaan met het einde. Hoewel zij een
duidelijke afspiegeling van de angst voor de bom vormen, worden zij
hier niet behandeld, door hun twijfelachtige status als
sciencefiction.5)
Hoe
verhoudt religie zich tot de verschillende visies op wetenschap in
films die Apocalyptische vormen aannemen? Zoals eerder vermeldt in
paragraaf 4.2 (p. 44) kan gesproken worden van de thema’s
‘wetenschap als religie’ en ‘wetenschap versus religie’.
Opmerkelijk is de prominentie van ‘wetenschap als religie’ in
deze Apocalyptische sciencefictionfilms. Hoewel wetenschap doorgaans
de verwoesting heeft gecreëerd (via de atoombom), werpt zij zich in
veel gevallen op als redder van de mensheid. In Day
the World Ended heeft een wetenschapper, die
de bui al zag hangen, zich verschanst in een fall-out vrije bunker
waarin hij een paar overlevenden opvangt. In Target
Earth, zoals in meer ‘alien
invasion’ films, rekent de menselijke
wetenschap uiteindelijk af met haar boosaardige buitenaardse
tegenhanger. In zulke films redt “gewone” religie de mensheid
niet (in tegenstelling tot in een film als The
War of the Worlds), maar profileert de
wetenschap zich als datgene wat de mensheid de Apocalyps zal doen
overleven, waarbij zij zich elementen van religie eigen maakt. Zij
beschermt de wereld (Amerika) tegen kwaadaardige buitenaardse
“religies” (de verwoestende buitenaardse wetenschap als
on-Amerikaanse ideologieën). De wetenschappers worden priesters, met
eigen “rituelen” en een eigen taal die voor niet ingewijden
onbegrijpelijk is. Wetenschap lijkt de functie van de kerk over te
nemen en biedt een betere, comfortabele wereld voor iedereen die haar
als autoriteit accepteert. Door middel van technologische vooruitgang
levert zij het betere leven dat zij de mensheid belooft. Ook Vieth
maakt deze vergelijking tussen wetenschap en religie:
The
power of science lies in its ability to both provide answers and to
control the fundamental (that is, atomic) forces of nature. Its
practitioners are privy to that understanding and have power over
those forces. The metaphor is similar to certain religious
constructions, with science as revealed truth and scientists as
priests.
6
De
connectie tussen wetenschap en religie, hoewel thematisch frequent
aanwezig, wordt slechts een enkele keer expliciet aangekaart in de
films zelf. Zo beweert een wetenschapper in Invaders
from Mars dat ‘Doctors are sort of like
ministers, you can tell them anything’, wanneer een jongetje aan
komt lopen met het verhaal dat zijn ouders door aliens zijn
overgenomen. Evenals religie presenteert wetenschap een wereldbeeld
dat een waarheid voor ogen staat en met deze waarheid de mens van
dienst wil zijn. Echter, wetenschap baseert zich op de directe
realiteit, niet op de vermeende gebeurtenissen van duizenden jaren
eerder. Wetenschap concentreert zich op het hier en nu, net zoals
haar resultaten (de verregaande technologische ontwikkeling in de
jaren vijftig) afgeleverd worden in het hier en nu. De wetenschap is
daardoor niet zozeer spiritueel, maar substantieel. Desondanks tracht
zij eenzelfde geestelijke troost en vrede te bewerkstelligen als
“echte” religies, door zich in te zetten voor een betere wereld
voor de gehele mensheid. Ook critici in de jaren vijftig zagen een
parallel tussen wetenschap en religie; vooral schrijvers in
Godsdienststudies vonden een dergelijke vergelijking beangstigend.
Ellwood haalt als voorbeeld Robert Fitch aan, die waarschuwt voor
[…]
a “new priesthood of science”, with scientists as “a new sort
of religious order”, set apart from the rabble by “a discipline,
a language”, and an attitude” of contemptus
mundi
– disdain for the world of ordinary people – though their
language was not Latin but the arcane hieroglyphics of mathematics.
Their temptations, like that of any priestly class, were spiritual
pride, and the desire to assume temporal authority, being ethical
purists and devoutly believing that such power would be for the good
of all.7
Zulke
kritiek op wetenschap was niet geheel ongegrond. Evenals religie kan
ook zij vervormd of misbruikt worden en ingezet worden voor
doeleinden die haaks staan op haar bedoelingen. De impact van haar
misbruik is echter groter dan religieus misbruik, zeker in het
tijdperk van de atoombom. Bovendien, als wetenschap de mensheid al
redt, dan nog is de wereld onherroepelijk veranderd, zo ingrijpend is
haar invloed.8
In het sciencefictiongenre wordt dit laatste punt zowel bevestigd als
ontkracht: verandering door de invloed van wetenschap kan
catastrofaal zijn, maar ook positief of zelfs noodzakelijk. Het is
hier gepast de blik opnieuw op het ‘man
into space’
subgenre te richten.
De
grootschalige verandering die wetenschappelijke vooruitgang teweeg
kan brengen wordt zowel op positieve als negatieve wijze
geïllustreerd in het ‘man into space’
subgenre. De positieve manieren, de mogelijkheden van ontdekking en
verovering van de ruimte en de welvaart die dit de mensheid kan
opleveren, zagen we al in Hoofdstuk 2. De negatieve kanten, naast het
mogelijke conflict met religie waar het gaat om het domein van God,
nemen ook in dit subgenre Apocalyptische vormen aan. In plaats van
een Aardse Apocalyps maakt men hier echter gebruik van, zoals ik het
noem, de ‘Alien Apocalyps’:
de weergave van stervende of verwoeste buitenaardse beschavingen
veroorzaakt door wat wetenschappelijke vooruitgang had moeten zijn.
Zo tonen de films de wonderen van de wetenschap, het reizen in de
ruimte, maar waarschuwen zij tegelijk ook voor het achterliggende
gevaar dat misbruik van wetenschap kan vormen. Voorbeelden van de
‘Alien Apocalyps’
zijn te vinden in Forbidden Planet,
waarin een technologisch geavanceerde beschaving een staat van Utopia
had bereikt, om vervolgens ten onder te gaan aan haar eigen
sluimerende primitieve driften: wetenschap kan een perfecte wereld
opleveren, maar dit is zinloos zolang deze wereld bevolkt wordt door
wezens die zelf imperfect zijn. This Island
Earth toont een beschaving die in een staat
van oorlog is met een naburige planeet, waardoor wetenschap slechts
wordt aangewend voor het vervaardigen van wapens en de planeet zijn
ondergang tegemoet gaat. Andere films houden het dichter bij de
realiteit van de jaren vijftig en plaatsen de atoombom in deze
context. Zowel Flight to Mars
als Rocketship X-M
tonen een post-apocalyptische wereld geschapen door een atoomoorlog.
In het eerste geval heeft de beschaving zich gedeeltelijk gehandhaafd
maar wordt zij nu geconfronteerd met tekort aan grondstoffen die zij
vervolgens op de Aarde willen buitmaken (het exacte tegendeel van de
situatie in Conquest of Space,
waarin de mensheid zelf de ruimte intrekt op zoek naar grondstoffen).
In het tweede geval zijn de overlevenden gedegenereerd tot blinde
mutanten die in een staat van primitieve barbarij leven. De boodschap
is in alle gevallen duidelijk: kijk wat de wetenschap deze
beschavingen heeft gebracht en houd in het achterhoofd dat zij zowel
voordelen als nadelen kan brengen. Het is aan de mens zelf ervoor te
waken dat wetenschap niet misbruikt wordt.
Naast
de ‘Alien Apocalyps’
toont het ‘man into space’
subgenre in enkele gevallen ook een menselijke Apocalyps. Daarbij is
wetenschap de grote redder van de mensheid in plaats van de
boosdoener: wetenschap helpt de mensheid overleven, zowel in minder
gehaaste omstandigheden (het opraken van aardse grondstoffen in
Conquest of Space) als
in situaties van direct gevaar. Ter illustratie, het meest concrete
voorbeeld van de wetenschap die de mensheid van de Apocalyps redt en
naar een betere wereld leidt treffen we aan in When
Worlds Collide, waarin wetenschap sterk de
vorm van een religie aanneemt. Deze film vormt een geval apart in het
kader van ‘totale verwoesting’, aangezien zij ‘totaal’ zeer
letterlijk neemt en zich niet beperkt tot de verwoesting van de
menselijke beschaving, maar van de planeet zelf. Daarmee vormt zij
het ultieme voorbeeld van de noodzaak voor de mens om de ruimte in te
trekken, zoals besproken in paragraaf 2.1. In When
Worlds Collide wordt de hele Aarde vernietigd
in een botsing met de ster Bellus. Haar satelliet, de planeet Zyra,
scheerde enkele dagen eerder daarvoor rakelings langs de Aarde, en
een klein aantal mensen weet in een raket naar Zyra te vluchten om
daar een nieuwe menselijke beschaving op te bouwen. De (Amerikaanse)
wetenschap had de Apocalyps voorspeld: zij zag de planeet als eerste
naderen en waarschuwde de mensheid, maar werd niet geloofd door
wetenschappers uit andere landen. Dankzij het kapitalistische
Amerikaanse systeem – het persoonlijke kapitaal van een rijke
grootindustrieel die de boodschap wel serieus neemt – kon zij een
reddingsplan in werking stellen: de constructie van een ruimteschip
dat, als de Ark van Noach (de film zelf legt deze link ook
expliciet), een handjevol mensen kan redden. Uiteindelijk slaagt het
schip erin gelanceerd te worden vlak voor de Aarde ten onder gaat, en
komt het aan op Zyra. Eenmaal geland op haar oppervlak blijkt deze
planeet een paradijselijk oord, een hemels landschap met groene
velden, bloeiende bomen, zonnestralen en witte wolkjes. Zo redt de
wetenschap haar getrouwen (immers, alleen mensen die bijgedragen
hebben aan de bouw van het schip mogen mee) van de totale ondergang.
Geproduceerd
door George Pal blijft de film uiteraard niet gespaard voor religieuze
connotaties (in grotere hoeveelheden dan andere Apocalyptische
films), evenals de jaren hierop zou gebeuren met The
War of the Worlds en Conquest
of Space. De film opent met een shot van de
Bijbel, waarin te lezen is (terwijl hymnische muziek klinkt op de
achtergrond):
And
God looked upon the earth, and behold, it was corrupt; for all flesh
had corrupted his way upon the earth. And God said unto Noah, the end
of all flesh is come before me; for the earth is filled with violence
through them: and, behold, I will destroy them with the earth…
Dit
citaat impliceert dat deze Apocalyps een straf van God is. De
verwoester, de planeet Bellus (wat een connotatie oplevert met het
Latijnse woord voor 'oorlog' en als zodanig al een beeld van
verwoesting suggereert) komt ook uit de “hemelen”, maar wordt in
de film zelf verder niet aan God toegeschreven. In tegenstelling tot
de andere variaties op het Einde der Tijden in het
sciencefictiongenre uit deze periode is hier sprake van een
natuurlijke verwoester, niet van een technologische verwoester die
door de wetenschap is voortgebracht. Als God de mensheid inderdaad
straft in deze film, doet Hij dat niet voor haar wetenschappelijke
transgressies. Hij stelt de “sekte van de wetenschap” immers toe
om het “paradijs” te bereiken en daar een nieuwe menselijke
samenleving op te bouwen. ‘[…] we are hoping that with God’s
help and guidance, a few may do exactly that’, stelt de
wetenschapper die de Verenigde Naties toespreekt, en hij krijgt
gelijk. Als het Einde der Tijden later in de film daadwerkelijk
nadert en Zyra dichterbij komt, wat gepaard gaat met natuurrampen en
grootschalige verwoesting, komt ook de rest van de mensheid tot
inkeer.
‘Never
before in the history of the world has humanity felt so close to God.
As Zyra inexorably rushes toward us, perhaps to destroy the Earth,
men and women of all races and creeds pause to think, to pray and to
atone’, wordt over de radio vermeldt. Maar
het is te laat voor de rest van de mensheid. De wetenschap heeft de
noodzaak om maatregelen te treffen verkondigd, maar dat gebeurde
niet. Alleen dat deel van de mensheid dat geloof had in de wetenschap
(en dan alleen de ware
wetenschap, want ook de wetenschappers waren verdeeld) zal gered
worden.
Wetenschap
en religie gaan hier hand in hand: niet voor niets zien we halverwege
de film een close-up van een boekenkast waarin de Bijbel naast
wetenschappelijke boeken (onder andere Anatomy
of the Human Body,
Practical
Mathematics
en Standard
Agriculture)
staat, maar wel twee keer zo dik is als de andere boeken. Ook de
Bijbelse opening van de film wekt de indruk dat religie de overhand
heeft: hoewel het niet als zodanig gesteld wordt in de film, gunt God
het de wetenschappers (Noach) een Ark te bouwen, de ondergang te
overleven en het Paradijs te betreden.9
God staat welwillend tegenover de wetenschap, maar Zijn macht
overheerst nog steeds de macht van de wetenschap.
1
Ellwood 1997: p. 171
2
Brosnan 1978: p. 72
3
In geschreven sciencefiction werd het thema van grootschalige
verwoesting dor technologische ontwikkeling al decennia eerder
aangekaart, onder andere in het werk van H.G. Wells (Brosnan 1978:
p. 72). In sciencefictionfilms was het tot dan toe slechts een
enkele keer behandeld, onder andere in Things to Come (USA: William
Cameron Menzies, 1936), een film die gebaseerd is op een boek van
diezelfde Wells.
4
Citaat van Susan Sontag in: Sobchack 1980: p. 47
5Tegenover
beide films valt Day the World Ended onder het ‘altered human’
subgenre, en is Target Earth een ‘alien invasion’ film.
Het verhaal van beide films komt overeen met het uitgangspunt van
deze Apocalyptische films zoals hier omschreven: een groep mensen
met uiteenlopende achtergronden wordt door een allesomvattende ramp
bij elkaar gebracht en moet leren met elkaar te leven, terwijl ze
respectievelijk mutanten/buitenaardse robots van het lijf moeten
zien te houden.
6
Vieth 2001: p. 180
7
Ellwood 1997: p. 188
8
Jancovich 1996: p. 27
9
Anton Kozlovich bespreekt When Worlds Collide kort in zijn tekst
over Christusfiguren in film. Hij beschrijft een beschouwing van
Glenn Erickson over Zyra als een ‘subtextual Jesus’.
Persoonlijk vind ik dit te ver gaan, des te meer omdat Erickson’s
argument niet onderbouwd wordt en Kozlovich het laat bij deze
aanduiding die hijzelf ook afschildert als pretentieus. Daarom heb
ik Zyra, de planeet als Christusfiguur, niet behandeld in paragraaf
4.1. Kozlovich, Anton Karl. ‘The
Structural Characteristics of the Cinematic Christ-figure.’
The Journal of Religion and Film,
vol. 8 (september 2004): p. 9
Abonneren op:
Posts (Atom)
















