Posts tonen met het label british. Alle posts tonen
Posts tonen met het label british. Alle posts tonen

vrijdag 9 juni 2017

Today's Review: Howards End




Tussen alle ophef die momenteel heerst in het EYE Filmmuseum rond het Scorsese-retrospectief en het Cinema Erotica-evenement zou je het bijna over het hoofd zien, maar er verschijnt deze maand ook een 'reguliere' klassieker in een glanzend nieuw jasje. Howards End verjaart anno 2017 voor alweer de 25ste keer, wat reden genoeg is voor EYE om een fraai gerestaureerde kopie in roulatie te brengen. Geen slechte keus, want de door James Ivory weelderig geregisseerde registratie van een bikkelharde klassenstrijd die sluimert onder typisch Engelse deftigheid mag zich nog steeds scharen onder de fraaiste Britse kostuumdrama's.

Liefhebbers zullen Ivory herkennen als de man die in de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw een specialisatie voor het kostuumdrama ontwikkelde en de ene na de andere geslaagde toevoeging aan het genre regisseerde. Het werk van schrijver en landgenoot E.M. Forster vormde daarbij een dankbare bron, die met Howards End leidde tot Ivory's beste werk. Het meeslepende romantische drama bleek goed voor negen Oscarnominaties, waarvan er drie verzilverd werden. Desondanks is de algemene kennis over Ivory's klassieker, zo niet zijn hele oeuvre, sterk naar de achtergrond verplaatst. Tijd om Ivory's goede oude tijd weer eens te doen herleven, dachten ze bij EYE ongetwijfeld.

In Howards End neemt Ivory ons mee terug naar het Edwardiaanse tijdperk, zo rond de eeuwwisseling. Een tijdperk vol verandering en sociale onrust, waar de regisseur meermaals dankbaar gebruik van maakte in zijn werk, waarin de standenstrijd een doorlopend thema vormt. Dat geschil wordt in deze film belicht vanuit het standpunt van twee families, de welgestelde Wilcoxes en de ruimdenkende Schlegels uit de middenklasse. Inzet is het Howards End uit de titel, een schitterend landhuis dat toebehoort aan de stervende Ruth Wilcox. De oude vrouw sluit in haar laatste maanden een onwaarschijnlijke vriendschap met de vrijgevochten Margaret Schlegel (de rol waarvoor Emma Thompson terecht haar Oscar verdiende) en schenkt haar op haar doodsbed het huis. Dit tot woede van haar familie, die al het bewijs van de overdracht vernietigt. Maar het lot neemt een frappante wending als de weduwnaar Henry Wilcox Margaret tot ieders verrassing ten huwelijk vraagt. Een onwaarschijnlijk verbond tussen een conservatieve oudere zakenman en een intellectuele jongere dame, goed voor dramatische dynamiek en sociaal vuurwerk tussen de diverse maatschappelijke standen.


EYE heeft puik werk verricht met het oppoetsen van Howards End, want de wereld van de overdadig formele Britse high society spettert als nooit tevoren van het scherm. Toch is de beeldkwaliteit niet zo gladjes scherp als bij sommige digitale verfraaiingsbeurten in 4K. De soms wat merkwaardige scèneovergangen zijn gebleven en de film heeft visueel de onmiskenbare esthetiek van de vroege jaren negentig behouden. Howards End mag gerust zijn leeftijd verraden. Dat was hoe dan ook onvermijdelijk als we de jongere versies van de crème de la crème van de Britse acteerwereld met groot genoegen terugzien. De jeugdige Emma Thompson en Helena Bonham Carter schitteren wederom als de vooruitstrevende zusters Schlegel, die zich in een haat-liefdeverhouding geplaatst zien met de onwrikbare zakenman Henry, waarvoor Anthony Hopkins heerlijk heen en weer schmiert tussen vilein en sympathiek. Dat alles in een onweerstaanbare setting vol bruisende jurken en stijlvolle maatpakken, weelderige sets en de mooiste vroege automobielen ooit op het witte doek. Maar feitelijk slechts allemaal decor in Ivory's vertelling van een conflict tussen de lagere standen en de rijke klasse, die van geen wijken wil weten ondanks de voortschrijdende modernisering. Zelfs niet in een letterlijk verstandshuwelijk.

Zo theatraal als Howards End worden kostuumdrama's vandaag de dag amper nog gemaakt. Of het moet voor de televisie zijn, met vergelijkbare waar als Downton Abbey, dat Ivory's werk meer dan waarschijnlijk als inspiratiebron benutte. Maar in de bioscoop lijken 'period films' die in vrijwel elke zin een 'heavens' of een 'jolly' laten vallen helaas hoe langer hoe meer een uitstervende soort. Dat is jammer in een wereld waarin de verschillen tussen arm en rijk, tussen progressief en conservatief en tussen ruimdenkende en beperkte wereldbeelden met de dag weer meer aan de orde lijken te zijn. Hoewel een zekere mate van oubolligheid Howards End niet ontzegd kan worden, blijkt maar weer dat Ivory's standenstrijd nog lang niet tot een einde is gekomen. Een Ivory-retrospectief is misschien ook niet zo'n slecht idee.

donderdag 13 april 2017

Today's Review: Their Finest




Terwijl Christopher Nolan voortploetert aan het werk voor zijn epische oorlogsfilm Dunkirk, brengt het bescheidener Their Finest die veldslag maanden eerder ter herinnering in de bioscoop. Het romantische drama heeft echter noch het budget, noch de pretenties van Nolans monumentale klus. Their Finest is bovenal een eerbetoon aan de vrouwen die achter de schermen het moreel van de belegerde Britten hooghielden, maar daar amper waardering voor kregen. Die krijgen ze nu alsnog in een lichtzinnig drama waarin romantiek en humor geslaagd hand in hand gaan met oneerlijkheid en oorlogsgruwel, zonder het laatste te bagatelliseren. Met dank aan een Britse topcast die alle inhoudelijke twijfel moeiteloos wegneemt.

Als het moreel van de Britse bevolking tijdens de Blitz beneden alle peil zakt, is het aan het medium film om de gemoederen weer op te peppen. Dat is niet makkelijk, want de meeste mannen vechten voor het vaderland terwijl de vrouwen hun positie in de industrie hebben overgenomen. En schrijven voor een overwegend vrouwelijk publiek blijkt niet iets waartoe Britse scenaristen overtuigend in staat zijn. De muizige Catrin Cole wordt ingehuurd om het vrouwelijke perspectief te belichten. Al snel blijkt die klus grootser dan verwacht, als haar idee voor een dramatische propagandafilm goedkeuring krijgt van het ministerie. Terwijl ze zich staande moet zien te houden in een onverbiddelijke mannenwereld, groeit haar project over de heroïsche evacuatie bij Duinkerken al gauw voorbij alle verwachte proporties. Met de film moet ze niet alleen de Britse strijdbaarheid opkrikken, maar ook de Amerikanen tot de geallieerde zaak verleiden. Tussendoor moet ze leren omgaan met ijdele acteurs, jaloerse scenaristen en wispelturige producenten. Om nog maar te zwijgen van een romantische driehoeksverhouding. Want ook Their Finest zelf is vanuit een overwegend vrouwelijk perspectief gemaakt.


Romantiek, humor, oorlogsdrama, propaganda, vrouwenrechten... Their Finest neemt een hoop hooi op haar vork. De Deense cineaste Lone Scherfig weet het echter tot een sympathiek geheel te breien. De film vertelt immers niet over de ellende in het platgebombardeerde Londen of Duinkerken, maar over de mentale strijd via de kracht van het medium film om het nationale defaitisme een halt toe te roepen. Om ons scepticisme omtrent humor tegen een oorlogsachtergrond te sussen, verzamelde Scherfig een indrukwekkende verzameling Britse acteurs. Jong talent als Sam Claflin en Jack Huston wordt aangevuld met veteranen als Bill Nighy en Helen McCrory, waardoor de kwaliteit van het acteerwerk verzekerd is. Spil in het verhaal is Gemma Artertons Catrin, een aanvankelijk naïeve jongedame die zich als ridder van de Britse zaak moet opwerpen en daarbij vooral mannelijke tegenwerking tegemoet ziet. Is het niet het onrecht van haar lagere salaris, dan wel de strijd met haar man om het recht van kostwinner. Arterton is altijd een genot om naar te kijken en haar ontwikkeling van overdonderde copywriter naar vastberaden producente in Their Finest vormt geen uitzondering op die regel.

Arterton krijgt effectief hulp bij haar lovenswaardige prestatie van haar tegenspelers, waarbij vooral Nighy de show steelt als een voormalig steracteur die zich door zijn leeftijd geconfronteerd ziet met een gebrek aan respectabele rollen. Zijn verontwaardiging over het vertolken van een aan lager wal geraakte zeeman zorgt voor hilarische momenten, evenals diens coachen van een talentloze Amerikaan in een essentiële rol. Het rijke acteursensemble neemt de clichés over de zelfingenomen filmwereld met zichtbaar plezier op de hak. Their Finest vormt een liefdevol eerbetoon aan de aloude kunst van het filmmaken. Bijzonder charmant is de scène waarin een grootse troepenmacht op het Franse strand onthuld wordt als schildering, waar een acteur in close-up doorheen banjert en de illusie verstoort. Feitelijk weinig verschillend van Nolans Dunkirk, waarin bordkartonnen troepen de figuranten moesten aanvullen. Zoveel is er sindsdien niet veranderd in de filmindustrie, bewijst Scherfig op aanstekelijke wijze.

Gelukkig geldt hetzelfde niet voor de positie van de vrouw. Their Finest kent vrouwelijke aanwezigheid in alle sleutelrollen. Hoewel de film niet gebaseerd is op een daadwerkelijk propagandaproject, doet dat geen afbreuk aan de voorgangers van de huidige generaties filmvrouwen, die zich omringd zagen door hun jaloerse en vijandige mannelijke tegenhangers. De angst voor het groeiende feminisme dat de industriële aanwezigheid van vrouwen in de hand werkte, wordt helaas slechts en passant aangestipt in Their Finest. De film trekt liever tijd uit voor een geforceerde driehoeksverhouding tussen Catrin, haar echtgenoot en haar naaste collega, waarin haar eigen wensen niet voorop staan. Hoewel dit subplot afleidt van het hoofdverhaal, kent het toch een verrassende wending die illustreert hoeveel vrouwen opgaven voor het landsbelang, ook nadat de strijd was gestreden. Dat vrouwen niet actief waren aan het front wil niet zeggen dat ook zij niet alles opofferden voor de goede zaak. Een vlugge blik op de castlijst van Dunkirk verraadt de vrouwelijke afwezigheid in Nolans film, waarmee het belang van die boodschap van Their Finest treffend onderstreept wordt.

zaterdag 26 november 2016

Today's Review: I, Daniel Blake




Het was even schrikken toen Ken Loach na Jimmy's Hall in 2014 zijn pensioen aankondigde. Welke regisseur moest het nu voor de hardwerkende, uitgebuite 'man in de straat' opnemen? Twee jaar later is de inmiddels tachtigjarige Loach toch weer terug met een aanklacht tegen sociaal onrecht. Gelukkig maar, want hoewel zijn vorige film een fijn luchtig drama was, is het niet de meest wenselijke laatste aria van de grootmeester. I, Daniel Blake, goed voor een Gouden Palm in Cannes, laat een krachtiger indruk achter. De film toont Loach opnieuw in topvorm als voorvechter voor de genegeerde massa, in een sociaal drama dat uitstekend de balans vindt tussen zwaar drama en zwarte komedie. 

De Daniel Blake uit de titel is een timmerman op leeftijd uit Newcastle, die moest stoppen met werken na een hartaanval. Sindsdien is hij aangewezen op een uitkering, maar het verzilveren hiervan gaat hem niet gemakkelijk af. De grootscheepse bureaucratie rond het Britse bijstandssysteem draait tegenwoordig niet meer om het financieel bijstaan van de zwakkeren in de samenleving, maar om het hen met allerlei Kafkaëske regels zo lastig mogelijk maken om hun geld te krijgen. Al snel gaat zelfs een doorzetter als Daniel kopje onder in het bijstandsdrijfzand, dat hem dwingt de hele dag te zoeken naar werk, dat hij van zijn arts niet mag aannemen omdat het zijn dood zou kunnen betekenen. Zelfs dan is hij nog beter af dan de jonge alleenstaande moeder Katie, die met haar twee kinderen gedwongen moest verhuizen vanuit Londen en eveneens slachtoffer dreigt te worden van de harteloze uitkeringsmachinerie. Onder het motto 'gedeelde smart is halve smart' sluit het tweetal vriendschap, om zich met niets dan wederzijdse hoop te handhaven in hun uitzichtloze situatie.

Het aankaarten van dergelijke wanpraktijken is een doorlopend thema in Loach' lange kruistocht voor sociale rechtvaardigheid. De regisseur brak precies vijftig jaar geleden door met de televisiefilm Cathy Come Home waarin hij eveneens een slachtoffer van het barmhartig geachte bijstandssysteem opvoerde. Die uitzending bracht de nodige publieke afschuw en de roep tot hervorming teweeg. Vijf decennia later lijkt het er niet op dat er veel verbetering heeft plaatsgevonden. Integendeel, meer mensen zijn slechter af dan destijds, terwijl de bureaucratie rond het uitkeringssysteem alleen maar omvangrijker vormen heeft aangenomen. Het is dus prijzenswaardig dat Loach zijn jubileum viert door nogmaals zijn kritische blik te werpen op deze mensonterende praktijken. Hoewel de film het niet moet hebben van nuance - het waarom achter het bizarre overheidsapparaat blijft achterwege - is het prettig dat Loach onze ontgoocheling niet slechts zoekt in tergend drama, maar evenzeer humor aandraagt om de absurditeit van dit systeem bloot te leggen. Dat maakt het geheel voor de toeschouwers wel zo dragelijk.


De troef van I, Daniel Blake is de keuze om de titelfiguur niet door een regulier acteur te laten vertolken, maar door een komediant. Hoofdrolspeler Dave Johns heeft een lange staat van dienst als stand-upcomedian, maar maakt hier zijn speelfilmdebuut. Zijn sublieme komische timing, gepaard met zijn innemende voorkomen, staat garant voor een uitstekende vertolking, een herkenbaar alledaagse verschijning en een oase van gezond verstand in een surrealistische wereld vol verwarrende regeltjes. Er kan en mag gerust gelachen worden dankzij de humor die Johns' personage typeert, maar elke lach wordt desondanks succesvol getemperd door het besef dat dit absurdisme op feiten gebaseerd is. De humor is wrang, want de ernst is nooit ver weg. Tegenover de aimabele Daniel plaatst Loach Katie's tragedie, allesbehalve lachwekkend. Ook actrice Hayley Squires blijkt een schot in de roos in de rol van de jonge moeder die ondanks alle tegenwerking van de staat twee koters moet opvoeden en hen probeert te hoeden voor alle leed. Tranentrekkend is haar bezoek aan een voedselbank, waarbij ze gedreven door honger zich stiekem op een blik groente stort, om vervolgens bevangen te worden door immense schaamte. Hoewel een voorspelbaar lot in haar afdaling in de wanhoop ons niet bespaard blijft, compenseert Squires' overtuigende spel die tekortkoming.

Het is die wisselwerking tussen Katies tenenkrommende drama en Daniels zwarte komedie die I, Daniel Blake tot een memorabele film maakt. Loach slaat ons niet murw met overdadig serieus opgediende onmenselijkheden, maar weet ondanks de rijkelijk vertegenwoordigde humor toch onze verontwaardiging op te wekken. Het is een hachelijke balans die alleen een vakman als hij gedegen weet aan te brengen. Cynisme sluit hij bovendien uit, want volgens hem is er altijd ruimte voor hoop zolang gewone mensen anderen in nood bijspringen. I, Daniel Blake maakt duidelijk dat pensioen voor sociale kruisridders als Loach niet weggelegd is. Want zelfs na vijftig jaar strijd blijft er nog genoeg onrecht over om de goede man nog vele films bezig te houden. Het heeft er alle schijn van dat Loach zal sterven in het harnas. Hij zou het niet anders willen.