Posts tonen met het label arrival. Alle posts tonen
Posts tonen met het label arrival. Alle posts tonen

woensdag 28 december 2016

De Tien Beste Films van 2016


Hoewel 2016 niet zo sterk was als 2015 - echte levensveranderende titels bleven achterwege - viel er tussen al het overhypede Hollywoodspektakel en het bescheidener werk in de filmhuizen toch voldoende te genieten om van een geslaagd bioscoopjaar te spreken. Mijn persoonlijk record aan bioscoopbezoeken ging ruimschoots aan diggelen met maar liefst 102 gangen naar de bios 'voor de lol' en 32 persvoorstellingen, waardoor ik met enige zekerheid durf te zeggen dat ik al het belangrijkste, niet te missen materiaal daadwerkelijk ook niet heb gemist. Deze tien titels - en de re-release van de onsterfelijke klassieker Once Upon a Time in the West, die als heruitbreng helaas achterwege moet blijven - bleven me het meest bij en kan ik iedereen met een beetje interesse in bewegend beeld van harte aanbevelen.


10: The Wailing (Hong-jin Na, Zuid-Korea)

Hoewel in eigen land niet eens zo bijster populair, viert Koreaanse horror onder genreliefhebbers wereldwijd al jaren triomfen. Spijtig genoeg blijft de meeste titels een Nederlandse release bespaard, maar The Wailing vormt een aangename uitzondering. Na's bizarre cocktail van politiekolder, Westerse religie, Oosterse mystiek en nagelbijtende suspense houdt de kijker in een relaas over gruwelijke moorden, duivelse verschijningen en vaderlijke zorg 156 minuten lang in een constante staat van verrassing.



9: Hell or High Water (David Mackenzie, VS)

De teloorgang van het platteland door de economische misère levert deze bijzonder puike neo-Western op, waarin een goede vader en zijn minder goede criminele broer het heft in eigen handen nemen en terugnemen wat het hunne is. Gevatte dialogen met aanstekelijke humor en fraaie landschapsvista's enerzijds, anderzijds stof tot nadenken en de vraag aan wiens kant we moeten staan, die van de wanhopige boeven of de plichtsgetrouwe maar vuilbekkende dienders die hen moeten opsporen? Geen daadwerkelijke desperado's hier, wat garant staat voor een onontkomelijk dramatische ontknoping.



8: The Revenant (Alejandro Gonzalez Inarritu, VS)

Ook dit overblijfsel uit 2015 mag een neo-Western genoemd worden, maar is vooral een schokkend wraakepos. Leonardo DiCaprio acteerde zichzelf dan eindelijk naar die lang verdiende Oscar als een voor dood achtergelaten pionier die zich in de barre winter omstreeks 1820 tegen alle natuurwetenschappen in in leven weet te houden door pure wraakzucht jegens de man die zijn zoon doodde. Schitterende locatiefotografie, innovatieve cameravoering en acteerprestaties die nog lang bijblijven maken de worsteling met de wildernis buiten en binnenin de mens tot een zinderende helletocht.



7: Zootropolis / Zootopia (Byron Howard & Rich Moore, VS)

Disney's meest politieke tekenfilm tot dusverre maakt voor de verandering nou eens verhaaltechnisch effectief gebruik van het concept van 'sprekende 'beestjes' om ons een ingenieuze parabel over verontrustende ontwikkelingen in onze dagelijkse maatschappij voor te schotelen. In een wereld vol dieren proberen schimmige krachten de burgerij op te splitsen door middel van irrationele angst. Een dapper konijn en een slinkse vos moeten een onwaarschijnlijk bondgenootschap aangaan om de ineenstorting van de samenleving te voorkomen. Intrigerende politieke parallellen en legio geslaagde woordgrapjes voor de ouders, visueel spektakel, leuke liedjes en fijne personages voor de koters.




6: Kubo and the Two Strings (Travis Knight, VS)

Toch zou die Oscar voor Beste Animatie heel goed aan Zootropolis' neus voorbij kunnen gaan, ten faveure van Kubo and the Two Strings. Kubo heeft wellicht niet zo'n geraffineerd ideologisch verhaal, maar de stop motion animatie is wonderschoon, van het allerhoogste niveau wat studio Laika tot nu toe heeft geproduceerd. Het verhaal over een kleine jongen met magische gaven die een boze geest moet uitbannen met behulp van de in een aap en een strijdkever gereïncarneerde zielen van diens ouders, is geworteld in de beste mythische tradities, Japans of westers.




5: Arrival (Denis Villeneuve, VS)

Villeneuve bewijst opnieuw zijn creatieve genie in dit fascinerende, nadenkende verhaal over een buitenaardse aankomst. Wanneer intimiderende ruimteschapen op Aarde arriveren, dreigt de mensheid haar eigen wereld in paniek in brand te steken. Slechts een poging tot wederzijds begrip leidt tot het afwentelen van de ondergang, in dit naar Hollywoodmaatstaven diepzinnige wetenschapsdrama dat het niet van bombastisch spektakel maar van enerverende expositie en een wetenschappelijk gefundeerd plot moet hebben. Een plottwist á la Interstellar, maar dan minder ridicuul, ligt in het verschiet en zal niet allen kunnen behagen, maar Villeneuve komt er ruimschoots mee weg.




4: Deadpool (Tim Miller, VS)

Wie de superheldenrage in Hollywood na een dik decennium onderhand wel zat is, mag zich laven aan deze subversieve anti-held, die zijn heroïsche tegenhangers met aanstekelijk succes op de hak neemt. De onderbroekenlol en het expliciete geweld is wellicht niet voor iedereen even aangenaam, maar Deadpool weet een groot aantal demografieën te verenigen in zijn bizarre hoedanigheid als schunnige superheldenromkom. Ryan Reynolds rekent bovendien fenomenaal af met de fouten uit zijn verleden in deze herschepping van de 'Merc with a Mouth', tot grote vreugde van zowel Marvel-fanboys als het algemene publiek.



3: Toni Erdmann (Maren Ade, Duitsland)

Voor aangrijpender humor met een herkenbaar alledaags hart moeten we dit jaar echter in Duitsland zijn. Ondanks de imposante speelduur van 162 minuten laat Toni Erdmann ons geen moment onberoerd in zowel tragiek als hilariteit in de queeste van een vader diens volwassen dochter nieuwe levenslust te schenken. Die raakte ze kwijt aan het grijze bedrijfsleven, dus infiltreert hij in deze genadeloze wereld met niets meer dan een pruik en valse tanden om haar terug te veroveren. Fantastisch optreden op alle fronten van Peter Simonischek als de titelfiguur. Terechte kans op Oscar voor Beste Buitenlandse Film.



2: The Red Turtle (Michael Dudok de Wit, Frankrijk/Japan)

Die nominatie zou echter ook heel goed kunnen passen bij The Red Turtle, het onwaarschijnlijke maar bijzonder ontroerende cinematisch kind van Nederlandse, Franse en Japanse origine. Minimalistische maar emotierijke animatie en dito dialogen in dit verhaal over de worsteling van een schipbreukeling om zich op een eenzaam eiland in leven te houden, en hoe een mysterieuze rode schildpad hem doet berusten in zijn lot. Zakdoeken mee voor deze weergaloos fraaie contemplatie over een menselijk leven.




1: Rogue One: A Star Wars Story (Gareth Edwards, VS)

Ondanks alle emotionele pracht en praal van de voorgaande titels kan een geek als ik echter niet anders dan volledig meegaan in de monumentale triomf van Rogue One. Hoewel doorspekt met (heerlijke!) nostalgische verwijzingen naar het roemruchte verleden, blijkt de film toch een eigen kloppend hart te kennen als oorlogsfilm met opmerkelijk duistere diepgang. Deze beste film uit de reeks - feitelijk niet eens echt in de reeks! - sinds Return of the Jedi is zowel de ultieme knipoog naar het verleden als de belofte voor de toekomst dat goede Star Wars films onder de doctrine van Disney nog steeds tot de mogelijkheden behoren.


maandag 14 november 2016

Today's Review: Arrival




Toen de Canadese cineast Denis Villeneuve tekende voor de regie van het langverwachte vervolg op de sciencefictionklassieker Blade Runner bracht dat nieuws toch een frons op het voorhoofd van vele genrefans teweeg. Villeneuve heeft weliswaar een aantal bijzonder geslaagde, grimmige thrillers op zijn naam staan, maar had nog geen ervaring met scifi. Het is nu aan Arrival om die aarzeling bij de genreliefhebbers weg te nemen. De film zal weinig moeite hebben daarin te slagen, want hij toont aan dat Villeneuve zeer goed in staat is een intelligent en enerverend staaltje wetenschapsfictie af te leveren. Arrival mag zonder schroom bijgezet worden in het rijtje beste sciencefictionfilms van de laatste tien jaar.

De 'aankomst' in kwestie behelst een twaalftal intimiderend grote ruimteschepen die zich volkomen onverwachts aandienen op schijnbaar lukrake locaties verspreid over de hele aardbol. De paniek is groots, want het buitenaardse bezoek plaatst de positie van de mens in het universum in een nieuw daglicht. Het is Villeneuve echter niet te doen om de Grote Vragen, hij zoekt antwoorden op kleinere schaal. Te beginnen met simpele vragen als 'wie zijn jullie?' en 'wat willen jullie hier?'. Het is aan linguïste Louise Banks om samen met een schietgraag militair apparaat en wantrouwende overheidsagenten, antwoorden uit de aliens te krijgen. Dat is een zware opgave, want de bezoekers hebben fysiek noch taalkundig iets met de mens gemeen. Bovendien kampt Louise met haar eigen sores, geplaagd door rouw over haar verloren dochter.

De kwestie omtrent communicatie met buitenaardse wezens is natuurlijk niet nieuw voor het genre, getuige titels als Close Encounters of the Third Kind en Contact. Arrival tilt het communicatiethema echter naar een hoger niveau door het volledig centraal te zetten. Villeneuve geeft een boeiend lesje taalkunde door diep in te gaan op de vraag wat communicatie nu precies inhoudt. Als de aliens een vraag gesteld wordt, zijn ze dan bijvoorbeeld überhaupt wel bekend met het concept 'vraag'? Louise moet bij de absolute basis beginnen om de bezoekers de grondbeginselen van de menselijke taal te onderwijzen, terwijl het haar in respons niet makkelijk gemaakt wordt met het buitenaardse schrift, dat bestaat uit in de lucht getekende cirkelvormige pictogrammen die even snel verschijnen als verdwijnen. Slechts een langzaam proces tot wederzijds begrip overbrugt beide partijen, maar uiteraard kan de gemiddelde mens, laat staan het leger, niet het benodigde geduld opbrengen in het aangezicht van het volslagen onbekende. Zoals meestal geldt in het genre is de angstige mensheid haar eigen ergste vijand.


Villeneuve weeft zo stof tot nadenken moeiteloos samen met de spanning van een tikkende klok. Wie vreest dat de ellenlange beslommeringen over communicatie leiden tot een saaie kijkervaring heeft het mis, want Louises race tegen de tijd, haar strijd tegen de vooroordelen van haar soortgenoten, doet nauwelijks onder voor Villeneuves vorige thrillers. Amy Adams draagt daar effectief haar steentje aan bij in de rol van Louise. Ze houdt uitstekend het midden tussen introvert en openstaand, tussen getekend door verlies en gedreven door hoop. Haar tegenspeler Jeremy Renner komt minder overtuigend uit de verf als natuurkundige, een rol die hem niet zo ligt als de actieheld die we van hem gewend zijn. Desondanks heeft het duo toch voldoende chemie om ons bij de taalles te houden. Gelukkig maar, want taal is hier alles voor Villeneuve, met vergaande gevolgen voor het verloop van de film. Taal is niet slechts communicatie tussen partijen, zo stelt Arrival. Ze is bovenal een uitwisseling van ideeën en verruiming van de geest om tot nieuw inzicht te komen. Dat kan de mensheid goed gebruiken, maar naast de wetenschappers staan weinig mensen in de film ervoor open. Miscommunicatie leidt tot misverstanden, en misverstanden lopen snel uit in gewapend conflict als diverse landen geweld tegen de bezoekers verkiezen boven verdere tijdrovende pogingen tot dialoog.

Want voor taalbegrip is tijd nodig, stelt de filosofie van Arrival. Die samenhang tussen het linguïstische en het temporele vormt de meest originele invalshoek van de film, die borg staat voor een immense plottwist die ongetwijfeld niet iedereen zal bekoren, maar door Villeneuve met voldoende overredingskracht wordt gebracht om ermee weg te komen. Een vergelijking met Interstellar, dat zich eveneens kenmerkte door het beschrijven van een vergelijkbare cirkel tussen het grootse universum en een kleinschalig mensenleven, dringt zich op, maar Arrival wordt niet getekend door overdreven bombast. Spektakel is hier sowieso opzettelijk ondervertegenwoordigd, want voor Villeneuve is sciencefiction nog steeds hoofdzakelijk het overbrengen van intelligente concepten die tot nadenken uitnodigen. Daarbij komt hij bovendien opmerkelijk hoopvoller uit de hoek dan in zijn vorige werk, ondanks een wat zoetsappige, te uitleggerige ontknoping. De meest optimistisch boodschap komt nog het duidelijkst over: hij weet van wanten in het sciencefictiongenre, dus dat vervolg op Blade Runner is heus in goede handen.