Posts tonen met het label Matthew Vaughn. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Matthew Vaughn. Alle posts tonen

zaterdag 4 februari 2012

Stardust




Rating: ****/*****, or 8/10

Een sprookje zonder franchise-ambities

Dankzij het succes van de Lord of the Rings en Harry Potter reeksen is de interesse voor het fantasy-genre weer helemaal terug van weggeweest, na in de jaren negentig grotendeels afwezig te zijn gebleven. Aangezien het wapengekletter en getover van beide grootse franchises vele miljoenen oplevert dicteert de hebzuchtige marktstrategie van Hollywood dat er meer van hetzelfde stramien gemaakt moet worden om maar zoveel mogelijk winst uit het genre te persen. Tot dusverre heeft deze tactiek echter nog geen boeiende films opgeleverd, met het beschamend slechte Eragon als voorlopig dieptepunt. Die film had studio Fox een nieuwe blockbuster-reeks moeten opleveren, maar na deze flop valt dat (gelukkig!) te vergeten. Over een paar maanden is het de beurt aan The Golden Compass om het op fantasie beluste publiek opnieuw te bekoren en hopelijk een kassucces te worden, of Eragon te volgen in de bodemloze put der vergetelheid.

Te midden van alle beslissende slagen tussen Goed en Kwaad in verbluffend mooi vormgegeven fantastische landschappen vol merkwaardige digitale wezens die de recente golf aan fantasy-films ons voorschotelt vergeten we bijna dat het ook anders kan. Gelukkig is er nu Stardust om ons hieraan te herinneren. Dit keer geen overdreven episch verhaal of overdaad aan peperdure effecten, maar een bescheiden relaas over een verlegen jongeman die, om het hart van zijn geliefde te winnen, in een magische wereld terechtkomt en daar zijn ware aard ontdekt. Het geheel is voorzien van een aanstekelijk humoristische toon die in het merendeel van het fantasy-genre ontbreekt en impliceert dat dit sprookje, ondanks enkele wijze levenslessen die het behelst, niet al te serieus genomen hoeft te worden.


Tristan Thorn (de heerlijk naïeve Charlie Cox) groeit op in het dorpje Wall, dat, zoals de naam al aangeeft, gekenmerkt wordt door een muur; een gat hierin zou een portaal naar een magisch koninkrijk vormen. Om de liefde van het hooghartige verwende kreng Victoria (Sienna Miller) te verkrijgen betreedt Tristan de toverachtige wereld, op zoek naar een gevallen ster om aan haar te doneren in ruil voor haar hand. Echter, de ster blijkt een wonderschone dame genaamd Yvaine (Claire Danes schittert als dit hemels lichaam), die geenszins van sprake is een huwelijkspresentje te worden en veel liever terugkeert naar het firmament waar ze vandaan kwam. Op de vlucht voor de boosaardige heks Lamia (Michelle Pfeiffer, die zich zichtbaar kostelijk amuseert als de kwade feeks) die Yvaines hart nodig heeft om haar jeugd terug te krijgen, moet het duo samenwerken, wat uiteraard leidt tot Tristans herziene kijk op liefde en Yvaines inzicht dat een menselijk leven met de juiste persoon zo slecht nog niet is.

De zaak wordt gecompliceerd als de arrogante prins Septimus (een overtuigend sinistere Mark Strong) ook op de ster blijkt te jagen, die hem zal helpen de troon van zijn vader over te nemen, als hij de competitie met zijn broers overleeft. De oude koning (prima kleine rol voor fossiel Peter O'Toole) zag graag dat zijn zoons elkaar afmaakten in hun strijd om de heerschappij, waar Septimus in uitblonk, maar hij moet ook het kroonjuweel zien te bemachtigen dat Yvaine uit de lucht haalde en zij nu om haar nek draagt. Uiteraard belanden Tristan en Yvaine op hun vlucht in de ene na de andere fantastische belevenis, met als hoogtepunt een treffen met de alom gevreesde luchtpiraat kapitein Shakespeare (Robert de Niro, eindelijk weer in een rol die wel in het geheugen blijft hangen, zij het om andere redenen dan we van hem gewend zijn) die er een geheim nichterig leven op nahoudt.



In regie van de talentvolle Matthew Vaughn ontwikkelt Stardust zich tot een heerlijk sprookje dat zich niet bezighoudt met Grote Zaken en epische queestes waarvan het fantasy-genre zich recentelijk al te vaak bedient. Vaughn toont zich een kundig regisseur, wat opmerkelijk is aangezien dit slechts zijn tweede film is. Het is Stardust echter niet aan te zien, want de film kan zich ondanks zijn redelijk lage budget moeiteloos meten met de meeste grote blockbusters van de laatste jaren. Desondanks laat Stardust ook hier en daar een steekje vallen en zijn de visuele effecten niet altijd even vlekkeloos, maar door het amusante verhaal, het prima acteerwerk en de kostelijke humor is dat snel vergeven. Vooral dat laatste aspect is een openbaring, want het werd node gemist in het genre tot dusverre. De humor in Stardust neemt bij vlagen satirische vormen aan, spelend met de bekende weg in het genre door overdreven variaties op de heks, de prins en dergelijke archetypen neer te zetten, zonder de typische glans van een sprookje te verliezen.

Stardust is een bekoorlijke vertelling uit het rijk der fantasie voor jong en oud dat de heden ten dage heersende conventies van het genre op de hak neemt zoals het al even geslaagde The Princess Bride dat twintig jaar eerder deed. De film laat zien dat een grootscheepse, overdadige aanpak niet noodzakelijk is om een fantasy-film die een wijd publiek aan moet spreken te vervaardigen. En waar teveel andere genrefilms (zoals het eerder genoemde Eragon en het al even deplorabele The Chronicles of Narnia) de laatste tijd overduidelijke franchise-aspiraties hebben en slechts dienen als opstapje voor een hele reeks soortgelijke meuk om in te haken op recent succes binnen dit genre, laat Stardust blijken daar geen behoefte aan te hebben door in twee uur tijd een prima afgerond verhaal te vertellen dat duidelijk geen vervolg zal krijgen en dat bovendien niet nodig heeft. Hopelijk neemt Hollywood Vaughns boodschap aan en richt ze zich minder op product-marketing en meer op inhoud, dan volgt dat gewenste succes ongetwijfeld later wel.

donderdag 2 februari 2012

Kick-Ass




Rating: ****/*****, or 8/10

Deze superheld doet zijn naam eer aan

Aangezien de filmstudio's in het afgelopen decennium alle blikken bekende superhelden wel hebben opengetrokken, is het nu de beurt aan minder bekende comics om tot film bewerkt te worden. Immers, de interesse voor superhelden raast al een aantal jaren flink door en lijkt nog lang niet voorbij, dus is het niet merkwaardig dat het meer obscure werk nu ook de volle aandacht van Hollywood krijgt. En terecht, want hiertussen zitten ware juweeltjes die met de juiste mensen en een liefdevolle aanpak voortreffelijke films opleveren. Guillermo del Toro bewees dit ruim vijf jaar geleden al met Hellboy, en nu mag Matthew Vaughn hetzelfde laten zien met Kick-Ass. En daarin slaagt hij met vlag en wimpel.

Dankzij de uitstekende strip van Mark Millar en John Romita Jr. (geen onbekende namen in de stripwereld) waarop de film gebaseerd is heeft Vaughn de wind mee met een even simpel als briljant uitgangspunt: de liefhebber van superhelden die zijn idolen imiteert, ondanks een gebrek aan superkrachten. Dave Lizewski (een perfect gecaste Aaron Johnson, recentelijk nog gezien in Nowhere Boy) is een alledaagse scholier en typische stuntelige nerd; hij heeft geen succes bij de meisjes, uitsluitend andere nerds als vrienden en brengt zijn tijd het liefst door met het lezen van superheldenstrips. Als hij voor de zoveelste keer beroofd wordt door hangjongeren neemt hij het besluit om een superheld te worden: gekleed in een surfpak en gewapend met twee knuppels en een overdosis naïveteit volgt hij zijn voorbeelden en gaat hij 's nachts op pad om mensen te helpen en de misdaad te bestrijden onder de naam Kick-Ass. Uiteraard zijn hier de nodige risico's aan verbonden, zoals hij al snel letterlijk aan den lijve ondervindt. Maar zodra zijn eerste acties op Youtube te zien zijn wordt hij een gevierde held, waarop al snel enkele andere vigilantes opduiken en zijn voorbeeld volgen, ieder met zijn eigen, soms minder loffelijke, redenen.

De film is een feest van herkenbaarheid. Immers, wie heeft er niet eens van gedroomd om in de nachtelijke uren de straat op te gaan in een overdadig kleurrijk kostuum en het onrecht te bestrijden? Vaughn toont ons een normale jongen, met wie iedereen zich moeiteloos kan identificeren, die deze droom volgt en er al snel achter komt waarom zo weinig mensen de daad bij het woord voegen. Ook de reden dat niemand superheld als beroep kiest wordt pijnlijk herkenbaar gemaakt als Dave de ene na de andere keiharde klap te verduren krijgt in zijn strijd met het tuig, waarbij het bloed rijkelijk vloeit, net zoals in de comic. Want Vaughn heeft het wijselijk gelaten om te rommelen met de stijl van de strip, maar vertaalt deze juist liefdevol en glansrijk naar het witte doek. De humor gaat zo niet verloren, evenals het geweld en de hoeveelheid grove taal die gebezigd wordt, die het Vaughn zo moeilijk maakten de financiering van de film rond te krijgen.



Het meest specifieke object van onvrede waar potentiële producenten zich mee geconfronteerd zagen luistert naar de naam Hit Girl. Gespeeld door de engelachtige Chloe Moretz (amper 12 jaar oud ten tijde van het filmen) mag zij, getooid in een koket paars pakje met schattig rokje en voorzien van het meest uiteenlopende wapentuig, hele legers boeven afrossen en genadeloos over de kling jagen, onder het uiten van een keur aan scheldwoorden waar Amerikanen hun kinderen zich normaal liever niet van horen bedienen. Tezamen met haar vader (Nicolas Cage, die hier laat zien dat hij toch echt wel kan acteren als hij er zin in heeft), die de schuilnaam Big Daddy gebruikt en zich kleedt in een zwart pak dat een vette knipoog naar onze favoriete vleermuisman levert, vormt het tweetal een team dat op een veel efficiëntere (en brutere) wijze dan hun voorbeeld Kick-Ass de misdaad te lijf gaat.

En waar Kick-Ass zelf al een zeer geslaagd personage is, vormen zijn nieuwe collegae de overtreffende trap: Hit Girl en Big Daddy stelen de show, zonder tot karikaturen te vervallen. De maffia verwoestte hun normale gezinsleven wat de dood van Hit Girls moeder veroorzaakte, waarop het duo zichzelf tot moordmachines heeft getraind om wraak te nemen op maffiabaas Frank D'Amico (Mark Strong, die evenals in het recente Sherlock Holmes alweer een uitstekende schurk neerzet). Tegelijkertijd moet D'Amico zelf zijn zoon Chris (Christopher Mintz-Plasse, Superbad) in bedwang houden, die om zichzelf te bewijzen tegenover zijn vader als Red Mist de vierde gekostumeerde boevenvanger vormt, maar zijn eigen agenda hanteert. De relaties tussen beide vaders en hun kroost geven Kick-Ass de nodige diepgang en succesvolle karakterontwikkeling mee zonder overdadig moralistisch te worden, en met deze geslaagde opzet geeft de film aan het hart op de juiste plaats te hebben en meer te zijn dan de zoveelste standaard actiefilm vol superhelden. Bovendien gaat het niet ten koste van het hoge tempo aan humor: de geslaagde grappen vliegen de toeschouwer nog vaker om de oren dan de kogels.

Kick-Ass is een aanstekelijk onderhoudende toevoeging aan de lange rij superheldenfilms en een prima voorbeeld van het in ere houden van het bronmateriaal zonder het de kijker die hier onbekend mee is ontoegankelijk maken. De film geeft ons een meer geloofwaardige en realistische kijk op de superheld, maar minder duister dan The Dark Knight en niet zo bombastisch als Watchmen: tegelijkertijd vormt het een komischer geheel dan Fantastic Four en heeft het meer vaart dan Spider-Man. Vaughn laat zien een begaafd regisseur te zijn die bijzonder goed uit de voeten kan met het juiste bronmateriaal, ondanks zijn nog beperkte ervaring (hiervoor regisseerde hij slechts twee films, Layer Cake en Stardust), maar hard op weg naar de top. Kick-Ass 2 is al aangekondigd, en zonder twijfel levert Vaughn daarmee opnieuw puik werk af. Tot die tijd is het superheldengenre nog niet uitgeraasd: volgende maand volgt het langverwachte Iron Man 2, maar de kans is groot dat deze film toch echt meer 'kick ass' zal blijken...