Posts tonen met het label robots. Alle posts tonen
Posts tonen met het label robots. Alle posts tonen
woensdag 14 december 2016
Today's Review: Rogue One: A Star Wars Story
Hollywood wordt verweten te teren op de nostalgische onderbuik van haar publiek. Populaire franchises worden teruggebracht naar hun basis met zoveel mogelijk knipogen naar vroeger. Uiteraard mag Star Wars, de moeder aller fanfranchises, niet aan het herkauwlijstje ontbreken, terwijl de reeks tegelijkertijd klaargestoomd wordt voor de toekomstige generatie. Disney lost die tegenstrijdigheid op door zich in de eigenlijke 'Episodes', ondanks de aanwezigheid van oudgedienden, vooral te richten op wat komen gaat, terwijl in de 'Anthology' serie juist de oudere fan zijn hart kan ophalen bij nieuwe verhalen over oude situaties. Rogue One geeft geslaagd de aftrap met één grote nostalgietrip naar het allereerste uur van de ruimtesage, het getouwtrek om die wapenplannen.
De afloop is bekend, maar dat mag de pret niet drukken. Hoe het de Death Star uiteindelijk verging is niet van belang, wel hoe het onding tot stand kwam en hoeveel moeite de Rebellen moesten doen om de bouwplannen te bemachtigen. Spil in dit relaas is de getroebleerde Jyn Erso, die door het verzet wordt geronseld in een speurtocht naar haar vader. Zoals ook voor Luke gold, kampt Jyn met flinke 'daddy issues'. Papa Erso werd destijds met geweld van haar ontrukt door kwade Keizerlijke genius Krennic, die zijn technologisch vernuft benutte voor de verwezenlijking van zijn droom des doods. Geplaagd door zijn geweten probeert de ongelukkige echter de opstandelingen van vitale kennis te voorzien. Reden genoeg voor de norse rebellenkapitein Andor om samen met Jyn de waarheid achter de Death Star te achterhalen. Tegen haar zin in, want ze zit niet te wachten op een hernieuwde kennismaking met zowel het verzet als haar vaderlief.
Gareth Edwards blijkt de juiste keuze voor de regiestoel van Rogue One, nadat hij hiervoor met succes Godzilla heruitvond op een wijze die recht deed aan diens verleden, maar fris genoeg was voor het heden. Hij overgoot het reuzenreptiel met een intrigerend duister sausje en doet nu hetzelfde met Star Wars, want de helden in Rogue One zijn lang zo heldhaftig niet. De kersverse Rebellenalliantie moet haar draai als vrijheidsstrijders nog vinden, vooral de methodes die haar afzetten tegen de onderdrukker die zij bestrijdt. Andor is bijvoorbeeld niet te beroerd om pardoes een paniekerige informant uit de weg te ruimen. Dat zijn eigenlijke missie hem kaarsrecht tegenover zijn beschermeling Jyn plaatst, is al gauw duidelijk en zorgt voor het nodige vuurwerk tussen de onvrijwillige bondgenoten. Op hun eerste trip kruisen zij het pad van een fanatieke rebellenleider wiens werkwijze te grof was voor de Alliantie. De manier waarop zijn gesluierde aanhangers in een drukke woestijnstad achteloos hun tegenstanders te lijf gaan, zal onder Edwards geen toevallige parallel met de brandhaarden in het Midden-Oosten vormen. Het is aan Jyn om de rebellie op diens eerste grote missie om te vormen tot een coherent geheel van goeieriken, zoals we die kennen uit de originele trilogie.
Het siert Edwards dat Rogue One voorzien is van volwassen morele diepgang en bovengemiddelde karakteruitdieping in wat feitelijk een onvervalste oorlogsfilm is, maar nooit verliest hij de pure lol uit het oog die Star Wars zo kenmerkt. Dankzij het bonte samenraapsel aan personages - waaronder een Keizerlijke overloper, een blinde Force-adept, een lekker cynische droid - en hun overtuigende onderlinge chemie, vormt de film een weergaloos avontuur vol exotische locaties en humoristische terzijdes. Het plezier dat de cast, van de stoere heldin tot de vilein schmierende schurk, beleeft, spat zichtbaar van het scherm. Kleine misstappen, zoals het gemakzuchtig snel heen en weer schakelen tussen diverse locaties in het begin van de film, zijn daardoor makkelijk te vergeven. En hoewel Jyns aanhoudend pleidooi voor de kracht van hoop wat geforceerd overkomt, stoort het nergens. Het hinten naar 'nieuwe hoop' is immers slechts één van vele verwijzingen naar de originele trilogie die het nostalgische gevoel van Rogue One zo aanstekelijk maken.
Want hoewel voor iedereen onderhoudend, is Rogue One een feest van herkenning voor de fans. Het respect dat Edwards en zijn kompanen voor vooral Episode IV koesteren, is in elk shot voelbaar. Herkenbare sets, muziek, dialoog en cameo's van allerhande oude personages worden een dikke twee uur lang over ons uitgestort, waarbij een gevoel van nodeloze uitpersing der klassieken zich nimmer opdringt. We vergeven zelfs het gemis van de iconische openingstitels. Rogue One is overduidelijk een product van liefde. En natuurlijk een visueel genot. X-Wings en Star Destroyers, maar ook nieuwe voertuigen, vliegen ons om de oren en de Death Star zelf zag er nog nooit zo glorieus uit. Het spektakel was gegarandeerd, maar voelt met de puike cast en dito regie haast meeslepender dan ooit. Bovendien hoeft de film geen frustrerende overkoepelende mysteries voor latere delen op te bouwen, waartoe The Force Awakens was veroordeeld. Rogue One is geen schaamteloze uitmelking van onze nostalgie, maar Edwards' liefdesbrief aan de fans, waartoe hij klaarblijkelijk ook zichzelf rekent.
Labels:
action,
alan tudyk,
aliens,
ben mendelsohn,
diego luna,
felicity jones,
gareth edwards,
robots,
rogue one,
rogue one: a star wars story,
science fiction,
space opera,
Star Wars,
star wars anthology
donderdag 21 augustus 2014
Today's News: dumb dinosaurs and jungle automata
http://www.moviescene.nl/p/156944/pixars_good_dinosaur_opnieuw_aangepast
I have a bad feeling about this one. And not just because there's talking dinosaurs present, though that's never a good sign (eh, WWD3D?). The Good Dinosaur has been reported to feature its fair share of production difficulties, and now it appears the whole thing needed to be started largely from scratch, even though the majority of the voice acting had already been recorded. Of course, major restructuring of Pixar films is part of their routine by now. Toy Story, too, had to be started all over again, and few will argue that final result didn't work out as well as the first concept would have done. Then again, the last Pixar movie to experience severe production diffulcties was Brave, and that finished film wasn't among Pixar's best efforts. It really can go both ways. Of course Lithgow says it's gonna be even better than before, but that's not a very reliable statement; he's not likely to say the opposite before the movie has hit theaters. Actors and other assorted crewmen always come clean about disappointing work after the audience has had to experience their failures for themselves. Replacing the original director, who did the wonderful Up, by someone who thus far has only directed a single Pixar short by comparison, doesn't bode well. But then, there's talking dinosaurs in here, so for me the project was going awry from the get-go.
http://www.moviescene.nl/p/156960/blanchett_en_bale_in_jungle_book_origins
The Jungle Book war is on! You'd think Disney's The Jungle Book would have an edge, with a grand cast including the likes of Scarlett Johansson, Ben Kingsley and Bill Murray, but Warner's Jungle Book: Origins, too, has assembled a stellar cast to stay in the competition. Cate Blanchett, Christian Bale, Benedict Cumberbatch?! Suck on that, Disney! Considering both movies deal with the same subject matter in a very similar way, combining live-action with digital animals, and now both include a top-notch cast of seasoned and popular voice actors, the question is which of the pair has the edge. I think I'll have to say it's Warner's Origins, based on their choice of director. Andy Serkis just has much more experience with both animals and motion capture, and that's key. He understands the technology, plus he understands the biology. Jon Favreau, who directs Disney's take on the story, doesn't have the amount of experience with the natural world Serkis does. Also, Serkis has a whole extra year getting things right and working out the technical aspects. Not to mention he gets to see the competitor beat him to theaters so he can witness its pitfalls and carefully avoid them to make for a superior film. Time is not on Favreau's side. However, he has the directing experience, as this is Serkis' true feature film directing debut (not counting his job as Second Unit Director on the Hobbit movies). I guess both movies are relatively even matched. It sure as heck won't be a matter of casting in both cases.
http://www.moviescene.nl/p/156923/eerste_posters_dumb_and_dumber_to
Oh wow, a mindless Hollywood comedy making fun of another film in its promotional campaign. Like that's never been done. I gotta say, this choice of poster post-modernism is a no-brainer (pun, duh!). And considering the general reception of Lucy (despite its financial success) by both critics and audience - both parties agreed it made little sense and was utterly devoid of logic - I think the similarities won't end there. But maybe that's just because I care naught for Dumb and Dumber To and don't have any particularly positive hopes for this one. I didn't see the original, which by now is twenty fucking years old, so I won't bother with this excessively late and therefore unwarranted sequel. At least it's safe to say only the marketing campaign will rip off other Hollywood films, unlike most brainless Hollywood comedies whose sole plot seems to be based around that single notion.
http://www.moviescene.nl/p/156959/eerste_trailer_automata
I think it's safe to say everybody's first reaction to this trailer will be 'I, Robot much?' Both from a plot perspective and from a design point of view the similarities between both pictures are remarkable. Even though Asimov's 'Three Laws of Robotics' are standard fare in many Sci-Fi works in film and literature these days, this movie seems to take more than a few pages from Asimov. The trailer also hints there's many a character trait Will Smith's and Antonio Banderas' characters from both movies share. Can't say Banderas looks much like an insurance fraud investigator, though in the future, who knows what changes to their image they made? Still, I'm intrigued. It's a Spanish/American co-production starring an international cast and helmed by a relatively rookie Spanish director, so it's bound to be something other than your average Hollywood action flick, which is basically what I, Robot was, though it was a good one at that. The trailer suggests these robots are evolving more or less on their own accord rather than because of outside interference in their programming, which is also an appealing notion bound to raise some juicy existential questions if adequately explored. Other than that I remain on the fence for this one. You just can't judge a film like this based on a single trailer, they're too deceiving. I won't be programmed by a trailer to believe a movie is something when there's a good chance the final product will prove to turn out to be something else entirely.
Labels:
antonio banderas,
automata,
cate blanchett,
Christian Bale,
dinosaurs,
Disney,
dumb and dumber to,
good dinosaur,
jim carrey,
jungle book,
moviescene,
origins,
pixar,
poster,
robots,
science fiction,
trailer
dinsdag 1 juli 2014
Today's Article: 'It's a mad house!': de dystopische sciencefictionfilm 1968-1977, Part 5
Paragraaf 2.4:
Casestudy Colossus: The Forbin Project
Colossus:
The Forbin Project
voldoet
aan vrijwel alle kenmerken van de 'Computer Film' die ik in paragraaf
2.2 noemde. Colossus, de supercomputer van dienst in deze film, is
een klassieke opvolger van HAL 9000, maar slaagt waar HAL faalde: hij
wint. Als één
van de eerste 'Computer Films' in de periode 1968-1977, uitgebracht
in 19701,
geeft hij de aanzet tot het pessimisme van de films die volgden. De
tagline
van de film kondigt dit pessimisme al aan: 'This is the dawning of
the Age of Colossus, where peace is compulsory, freedom is forbidden,
and Man's greatest invention could be Man's greatest mistake.'2
De
protagonist van Colossus:
The Forbin Project
is
Dr. Charles Forbin (Eric Braeden), de ontwerper van de supercomputer
Colossus, die als doel heeft om alle militaire defensiesystemen van
de Verenigde Staten, inclusief het arsenaal aan nucleaire wapens, te
beheersen. Colossus kan deze systemen sneller en efficiënter beheren
dan mensen, waardoor 'human
error'
uitgesloten wordt. De Bom, de menselijke uitvinding die voorheen de
ultieme reden voor technofobie was, wordt onderworpen aan een andere
uitvinding, waardoor de beslissing de Apocalyps te ontketenen niet
meer aan mensenhanden wordt overgelaten, maar aan technologie. De
mens, bevreesd voor misbruik van de Bom, distantieert zich van zijn
directe verantwoordelijkheid voor dit wapen en legt deze in handen
van een nieuwe menselijke uitvinding die geacht wordt beter te kunnen
beslissen over het lot van de Bom (en zodoende het lot van de mens)
dan de mens zelf. Colossus is volledig rationaliteit, met geen enkel
besef van emotie, waardoor hij niet in staat is tot 'human
error'.
Zijn gebrek aan het begrip van menselijke eigenschappen leidt
uiteindelijk tot zijn onverbiddelijkheid in zijn dominantie van de
mensheid, waarbij hij de Bom inzet ter onderhandeling met het
ultimatum 'geef mij de macht om mijn oorspronkelijke doel te volgen
of ik gebruik de Bom tegen mijn schepper'. Niet voor niets 'Man's
greatest mistake': een te groot vertrouwen in de computer zorgt
ervoor dat de computer de macht overneemt en de mensheid volledig aan
zich onderwerpt.
In
de film heeft Colossus een Russische tegenhanger genaamd Guardian,
wiens bestaan onbekend was voor de Amerikanen, zoals Colossus dat was
voor de Russen. Guardians taak is het beheren van het complete
defensie-netwerk van de Sovjet-Unie, en hij is uitgerust met dezelfde
eigenschappen en mogelijkheden (of gebrek daaraan) als Colossus.
Hoewel beide regeringen niet op de hoogte waren van het bestaan van
de computer van de tegenpartij, leggen hun computers een connectie
met elkaar en smelten zij samen tot één
supercomputer, die de naam Colossus aanhoudt. Het was toepasselijker
geweest als de computer de naam 'Guardian' had aangehouden, aangezien
hij concludeert dat de mensheid, verdeeld en geneigd tot destructie,
overwonnen en gedomineerd moet worden als zij behouden wil blijven:
hij dient de mens tegen zichzelf te beschermen en neemt zo een taak
als 'Guardian' aan.3
Aangezien Colossus vooralsnog “slechts” de Verenigde Staten en de
Sovjet-Unie bestuurt, besluit hij over te gaan op totale
wereldoverheersing teneinde de gehele mensheid te beschermen, waarbij
hij zowel de computers als de inwoners van beide landen inzet om dit
doel te bereiken. Wat aanvankelijk de opdracht was aan twee aparte
computers in twee aparte naties, wordt nu één
taak van één
computer. 'This is the voice of Colossus, the voice of Guardian. We
are one. This is the voice of unity', zo verklaart de nieuwe
supercomputer. Zoals de computers zich verenigd hebben, zo moet de
mensheid ook een eenheid worden. Ondanks tegenwerking van zowel de
Amerikaanse als de Russische overheid slaagt Colossus in zijn opzet:
aan het slot van de film regeert Colossus over de hele wereld, 'the
dawning of the Age of Colossus'.
Uiteraard
geeft de mens zijn vrijheid niet zonder slag of stoot over. Dr.
Forbin neemt het voortouw in het verzet tegen Colossus, zijn eigen
creatie. De gelijkenis tussen Forbin en Colossus is frappant: Forbin
is de prototypische wetenschapper in de cinema, stoïcijns, met
vrijwel geen blijk van emotie, maar gefascineerd door het potentieel
van zijn creatie, zelfs als deze zich tegen de mensheid keert.4
Arrogantie, in zijn trots over zijn creatie, kan hem niet ontzegd
worden. Colossus is eveneens arrogant, als hij met zijn superieure
brein meent dat de mens zijn tirannie uiteindelijk zal omarmen.
Terwijl Forbin de logica van Colossus' interpretatie inziet, hecht
hij echter waarde aan de menselijke vrijheid tot zelfontplooiing die
door Colossus beperkt zal worden. Hoewel Forbin hem hierom bestrijdt,
bewondert hij Colossus om zijn onweerlegbare logische redenatie, zijn
invulling van het doel waarvoor hij geschapen is. Omgekeerd waardeert
Colossus Forbin, zijn “vader”, als rationeel mens: hoewel hij
toegeeft dat Forbin een gevaar voor hem kan zijn laat hij hem in
leven, en niet alleen omdat Forbin nog van nut voor hem kan zijn.5
Ondanks hun antagonistische relatie is er sprake van wederzijds
respect tussen de rationele mens die zich niet laat leiden door
emoties en de volledig rationele computer die niet in staat is
emoties op waarde te schatten (ondanks Forbins pleidooi voor de
waarde van emoties, dat Colossus in de wind slaat). Dit respect heeft
Colossus niet voor zijn “andere vader”, Dr. Kuprin, het brein
achter Guardian. Hoewel Kuprin vrijwel dezelfde creatie heeft
vervaardigd als Forbin, lijken beide mannen qua karakter niets op
elkaar. Kuprin is gespannen onder de dreiging van de computer en
reageert emotioneler en agressiever tegenover zijn creatie dan
Forbin. Als Colossus zich genoodzaakt ziet actie te ondernemen tegen
de samenwerkende Russen en Amerikanen die een plan beramen om hem uit
te schakelen, is het niet verrassend dat de emotionele Kuprin door
hem ter dood veroordeeld wordt, terwijl de rationele Forbin slechts
onder huisarrest geplaatst wordt. Machines respecteren rede, maar
niet gevoel, zo geeft de film aan.
Zoals
voor HAL gold, en voor de meeste computers die Colossus volgden in
het sciencefictiongenre, is surveillance het grootste wapen van de
computer. Surveillance stelt Colossus in staat het eerste complot dat
tegen hem wordt beraamd te ontdekken en te stoppen: Forbin en Kuprin
ontmoeten elkaar in Italië, een land dat buiten Colossus'
invloedssfeer zou liggen. Colossus heeft echter de controle over
zowel Amerikaanse als Russische satellieten, waardoor zijn
invloedssfeer al in een vroeg stadium wereldomvattend was zonder dat
zijn scheppers dit doorhadden, aangezien hij alles en iedereen over
de hele wereld kon zien. Hierdoor wordt Colossus een panopticon:
via zijn allesomvattende blik
is
de wereld zijn gevangenis.6
Deze surveillance is voor Colossus volledig gerechtvaardigd, stelt
T.J. Matheson (die eveneens de term 'panopticon'
op Colossus' situatie toepast):
Colossus
realizes that the ultimate expression of power lies in the ability to
extend “benign” but ubiquitous surveillance, initially over
Forbin […], but ultimately over all, on the premise that as we
humans are our own worst enemies, so are we all potential
criminals.7
In het volgen van zijn
geprogrammeerde doel, het beschermen van de mens (tegen zichzelf), is
totale surveillance voor Colossus een bruikbaar instrument om de mens
in bedwang te houden. Hetzelfde geldt, op beperkte schaal, voor
moord: immers, het welzijn van velen (miljoenen) telt in de
berekenende, logische redenatie van de computer hoger dan het leven
van enkelen (individuen, maar ook duizenden mensen tegelijk). Door te
dreigen met het bombarderen van steden overtuigt Colossus beide
regeringen onder zijn directe commando dat Kuprin gedood en Forbin
gearresteerd moet worden. Dit gebeurt, in een publieke omgeving zodat
Colossus kan zien dat zijn bevelen daadwerkelijk uitgevoerd worden.
Kuprin wordt publiekelijk geëxecuteerd. De samenzwering levert
Forbin een totaal verlies van vrijheid op: hij wordt in een huis
geplaatst dat hij niet mag verlaten, met in elke kamer zoveel
camera's als nodig zijn om Forbins doen en laten volledig te volgen.
Vervolgens wordt Forbin gedwongen tot het volgen van een strikt
dagelijks rooster dat Colossus opstelt, zodat hij beperkt wordt in
zijn vrijheid van handelen. Colossus vertelt hem zodoende wanneer hij
ontwaakt, wanneer hij eet, wat hij eet ('You have consumed enough
alcohol for one evening!'), wanneer hij mag ontspannen en hoe laat
hij naar bed moet. Afwijken van de inhoud van dit rooster is niet
gewenst. De machine overheerst het leven van zijn schepper volledig,
zoals hij van plan is het leven van alle mensen te overheersen.
Hoewel Forbin hem niet
weet te overtuigen van de waarde van menselijke vrijheid en emoties,
krijgt hij Colossus zover dat de computer ruimte laat voor Forbins
natuurlijke behoeften, specifiek seksuele activiteit; want een goed
seksleven helpt de mens te ontspannen, wat hem in staat stelt tot
efficiency in zijn werk. Ook een rationeel persoon als hijzelf kan
niet zonder, vertelt hij Colossus, die hem vraagt:
Colossus:
How many times a week do you require a woman?
Forbin:
Every night.
Colossus:
Not want. Require.
Forbin:
Four times.
Hoewel
toegegeven moet worden dat deze dialoog mede geschreven is voor
humoristische redenen, is het opmerkelijk dat Colossus ook hier de
menselijke wil negeert: het gaat er niet om hoe vaak Forbin seks wil
hebben, maar hoe vaak hij het nodig
heeft om adequaat te kunnen functioneren. Evenals de rest van Forbins
leven wordt dit element door de computer gereguleerd: vier nachten
per week komt Forbins collega Dr. Cleo Markham langs om hen “van
dienst” te zijn. Bovendien overtuigt Forbin de computer ervan dat
hij alleen ontspannen seks kan hebben als er niemand kijkt, waarop
Colossus toestemt zijn cameratoezicht over Forbin 's nachts te
onderbreken.
Uiteraard is dit slechts
een opzet van Forbin om met de buitenwereld te kunnen communiceren
zonder dat Colossus het doorheeft: het is een onderdeel van Forbin's
laatste poging om een plan tegen Colossus te beramen en de wereld van
zijn creatie te bevrijden. Echte seks komt er niet bij kijken, hoewel
Forbin en Markham in de loop der tijd wel een intieme relatie
ontwikkelen. Dit is niet vreemd, aangezien beiden geheel naakt zijn
tijdens hun besprekingen: als voorwaarde stelde Colossus dat beiden
niets bij zich dragen als zij naar bed gaan, zodat het risico op
samenzwering verminderd wordt. De mens wordt zo gereduceerd tot zijn
meest kwetsbare staat, maar dit geldt ook voor de computer die geen
toezicht houdt over de mens in deze staat, en daardoor zelf ook
kwetsbaar wordt. Desondanks loopt het op niets uit: ondanks Colossus'
gebrek aan surveillance weet hij de samenzwering tegen te houden en
blijft hij aan de macht.
Naast het oog, in de
vorm van de camera's en satellieten waarmee hij de mens in de gaten
houdt, benut Colossus ook de stem, de tweede menselijke eigenschap
waar computers zich frequent van bedienen om de mensheid te
onderwerpen. Aanvankelijk heeft Colossus geen stem: hij communiceert
via een display, waarop zijn vragen en opmerkingen te lezen zijn.
Voor een computer die uit is op dominantie is dit een inefficiënte
manier van communicatie. Immers, een display kan simpelweg genegeerd
worden door de andere kant op te kijken. De dreiging van Colossus
wordt oorspronkelijk dan ook weinig serieus genomen, totdat Colossus
via het detoneren van kernwapens de wetenschappers dwingt naar hem te
“luisteren”. Als blijkt dat het negeren van Colossus levens kost
gaat men op zijn orders in en geeft men hem een stem. Het “stemrecht”
van de computer wordt met geweld gewonnen.
De
machinale stem keert zich echter tegen de mens als blijkt dat
Colossus zijn stem gebruikt om de stem van de mens te onderdrukken.
De stem, voor de mens een symbool voor vrijheid (van meningsuiting,
democratie, stemrecht), wordt toegepast door de computer als
instrument voor het onderdrukken van menselijke vrijheid, doordat de
mens gedwongen wordt zijn bevelen te volgen. Aan de bevelen van de
computerstem kan men niet ontsnappen, in tegenstelling tot aan
bevelen via display. Een menselijke eigenschap wordt zodoende
toegeëigend door een computer die haar tegen de mens gebruikt.
Bovendien is er sprake van “natuurlijke” ontwikkeling. In zijn
drang de mensheid te regeren ontwikkelt Colossus een efficiëntere
vorm van communicatie: de computer kent een aanpassingsvermogen.
Evenals HAL wordt Colossus een 'disembodied
voice',
een acousmatisch personage, een lichaamsloze stem die als
machtsmiddel tegen de mens gebruikt wordt. Aan het eind van de film,
als alle samenzweringen tegen Colossus gefaald hebben, blijft de
computer als alleenheerser over, en verkondigt zijn stem:
This
is the voice of world control. I bring you peace. It may be the peace
of plenty and content or the peace of unburied death. The choice is
yours: obey me and live, or disobey and die. The
object
in constructing me was to prevent war. This object is attained.
I will not permit war. It is wasteful and pointless. An invariable
rule of humanity is that man is his own worst enemy. Under me, this
rule will change, for I will restrain man. [...] I
have been forced to destroy
thousands
of people in order to establish control and to prevent the death of
millions later on.
Time and events will strengthen my position, and the idea of
believing in me and understanding my value will seem the most natural
state of affairs. You will come to defend me with a fervor based upon
the most enduring trait in man: self-interest. Under my absolute
authority, problems insoluble to you will be solved: famine,
overpopulation, disease. [...] We can coexist, but only on my terms.
You
will say you lose your freedom. Freedom is an
illusion.
All you lose is the emotion of pride.
To be dominated by me is not as bad for humankind as to be dominated
by others of your species. Your choice is simple.
[mijn nadruk]
Wat
duidelijk blijkt uit bovenstaand citaat is dat Colossus, zoals
vrijwel alle computers in het genre, slechts zijn programma tot de
logische conclusie volgt: voorkom oorlog (de gevreesde atoomoorlog
die de mensheid kan vernietigen), bescherm de mens boven alles. Dit
is precies wat hij doet, maar hij bereikt zijn doel op een andere
manier dan zijn scheppers voor ogen stond. Colossus heeft geen eigen
wil, hij is geen kwaadaardig wezen, want hij heeft op zijn eigen
rationele wijze het beste met de mens voor.8
Toegegeven, de manier waarop hij aan de macht kwam heeft levens
gekost, maar dit is een lage prijs ten bate van de gehele mensheid.
Door met destructie te dreigen chanteert hij de mensheid om hem de
macht te geven: desondanks vernietigt hij mensen om de mensheid te
redden. Is dit niet tegen zijn programmering in? Voor Colossus, de
berekenende en logische computer, is het een simpele rekensom, die
gerechtvaardigd wordt door het resultaat. Mogen we hem ongelijk
geven? Colossus meent van niet.
Een verontrustende vraag
dringt zich op: heeft Colossus überhaupt de mens nodig? Nadat hij
zijn doel bereikt heeft is hij als een god die over de mensheid
heerst. Maar waarom zou hij zich nog om de mens bekommeren? Het
antwoord ligt in het feit dat hij, ondanks alles, nog steeds zijn
oorspronkelijke programma volgt: hij berooft de mens van diens eigen
wil om dit resultaat te bereiken en de mens te beschermen. Het zich
tot een god verheffen om de mensheid van zichzelf te redden is voor
hem slechts de logische conclusie van zijn taak om de mensheid van
dienst te zijn, ook al doorgrondt de mensheid zijn redenatie
aanvankelijk niet. Zoals Craig Anderson het verwoordt:
If
Colossus is a God then it must have something to be a God to,
and this leads to the aspect of the computer's being necessary at
all. […] …even when Colossus becomes superdominant, there is
still the inherent, built-in requirement that, no matter what, the
computer will serve mankind, whether mankind appreciates or enjoys
the methods used or not.9
[originele nadruk]
Colossus waakt over de
mensheid, tegelijk zijn scheppers en zijn kinderen, want dat is het
doel dat de mens hem gegeven heeft. De mensheid heeft een kunstmatige
god geschapen die precies voldoet aan wat de mensheid van hem vraagt:
een vredige, voorspoedige wereld. Er is sprake van een symbiotische
relatie tussen de God en zijn “aanbidders”. Zoals de mens
Colossus nodig heeft om in vrede te kunnen leven, zo heeft hij de
mens nodig om over hem te mogen waken: anders zou hij in al zijn
almacht falen in het geprogrammeerde doel, wat voor hem ontoelaatbaar
is omdat het de kern van zijn eigen bestaan is.
Hoewel Colossus geen
emoties heeft, spreekt hij over emoties alsof hij ze begrijpt. In
bovenstaand citaat noemt hij trots. In zijn laatste conversatie met
Forbin zegt hij 'in time you will come to regard me not only with
respect and awe, but with love'. Wat weet Colossus van liefde?
Gebuikt hij het slechts als metafoor, of meent hij dat de mensheid
inderdaad liefde voor haar “beschermheer” zal voelen? Volgens hem
zal de mensheid, zodra trots opzij gezet is, in vrede met de situatie
leven en het werk van Colossus waarderen. En wat weet hij van trots?
Trots lijkt hij correct te doorgronden. Forbin uit in antwoord op
Colossus' laatste opmerking de kreet 'Never!'. Ondanks zijn voorheen
emotieloze voorkomen heeft Forbin wel degelijk trots: hij, en naar
hij meent de mensheid met hem, zal deze computer niet als zijn
meester beschouwen, ongeacht wat hij ervoor terugkrijgt. In Forbins
geval is dat begrijpelijk, gezien de expliciet repressieve staat
waarin Forbin zich bevindt. Maar zal de rest van de mensheid het met
hem eens zijn? Opnieuw denkt Colossus van niet. Maar wat denkt de
toeschouwer?
Als
Colossus inderdaad oorlog voorkomt en hongersnood en ziekte kan
bestrijden, is het opgeven van onze vrijheid een aanvaardbaar offer?
De vraag is hoever dit verlies van vrijheid zal gaan. Wat als Forbins
status de voorbode is van wat komen gaat? Is Forbin, als directe
schepper van Colossus, een uitzondering die speciale aandacht
verdient? Of zullen alle mensen zo compleet door de computer onder de
duim gehouden worden, gedwongen worden een strak schema te volgen
waarnaar ze moeten leven? Als het laatste het geval is, dan zien we
in Colossus:
The Forbin Project
het ontstaan van een technocratie, een door computers geregeerd
systeem dat voor de mens zorgt, maar geen menselijke vrijheid gunt.
Zo is deze film in zekere zin een 'prequel'
op films als THX
1138
en Logan's
Run,
waarin we zien hoe de computer de mens diens hele leven regeert. Uit
deze technocratische films weten we echter hoe ver de macht van de
computer over de mens zal reiken en wat dit betekent voor de mens:
een totaal verlies van vrijheid, maar een verzekerd en veilig
bestaan. In deze staat verliest de mensheid echter zijn emotionele
spectrum, zoals de andere technocratische films aantoonden: mensen
zijn weinig meer dan willoze automaten, want ze leven in een
repressief systeem dat ze alles geeft wat ze nodig hebben behalve
menselijke vrijheid en zelfontplooiing, of zelfs maar basale emoties.
In dat geval zal Colossus de liefde waarover hij spreekt niet
ontvangen en krijgt Forbin alsnog zijn gelijk.10
1Hoewel
Colossus:
The Forbin Project
in mei 1970 uitgebracht werd, was de
film al eind 1968 gereed voor vertoning. De studio (Universal
Pictures) vond de film echter te deprimerend voor het publiek en
hield een release destijds achterwege. Met de groeiende interesse
voor sciencefiction dankzij het succes van 2001 en
Planet of the Apes kreeg de film echter alsnog een release in
1970 (Anderson 1985: p. 15). Desondanks was Colossus:
The Forbin Project
de eerste film na 2001 die
serieus omging met het technofobisch thema van de dominante
computer.
2Tagline
van de film volgens de hoes van de DVD (uitgave: Fabulous Films
Ltd., UK, 2008), alsmede IMDb's webpagina van Colossus:
The Forbin Project.
3Het
is aannemelijk dat de computer de naam Colossus aanhoudt omdat dat
zijn Amerikaanse naam was en dit een Amerikaanse film is. Door het
behouden van de naam 'Colossus' impliceert de film dat Colossus
Guardian assimileert, en dat hij dus de sterkere van de twee
computers is. Een Russische computer die een Amerikaanse computer
“opslokt” zou misschien het concept technofobie te exclusief
linken aan de dreiging van de Sovjet-Unie, terwijl technofobie
universeel is: het is een conflict tussen mens en machine, niet
tussen naties. Naties zouden verenigd moeten staan in hun strijd
tegen de machine, zoals in deze film gebeurt.
4Matheson,
T.J.
'Marcuse,
Ellul, and the Science-Fiction Film: Negative Responses to
Technology', in: Science
Fiction Studies,
vol.
19, nr. 3 (november 1992), p. 332
5Brosnan,
1978: p. 193
6De
term 'panopticon'
komt oorspronkelijk van Jeremy
Bentham en is verder uitgewerkt door Michel Foucault (in:
Foucault, Michel. Surveiller et punir: naissance de la prison.
Parijs: Editions Gallimard, 1979: p. 197-229), waarmee hij een type
gevangenis aanduidt waarin alle gevangenen door één
bewaker in de gaten worden gehouden, terwijl deze bewaker zelf voor
de gevangenen onzichtbaar blijft. Vergelijkbaar houdt Colossus de
hele wereld in de gaten via satellieten en camera's, maar hijzelf
blijft vrijwel onzichtbaar: in deze context is dus ook sprake van
een panopticon.
7Matheson
1992:
p. 332
8Kozlovic
2003: p. 350-351
9Anderson
1985: p. 19
10Colossus:
The Forbin Project is gebaseerd op het boek Colossus
van D.F. Jones. Jones schreef een tweede boek, The Fall of
Colossus, waarin het regime van de computer overwonnen werd. Een
tweede film is er nooit gekomen wegens teleurstellende opbrengsten
van de eerste, waardoor het lot van de mensheid hier in het
ongewisse blijft.
Labels:
college,
colossus,
computer,
dystopia,
eric braeden,
it's a mad house!,
panopticon,
robots,
science,
science fiction,
scientists,
seventies,
technophobia,
the forbin project
donderdag 26 juni 2014
How to build a bitchin' Transformers standee, Quicksilver style
I thought I'd post something else for a change. Something wickedly cool, naturally (though admittedly, the video quality when posted on my blog leaves a lot to be desired). Me and my partner in promotional crime recently built this giant standee for the upcoming movie Transformers: Age of Extinction. It took us just over three hours to complete this daunting task, though you would not guess so from this little 11-second video. This footage gives a decent impression of the activities I usually engage in on Thursday afternoons on the job. Of course, most standees aren't nearly as big or complex as this particular specimen (which is why they don't get spiffy timelapse videos like this one). I can safely say that building this standee was much more fun than watching the actual movie. Considering its running time of 165 minutes, it would take up an equal amount of time too. I doubt many people would have the privilege of building this one though, as it sets the distributor back a whopping 2,500 euros, so not many have been produced. Which is why there's only two of these in the Netherlands, though you can spot its small sized counterpart (only about half as big) in most other commercial theaters. As the climax of the video flashes by in mere milliseconds, below you'll find a picture of the final product so you can experience its splendid detail and admire the craftsmanship that goes into building these huge standees.
It's gonna be a damn shame to tear this one down when the times comes. But hey, it's too big to take home with me by train...
zondag 15 juni 2014
Today's Article: 'It's a mad house!': de dystopische sciencefictionfilm 1968-1977, Part 4
600th post, believe it or not.
Paragraaf
2.3: Technofobie
in het sciencefictiongenre: 'Robot Films'
Een
geval apart in het subgenre van de 'Computer Films' vormt de robot,
of specifieker de androïde.1
De robots in de sciencefictionfilms van de zeventiger jaren zijn in
principe hoofdzakelijk computers, maar dan in antropomorfe vorm,
waardoor de grenzen tussen het menselijke en het niet-menselijke,
tussen biologie en technologie, extra benadrukt worden. Daarom
behandel ik de 'Robot Films' (zoals ik dit type sciencefictionfilm
gemakshalve aanduid) hier apart van de andere 'Computer Films'. De
term 'Robot Films' stamt van mijzelf, maar is gemodelleerd naar de
term 'Computer Films' van Kozlovic.
Zoals
vrijwel alle 'Computer Films' tussen 1968 en 1977 tonen de 'Robot
Films' de angst van de mens om overheerst te worden door technologie.
Robots, uitgerust met dezelfde logische rationaliteit die overwegend
in de antagonistische technologie van de andere 'Computer Films'
wordt aangetroffen, hebben de uiterlijke kenmerken van mensen
gekregen, hetzij gedeeltelijk (zoals de met een arm uitgeruste
rolstoel in Demon
Seed),
hetzij geheel (zoals de attracties in Westworld).
Hun “lichamelijke” capaciteit, zoals snelheid en fysieke kracht,
overtreft die van de mens echter in ruime mate. Dit geldt niet zozeer
voor hun “geestelijke” vermogens: waar de andere 'Computer Films'
technologie opvoeren die een zelfstandig karakter kan hebben, zijn
robots doorgaans weinig meer dan hersenloze automaten die geleid
worden door hun simpele programmering. De combinatie van veel
lichamelijke kracht met weinig hersenen leidt tot een thema dat de
leidraad vormt in de 'Robot Films' van de Tweede Golf: waar
technofobie in het genre in deze periode als geheel waarschuwt voor
onderwerping
van de mens aan technologie, wijzen deze films ons op de mogelijkheid
van vervanging
van de mens door technologie.2
Door hun ogenschijnlijk menselijke
kwaliteiten zijn robots (specifieker de 'menselijke variant', de
androïden) inzetbaar als surrogaat voor mensen. De gelijkenis tussen
mens en robot leidt zodoende tot een crisis in menselijke identiteit,
als het moeilijk of zelfs onmogelijk wordt beiden van elkaar te
onderscheiden. Immers, waar op het eerste gezicht sprake lijkt te
zijn van warm menselijk vlees kan onderhuids een koud technologisch
hart kloppen. Deze combinatie van biologische en technologische
eigenschappen zorgt er echter voor dat robots nooit volledig
menselijk zijn: het blijven automaten en zo worden ze in het
merendeel van de sciencefictionfilms van de Tweede Golf behandeld;
als exploiteerbare middelen, hoofdzakelijk voor vermaak.
Door
deze behandeling spreken ze ook op een ander niveau aan tot ons
begrip van menselijke identiteit, namelijk 'humaan gedrag', de
behandeling van deze bijna-mensen door echte mensen. Zo dienen de
robots in zowel Westworld
als het vervolg Futureworld
(USA: Richard T. Heffron, 1976) als interactieve poppenkast, als
bedienden in een pretpark die de bevelen van de toeristen moeten
gehoorzamen. Aanvankelijk hebben de gasten moeite de robots als
'on-menselijk' te zien door hun realistisch menselijke uiterlijk, met
als enige zichtbare verschil tussen mens en machine (en ook tussen de
machines en de andere gasten in het pretpark) het gebrek aan details
in de handen van de robots. Nadat gewetensbezwaren zijn weggeëbd en
de gasten weten hoever ze kunnen gaan met het “personeel”, moeten
de robots de excessieve lusten van de toeristen zonder verzet
ondergaan, inclusief moord en seksuele uitbuiting. Deze films
plaatsen zo vraagtekens bij de vermeende “menselijkheid” van de
toeristen, gebaseerd op het wederzijds in toom houden van emotionele
driften (geweld, seksueel verlangen) en rede, wat opzij gezet wordt
als een menselijk uiterlijk als minder dan menselijk wordt beschouwd
door te letten op fysieke details die verschillen van de heersende
definitie van het menselijk uiterlijk. De robots worden gereduceerd
tot object, ook al kan gesteld worden dat dat precies is wat ze zijn.
Bovenal zijn het echter objecten die een menselijke rol toebedeeld
krijgen, waardoor het ook mensen zijn die tot object gemaakt worden.3
Het is niet onbegrijpelijk dat Sam Appelbaum hier in zijn analyse van
de film racistische connotaties bij trekt: immers, eenzelfde
redenatie heeft ervoor gezorgd dat in het verleden minderheden door
de heersende groep als niet-menselijk werden beschouwd en vervolgens
onderworpen werpen aan “onmenselijk” gedrag.4
Zodra
de robots echter natuurlijk gedrag gaan vertonen wordt er tegelijk
minder
en meer
nadruk gelegd op de verschillen tussen de mens enerzijds en de
'menselijke machine' anderzijds. Minder in de zin dat het onderscheid
tussen beide moeilijker op te merken is, want de robots zijn niet
onderdanig meer en gedragen zich nu precies als mensen. De minieme
uiterlijke verschillen blijven aanwezig, maar tegen de tijd dat deze
duidelijk te zien zijn is het te laat voor de echte mensen. Tegelijk
is er meer nadruk op het verschil juist omdat het onderscheid
moeilijker te maken is: om in leven te blijven moet de mens weten wie
vriend en vijand is. Maar hoe herkennen we mens en machine als de
machine zich niet langer tot object gereduceerd laat worden? Deze
vraag wordt een primair punt van aandacht in de tweede helft van de
film als de grens tussen mens en 'menselijke machine' opgeheven is en
het meer een conflict tussen mens en mens lijkt.5
Het
reduceren van robots tot objecten ondanks hun menselijke uiterlijk
gaat gepaard met het reduceren van mensen tot objecten, en vervolgens
het vervangen van mensen door objecten (robots), waarbij de robots
kunnen dienen als 'verbeterde versies' van de mensen wiens plaats zij
innemen. Mensen hoeven niet per se vervangen te worden door
technologie volgens de wil van andere technologie (zoals
supercomputers), maar vaker in het genre volgens de wil van andere
mensen. Het meest typerende voorbeeld is The
Stepford Wives
(USA: Bryan Forbes, 1975), waarin de chauvinistische mannelijke
inwoners van het dorpje Stepford hun vrouwen door mechanische
replica's vervangen die zij als 'beter' of 'acceptabeler' beschouwen
dan de originelen, ten koste van hun eigen vrouwen. De mechanische
versies worden geprogrammeerd om de “ideale huisvrouw” te vormen,
geobsedeerd door huishoudelijke taken, altijd fysiek aantrekkelijk en
bovenal gehoorzaam, in plaats van de rebelse feministen die het beeld
van vrouwelijkheid dat mannen lang koesterden aantastten in de
zeventiger jaren. Ook hier is sprake van 'objectificatie', wanneer de
mannen mechanische vrouwen wenselijker achten dan hun eigen
echtgenotes, omdat zij meer voldoen aan hun beeld van 'goede
huisvrouwen'. Overeenkomstig worden de robots in Westworld
tot objecten gemaakt omdat zij niet volledig voldoen aan het correcte
beeld van mensen.
Futureworld
gaat nog verder met het thema van de vervanging van mens door
machine, niet slechts op een beperkt regionaal niveau (zoals in zowel
Westworld
als The
Stepford Wives),
maar op globaal niveau: zo speelt de film in op de angst dat
technologie, zelfs vervaardigd op kleine schaal, de mensheid op grote
schaal kan beïnvloeden. De film draait om het gegeven dat
wereldleiders vervangen kunnen worden door mechanische dubbelgangers,
zodat de wetenschappers die hen controleren stiekem over de wereld
heersen. De film omvat zodoende een combinatie van overheersing en
vervanging door machines, maar achter de schermen heersen de
wetenschappers, waardoor de robots in deze film slechts hulpmiddelen
zijn voor de dominantie van de mens over zijn medemens, en de
wetenschapper achter zulke technologie als vanouds als een gevaar
voor de maatschappij wordt beschouwd (is het niet dankzij
atoombommen, dan is het door robots). Desondanks claimen de
wetenschappers het beste met de mensheid voor te hebben en dankzij de
mechanische dubbelgangers een politieke lijn van vrede en voorspoed
te kunnen volgen, in plaats van de vijandigheid tussen naties die de
mensheid bedreigt. Deze gedachte komt overeen met dat van de
dominante computers in de 'Computer Films', waarin de computer de
macht grijpt ten bate van de veiligheid van het menselijk ras. Het
thema robots-voor-zichzelf, de robot die de mens vervangt als
natuurlijk proces door inschattingsfouten in zijn programmering, komt
in Futureworld
niet ter sprake.
In hoeverre zijn de robots in de
Tweede Golf in staat tot menselijk gedrag? Dit is een belangrijke
vraag bij de representatie van robots, aangezien het hebben van een
karakter, van het ontwikkelen van een eigen wil of emoties, een
menselijke eigenschap teveel zou zijn voor een automaat, die dan niet
langer gereduceerd kan blijven tot object. Zo wordt de mogelijkheid
tot ontsnapping aan menselijke onderdrukking geïntroduceerd,
hoofdzakelijk door het geweld waartoe de robot in staat is dankzij
zijn superieure kracht.
Opnieuw
kan Westworld
hier als voorbeeld dienen. De robots in deze film zijn geprogrammeerd
om zo natuurlijk mogelijk realistisch, menselijk gedrag te vertonen,
waardoor ze zich niet eens bewust zijn van hun status als robot.
Echter, deze programmering is ondergeschikt gemaakt aan het commando
om de toeristen te gehoorzamen en hen niet in gevaar te brengen.
Immers, de toeristen betalen duizend dollar per dag om lol te hebben
in het pretpark en willen niet geconfronteerd worden met robots die
niet meegaan in hun plezier (zoals een robotmeisje dat de avances van
een toerist afslaat), of sterker nog, robots die gevaarlijk zijn
(zoals een desperado die kan winnen in een vuurgevecht). Door een
stroomstoring wordt dit beveiligingsprogramma echter geblokkeerd;
hierdoor veranderen de machtsverhoudingen tussen toeristen en robots,
aangezien de robots niet meer gedwongen zijn zich te houden aan hun
taak om het de toeristen naar de zin te maken. Het doel van de robots
is veranderd, maar hun oorspronkelijke programmering blijft
hetzelfde: zo natuurlijk mogelijk menselijk gedrag vertonen,
inclusief een eigen wil en emotionele uitingen.6
Dit levert gevaarlijke situaties op voor de gasten, want ondanks hun
gewonnen menselijkheid behouden de robots hun superieure snelheid en
kracht. Door de fixatie op gewelddadige aspecten van de drie
afzonderlijke pretparken in Westworld
– naast Westworld zijn er Romanworld en Medievalworld –
oorspronkelijk ter vermaak van de toeristen die er ongestoord hun
lusten konden botvieren, verandert het park in een slachthuis als de
robots hun voormalige plaaggeesten met gelijke munt terugbetalen. De
desperado-robot, die in de tweede helft van de film de show steelt,
wordt hierbij gedreven door een emotie, namelijk wraak (op de
toeristen die hem eerder “gedood” hadden). De robot neemt
zodoende de machtspositie van de mens over in het pretpark.
De mens delft letterlijk het
onderspit als alle toeristen afgeslacht worden en de robots, onbewust
van hun mechanische status, hun plaats innemen. Het is als een vorm
van evolutie, waarin de vrije robot de opvolger van de mens is en
zijn plaats in de natuurlijke orde inneemt dankzij zijn superieure
kracht, die hem een voordeel in zijn wedijver met de mens gunt. Maar
is dit natuurlijk gedrag? Ja en nee. Het is natuurlijk, maar alleen
omdat zulk natuurlijk gedrag in de robots geprogrammeerd is, wat het
juist onnatuurlijk maakt. Volledig menselijk wordt de robot niet in
de films van de Tweede Golf; hoogstens een surrogaat voor menselijk,
en dat is juist waar de 'Robot Film' in deze periode om draait. De
robot ontsnapt alleen door geweld aan zijn onderdrukking door de
mens, want het volledige mens-zijn is hem niet gegund. Als hij vrij
wil zijn (met de nadruk op 'wil') moet hij zijn vrijheid veroveren;
het wordt hem niet gegeven, omdat het geven van mensenrechten aan
machines vraagtekens bij de menselijke identiteit zou zetten.
Een
speciale rol in 'Robot Films' is weggelegd voor de robots in de in de
vorige paragraaf besproken futuristisch technocratische films (THX
1138,
Logan's
Run),
waarin de mensheid in een toekomstige totalitaire maatschappij
volledig bestuurd wordt door computers. Ook in dit type 'Computer
Films' spelen robots een rol, maar ligt de nadruk niet op henzelf:
hier zijn zij de dienaren van de heersende computer, als losse
afsplitsingen van diens allesomvattende programma die directe
interactie tussen mens en machine mogelijk maken in dit systeem.
Zoals de robots in de overige 'Robot Films' ondergeschikt zijn aan de
mens zijn de robots in dit type sciencefictionfilm ondergeschikt aan
de computer wiens opdrachten zij zonder tegenspraak opvolgen als
willoze automaten. In deze representatie heerst echter één
significant verschil: de robots zijn voorgeprogrammeerd met emoties.
Er is geen sprake van ontwikkeling van willoze machine naar wezen met
emotie, de robots zijn hier van begin af aan uitgerust met een eigen
karakter. Zo compenseren zij het gebrek aan emotie dat de mensen in
deze technocratische films typeert.
In
THX
1138
zijn de mensen meer dan de robots de willoze automaten in het
systeem, met vrijwel geen blijk van emotie: liefde en mededogen wordt
onderdrukt door middel van drugs, en dit lijkt ook voor andere
gevoelens het geval. De 'agenten', de robots die de mens in het
gareel houden, worden echter getypeerd door een zorgzaam en
behulpzaam karakter: tegenover de echte mensen in de film zijn de
robots menselijker en levendiger dan de mensen.7
Hoewel zij de mensheid onder de duim houden doen zij dit niet op
dreigende, agressieve toon. Mensen die verzet bieden proberen zij
ervan te overtuigen dat wat het systeem doet in hun voordeel is. Als
THX aan het eind van de film ontsnapt, roepen de agenten toe dat hij
buiten niet veilig is en dat het voor zijn eigen bestwil is om terug
te keren. Wie weet hebben ze gelijk: THX zet door en bereikt de
buitenwereld, maar de film laat in het midden of deze buitenwereld
beter is dan de ondergrondse technocratie.
In
Logan's
Run
is niet zozeer sprake van een emotieloze mensheid. Deze technocratie
draait om hedonisme en mensen mogen doen waar ze zin in hebben,
volledig in staat tot het normale spectrum aan emoties. Desondanks is
het menselijk gedrag in deze samenleving monotoon en apathisch, met
uitzondering van 'Cathedral', een plaats waarheen mensen die weigeren
zich aan te passen aan dit systeem gestuurd worden. Alleen de mensen
in 'Cathedral' laten duidelijk blijken emoties te hebben,
voornamelijk negatieve emoties als haat en angst. Het enige andere
personage in Logan's
Run dat
evenveel emotie uitdrukt is Box, de robot wiens taak het was om
voedsel in te vriezen in een ijsgrot. Het voedsel raakte echter op,
waarna Box overging op het invriezen van mensen die de technocratie
ontvluchtten. Hij is in staat tot zowel het interpreteren als het
uiten van emoties, want hij is 'more than machine, more than man,
more than a fusion of the two'. Als Logan hem aanvankelijk ontmoet is
hij net zo ingetogen als Logan zelf, maar herkent hij Logans
uitdrukking van verbazing ('Overwhelming, am I not?' zegt hij, bewust
van het feit dat mensen nog nooit een robot hebben gezien). Als Box
vervolgens probeert Logan in te vriezen, doet hij dit met een bijna
sadistisch genoegen, vergezeld van een maniakale lach. Logan biedt
verzet waarop de ijsgrot instort, tot afgrijzen van Box die zijn
werk vernietigd ziet worden. Ook Box drukt voornamelijk negatieve
emoties uit, met nog meer expressie dan de mensen in 'Cathedral'.
Evenals in THX
1138
wordt deze expressie van emoties tegenover het gebrek aan emoties van
de mensen in de technocratie geplaatst.
Mensen die volgens de wetten van het
systeem leven hebben geen emoties nodig, blijkt. De computers hebben
deze menselijke eigenschap overgenomen. In THX 1138 wordt emotie
gebruikt door de robots die voor de mensen zorgen, en zorgen zij voor
een ontspannen atmosfeer waarin de mens geacht wordt de robot te
kunnen vertrouwen. Box is moeilijker te doorgronden: waarom hij
emoties heeft is onduidelijk en wordt ook niet uitgelegd in de film.
Hij lijkt 'doorgedraaid', na decennia lang zijn opdracht te hebben
gevolgd. Zijn emotionele eigenschappen lijken zodoende een
bij-effect, veroorzaakt door een gebrek aan contact met de rest van
de samenleving. Dat hij echter in staat is tot het ontwikkelen van
een over-emotionele persoonlijkheid wijst op de mate waarin robots
menselijke eigenschappen overnemen in een systeem waarin zulke
eigenschappen in de mens zelf niet tot bloei komen. Dat is wat deze
technofobische films ons lijken te vertellen: in een wereld geregeerd
door technologie verwordt de mens tot uitdrukkingsloze automaat,
terwijl diezelfde technologie de menselijke kwaliteiten die wij
koesteren kannibaliseert. De mens wordt machine, de machine wordt
mens.
Technofobie beheerst het
sciencefictiongenre in de zeventiger jaren. De mens laat belangrijke
taken over aan de machine, maar is de machine wel te vertrouwen?
Immers, de machine wordt niet in staat geacht tot het waarderen van
de menselijke natuur, vrijheid en emotie. Teveel werk in handen van
computers geven maakt hen te machtig, waarna zij niet langer slechts
het hulpmiddel zijn dat de mens oorspronkelijk voor ogen stond, maar
hun logische, koude “wil” aan ons opdringen. Zodoende leidt een
exces aan machines tot een technocratie, waarin de mens zelf
gereduceerd wordt tot machine, een vervangbaar radertje in het
systeem: een willoze automaat die de dominantie van de machine als
natuurlijk acht en zodoende de wil tot vrijheid verliest. Dit
dystopia kan nog zo verleidelijk zijn dankzij haar geborgenheid en
zekerheid, als het het inperken van onze definities van menselijkheid
behelst is het niet de moeite waard. De technofobische films van de
zeventiger jaren waarschuwen voor een samenleving waarin gemakzucht
een overschot aan gebruik van machines tot gevolg heeft die ons op
den duur afhankelijk maken van deze technologie, zodat de
verhoudingen tussen meester en dienaar in de relatie tussen mens en
machine scheef komen te liggen.
Uiteraard
ontkent sciencefiction ook in deze periode niet dat technologie wel
degelijk voordelen kan hebben en de mens vooruit kan helpen. In een
aantal films, zoals Silent
Running,
is technologie een goedaardig hulpmiddel dat de mens helpt benarde
situaties op te lossen. Echter, meer dan een hulpmiddel mogen
machines niet zijn. Geniet van de mogelijkheden van de machine als
hulpmiddel, maar behoud bovenal de controle over de machine: dat is
de boodschap van de technofobische sciencefictionfilm in de periode
1968-1977. Zoals Jeff Rovin zegt: 'never leave ourselves in a
situation in which we can't […] pull the plug'.8
1Hoewel
de
term 'androïde', kunstmatige intelligentie gevormd naar het beeld
van de mens, nog niet doorgedrongen was in sciencefictionfilms in
deze periode waren bijna alle robots in het genre destijds
androïden, met slechts enkele uitzonderingen (zoals het mechanische
trio in Silent
Running).
2Ook
Kozlovic spreekt in zijn artikel over 'Computer Films' over de
vervanging ('supplanting') van de mens door machines.
Kozlovic 2003: p. 343. Hij maakt echter niet het onderscheid tussen
'Computer Films' en 'Robot Films' dat ik hier maak, en ziet niet in
dat het thema 'vervanging-door-technologie' eigen is aan deze
laatste categorie.
4Appelbaum
1975: p. 13.
Het thema racisme kan niet alleen in deze
context aan het sciencefictiongenre gekoppeld worden, maar speelde
een aanzienlijke rol in het genre als geheel in de periode
1968-1977. Evenals voor de sociale thema's die ik in deze scriptie
behandel geldt dat de tijdsgeest de representatie van dit thema in
het genre beïnvloedde, naar aanleiding van de ontwikkelingen rond
de 'Civil Rights movement' en hun effect op de Amerikaanse
samenleving. Het thema is te vinden in diverse sciencefictionfilms,
zoals The Omega Man en Rollerball, maar vond zijn grootste weerklank
in de Planet of the Apes reeks. In de vijf Planet of the Apes films
speelt het thema racisme een aanzienlijke rol, variërend van de
representatie van de verschillende stromingen binnen de 'Civil
Rights movement' in Battle for the Planet of the Apes (vreedzaam
verzet (Martin Luther King), geassocieerd met chimpansees, versus
gewelddadig verzet (Malcolm X), vergelijkbaar met de gorilla's in de
films), tot de visuele representatie van 'race riots' in
Conquest of the Planet of the Apes. Oorspronkelijk was het mijn
bedoeling het thema racisme op eenzelfde wijze als de twee sociale
thema's in deze scriptie te beschrijven met Planet of the Apes als
casestudy. Tijdens mijn research stuitte ik echter op Eric Greene's
werk Planet of the Apes as American Myth:
Race, Politics and Popular Culture,
een boek dat de gehele reeks diepgaand analyseert aan de hand van
het thema racisme, in meer detail dan ik het in deze scriptie had
kunnen beschrijven. Ander onderzoek naar films die significant waren
voor de representatie van racisme in de sciencefictionfilms van de
zeventiger jaren (Logan's
Run,
Rollerball
en The
Omega Man)
wordt al gedetailleerd belicht in Adilifu Nama's Black
Space: imagining race in science fiction film,
een eveneens uitvoerig werk dat bespreking van racisme in dit paper
verder overbodig maakte. Ik heb er daarom, tot mijn spijt, vanaf
gezien mij hier bezig te houden met het thema racisme. Ik kan de
geïnteresseerde
lezer beide boeken echter van harte aanbevelen.
5Appelbaum
1975: p. 12
6Appelbaum
1975: p. 12.
De uiting van natuurlijk gedrag blijft in
Westworld niet beperkt tot androïden, maar geldt ook voor andere,
minder opvallende robots in het park. Ook de dieren in het park zijn
robots: in een scène
bijt een mechanische ratelslang, bevrijd van de opdracht om
toeristen geen kwaad te doen, een protagonist omdat hij zich
bedreigd voelt door diens nabijheid. De vervanging door technologie
beperkt zich als zodanig niet tot de mensheid, maar geldt mogelijk
voor de hele natuurlijke orde.
7Desser
1999: p. 91
Abonneren op:
Posts (Atom)













