Posts tonen met het label mother. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mother. Alle posts tonen

vrijdag 4 november 2016

Today's Review: Je me tue a le dire



Het is een bekend fenomeen in de filmgeschiedenis: de man die niet op kan groeien en een jongetje lijkt te willen blijven. Het type dat eeuwig bij zijn moeder woont en zijn draai in de maatschappij maar niet kan vinden. Al decennialang is het een dankbaar onderwerp voor drama en komedie, dus probeer met dat gegeven nog maar eens origineel uit de hoek te komen. De Belgische debuterend regisseur Xavier Seron zoekt het in absurdistische toon en stijlvolle vormgeving. Het resultaat Je Me Tue à le Dire steekt ondanks, of vreemd genoeg vooral vanwege die onmiskenbaar eigenzinnige aanpak niet boven thematisch verwante films uit.

De Waalse Michel is zo'n typisch moederskind, een man van in de dertig die nog bij zijn overdadig liefkozende mama inwoont. Hij is blijven steken in een hopeloze bijbaan in een elektronicazaak en houdt zich meer bezig met strips en speelgoed dan met zijn vriendin, die het begrijpelijkerwijs niet bij hem uithoudt. Seron voegt er nog een element met komisch potentieel aan toe door zijn protagonist een onverbeterlijke hypochonder te maken, waardoor Michel voortdurend meent de ene na de andere kwaal te hebben opgelopen. Borstkanker is zijn grootste angst, want nadat die ziekte bij zijn moeder werd geconstateerd en even snel en mysterieus weer verdwenen leek, treft hij een verontrustend knobbeltje aan in eigen borst. Michel heeft toch al een merkwaardige fascinatie met borsten, naar verluidt doordat zijn moeder destijds te lang doorging met borstvoeding. Je Me Tue à le Dire is niet voor niets gevuld met verwijzingen naar borsten, van voedsel tot architectuur, als een koortsdroom van een prepuberaal joch dat maar niet over die puberteitsgrens heen stapt. Die beeldtaal wordt snel onleuk.

Seron vertelt Michels relaas in zijn opvallend gestileerde debuutfilm in vijf hoofdstukken, waarin niet bepaald grappige thema's als angst voor eenzaamheid en de onvermijdelijke dood de hoofdingrediënten vormen voor humoristische situaties. Humoristisch bedoeld althans, want door de ongebruikelijke vormgeving is het moeilijk relateren aan Michels bizarre belevenissen. Aan de acteur achter dit mankind ligt dat niet, want hoofdrolspeler Jean-Jacques Rausin laat zien wel degelijk behept te zijn met het nodige komische talent voor een rol als deze. Zijn Michel is aanvankelijk een sympathieke loser, maar diens waanideeën maken hem hoe langer hoe meer een onvriendelijke verschijning. De kerel en zijn bestaan doen direct denken aan Gijs Naber in het recente, inhoudelijk sterke gelijkenissen vertonende Aanmodderfakker van Michiel ten Horn, die echter juist een omgekeerde omwenteling doormaakte en steeds meer onze sympathie verdiende. De overeenkomsten tussen beide films en filmmakers zijn frappant, want ook Ten Horn bedient zich van een geheel eigen stijl om zowel drama als komedie op te wekken. Bij Seron trekken die stijlmiddelen echter te veel aandacht naar zichzelf toe om daarin te slagen.


Het korrelige zwart-wit waarin de film is geschoten, is vanuit stilistisch oogpunt de meest voor de hand liggende blikvanger. Waar Ten Horn juist gebruikmaakt van overdadig kleurgebruik, kenmerkt Seron zich door een precies tegenovergestelde strategie, met toch hetzelfde doel: het vervormen van de realiteit om het surrealistische gehalte van zijn zwarte komedie te onderstrepen. Het maakt zijn film afstandelijker dan waarschijnlijk de bedoeling was, en het werd ons vanuit dat oogpunt toch al niet makkelijk gemaakt met de statische cameravoering en pretentieuze hoofdstukindeling. Serons voorkeur voor christelijke symboliek zorgt nog even voor een overtreffende trap. Als het beter gaat met zijn moeder denkt Michel haar ziekte te hebben overgenomen en lijdt hij dus voor een ander. Zelfs de aureool blijft hem niet bespaard om de metafoor extra te benadrukken. We mogen echter hopen dat de Christus van weleer niet zo'n rare obsessie met borsten had.

In het dagelijks leven is er niets amusant aan borstkanker en ondanks Serons verwoede pogingen om in Je Me Tue à le Dire een komisch verhaal over een mogelijke kankerpatiënt te vertellen blijft dat beeld gehandhaafd. De irrationeel angstige en steeds onaardigere Michel denkt dat hij spoedig zal sterven. Niet voor niets opent de film met een scène waarin hij een doodskist uitprobeert, om aan het idee te wennen. Niet bijzonder geestig of inventief, geen enkel stijlmiddel verandert die tekortkomingen. Michels botte houding tegenover de vrouw die hem het leven schonk en volgens hem nu ook de dood, is eveneens niet zozeer grappig als wel irritant. Serons neiging om de tekortschietende komedie extra sjoege te geven met een overdaad aan religieuze symboliek en verwijzingen naar de kunstgeschiedenis werkt averechts. Het reduceert de film tot een curiositeit. Jammer, want hij heeft genoeg collega's in eigen land die wel opvallend bedreven zijn in het mengen van zwaarmoedige thema's met gitzwarte, surrealistische en bovenal geslaagde humor. Hopelijk leert hij voor zijn volgende project van hun voorbeeld.

zaterdag 16 april 2016

Today's Review: Mammal




Another review up, with more soon to follow:

Mammal - recensie

Why would a new mother abandon her child and husband? It's an intriguing question, usually surrounded with heavy social stigma, since any mother denying her maternal instincts is either downright abject or at the least a bad excuse for a person, or so society swiftly judges. Nevertheless, it happens and it begs an answer. Those looking for one will not find it in Mammal. In fact, though at first thought the movie seems to revolve around a mother who accepts a second chance for motherhood, that may be too much of a generalization. But some sort of connection, both emotional and physical, between two vastly different but equally lost souls, is certainly in order in this narrative.

Margaret abandoned her family soon after her son was born, and she now has been out of their lives for 18 years. When news about her son's disappearance reaches her, not much sorrow is demonstrated. Nevertheless, around the same time, she accepts a wild kid from the street, roughly the same age as her own child, to live with her. The big question obviously being why. A simple act of generosity? Or perhaps another shot at maternity, after foregoing that responsibility all those years ago? For a while, the latter option seems to be the case, but when things get overly physical between her and the boy, Joe, that theory doesn't hold up any more. If motherhood is indeed Margaret's objective, she has some odd notions of the concept at least.


Unfortunately, Mammal - the metaphoric title suggests a nurturing nature to their relationship based on maternal instincts, though there's also an undeniable social aspect to it as well, so one can look at it from both angles - is short on motivations. It's not Daly's intention to spoon feed us all the answers, which is fine, but there's simply too few of those concerning the various characters' actions to go around. Things happen as they do, while particular reasons are entirely up to the viewer to come up with. It makes Mammal a rather hollow film. Thankfully, there's strong performances throughout, which do make us care enough to stick with the protagonists rather than lose all interest entirely. We hardly get to know these people to the extent that we should for Mammal to deliver the gripping drama it feels like it wants to, but as fellow mammals we sympathize enough to feel some emotional connection to stick with them for a good hour and a half.